Zaterdag 15/08/2020

Sem Van Hellemont is de jonge hond achter 'De laatste show', dat vanaf maandag herbegint op Eén

Er hangt weer een positieve sfeer rond onze show

De laatste show wacht vanaf maandagavond de aartsmoeilijke taak om de leemte op te vullen die De slimste mens in het programmaschema van Eén achterlaat. Gelukkig hebben ze bij Woestijnvis een geheim wapen op stal staan: Sem Van Hellemont, amper 30, moet als hoofdredacteur 'zijn' Laatste show een nieuw elan geven. 'Het blijft een rare job.'

Toen De laatste show in november 1999 voor het eerst op antenne ging, werd het programma de hemel in geprezen. Eindelijk had Vlaanderen de late night talkshow waar het al zo lang op wachtte. De kijkers stemden massaal op het programma af en de gasten stonden te drummen om bij presentator Bruno Wyndaele op de schoot te mogen. Ook na dat veelbelovende debuut bleef de show het goed doen. De licht verteerbare talkshow werd voor veel kijkers een vaste afspraak om hun televisieavond mee af te sluiten. Ook de stoelendans bij de presentatoren (Wyndaele werd door Mark Uytterhoeven vervangen, die op zijn beurt de fakkel aan Frieda Van Wijck doorgaf) veranderde daar niks aan.

En toen, eind 2007, brak seizoen negen aan. Het seizoen dat de geschiedenisboeken zal ingaan als 'dat van de tafel'. In wat ongetwijfeld een vlaag van zinsverbijstering was, werden de zetels uit het decor gesleept en vervangen door een tafel waaraan voortaan de gesprekken zouden worden gevoerd. Er kwam in de nieuwe formule ook elke dag een andere bijzitter langs die voor interessante, originele invalshoeken moest zorgen. Maar al na de eerste uitzending van de nieuwe De laatste show gebeurde het ondenkbare: Het programma kreeg kritiek. De facelift werd door de verzamelde televisiecriticasters met een ruime onvoldoende bedacht.

Bij aanvang van seizoen 10, begin september vorig jaar, moest dus iets gebeuren. En liefst iets meer dan enkel het vervangen van de vervloekte tafel door een nieuwe set zetels. En dus kreeg de piepjonge Sem Van Hellemont plots de touwtjes in handen gestopt. "Al had die hoofdredactiewissel weinig met de kritiek op het programma te maken", beweert hij. "De vorige hoofdredacteur, Werner Verpoorten, had er gewoon eventjes geen zin meer in. Begrijpelijk ook, hij was al van bij seizoen 1 bij het programma betrokken en dan is het moeilijk om altijd even helder te denken. Ik had er na vorig seizoen trouwens ook eventjes genoeg van. Ik draai al acht jaar in het team van De laatste show mee. In die tijd heb ik misschien al vijf keer een interview met Herman Brusselmans voorbereid, als je dan voor de zesde keer zo'n interview op je boterham krijgt, wordt het wel heel moeilijk om originele vragen te bedenken. Het aanbod om hoofdredacteur te worden kon op geen beter moment gekomen zijn."

Kwam dat aanbod als een verrassing?

"Neen, ik wist op voorhand dat ik, gezien mijn staat van dienst, één van de kandidaten zou zijn om Werner op te volgen. Maar er zitten in het team van De laatste show nog wel een aantal mensen die het minstens even goed zouden doen als hoofdredacteur. Ik was toen wel nog maar 29 jaar, maar dat is nooit tegen mij gebruikt. Bij dit bedrijf wordt gekeken naar wat je kunt, niet naar hoe oud je bent."

Heb je getwijfeld?

"Neen, maar ik wou vooraf wel weten dat iedereen in het team achter mijn hoofdredacteurschap stond."

"Ook Frieda Van Wijck en Marc Uytterhoeven zijn daar trouwens over aangesproken. Ik vind het wel belangrijk te weten dat ook zij achter de beslissing stonden om mij hoofdredacteur te maken. Wat niet wegneemt dat ik het wel een rare job blijf vinden. Ik heb Germaanse gestudeerd en tijdens die studies heb ik ook een poging ondernomen om mijn lerarendiploma te halen.

