Zondag 27/09/2020

Selectieve verontwaardiging over Israël dient vrede niet

Volgens Michael Freilich, Ludo Van Campenhout, Mia De Schamphelaere e.a. moet het conflict in Gaza met andere oorlogen vergeleken worden.

Michael Freilich is hoofdredacteur van Joods Actueel. Ludo Van Campenhout (Open Vld) en Mia De Schamphelaere (CD&V) zijn federale volksvertegenwoordigers.

VN-rapporteurs en actiegroepen eisen een onderzoek naar de militaire operatie van Israël in Gaza. 'Dat is natuurlijk hun volste recht, mits de discussie hierover maar comparatief en contextueel is', stelt een groep Israëlgezinde politici, professoren en publicisten.

In een rapport van 65 pagina's beschuldigt Amnesty International de troepen 'moedwillig' burgers te hebben aangevallen tijdens de vijandelijkheden. Het rapport spreekt ook over 'het plegen van ernstige schendingen van het oorlogsrecht', 'onwettige moorden' en zelfs 'oorlogsmisdaden'. Neen, dit is geen rapport over de Israëlische operatie tegen Hamas in Gaza, het is een verslag gepubliceerd in juni 2000 naar aanleiding van de militaire operatie van de NAVO in Kosovo. Daar namen behalve Amerikaanse grondtroepen ook Franse Mirages, Britse Tornado's, Italiaanse Harriers en Belgische, Nederlandse, Deense en Turkse F-16's aan deel, naast Canadese F-18's; en voor het eerst sinds 1945 was ook de Duitse Luftwaffe actief in gevechtssituaties.

Balans van de oorlog in Servië: meer dan 1.000 burgerslachtoffers volgens verschillende mensenrechtengroepen. De vicevoorzitter van de Joint Chiefs, generaal Ralston, verklaarde opgelucht te zijn over het "relatief kleine aantal burgerslachtoffers, die op minder dan 1.500 worden geschat". Ondanks het rapport van Amnesty over de oorlog zal het niet verbazen dat geen enkele betrokken militair of regeringsleider ooit werd vervolgd.

Maar vandaag, na de militaire operatie van Israël tegen Hamas, vraagt VN-rapporteur Falk wél een onderzoek tegen dat land wegens oorlogsmisdaden. Activistengroepen hebben al een dossier ingediend bij het Internationaal Gerechtshof in Den Haag en zijn van plan Israël in een tiental Europese landen aan te klagen. Dat is natuurlijk hun volste recht, mits de discussie hierover maar comparatief en contextueel is. Over hoeveel burgers er in het Gazaconflict omkwamen bestaat geen duidelijkheid. Hamas spreekt van zeshonderd burgerdoden. Pers die ter plaatse raakte, zoals de reporter van de Italiaanse Corriere della Sera, maakt melding van de helft.

Waar het wel om gaat is de vraag of er in het conflict excessief veel geweld is gebruikt in vergelijking met andere oorlogen. Het heeft evenwel geen zin conflicten als die in Soedan, Congo, Nicaragua of Oeganda in de vergelijking te betrekken, want van landen in de derde wereld schijnt men excessief geweld al te gemakkelijk te aanvaarden - een vreemde vorm van binnenstebuiten gekeerd racisme. Trouwens ook over de marteling en standrechtelijke executie van honderden Fatahaanhangers, door Hamas gepleegd na de terugtrekking van het Israëlische leger, zwijgt de straat, zwijgen de actiegroepen, zwijgen de VN.

Laten we onze vergelijking tot de westerse landen beperken. In de twee oorlogen van Rusland tegen de opstandige republiek Tsjetsjenië werden volgens verschillende bronnen meer dan 60.000 burgers gedood, van wie een deel in koelen bloede is geëxecuteerd. In Irak registreerden mensenrechtenorganisaties de namen van 100.000 burgerslachtoffers, terwijl in Afghanistan tussen 7.000 en 10.000 burgerslachtoffers te betreuren vallen.

