Donderdag 19/05/2022

UGent

Seks, leugens en machtsspelletjes aan de universiteit: zo gaat dat

null Beeld Hilde Christiaens
Beeld Hilde Christiaens

'De kleine keizer van Gent' wordt hij genoemd. De Gentse professor literatuur die beschuldigd wordt van seksuele intimidatie en machtsmisbruik sleept al jaren een reputatie mee van manipulator en fixer achter de schermen. Hoe kon hij zo lang zijn gang gaan?

Sue Somers

Tot een half jaar geleden was bijna iedereen in zijn vakgroep ervan overtuigd: professor Y. zou de volgende decaan worden van de faculteit Letteren en Wijsbegeerte. Y. was al meer dan twintig jaar aan de slag als literatuurwetenschapper aan de Gentse universiteit en leek het goed voor elkaar te hebben: aanzienlijke publicatielijst, veel doctorandi, alom gerespecteerd. Op bijeenkomsten voerde hij het hoogste woord en wie er een andere mening op na hield dan hij, moest in hem al snel zijn meerdere erkennen.

"Y. kan bijzonder cassant zijn", schetst een ex-collega. "Tijdens vergaderingen wacht hij op het moment dat hij de zaak kan overnemen. Spreek je hem tegen, dan riskeer je een scheldpartij. Hij maakt mensen zonder reden zwart - als hij een sollicitant niet wil aannemen, kan het gebeuren dat hij zegt dat die persoon ooit eens een afschuwelijk slechte lezing heeft gegeven. Collega's zet hij zonder scrupules opzij: als iemand einde contract is, zegt hij luidop dat hij die persoon 'niet meer nodig' heeft."

Y. heeft een plan, aldus de ex-collega, en alles wat hij doet, staat ten dienste van dat plan. "Je bent ofwel met hem, ofwel tegen hem. Hij wil macht en invloed."

Het gedrag van Y. was de laatste jaren zo uitgesproken dat het moeilijk binnenskamers kon blijven. "Uit de betrokken vakgroep vingen we steeds meer echo's op die op een groot probleem wezen", bevestigt Jan Dumolyn, professor geschiedenis en afgevaardigde voor het ACOD aan de UGent. "Een deel van de vakgroep getuigde van een extreem slechte bedrijfscultuur: belabberde tot vulgaire omgangsvormen, brutaliteiten, niet kunnen samenwerken. Opvallend veel contracten voor één maand ook. Voor de buitenwereld is nu de bom gebarsten, maar iedereen wist het al langer: het deugde daar niet."

"Die scheldpartijen, dat gebeurde al eens", zegt Gert Buelens, professor Engels en van 2011 tot 2014 voorzitter van de betrokken vakgroep. "Maar anderen namen er ook aan deel. Ik heb de problemen in de vakgroep niet ervaren als iets dat alleen met professor Y. had te maken. Het was een clash tussen ego's. Als voorzitter is het niet gemakkelijk om daar aan uit te geraken."

Liefdesvierkant

En toch wijzen de beschuldigingen slechts in één richting. De nieuwssite Apache berichtte afgelopen week over machtsmisbruik en seksuele intimidatie van 'een professor uit de faculteit Letteren en Wijsbegeerte'. Er was sprake van 'dertien klachten' en een 'doofpotoperatie', omdat de universiteit de klachten zou stilhouden.

Anne De Paepe, rector van de UGent, vergaloppeerde zich vervolgens door te stellen dat ze pas twee maanden op de hoogte was van de feiten. Die bewering moest ze een dag later al herzien: ze wist het sinds begin dit jaar. Toen bleek dat de universiteit al sinds afgelopen najaar op de hoogte was, moest de rector haar communicatie opnieuw bijstellen.

"Voor alle duidelijkheid: het gaat niet om dertien slachtoffers", zegt Benjamin Biebuyck, professor Duits en sinds dit academiejaar voorzitter ad interim van de betrokken vakgroep. "Eén doctoraatsstudente heeft enkele jaren geleden een seksuele relatie gehad met professor Y., die op dat moment haar promotor was. Een tweede persoon voelde zich daardoor uitgesloten, een derde persoon voelde zelf iets voor de doctoraatsstudente. Later is de relatie tussen Y. en zijn drie medewerkers overigens sterk vertroebeld."

Kort voor de start van dit academiejaar lichtte de ombudspersoon van de faculteit Biebuyck in over het bizarre liefdesvierkant. Biebuyck signaleerde de feiten meteen aan het rectoraat. Hij was niet de enige: ook vakbondsafgevaardigde Jan Dumolyn stapte met de klachten naar rector De Paepe.

