Zaterdag 05/12/2020

Seksualiteit kleeft ons aan

In de roman Wij - dezer dagen een populaire romantitel, zie hiernaast - volgt Elvis Peeters de (seksuele) esbattementen van een groep jongeren die alle moraal overboord hebben gezet. Het boek is griezelig accuraat geschreven en daardoor des te schokkender. De beste Vlaamse roman van 2009?

Ze zijn niet zo dik gezaaid, de auteurs die ook aan de kost komen als rocker, performer, vertaler en theaterman en op al die terreinen bovendien waardering en fijne kritieken oogsten. De Vlaamse auteur Elvis Peeters heeft er nooit zijn hand voor omgedraaid. Als een afgetrainde meerkamper blijft hij talloze artistieke disciplines bedrijven.In de jaren tachtig was Peeters het haantje de voorste van de punkgroep Aroma di Amore en later zette hij zijn schouders onder muzikale projecten als Schnoll en De Legende. Spoedig kwam daar ook de literatuur bovenop. “Na een tijdje bevredigde het schrijven en brengen van rocksongs niet echt meer en wilde ik met de taal wat meer doen”, zo noteert hij in zijn biografie op zijn website. Hoorspelen en theaterstukken, verhalenbundels als Calvados (2001) en een roman als Spa (1998) vloeiden aan een gestaag tempo uit zijn pen, steeds in co-auteurschap met Nicole van Bael. Maar voor het grote publiek bleef Peeters in Vlaanderen die hele, lange periode toch een literaire backbencher.Het mag licht ironisch heten dat nét een Nederlandse jury Peeters’ boeken op de voorgrond tilde. Met De ontelbaren (2006), een pertinente roman over de vluchtelingenthematiek, kwam hij terecht op de shortlist van de Librisprijs, waar zijn boek als “een apocalyptisch ondergangsverhaal” werd geprezen. Zo kreeg Peeters eindelijk waar hij al recht op had: meer lezers.De kracht van Peeters’ proza ligt in een franjeloze stijl die door zijn uitgepuurdheid een maximaal effect sorteert. Hij koppelt dat vaak aan een verontrustende thematiek. Die combinatie heeft hij tot het uiterste gedreven in zijn nieuwe roman Wij, waarover ongetwijfeld nog flink wat inkt zal vloeien. Neem het van ons aan: de kans is groot dat dit de beste Vlaamse roman van 2009 zal blijken te zijn - wie weet samen met Bart Koubaa’s al even navrante De leraar. Dat het nu al de meest schokkende en radicale is, staat buiten kijf.

Markies de Sade

Je leest dan ook niet elke dag over een tros waanwijze minderjarige jongeren die zich consequent te buiten gaan aan steeds extremere seksuele experimenten. In de inventieve manieren waarop ze allerlei lichaamsopeningen aanwenden om ze op te vullen met pikken, vingers of scherpe objecten, waan je je af en toe in een 21ste-eeuwse variant van de boeken van markies de Sade. De talloze opstoten van perfide geweld registreert Peeters pregnant en droog, wat dan weer Bret Easton Ellis’ American Psycho of het werk van Chuck Palahniuk in herinnering roept. De impact van het boek is evenredig met dat van een serie welgemikte mokerslagen, alsof je net de titelkamp met de bokswereldkampioen zwaargewichten hebt doorstaan. Wij introduceert een aan elkaar klittend groepje van vier slimme, bijdetijdse jongens en vier meisjes die de waarde en capaciteiten van hun welgevormde lichamen feilloos kunnen inschatten. Ze hebben doodgewone namen als Thomas, Loesje, Karl, Jens, Liesl, Ruth, Sarah of Ena. Soms lijken ze onderling inwisselbaar, al is de voornaamste verteller wel degelijk de “intellectueel” van het kliekje die zijn lectuur van Cioran, Rimbaud, Nussbaum en Murakami in zijn kille verslag integreert. Peeters waakt ervoor dat de ‘wij’-vorm als een mantra werkt. Op een vreemde, achteloze wijze voelen de meisjes en jongens zich tot elkaar aangetrokken en beleven ze lankmoedig “de fysieke fantasie van elkaars lichamen”. “Seksualiteit kleefde aan ons als boter aan de galg. We stonden ermee op en gingen ermee slapen, het zat ons in het lijf.” Hun schuilhol is een afgelegen schuur achter een elzenbosje. Daar bezitten ze “de eeuwigheid” en houden ze de samenleving op een afstand. Toch blijken ze allerminst wereldvreemd, razend bedreven als ze zijn met technologische snufjes en games. Aan een half woord hebben ze genoeg om hun spelletjes op gang te brengen. Vooral delen ze een drang om de verveling de pas af te snijden: “Het was een verveling die om ideeën vroeg, die een leegte was waaruit een volheid kon groeien. Volgehouden verveling leidt tot een onvermoede begeestering, wanneer je je eraan weet over te geven.”