'We praten hier over Israël en niet over Tsjetsjenië of Servië,' is een argument dat wel vaker wordt aangehaald in dit soort discussies. Dat doet denken aan een debat tussen Abbott Lawrence Lowell, de racistische rector van Harvard, en de rechter Leonard Hand. Lowell liet weten dat hij zo weinig mogelijk Joden aan Harvard wilde, met als argument dat ze bedrog zouden plegen op examens. Daarop repliceerde Hand dat niet-Joden even vaak bedrog pleegden. De repliek van Lowell luidde: 'U verandert van onderwerp, we zijn hier nu over Joden aan het praten!'

Voor Israël impliciet een hogere standaard hanteren dan voor andere staten, met als enig doel tegen dat land te kunnen fulmineren, roept vraagtekens op. Israël aan ethische normen onderwerpen die 'wij' andere westerse landen niet opleggen, getuigt van een buitengewoon merkwaardig internationaal moreel systeem.

Dat betekent geenszins dat de ondergetekenden iedere handeling van de staat Israël zouden goedkeuren. Ook Israël is een feilbaar land. Ook Israël heeft vaak grove fouten gemaakt. Maar wij protesteren tegen de eenzijdige verontwaardiging, die altijd weer klinkt alsof Israël een demonische staat is, omringd door vele lichtende democratieën, waartegen wij nooit op straat hoeven te komen. In het geval van Gaza lijkt het alsof volgens een bepaalde westerse opinie gewoon niet genoeg Israëlische soldaten zijn gesneuveld om de behoefte aan 'eerlijkheid' te bevredigen.

En laten we ook niet vergeten dat in Gaza, anders dan in Kosovo, de tegenpartij doelbewust scholen, moskeeën en woonblokken gebruikt heeft om raketten af te vuren. Ook nam Israël de tijd om waarschuwingsbriefjes uit te strooien over gebieden die zouden worden gebombardeerd en telefoontjes te plegen om de omwonenden te waarschuwen. Dat heeft geen enkel leger ooit eerder gedaan.

Hamas is een totalitaire beweging die geen andere bewegingen naast zich duldt, die terreurmethoden jegens de eigen bevolking gebruikt, om de haverklap aanvallen onderneemt tegen Israël, en volgens haar eigen handvest de vernietiging van de staat Israël en de Joden nastreeft. Kortom, Hamas staat voor een theocratische dictatuur als die van de ayatollahs van Iran, die Hamas zo graag sponsoren met wapens.

De stemmen die nu moord en brand schreeuwen tegen Israël hebben weinig ondernomen om Rusland, de VS of de NAVO door een oorlogstribunaal te laten veroordelen. De beschuldigingen aan het adres van Israël kunnen derhalve niet anders worden beschouwd dan als pogingen om de Joodse staat te demoniseren. En ze zijn veelal ingegeven door mensen die het basisprincipe van Israëls bestaansrecht betwisten, en zo elke duurzame vredesoplossing onmogelijk maken.

Kunnen we een dergelijk ongelijke en selectieve toepassing van het oorlogsrecht verdragen? Dat is de vraag waarover de internationale gemeenschap zich dient te buigen en niet de vraag of Israël, en Israël alleen, inbreuken pleegt tegen internationale regels en het oorlogsrecht. Als internationale bepalingen over mensenrechten in het algemeen en het oorlogsrecht in het bijzonder nog van enige betekenis willen zijn, dan moeten ze op comparatieve wijze toegepast worden, in overeenstemming met de ernst van de inbreuken die een staat pleegt, en niet op basis van zijn populariteit in de rest van de wereld.

Ondertekenaars: Michael Freilich: Marc Cogen, professor internationaal recht UGent; Paul Wille, senator en ondervoorzitter Raad van Europa; federale volksvertegenwoordigers Mia De Schamphelaere, Ludo Van Campenhout en Mark Verhaegen; Vlaamse volksvertegenwoordigers Hans Schoofs, Ludwig Caluwé, Annick De Ridder, Jurgen Verstrepen en Carl Decaluwé; Dirk Verhofstadt, kernlid Liberales; Benno Barnard, auteur

Kunnen we een ongelijke toepassing van het oorlogsrecht verdragen? Over die vraag moet de internationale gemeenschap zich buigen en niet over de vraag of Israël inbreuken pleegt tegen internationale regels

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234