Zaterdag 07/12/2019

Siegfried en de draak

Overstap van VRT-coryfee naar N-VA illustreert vooral het appeal van Bart De Wever

De overstap van Siegfried Bracke komt voor een aantal (jongere) VRT-collega’s en bij het grote publiek als een complete verrassing. Maar niet voor wie hem beter kende - ook (vooral) niet zijn socialistisch-vrijzinnige vrienden. De transfer van Bracke naar het kamp-De Wever markeert nu al de machtsoverdracht die velen bij de verkiezingen van 13 juni verwachten, waarbij stemmen verschuiven van sp.a - klassiek ‘links’ - naar N-VA - ‘rechts’. De notie ‘politiek correct/dominant’ lijkt van kamp veranderd. Door Walter Pauli

In het lokaaltje van de N-VA-fractie in het Vlaams Parlement viel de mond van Bart De Wever open. Hij had veel verwacht toen Siegfried Bracke hem om een gesprek vroeg, maar niet de vraag van de coryfee van de Vlaamse tv-journalistiek om een plaats op een NVA-lijst. Niet van een man met een socialistisch imago, en met de zekerheid dat hij vrijmetselaar is. Er zitten zo mogelijk meer ex-journalisten dan logebroeders in de N-VA. Maar zelfs al zou Bart De Wever in werkelijkheid maar de helft van het ontzaglijke politieke talent hebben dat men hem toeschrijft, dan nog begreep hij meteen de gigantische ‘opportuniteiten’ die zich aanboden. Een kleine, intern-organisatorische. En een grote, politiek-strategische.

Eén: intern-organisatorisch beseft De Wever als geen ander dat de N-VA vers politiek bloed nodig heeft, talent vooral. De partij boomt in de peilingen maar heeft in eigen rangen te weinig toppers rondlopen. En dus tovert hij, ogenschijnlijk de zekerheid zelve, elke keer opnieuw een wit konijn uit zijn hoed: ex-VLD’er Jean-Marie Dedecker in de aanloop naar de verkiezingen van 2007, Voka-directeur Philippe Muyters bij de Vlaamse regeringsvorming in 2009, en nu dus VRT-vedette Siegfried Bracke voor de verkiezingen van 2010. Dat is alvast één verstandig man erbij.

Twee: politiek-strategisch doet hij een gouden zaak. De N-VA zal een aantal potentiële kiezers nog altijd afschrikken met het oude imago van ‘zwartzakken’, van radicale en dus onverstandige flaminganten, een nieuw soort Hunnen dat als het even kan Brussel wil platbranden en de francofone dames het haar wil afscheren. Bij de vele kritieken die men Siegfried Bracke kan maken, is er niét die dat hij een koleriek heerschap is, een type dat als het even anders loopt, gevangenen achter prikkeldraad gaat bewaken met een Duitse herder aan zijn zijde. Bracke staat voor politiek debat, voor een vrijzinnige, tegendraadse en onbevangen kijk op de zaak, misschien iemand die zichzelf te graag hoort spreken, maar niemand die men ziet knokken. Met Bracke erbij kan men de N-VA bezwaarlijk beschuldigen een zootje ongeregeld te zijn. Op zijn manier ademt Bracke staatsmanschap uit. Met deze in alle geheimen ingewijde Wetstraatkenner erbij kent de N-VA de achterkamertjes beter dan partijen die geleid worden door jonkies als Alexander De Croo, Caroline Gennez, Wouter Van Besien of zelfs Marianne Thyssen.

Met andere woorden: meer dan op potentiële voorkeursstemmen die Siegfried Bracke mogelijk zal aandragen, kapitaliseert Bart De Wever dus op het imago van de man. De N-VA (en dus De Wever zelf) kunnen er maar wel bij varen. Bracke zelf is elk aura van journalistieke onpartijdigheid voorgoed kwijt - als hij dat nog had - de partij van De Wever wint juist aan onpartijdigheid, in de zin dat mensen die gewis niét tot de Vlaams-nationalistische kernfamilie behoren, ook en zelfs uit eigen beweging naar die partij toestappen. Dat had niemand van Siegfried verwacht, en zeker niet van de N-VA.