Vileine creaturen

Al vrij vroeg in het boek veroorzaken de meisjes, daartoe aangepord door de jongens, een dodelijk ongeval, louter door op een snelwegviaduct post te vatten en voor voorbijrijdende auto’s hun kut te ontbloten, als vilein geworden creaturen van de schilder Balthus. Schuldgevoelens koesteren ze niet, de op hun gsm gefilmde crashes zijn een bron van hilariteit. Vervolgens gaat het crescendo met hun experimenten, die steeds driester worden om nog een kick te veroorzaken. De jongens neuken om beurten een poes (“Het binnenste van een kat is niet smeriger dan het binnenste van een meisje”) of laten - met stilzwijgende toestemming van de groep - een wesp los op de clitoris en tepels van een van de grietjes. Of er is het escalerende verzetje waarbij ze moeten raden welk voorwerp in anus of schede wordt gestopt: is het een slak, een fietspomp of een kurkentrekker? Dat loopt faliekant af wanneer Femke een ijskoude pegel in haar kut krijgt geschoven en haar hoofd tegen een boom belandt. Toch blijkt de dood van Femke haast een fait divers. Met een lichte toets deleten de groepsleden de gebeurtenis van hun harde schijf, alsof ze een grijsgedraaid liedje van hun iPod wissen. “Het leven bruiste verder, daar kon geen dood ons van weerhouden.” Geleidelijk aan ontstaat onder impuls van de jongens een gesmeerd lopend prostitutienetwerk, waarbij ze perfect inspelen op de wetten van de markt en vernuftig hun winst maximaliseren. De meisjes zijn maar al te bereidwillig om geld in het laatje te brengen. De mannen die in een strak tempo over hen heen gaan, worden gereduceerd tot een stukje lul: “Hun bewustzijn vernauwt zich, tot het zo eng is dat het precies in de gleuf tussen onze benen past.” Het dedain voor de sullen spat ervan af. Een keer schreeuwen ze zo’n op een elektriciteitsmast geklommen loser de zelfmoord in. “Zoals neuken zonder zwanger te worden, zo moet je iemand kunnen doden zonder een moordenaar te zijn.”Peeters geeft geen verklaringen voor het gedrag van de tieners. Evenmin is hij belerend. Hij laat hun handelingen in al hun hedonistisch nihilisme voor zich spreken en is daarbij bijzonder accuraat, ook in zijn timing. Sporadisch voegt hij gitzwarte komische elementen toe of een licht elegische toon die bevreemdend werkt.Dat de groep aan het eind versplintert, is niet onlogisch. Thomas, de opperpooier, moet nieuwe meisjes van buiten de groep rekruteren om de seksuele carroussel draaiende te houden. Dat loopt stroever. Wanneer er zo’n nieuw, ‘onervaren’ meisje zwanger wordt, krijgt ze met een baseballknuppel stompen in de buik tot de vrucht afgedreven wordt, in wellicht de gruwelijkste, misselijkmakende scène van het boek.Hoe loopt het af met deze op hol geslagen welvaartskinderen? Peeters laat het in het ongewisse, een reden te meer waarom Wij maar in je geest blijft malen. Op hun achttiende hebben ze al geleefd op het scherp van de snee, geflirt met de dood en het leven. Maar dat deze genotzoekers zullen blijven verlangen naar extremere kicks, kun je blindelings aannemen: “Wij hoefden niks te bewijzen. Wij deden maar wat, wat ons te binnen schoot.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234