Zaterdag 21/09/2019

Sigaretten zijn als liefdes, ze doven allemaal uit

Oorlog is het tegenwoordig overal, maar vooral op plaatsen waar het naar tabak ruikt. Je moet maar durven om uitgerekend in die vergiftigde sfeer een expo over 'vierhonderd jaar roken in de kunst' op poten te zetten.

Door An Olaerts

De oorlog tegen het roken woedt volop. Dit zijn tijden van straffe anti-campagnes, meneer, van 'verboden te smoren'-borden en van kanker en hartkwalen. Forse prijsstijgingen zijn de enige zekerheid in het leven van de rokende sterveling. De totale afschaffing dreigt, want wie niet rookt, krijgt geen lucht meer. Uitgerekend op dat moment opent de tentoonstelling Vier eeuwen roken in de kunst haar deuren. "Roken in de kunst is in de gevarenzone terechtgekomen", geeft Benno Tempel toe. Maar de conservator wil heus niet choqueren, niets verheerlijken en niet politiek correct (of incorrect) doen. "Kunst is nooit politiek correct. Kunst is kunst."

De goegemeente mag blij zijn dat Benno Tempel en zijn museum niet veel geld hebben en dat Keith Haring zoveel kleur gebruikte bij het schilderen van Lucky Strike. Anders had Tempel er geheid affiches van laten drukken om reclame te maken voor de tentoonstelling. Wie weet wat voor storm daarvan zou zijn gekomen. "Ik had het graag gedaan", zegt Tempel, "maar Keith Haring was te duur. Alles was te duur. We hebben geen affiche." Verder verontschuldigt hij zich voor de afwezigheid van zeventiende-eeuwse doeken uit het buitenland, alsook voor het ontbreken van werken uit de achttiende eeuw. Hiervoor heeft hij nochtans redenen in plaats van smoezen. Natuurlijk liepen Frankrijk en Italië in de zeventiende eeuw ook over van de kunstenaars, maar in tegenstelling tot ons lagelanders waren zij in het dagelijks leven voornamelijk in de weer met bijbelse en mythische taferelen. En van goden is bekend dat ze zelden pijpen opsteken, vandaar. De achttiende eeuw is op de Rotterdamse tentoonstelling slecht vertegenwoordigd omdat de mensen in die tijd verslingerd waren aan snuiftabak. En snuiven is geen roken, vandaar. Maar verder staan en hangen er in de Kunsthal werken genoeg waar wat over te zeggen valt. Roken in de kunst heeft een onverwacht rijke geschiedenis. Wij strooiden alvast een plukje weerkerende rookthema's op een blaadje. Aan de lezer om het boeltje op te rollen, dicht te likken en tot zich te nemen.

De tentoonstelling opent met Monkey Business, een werk uit 1967 van Londenaar Gavin Turk ofte een speelgoedaap met een sigaret. Haha. Of dit werk een statement is dat de hele tentoonstelling vat? Nee, dus. Zoals al eerder gezegd draait het enkel om de kunst en niet om de oordelen. Bovendien valt moderne kunst zelden eenduidig te begrijpen. Wat wel zeker is, is dat rokende apen geen nieuwigheid waren uit de jaren zestig. Jacob Matham tekende in de 17de eeuw al pijplurkende apenbroeders. Rokende apen waren een kwestie van satire. Nog erger of nog grappiger werd het echter als de apen verkleed waren als zeelieden, studenten en soldaten. In 1628 schreef Dirck Pietersz. Pers in zijn Bacchus wonder-wercken al: 'Tobac is nu het banket, dat overal in de geselschappen ghebruyct wort, schijnt van de apen eerst gevonden te zijn, maar word nu door allerleye Apen van onsen tijd na-gebootst.'

Kortom, de rokende mens was niet bepaald een held en om dat te bewijzen hoefden geen apen uit de kast te worden gehaald. Kunstenaars deinsden er rond de jaren 1650 niet voor terug om smoeltrekkende, geheel ontaarde, slempende en pijprokende boeren op hun panelen te vereeuwigen.