"In september vorig jaar heb ik tijdens een lunch met de rector de naam en de praktijken van professor Y. laten vallen. De rector reageerde niet afwijzend, integendeel: ze wilde er meteen mee aan de slag. Maar niemand van de betrokkenen, die intussen allemaal de universiteit hebben verlaten, had een formele klacht ingediend. Dan wordt het moeilijk, natuurlijk: de structuren en scenario's die je voor zulke gevallen voorhanden hebt, volstaan op dat moment niet.

null Beeld Charlotte Dumortier
Beeld Charlotte Dumortier

"Door niet onmiddellijk open kaart te spelen over het moment waarop ze op de hoogte was van de feiten, heeft De Paepe geblunderd en zichzelf verdacht gemaakt - vandaar de zogezegde doofpotoperatie, die ik ten zeerste bestrijd. Volgens mij heeft de rector zich op een domme manier vergist. Om te liegen had ze geen enkel motief."

Een getrouwde man met twee kinderen en een napoleoncomplex die succes heeft bij vrouwelijke doctoraatsstudenten: zo gek is dat niet, stelt Jan Dumolyn. "Professor Y. heeft behalve een grote mond ook behoorlijk wat charisma. Tja, en hoe gaat dat? Je pikt er een studente uit die emotioneel fragiel is, waardoor je al snel indruk maakt. Van het een komt het ander en voor je het beseft, zit je in een grensoverschrijdende verhouding. Het slachtoffer wil dat niet, maar voelt zich toch gevleid. Je komt dichter bij elkaar maar blijft in een schemerzone hangen, waardoor het slachtoffer niet meer durft of kan zeggen dat ze het echt niet wil."

Nepotisme

Overigens had professor Y. wel degelijk macht: hij was een tijd onderwijsdirecteur, waardoor hij onder toenmalig decaan Freddy Mortier ressorteerde en veel autonomie genoot. Sinds 2013 is Mortier, professor ethiek, vicerector van de UGent en dus de rechterhand van Anne De Paepe. Een bron: "Mortier en Y. hebben het altijd goed met elkaar kunnen vinden. Bovendien wist Y. als onderwijsdirecteur veel over andere proffen. Hij hield over iedereen een dossier bij en speelde mensen tegen elkaar uit. Hij deinsde er zelfs niet voor terug om dossiers te vervalsen die voor de faculteitsraad kwamen."

"Y. had geen job waarmee hij in de kijker liep, maar achter de schermen runde hij wel de show", zegt de ex-collega, die de UGent verliet na een conflict met Y. "Ik kon niet met hem blijven samenwerken. Tijdens een sollicitatieprocedure voor een doctor-assistentschap, waarvoor we zeven kandidaten hadden, van wie twee van zijn doctoraatsstudenten, heeft hij bijzonder hard gesakkerd toen we één van zijn kandidaten op de voorlaatste plaats rangschikten. Hij heeft toen alles uit de kast gehaald om die persoon hoger op de lijst te krijgen. Hij oefende druk uit, manipuleerde, schoffeerde. Nu moet u weten: de UGent is bijna maniakaal wanneer het over aanstellingen gaat, cijfers zijn dan heilig. Ik ben uit de commissie gestapt met de woorden: 'Jij bent corrupt.' Dat begreep Y. niet.

"Professor Y. vindt dat men hem ten onrechte aanvalt. Hij ziet er geen graten in om de dingen anders voor te stellen dan ze zijn."

Voormalig vakgroepvoorzitter Gert Buelens kan zich met de beste wil van de wereld geen vervalsingen herinneren. "Invloed uitoefenen, dat is iets anders. Het besluitvormingsproces is al sinds de stadsstaat Athene onderhevig aan retorisch talent. En sommigen zijn nu eenmaal handiger in het argumenteren. Kijk, de ex-collega vond dat professor Y. niet betrokken mocht zijn bij de aanstellingsprocedure omdat hij twee kandidaten had begeleid als promotor. Maar als wij ons uit alle vacaturecommissies moeten terugtrekken omdat we op een bepaald moment in onze carrière een kandidaat begeleid hebben, dan is het einde zoek."

Wat niemand op dat moment wist, was dat één van de twee kandidates uit de stal van professor Y. een pseudofamiliale band met hem had, en er dus sprake was van nepotisme. Benjamin Biebuyck: "Voor het eindresultaat heeft dat geen verschil gemaakt. De bewuste kandidaat is inderdaad op de eerste plaats geëindigd, maar heeft er uiteindelijk niet voor gekozen om als assistent aan de slag te gaan. De job is naar de tweede gerangschikte gegaan, die aan een andere universiteit gepromoveerd is en geen enkele relatie had met Y. Dat neemt niet weg dat professor Y. zich uit de commissie had moeten terugtrekken: over een familielid hoor je je als academicus niet uit te spreken."

Een bron: "Dat was nu eenmaal het systeem dat professor Y. had uitgebouwd. Het is niet zo dat je met hem naar bed moest gaan om goede punten te krijgen - hij speelde het spel geraffineerder. Y. kickt op macht, en seks is slechts één van de manieren om die macht uit te oefenen. De ene dag deelt hij cadeaus uit, de volgende dag laat hij je vallen als een baksteen. Zijn vrouwelijke slachtoffers hebben de unief intussen verlaten, de mannelijke slachtoffers hebben me vaak gewaarschuwd: 'Pas op, hij gaat u pakken!' - alsof het om een maffiafiguur gaat. Volwassen mannen die bang zijn van een collega: dat had ik nog nooit gezien."