"Maar al tijdens mijn eerste luisterstage had ik door dat voor de klas staan niets voor mij zou zijn. Het idee alleen al dat ik mensen zou moeten verplichten om naar me te luisteren. (lacht) Helaas blijkt dat nu net één van de dingen te zijn die ik als hoofdredacteur moet doen. Tijdens redactievergaderingen moet ik ervoor zorgen dat iedereen er zijn aandacht bij houdt. En dat haat ik hartgrondig. Als Frieda tijdens zo'n vergadering met iemand aan het babbelen is, moet ik zogezegd ingrijpen. Sorry, maar dat zie ik me echt niet doen.

"Als hoofdredacteur word je ook geacht over alles wat in het programma aan bod komt een mening te hebben. Soms neem ik die houding mee naar huis, maar daar word ik gelukkig nogal snel met mijn voeten weer op de grond gezet. Daar is de reactie meestal: 'Je hoeft helemaal geen mening te hebben over hoe de vaatwasmachine gevuld is. Zet ze maar gewoon aan. (lacht)'"

Hoe komt iemand van dertig aan zo'n indrukwekkende staat van dienst bij een bedrijf als Woestijnvis?

"Er op tijd aan beginnen. Meteen na mijn studies ben ik hier als verhuizer aan de slag gegaan, toen Woestijnvis van het ene gebouw naar het andere moest verkassen. Ik had me al ingeschreven voor een aanvullende opleiding journalistiek, toen Bruno Wyndaele me een job aanbood bij De laatste show. Ik heb nog even getwijfeld maar de keuze was snel gemaakt toen Bruno me vroeg waar ik het meest van dacht op te steken: nog een jaar op de schoolbanken of een job bij Woestijnvis.

"De eerste drie jaar was ik de archiefman van dienst. Ik moest van iedereen die te gast was in De laatste show de nodige beeldfragmenten zien op te duiken. Eigenlijk de ideale job om mee te beginnen. Je leert het medium televisie kennen en je bouwt, door het bekijken van al die historische beelden, op heel korte termijn een enorme bagage op. Na drie jaar afzondering in het donkere, raamloze, archiefhok van de VRT werd ik redacteur. Alweer een fantastische job. Het is een ongelooflijke luxe om je een paar dagen lang volledig op één mens te kunnen storten. Alles lezen wat er over die persoon te lezen valt, telefoneren met zijn of haar familie en vrienden en uitgebreid onderzoeken wat er met die persoon in het programma aan te vangen valt. Van redacteur werd ik eindredacteur, wat betekent dat je elke week verantwoordelijk bent voor één bepaalde aflevering. En nu ben ik hoofdredacteur, verantwoordelijk voor alle afleveringen dus. (lacht)"

Weegt die verantwoordelijkheid zwaar?

"Dat voel ik toch niet zo aan. Al is dat ook voor een groot stuk te danken aan Jan Eelen (regisseur van o.a. Het eiland en In de gloria, PD). Hij had vorige zomer, nadat hij Het programma van Wim Helsen had geregisseerd, heel veel zin om zich eens op De laatste show te smijten. Voor mij was het een cadeau om tijdens mijn eerste maanden iemand als Jan naast me te hebben. Daardoor had ik nooit het gevoel dat er plots druk op mijn schouders kwam."

Was de komst van Jan Eelen niet vooral een teken dat er wel degelijk een probleem was met De laatste show?

"Neen, eigenlijk vonden we het negende seizoen van De laatste show zelfs beter dan het achtste. Maar de eerste weken van het negende seizoen was het inderdaad nog wat zoeken, dat wisten we in het team maar al te goed. Het was wennen aan die tafel, de bijzitters wisten niet precies wat van hen verwacht werd en door het afvoeren van een aantal vaste rubrieken wisten de kijkers niet meer wat ze zich op welke dag konden verwachten. Maar naar het einde van het seizoen zaten we wel weer op het goede spoor. Toen we in september met seizoen tien begonnen, was de boodschap dan ook: 'Ga verder op het elan van eind vorig seizoen.' Er is ook niet zoveel manoeuvreerruimte. Zelfs al begin je bij de start van een nieuw seizoen met een wit blad, als je een avondtalkshow voor een breed publiek wilt maken, zul je uiteindelijk toch altijd bij een soort Laatste show uitkomen.

