Woensdag 08/12/2021

Serieus

"Je moet gewoon alles wat er staat serieus nemen." Zo had ik het nog nooit bekeken.

Ik ben pas laat een minnaar van Bruckners symfonieën geworden - overigens nog altijd geen die dag en nacht beschikbaar is. Ik weet nu hoe dat komt. De negen symfonieën van de Linzer zijn enorm en romantisch en al te extreme of zenuwzwakke uitdrukkingsvormen zijn slecht aan mij besteed. Anderzijds zijn ze de meest 'symfonische' uit de literatuur. Niet mis voor een symfonie, denkt u nu, maar ik bedoel ermee: Bruckner behandelt het orkest het meest als één instrument in plaats van een verzameling, als metaorgel in plaats van een ensemble, met alle louter klankmatige, niet-structurele compositorische ingrepen van dien. Dat steekt, voor een Bachman zoals ik.

Maar goed, maandagavond kregen die bedenkingen bij Bozar hun ware, futiele dimensies toebedeeld. Mariss Janssons en zijn Concertgebouworkest zetten een Derde Symfonie neer die ons nog lang zal heugen: sprekend, transparant, meeslepend en toch aristocratisch, slank bijna, en vooral: zo voorbij.

Terwijl ik me hardop sta af te vragen hoe dit prachtorkest zo'n kolossale collectie frulletjes en dingetjes als een ondeelbare monoliet kan laten klinken, zegt de intelligente muzikant naast me: "Je moet gewoon alles wat er staat serieus nemen." Een mooie, pijnlijke les: ik heb Bruckner lang niet serieus genomen. En erger: de meeste chefs en orkesten doen het niet.

Dinsdagavond al nam diezelfde uitspraak nog algemenere vormen aan. In De Doelen in Rotterdam speelde het Nederlands Studentenorkest (NSO), behalve iets overbodigs van Martijn Padding en Prokofjevs eerste vioolconcerto met supertalent Liza Ferschtman als soliste, de Vijfde Symfonie van Mahler.

Mahler, die muziekhistorisch gezien in dezelfde poel als Bruckner zwemt, maar als grote contrapuntist al lang mijn liefde heeft. Zijn Vijfde staat zelfs bij professionele orkesten bekend als een gevaarlijke kuitenbreker. Nu is het waar dat het NSO steeds meer, en terecht, evolueert naar een preprofessioneel orkest, wat zich uiteraard vooral bij de solisten van elke instrumentengroep laat horen, maar wat dirigent Jurjen Hempel met deze groep bereikt, is onwaarschijnlijk.

De ervaringen van maandag- en dinsdagavond leken me niet helemaal los van elkaar te staan. Veel is al gepalaverd over de grote orkestkwestie: hoe komt het toch dat ons land er geen echt wereldorkest op nahoudt terwijl onze noorderburen er minstens twee hebben? Waarom draaien de pogingen tot jeugdorkest bij ons zoveel slapper uit? Geld? Traditie? Die hebben we hier ook genoeg als het moet.

Zelfvertrouwen dat voortkomt uit ernst en een hekel aan professionele middelmaat, dat is wat ze hierboven muzikaal gezien op ons voor hebben.

Begrijp me niet verkeerd. Het Muntorkest onder Ono heeft al redelijk grootse momenten bezorgd, deFilharmonie onder Herreweghe kan verrassen, en als het Nationaal Orkest van België al eens het geluk heeft een deugdelijke chef voor zich te vinden, is het soms tot onvermoeds in staat. Zo'n zetel als het Concertgebouworkest, met zijn noblesse en quasi onfeilbaarheid, is echter niet in de eerste plaats professioneel, maar een manier van denken. Je moet wat er staat serieus nemen.

www.nso.nl

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234