Maar was dat al zo niet het hele leven door van Siegfried Bracke? De staande uitdrukking uit dat formidabele tv-feuilleton Twin Peaks, ‘Niets is wat het lijkt’, is in het geval van Siegfried Bracke maar al te waar. Bijvoorbeeld: alle bronnen die we contacteerden, ‘wisten’ het voor waar: Siegfried Bracke (°1953) komt uit een familie die fout was na de oorlog - “maar daar mag je hem niet op aanspreken”. Quod non. Bracke: “Mijn vader was een eigenzinnig type die per se wilde bewijzen dat een naam als ‘Siegfried' zou moeten kunnen. Met als enige gevolg dat ik in mijn jonge jaren voortdurend de vraag kreeg: ‘En je broertje heet zeker Dolf?’” Of kijk maar eens naar de Facebookpagina’s, duizendvoudig opgeleukt met hetzelfde cliché: “Siegfried Bracke, de man met het strikje.”

Siegfried Bracke, voor wie een beetje mee wil zijn met zijn tijd, draagt al járen geen strikje meer. Het waarom is strikt privé. Midlifecrisis? Goede/slechte smaak? Het einde van de ijdelheid, of juist een andere vorm ervan? Hoe dan ook: Bracke wás de man met een strikje. Maar het wordt niet eens waargenomen in een Vlaanderen dat zich veilig waant achter de clichés die het meent te ontwaren, zelfs als men ze in het echt niet eens ziet. Over die clichés: de VRT wordt gedomineerd door linkse journalisten, en Siegfried Bracke is hun Grootmeester, de vrijzinnige kabbalist die uit de schaduwen van zijn linkse tempel aan de touwtjes trekt. Wie dat dacht, ziet zijn wereldbeeld aan diggelen slaan met zijn overstap naar de N-VA.

En er zijn er nogal wat, en die situeren zich vooral in de klassieke, radicaal-Vlaamse achterban van die partij. De verbouwereerdheid is groot, op de rechts-radicale discussiesite politics.info wordt nu al gesuggereerd door het Groot-Oosten van België stilaan de N-VA in zijn macht krijgt, en zich al zelfzeker genoeg vindt om dat te tonen.

Fout. De sterkte (en de zwakte) van Siegfried Bracke was, naast zijn meesterlijke beheersing van het journalistieke métier, precies zijn imago. Hij boezemde schrik, zoniet ontzag in door zijn reputatie van kingmaker, én binnen de VRT-nieuwsdienst, én in de Wetstraat. Dat was zo, maar ook weer niet. Zijn contacten binnen de Wetstraat waren uitstekend, en werden door de VRT ook zo gebruikt. Maar Bracke had geen monopolie inzake wijdverbreid netwerk. Als de top van openbare omroep een bepaald dossier politiek geregeld moest krijgen, stuurde de directie bewust haar topjournalisten met het beste netwerk uit. Zeg daar als minister of als partijleider maar eens neen tegen, als mannen als Siegfried Bracke, Jos Bouveroux of Leo Hellemans tegenover je zitten. Bracke was binnen de nieuwsdienst een gezagvolle stem, maar dat kwam ook omdat hij zijn mond dúrfde opentrekken. Hem werd de liquidatie van hoofdredacteur Leo De Bock toegedicht: Bracke speelde daarin zijn rol, maar alleen omdat een groot deel van de redactie achter die putsch stond. Van dergelijke interventies werd Bracke zelf niet echt slechter, maar het is niet dat hij alleen maar uit eigenbelang uit zijn schulp kwam. In 1994 gaf hij een voor de openbare omroep, toen nog BRT geheten, bijzonder kritisch interview in Humo. In de laatste paragraaf van dat gesprek gaf hij al aan dat het hem “met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid” een sanctie zou opleveren. Hij kreeg ze ook.

Máár: niet veel later zorgde Vlaams mediaminister Eric Van Rompuy (CVP) voor exact die hervorming bij de openbare omroep zoals Bracke die had bepleit. Het typeert de man: sommigen zullen hem vooruitziend noemen, anderen opportunistisch - dat hangt in grote mate af of je van hem houdt of hem haat. Feit is dat Bracke als geen ander het talent heeft om, eerder dan anderen, ‘the signs of the times’ te lezen.