"Als je het programma van nu met dat van het allereerste seizoen vergelijkt, verschillen die twee niet zo heel veel van elkaar. Ook sinds ik in september hoofdredacteur werd, is er niet zo gek veel veranderd. Dat de tafel eruit moest, daar waren we het snel over eens. Ook het systeem van de bijzitters moest bijgestuurd worden en we wilden opnieuw vier vaste rubrieken, dat was voor iedereen duidelijk. Misschien is de belangrijkste verandering nog wel de sfeer die rond het programma hangt. Er is weer een positieve vibe, zowel in het team als naar de buitenwereld. We krijgen in het televisiekatern van Humo zelfs weer de stempel 'tip' mee en dat was vorig jaar niet meer het geval. Twee jaar lang heb ik met Guy Mortier aan zijn rubriek in De laatste show gewerkt en dan haalt hij als dank 'tip' bij ons programma weg. (lacht)"

Is het programma in tien jaar tijd dan niet geëvolueerd?

"Toch wel. Neen nu de selectie van de gasten. Toen Bruno het programma presenteerde, mocht er niets in het programma zitten dat naar miserie rook. Het moest entertainment blijven. Mark was daar veel soepeler in. Een goed verhaal, daar draaide het bij hem om. Hij hield ook wel van contrast; als je zo'n zwaarder onderwerp aflost met een luchtig verhaal, dan kan dat perfect in een programma als De laatste show."

En wat met de actualiteit? De laatste show speelt nu toch minder kort op de bal dan een paar jaar terug?

"Bruno wou zijn gasten heel erg actualiteitsgericht. Soms ging je op maandagavond met een licht paniekgevoel in de buik naar huis omdat er voor dinsdag nog geen enkele gast vast lag. Toen konden we ons dat ook permitteren. De laatste show was nog nieuw en bijna iedereen wou meteen komen. Als we nu een minister bellen, zal die al eens in zijn agenda kijken welke dagen voor hem het best uitkomen. Mark koos voor een andere aanpak. Hij wou alles tot in de puntjes voorbereiden en dat kan gewoon niet als je de dag van uitzending nog op zoek moet naar gasten. Die langetermijnaanpak is in de werking van de redactie blijven hangen. Maar we hebben ons dit jaar voorgenomen om elke uitzending één plaats vrij te houden voor een gast die die dag in het nieuws was. In Nederland hanteren ze een andere aanpak. Ik heb me laten vertellen dat ze bij een programma als Pauw & Witteman pakweg zes gasten boeken om er dan drie af te bellen. Mochten wij dat doen, dan wil binnen de twee maanden niemand meer komen. (lacht)"

Komt er na tien seizoenen geen sleet op de formule?

"Hoe lang bestaat de Late Show met Letterman al? Zit daar sleet op? Zolang je nieuwe elementen in het programma binnenbrengt en geregeld van presentator wisselt, blijft zo'n programma fris. Ik zag onlangs op YouTube een fragment uit de Late Show met Tom Waits, die voor de achtste keer in het programma te gast was. Veel meer dan 'hoe is het ermee?' had Letterman hem niet meer te vragen, maar het werd wel een fantastisch gesprek."

Is Letterman het grote voorbeeld?

"Ik heb het meer voor de programma's van Jonathan Ross en Graham Norton op e BBC. De manier waarop zij humor in hun programma brengen en hoe zij schaamteloos naar anekdotes vissen, dat is iets wat wij ook veel meer moeten durven. Het is niet omdat een goed verhaal al in Humo heeft gestaan dat wij er niet meer mogen naar vragen. Dat niet doen is zonde, want dan maak je gewoon minder goede televisie. Bij Jonathan Ross zitten er in elke aflevering ook drie wereldsterren, terwijl dat bij ons maar een keer of drie per week het geval is. (lacht) Wij kunnen het ons maar heel af en toe permitteren om een buitenlandse gast speciaal voor ons programma naar België te halen. Heel jammer, want net die mensen leveren de meest verrassende televisie op. Zo'n gast voelt zich geapprecieerd en kan bovendien fris aan een interview beginnen. Dat is niet te vergelijken met iemand die midden in een promotour zit en voor de uitzending al tien andere interviews achter de kiezen heeft. Helaas hebben we daar de budgetten niet voor."

Is Vlaanderen niet te klein om een programma als De laatste show nog eens tien jaar te laten lopen? Iedereen die enigszins bekend is, heeft toch al bij jullie in de zetel gezeten?

