Dinsdag 20/04/2021

Sensueel, erotisch, seksueel

Haar liefdesleven was een turbulente aangelegenheid - niet het minst attractieve aspect van haar dagboeken

et boek is negen jaar na haar dood verschenen, en hoewel ze elke zin erin geschreven heeft, heeft ze het niet zelf gecomponeerd. Haar literaire executeur, Rupert Pole, heeft het boek samengesteld uit haar 'ongekuiste' dagboeken, dat wil zeggen de oorspronkelijke dagboeken, waarvan ze bij haar leven al sterk gekuiste en herschreven delen had gepubliceerd. Anaïs Nin (1903-1977) verwierf zich met die dagboeken roem in de jaren zestig en zeventig, vooral in feministische kring. De vrijgevochten manier waarop ze haar leven als vrouw en vooral als vrouw in de liefde beschrijft, sloeg erg aan, en gaf haar waar ze haar hele leven naar had gehunkerd: literaire acceptatie. Wat haar met haar verhalen en romans maar mondjesmaat was gelukt, bezorgde ze zich overvloedig met haar dagboeken.

Die heeft ze haar hele leven bijgehouden. Integraal uitgegeven zouden ze vijfendertigduizend bedrukte bladzijden beslaan, heeft een cijferfreak ooit eens zitten uitrekenen. Henry Miller, de Amerikaanse schrijver, die een groot deel van haar ongekuiste dagboeken heeft gelezen, voorspelde dat ze, eenmaal gepubliceerd, een plaats naast de ontboezemingen van "Augustinus, Petronius, Abélard, Rousseau, Proust" zouden innemen. Nu, hij was tot over zijn oren verliefd op Anaïs, en dat is niet de ideale gemoedsgesteldheid voor een evenwichtig oordeel.

Maar schrijven kon ze als de beste. Ze was er op haar elfde mee begonnen, op het moment dat ze met haar moeder van Spanje naar New York City verhuisde en haar vader in Europa achterbleef, een verlies dat ze ervoer als in de steek gelaten worden door de persoon van wie ze het meeste hield, zegt ze zelf in haar dagboek. Haar vader was de in die tijd bekende Cubaans-Spaanse componist en pianist Joaquín Nin y Castellanos, getrouwd met de Deense zangeres Rosa Culmell. De eerste elf jaar van haar leven reisde Anaïs met haar ouders heel Europa door.

Ze trouwde in 1923 (op haar twintigste) met de welgestelde Franse bankier Hugo Guiler en verhuisde terug naar Europa, naar Parijs. Tot 1939 bleef ze met hem in Frankrijk wonen, maar door de oorlogsdreiging vertrok ze met haar man weer naar Amerika, waar ze de rest van haar leven is blijven wonen.

Dat klinkt heel keurig en braaf burgerlijk, maar haar liefdesleven was een turbulente aangelegenheid - niet het minst attractieve aspect van haar dagboeken. De man die haar voorgoed uit haar tamelijk beschermde wereld haalde, was Henry Miller, aan het begin van de jaren dertig. Hun verhouding staat centraal in Henry and June.

Maar ze was niet meteen verliefd op hem - het was bij Anaïs liefde op het eerste gezicht toen ze zijn vriendin zag, June. De eerste bladzijden van het boek staan helemaal in het teken van die vrouw. Haar verliefdheid op June ervaart Anaïs Nin als een overweldigende kracht, een "toevlucht en een ontsnappen naar harmonie". Zolang June in Frankrijk is, heeft ze geen oog voor Henry Miller - pas als June voor enkele maanden naar Amerika vertrekt, komt Henry in beeld.

Ze ziet wel dat Henry "verbeeldingskracht heeft, een animaal levensgevoel, het grootste uitdrukkingsvermogen en de meest waarachtige genialiteit die ik ooit heb gekend". Maar pas als zij met hem naar bed gaat, begint wat ze op allerlei mogelijke manieren in haar dagboek met woorden probeert te omcirkelen, te omsingelen, te vatten. Inderdaad, zonder ergens doekjes om te winden, sensueel, erotisch, seksueel. Bij alles wat de verhouding geleidelijk aan allemaal ook gaat inhouden, blijft ze toch vooral uiterst lichamelijk.

Een zich geleidelijk ontwikkelend en coherent beeld krijgen we niet van de relatie tussen Henry en Anaïs. Een dagboek geeft impressies, die niet met het oog op samenhang geschreven worden. De materie, het innerlijke leven van Anaïs Nin, is weerbarstig, veelvormig, contrastrijk - de heksenketel van haar geest. Wat we op de ene bladzijde nog bevestigd zagen, wordt op de volgende ontkend. Het volle leven, zo ongeveer.

De obsessieve liefde die ze voor Henry Miller voelt, sluit overigens andere liefdes niet uit. Haar liefde voor haar man Hugo blijft over het algemeen onaangetast, al kent die ups en downs. Haar hartstochtelijke liefde voor June blijft lang bestaan. En ze heeft er geen enkele moeite mee om tussendoor seks met weer anderen te hebben, bijvoorbeeld met haar neef Eduardo, die haar mateloos aanbidt, of om wat te vrijen met haar psychoanalyticus (die op den duur trouwens meer bij haar in therapie lijkt te zijn dan zij bij hem). Huwelijkstrouw, dat woord klinkt in de buurt van Anaïs Nin wel erg benepen.

Ze aarzelt niet te bekennen dat ze moet liegen en bedriegen om al die mannen een beetje gescheiden van elkaar te houden, en enigszins gelukkig. Echtgenoot Hugo, die hier en daar wel de trekken van een pantoffelheld krijgt, weet niets van de seksuele escapades van zijn vrouw met Henry Miller, die toch vaak over de vloer komt. Bij Hugo is ze ten naaste bij frigide (ze vraagt zich soms af of ze niet helemáál frigide is) - maar ze twijfelt niet aan zíjn liefde voor haar en háár liefde voor hem. Ze peinst er ook niet over hem in de steek te laten, al heeft ze vaak dagdromen: "Ik wil mijn leven opgeven, mijn huis, mijn geborgenheid, mijn schrijven, om met hem te leven, voor hem te werken, een hoer voor hem te zijn, alles, zelfs om door hem dodelijk verwond te worden."

Jammer dat in dit geselecteerde dagboek haar vader zo weinig voorkomt. Helemaal aan het eind van het boek staat een passage die even een mogelijk verband suggereert tussen hem en Anaïs' eindeloze hunkering naar lichamelijke aanraking, naar acceptatie, en alle complexe geestelijke kronkelingen van dien, waarover ze voortdurend filosofeert: "Ik herinner me de heiligschennende communies tijdens mijn kinderjaren waarbij ik mijn vader ontving in plaats van God, met zalige huivering mijn ogen sloot en het wittebrood doorslikte, mijn vader omhelsde in communie met hem, in een verwarring van religieuze extase en incestueuze passie."

De conclusie dat ze dus alleen op oudere mannen viel (Henry Miller was twaalf jaar ouder dan zij) is voorbarig. Haar seksuele honger was daarvoor te groot. De Amerikaanse schrijver Gore Vidal, die zelf ooit voor de charmes van Anaïs Nin gevallen is en die niet te beroerd is om vooral venijnig te zijn, schrijft in zijn autobiografie Palimpsest: "Ze had altijd een hele hofhouding van jonge mannen om zich heen, meestal slimme nichten, al was er gewoonlijk wel één jonge gebruiksklare dekhengst bij." Waarvan akte.

Wil Hansen

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234