Dat ligt in de lijn van zijn leven. Hij was op een blauwe maandag heel even lid van de Volksunie - einde jaren zestig was de VU een hippe, jonge, anti-establishmentpartij, met een zwaar progressief - ‘Leuven Vlaams’ - en sociaal - ‘De mijn van Zwartberg open’ - imago. Hij sloot in zijn universitaire jaren ook even aan bij Amada (Alle Macht aan de Arbeid), de radicaal-maoïstische groepering die later de Partij van de Arbeid zou worden. Maar toen was Siegfried Bracke al lang naar de openbare omroep vertrokken. Daar leerde hij de journalistieke stiel bij de radio, om al snel de veel grotere kracht van het medium televisie te onderkennen. Als een van de coryfeeën van de tv-redactie werd hij een van de hardnekkigste verdedigers van de openbare omroep, maar tegelijk bepleitte hij intern de revolutie: bekamp de private zender met zijn eigen wapens, maak die omroep toegankelijker. Het leverde hem voor altijd en één dag, ondanks zijn keurige voorkomen van ‘heer van stand’, de reputatie van populist op. Bracke verdedigde zijn zaak, en keek op critici die het ook na zijn uitleg niet wilden begrijpen met onverholen misprijzen neer.

En Bracke was ‘links’. Vrienden en intimi getuigen dat hij eigenlijk vrijzinniger dan linkser was. Bij de VRT was hij bepaald geen ACOD’er, geen vakbondsman. Als hij zich goed verstond met socialisten, dan meestal van het Gentse burgerlijke type, mannen als Luc Van den Bossche die eigenlijk niet ver af stonden van de liberale familie. Bracke was bepaald geen socialist die, zoals in de oude tijd, op het scherm journalistieke hand- en spandiensten leverde voor de eigen club. Het was bijvoorbeeld in die dramatische dagen in 1995 een messcherpe vraag van Bracke aan Frank Vandenbroucke, publiek gesteld op de persconferentie waarop die als SP- minister van Buitenlandse Zaken zijn rol in de ‘verbrand geld’-affaire probeerde te verklaren, die in volle Agusta-crisis diens politieke doodsteek betekende.

Bracke had de reputatie links te zijn, maar was eigenlijk paars. En betuigde meer trouw aan personen dan aan partijen. Zijn bewondering voor Guy Verhofstadt was groot, zeker in de tijd dat die zijn burgermanifesten schreef (en die waren bepaald niet socialistisch). Maar ook nadien had hij een meer dan uitstekende relatie met de politieke antipode van Verhofstadt, de christen-democraat Jean-Luc Dehaene. En in de beginjaren van paars gold hij zelfs als een kingmaker voor die formatie. En ongetwijfeld was hij niet de schaduwformateur die misnoegde christen-democraten en VB’ers van hem maakten, maar hij had natuurlijk wel invloed. En hij gebruikte die ook. Misschien niet voor een politiek doel, dan wel voor ‘zijn’ programma’s. Het was voor zijn microfoon dat in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van 2000 de piepjonge Freya Van den Bossche gelanceerd werd. Deed Bracke dat als pure vriendendienst voor zijn Gentse socialistische vrienden? Of voelde hij instinctief aan dat la Freya een natuurtalent was, zeker in het ‘pakken’ op een tv-scherm? Of beide? Siegfried Bracke was zijn loopbaan lang niet met één etiket te beplakken. Hij verbaasde wat toen politiek correct Vlaanderen heette toen hij geld aannam van het Vlaams Blok voor het modereren van een debat. En de laatste jaren kreeg hij steeds meer kritiek omdat Bart De Wever naar de smaak van velen wel érg veel aan bod kwam op de openbare omroep. En die laatste kritiek verraadde nog een aspect van Siegfried Bracke: men dichtte hem (véél) meer invloed toe dan hij eigenlijk had. Sommigen zagen zijn hand in élk politiek programma op de openbare omroep. De invloedrijke Bracke werd zo als almachtig beschouwd.