Andersoortig van humor is Vincent Van Gogh met zijn Kop van een skelet met brandende sigare uit 1885. Je zou denken dat de man ons met dit schilderij wil waarschuwen voor de vernielende werking van de sigaret, maar in feite is het niet meer dan de uitbeelding van een studentengrap. Of hoe grappig is het om het geraamte in het biologielokaal een peukje tussen de kaken te duwen.

Vergankelijkheid is een vaak weerkerend thema in de kunst en roken is hiervan een uitgelezen symbool. Niets immers dat zo flinterdun wegwaait als rook. Neem nu de Ash Masks, een kunstwerk in opdracht van de Wereldgezondheidsorganisatie, vijf koppen getekend met de as van sigaretten die van links naar rechts steeds vager worden. Of dit is vergankelijkheid of er was niet genoeg as.

Beklemmend mooi is in deze de foto van Koos Breukel uit 1999 van een model met brandwonden en een dampend sigaretje. Hoe kwetsbaar zijn wij in dit leven! Idem voor Stephan Reusses portret van professor Harry Kramer met asbak, dikke schapenpantoffels, zuurstofslangen en longkanker. De dood kijkt door het raam naar binnen. Of nee, de dood kringelt tegen het plafond, maar sigaretten zullen er zijn tot er geen zucht van lucht meer overblijft. Dan is Stubbed out love van Damien Hirst heel misschien iets lichtvoetiger van aard. In dit vitrinekastje zitten de uitgeduwde sigarettenstompjes van een collectie verloren vriendinnen. Geen peuk die er hetzelfde uitziet, maar de liefdes zijn stuk voor stuk opgerookt en weggegaan.

Er zijn mensen die denken dat roken helpt. Kunstenaars bijvoorbeeld, die voor ze kunnen schrijven eerst een sigaret moeten roken. Het is waarschijnlijk dat Rutger Kopland pas na een saffie heeft gedicht van 'Het verlangen naar een sigaret is het verlangen zelf'. Maar ook in de zeventiende eeuw leefde men in de overtuiging dat roken goedheid uithaalt met de mens, zelfs in het geval van de Rokende apotheker uit 1646 van Adriaen van Ostade. Kunstzinniger kan echter ook. Op de tentoonstelling hangen alvast vele zelfportretten van rokende kunstenaars. Kwestie van inspiratie en rook uitblazen. Vooral op het einde van de 19de eeuw was het bij aanhangers van l'art pour l'art bon ton om zich enigszins arrogant kijkend met een sigaartje of een sigaret te vertonen. Roken tilde de kunstenaar op boven de doodgewoonheid van het leven. Roken helpt je ontsnappen aan wat het leven écht is.

Rokers die gestopt zijn durven wel eens te beweren dat roken louter een zaak van verveling is. In dat geval doodt roken de tijd. Sterker nog, in dat geval staat roken voor standvastigheid. Of dit een kromme redenering is, doet er niet toe, kunstenaars hebben het thema bespeeld. Neem nu Charley Toorop, die met zijn Boerenherberg Westkapelle uit 1924 allesbehalve wil lachen met het rokende werkvolk op café. Ook hier zijn nochtans drank, rook en spelen, zoals in de 17de eeuw, maar iedereen zit er netjes bij. Omdat Toorop de onverzettelijkheid van de werkende klasse wil uitbeelden. Roken staat voor de innerlijke rust en de kracht van de arbeiders, daarom. Van Gogh doet met zijn Kop van man met pijp krek hetzelfde. Hij heeft bewondering voor de boer die in zijn tobbende bestaan hoop en ongedwongenheid uit-straalt.

Minder socialistisch geëngageerd gaat het er in de Biedermeier-periode aan toe. Neem nu het schilderij waarop een pijprokende man in slaap dommelt terwijl zijn ingesnoerde vrouw op de achtergrond sokken zit te stoppen. Even huiselijk als Vadergeluk van Willem Bartel van der Kooi waarop een pijprokende vader tijdloos tevreden lijkt te zijn met de goede cijfers van zijn zoon.