"Bij sommige mensen is dat geen probleem. Herman Brusselmans bijvoorbeeld zal de zesde keer dat hij langskomt nog beter zijn dan de vijf keer daarvoor. Maar er zijn in Vlaanderen maar een paar gasten van dat kaliber. Bovendien is de concurrentie heviger geworden. Phara is erbij gekomen, De zevende dag gaat ook steeds meer de richting van het infotainment op, dat maakt het niet makkelijker. Het gebeurt zelfs dat ik 's avonds naar Man bijt hond kijk en denk: 'Shit, dat verhaal hebben wij straks ook.' Maar eigenlijk mag je je die overlappingen niet aantrekken, je moet gewoon je eigen programma maken. Al kan ik ook wel eens vloeken als ik zie dat een gast die wij ook willen ergens anders zit, en nog goed is ook."

Sem Van Hellemont:

Het is niet omdat een goed verhaal al in 'Humo' heeft gestaan dat wij er niet meer naar mogen vragen

Dat die tafel eruit moest, daar waren we het snel over eens

DE PRESENTATOREN

In negen jaar De laatste show zag Van Hellemont drie presentatoren de revue passeren, wat van hem de geknipte persoon maakt om de drie hosts te vergelijken.

Bruno Wyndaele

Bruno was er altijd op uit om de mensen in zijn programma uitzonderlijke dingen te laten zeggen of doen. En daar was hij erg geslepen in, er was een heel arsenaal aan spelletjes en methodes voorhanden om de gasten tot bekentenissen te dwingen. Het systeem met de ballen bijvoorbeeld; de gasten moesten met de ogen dicht een bal trekken en daarna doen wat op die bal geschreven stond. Een fantastische truc natuurlijk; zo kon je iemand die daar geen zin in had een liedje doen zingen, zonder dat je er als presentator zelf expliciet naar moest vragen. Bruno was ook de enige presentator die zonder hoofdredacteur werkte. De redactie van het programma was toen nog kleiner en Bruno vervulde gewoon zelf die rol. Alles wat in het programma zat, was via hem gepasseerd.

Mark Uytterhoeven

Mark heeft van De laatste show heel bewust een personalityshow gemaakt. Op een gegeven moment vroeg hij zich zelfs af of we de omschrijving niet beter konden wijzigen van talk- naar personalityshow. Hij was bang dat kijkers op basis van 'talkshow' verkeerde verwachtingen zouden koesteren. In zijn versie kwam het er voor de gasten op neer zo stil mogelijk te zitten terwijl ze geschoren werden. Maar wat vaak vergeten wordt, is dat het ook sterke gesprekken waren. Mark kan iemand plagen en toch sympathiek blijven. Zijn lachje en zijn blik zorgen ervoor dat zijn gasten hem ondanks alles leuk vinden. Mark is ook een ongelooflijke controlefreak. De programma's met hem waren tot in de puntjes voorbereid, hoe ad rem en chaotisch ze er soms ook uitzagen.

Frieda Van Wijck

Frieda is een interviewster pur sang, bij haar draait het om het gesprek. En bovendien is ze erg geestig. De redactie die haar teksten schrijft, is zowat dezelfde als die van Uytterhoeven en dus proberen we er ook nu nog geregeld een grap tussen te schuiven. Maar Frieda houdt meer van humor die op het moment zelf ontstaat. Je ziet haar soms schrikken als het publiek ook lacht om een voorbereide grap. Intussen is ze aan haar derde seizoen bezig, evenveel als haar voorgangers, maar over wat volgend seizoen moet gebeuren is nog niet gepraat. Of er nog geschikte presentatoren zijn? Ik denk dat er hier in huis wel rondlopen die dat goed zouden doen: Tom Lenaerts of Erik Van Looy. Of anders Wim Helsen. En Tom Van Dyck en Michiel Devliegher zie ik dat ook wel doen.

DE NIEUWIGHEDEN NA DE WINTERSTOP

De laatste show komt met twee nieuwe rubrieken op de proppen. Op maandag komt de Nederlandse professor en Amerikakenner Maarten van Rossem voortaan elke week helemaal uit Utrecht om Frieda een aantal ingewikkelde en actuele kwesties kristalhelder uit te leggen en misvattingen over Amerika de wereld uit te helpen. Op dinsdag mag Kamagurka opdraven. Hij had drie jaar geleden met 'Geen commentaar' al een eigen rubriek in De laatste show, en zal zich nu op zijn manier over de economische crisis buigen. Op woensdag komt Sven Speybrouck als vanouds zijn interessante kennis met de kijker delen en op donderdag is het met dokter Cammu de beurt aan een andere oude bekende.

n De laatste show-presentatrice Frieda Van Wijck. 'Ze is een interviewster pur sang.'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234