In werkelijkheid was Siegfried Bracke tegelijk niets en tegelijk veel van dat alles. Zeker de laatste jaren groeide hij in snel tempo weg van de socialistische kameraden van destijds. Al was het naar eigen zeggen precies een socialist, met name Johan Vande Lanotte, die hem op een boekenbeurs het licht toonde, en de onmogelijkheid van het verder bestaan van de constructie genaamd België voorspelde. Al een hele tijd voor zijn overstap evolueerde Bracke richting N-VA, of beter richting radicaal confederalisme, zoniet separatisme. Hij deed dat niet alleen. Bij de ondertekenaars van de manifesten van de zogenaamde Gravensteengroep (een groep linkse Vlaams-nationalisten) staat hij zelf niet, maar wel wijlen Tuur Van Wallendael, ook ex-VRT-journalist, ex-sp.a-parlementslid. Verder ondermeer s.pa’ers Etienne Vermeersch en Piet Van Eekchout, en andere mensen die doorgaans tot de bekende progressieve stemmen worden gerekend, zoals ex-KP’er Jef Turf, ex-sp.a-parlementslid Jan Van Duppen, Groen!-Europarlementslid Bart Staes, Brigitte Raskin, ABVV’er Karel Gacoms, Ludo Abicht of ex-Humo-journalist en Shakespeare-kenner Willy Courteaux.

Wie dat gezelschap samen ziet, beseft best dat niet alle ‘progressieven’ vies zijn van een meer federalistisch discours. Siegfried Bracke staat bepaald niet alleen in zijn nieuwe marsrichting, voor zover die nieuw is. Zo is zijn overstap niet alleen een nieuwe wending in zijn eigen carrière, maar ook een illustratie van een nieuwe wind die over het politieke landschap waait. Op één week tijd verliest met name de sp.a twee BV’s die in het verleden tot haar ‘vrienden’ gerekend werden: Siegfried Bracke, maar ook Stijn Meuris, die een goede maand geleden nog stond te koken op een party van Ingrid Lieten en het publiek nu oproept om niét te gaan stemmen. Het is een teken aan de wand, want BV’s zijn nogal eens geneigd zich aan te schurken tegen formaties die succes hebben. In de beginjaren van paars waren het alleen dapperen, overtuigden of een eenzame dwaas die zich nog als ‘vriend’ van de CVP bekenden. Nu maakt de sp.a blijkbaar datzelfde fenomeen mee. En tegelijk grossiert N-VA in de nieuwe maten van allemansvriend Bart De Wever. Die weet dat dit zijn momentum is, dat zoiets vlugger kan kantelen dan een mens met zijn ogen kan knipperen, en is vast van plan dat te gebruiken.

En Siegfried Bracke weet precies hoe zich te profileren. Ook in dat opzicht was de maiden-persconferentie van hem en De Wever zeer leerzaam: het waren twee professionals die wisten hoe zich te positioneren. Bart De Wever profileerde zich zoals alleen hij dat deze dagen kan: niet als een klassieke nationalist, die Vlaanderen wil verlossen van Waalsche ketens wegens zijn gehechtheid aan Bloed en Bodem. Neen, hij is een politicus die met verbazing kijkt hoe ‘de politiekers’ in de regering het land naar de botten helpen. Daarom moet de kiezer stemmen op de partij die het beter zal doen dan het zootje dat het duidelijk niet kan: de N-VA. En die als enige het echte alternatief verdedigt voor het wanbeleid van vandaag: een verdere splitsing van België. Siegfried Bracke vertelde een variant op dat verhaal: dat hij gedegouteerd is door wat hij de laatste jaren in de Wetstraat zag en hoorde, de leugens, de onwaarheden, het gebrek aan politieke moed.

Trouwens, intimi getuigen dat hij inderdaad een bepaalde grens voorbij was. In private kring ventileerde hij zijn ongenoegen over ‘de politiek’ al langer, zonder complimenten of beleefdheden. Net zoals hij er tegen vrienden geen geheim van maakte dat hij al bij de Vlaamse verkiezingen van 2009 voor de N-VA gestemd had.

Die evolutie trekt hij nu tot zijn laatste consequentie door, door zich publiek te bekennen tot de partij van Bart De Wever, en door zelfs een prominente plaats op een N-VA-lijst te aanvaarden. En hij geeft er meteen de uitleg bij zoals ze dat in zijn nieuwe partij graag horen: de oorzaak van al die slechte politiek moet gezocht moet worden in een Belgisch model dat totaal afgeleefd is, andermaal: leve de N-VA, leve de verdere splitsing van België.

Siegfried de drakendoder, door zijn nieuwe partij het land in gestuurd tegen het Belgische beest. Het is het eerste, maar zeker niet het laatste optreden van de ex-VRT-journalist als co-boegbeeld van N-VA. Het zou immers atypisch zijn voor het leven en werken van Siegfried Bracke, dat hij zich nu nog zou laten betrappen door zich aan te sluiten bij het verliezende kamp.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234