Heus, mijnheer Clinton was allesbehalve de eerste die truken met sigaren uithaalde. Kijk eens naar Hav-a-Havana uit 1965 van Mel Ramos, waar een blote madame gezeten op een reusachtige sigaar naar ongetwijfeld heerlijke oorden suist. Sigaren hebben altijd al met seks te maken gehad. Idem voor pijpen. Op de tentoonstelling is ten bewijze daarvan Paar in slaapvertrek van Jan Steen te zien, waarop een oude man onder de rokken van een frisse juffrouw zit. Onderaan het bed ligt een dun pijpje op een pispot. Fallischer kan haast niet. Dat wist iedereen in de zeventiende eeuw, net zoals iedereen op de hoogte was dat het stoppen van een pijp een ongebreideld obsceen gebaar was.

En wat te denken van Pieter Duyfhuysens Boereninterieur uit 1608, dat zonder twijfel een allegorie op de impotentie is. De pijprokende dikzak in het midden kijkt niet voor niets zo sullig uit zijn ogen. Bovendien hangt rechts een streng opwekkende uien. Deze man kan niet meer, van te veel rook. De veel te grote fluit in de muts van zijn vriend doet er weinig subtiel nog een schep bovenop.

Dan is de seks in Fumeur et amour van Picasso uit 1969 een pak agressiever. De man bestookt de naakte Amor rechtsboven met zijn pijp. Picasso gebruikte de pijp wel meer als dubbelzinnig wapen tegen de liefde. Soms zelfs letterlijk, bijvoorbeeld die keer dat hij zonder veel schroom zijn sigaret uitdrukte op de wang van ene Françoise.

Sigaretten kosten geld, veel geld en aldoor meer geld, niet alleen voor een pakje maar ook aan de ziekenkas. Nuances zijn meer iets voor de moderne mens. Begin achttiende eeuw werd rookwaar, door de heffing van accijnzen, immers een statussymbool. Roken was niet langer iets voor boertige types. Wie het zich kon permitteren om te roken was 'meer waard', zoals bijvoorbeeld De familie Backhuysen en de Hooghe aan de maaltijd op de Mosselsteiger uit 1702 van Ludolf Backhuysen. Maar ook onder de oorlog getuigde rook van veel bezit. Het is met reden dat een industrieel zich in 1943 met een sigaret laat portretteren door Jan Sluijters. Dat met roken geld te verdienen valt. Daarom hangt er op de Rotterdamse expo ook een hele verzameling reclameposters voor lucifers, sigaren en sigaretten allerhande. Keith Harings Lucky Strike uit 1987. Dat het rode-bollenlogo van Raymond Loewy een sterk staaltje grafische kunst is, daar durft allang niemand meer aan te twijfelen.

Het hoeft echter niet allemaal kritiekloos en pure commercie te zijn. Met zijn Tableau piège, een ready made met opgegeten maaltijd, gebruikte servet en overvolle asbak, stelde Daniël Spoerrie graag de overconsumptie van rokertjes en ander lekkers aan de kaak. Idem voor de Vijf studies van sigarettenpeuken van Claes Oldenburg uit 1966. Dertig centimeter groot in gips en formica ziet een peuk er allesbehalve appetijtelijk uit. "De ten hemel schreiende banaliteit", noemt Oldenburg het zelf. n

INFO Vier eeuwen roken in de kunst. Taboe en tabak: van Jan Steen tot Pablo Picasso loopt nog tot en met 14 maart in de Kunsthal Rotterdam, Museumpark, Westzeedijk 341, Rotterdam, 0031-10/440.03.01, www.kunsthal.nl, communicatie@kunsthal.nl

De catalogus Rookgordijnen, Roken in de kunsten: van olieverf tot celluloid is uitgegeven door Ludion en kost 29,50 euro.

ROOKSIGNALEN Frans Charlet, De jonge rokers. ABSTRACT ZONDER FILTER Pablo Picasso, Fumeur et amour (1969) VROUWELIJK TREKJE Jan Lavies, affiche voor Caballero (1951).

DE VLAM ERIN Getekend: Keith Haring (1987).ONBEDWINGBAAR Sharon Stone met rookstokje in Basic Instinct (1992)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234