Feodaal stelsel

Jan Dumolyn haalde het al aan: het probleem is niet zozeer één professor, maar de kromme, universitaire structuren die het machtsmisbruik in stand houden. Veel faculteiten en vakgroepen worden nog geleid door oudere, mannelijke professoren die niet weten hoe ze moeten omgaan met de toevloed aan jonge, vrouwelijke doctorandi.

"De afgelopen vijftien jaar is het aantal doctoraatsstudenten enorm toegenomen. Dat is positief: steeds meer jonge mensen doen aan wetenschappelijk onderzoek. Ook voor de universiteiten is dat goed nieuws, want zij worden voor een stuk gefinancierd op basis van het aantal doctoraten dat jaarlijks aan hun faculteiten wordt verdedigd.

"Minder goed nieuws is er voor de doctoraatsstudenten: als zij in een bursaalstatuut terechtkomen, zijn ze fiscaal wel vrijgesteld maar juridisch worden ze niet beschouwd als werknemer. Dat kan vooral op het vlak van hun sociale rechten nadelig zijn: een student of een assistent kun je niet elke dag verplichten om om zeven uur 's morgens in het labo aanwezig te zijn. Doctoraatsstudenten zijn wat dat betreft overgeleverd aan de grillen van hun promotoren - het arbeidsreglement geldt strikt genomen toch niet voor hen."

Dumolyn signaleert nog een prangende kwestie: te veel doctorandi, te weinig begeleiding. "Het academisch personeel is nu al overbelast. Ik ben hoofddocent en om hoogleraar te worden moet ik een traject van tien jaar afleggen met gekwantificeerde doelstellingen. Postbodes bezwijken onder hun georoutes, wij onder de publicatiedruk. Je moet én artikels schrijven én doctoraten scoren én boeken publiceren én aan maatschappelijke dienstverlening doen. Geen ideale situatie om doctorandi fatsoenlijk te begeleiden."

Bovendien zijn proffen niet noodzakelijk goede hr-managers. "Iemand kan een kei zijn in zijn vak, maar niet weten hoe hij met mensen moet omgaan. Trouwens: wat doe je met conflicten als er geen duidelijk, afdwingbaar arbeidsreglement is? Tegen slechte promotoren kun je als doctorandus weinig beginnen. De meeste doctoraten duren twee keer twee jaar, maar sommige promotoren geven slechts contracten van een jaar, opdat de doctoraatsstudent uit hun hand zou eten. Pure chantage."

De academische wereld moet dringend naar de 21ste eeuw worden gebracht, vindt Dumolyn. "Er zijn nog proffen die de sfeer van vroeger koesteren: ze regeren vanuit hun ivoren toren als een koning over hun eigen feodaal stelsel. De UGent telt negenduizend werknemers. Er zijn collega's die hun departement bestieren als 'hun kmo'tje' - vooral bij de exacte en toegepaste wetenschappen. Zij halen veel geld binnen en kunnen het zich veroorloven om hun eigen regels te hanteren. Al wil ik niet veralgemenen: veel collega's zijn fijne, toffe, slimme mensen die zich uit de naad werken en bijzonder hard meeleven met hun doctorandi."

Professor Y. is zo'n topdog: hij haalt veel geld binnen, laat goede cijfers optekenen en met zijn expertise duikt hij af en toe op in de media. "Ik kende de verhalen die over hem werden verteld", zegt de ex-collega. "Maar over wie wordt niet geroddeld? In mijn ogen was hij voortdurend bezig met politiek. Ik wist dat ze hem niet zouden buitengooien, dus heb ik zelf maar een andere baan gezocht."

Pushen voor een afspraakje

Seksuele intimidatie blijft uiteraard niet beperkt tot de academische wereld - het gebeurt ook thuis, op het werk of in de publieke ruimte. Maar de macht die promotoren over doctorandi hebben, blijft uniek. "Je hebt ook vaak maar één promotor", zegt Jolien Voorspoels, derdejaars doctoraatsstudente aan de Universiteit Antwerpen. "Er is wel een doctoraatscommissie die je wetenschappelijke vooruitgang mee bewaakt, maar voor je welzijn blijf je aangewezen op je professor."

Voor haar doctoraat onderzoekt Voorspoels de invoering van genderquota in de academische wereld. Ze maakt ook deel uit van Egera, een Europees project aan zeven universiteiten dat onderzoek doet naar genderongelijkheid in de academische wereld, waaronder seksuele intimidatie. In dat kader peilde Voorspoels bij het personeel aan haar eigen universiteit naar de ervaringen met discriminatie en agressie. "Elf procent van onze respondenten heeft het al eens meegemaakt. Op 503 personen telde ik 12 gevallen van psychologisch gendergeweld op het werk, waaronder 3 gevallen met een seksuele dimensie: commentaar op het lichaam, pushen voor een afspraakje, seksueel getinte opmerkingen."

Het taboe blijft onderhuids aanwezig en is gericht op stilhouden, zegt Voorspoels. "Uit mijn onderzoek bleek dat veel diensten zoals welzijn op het werk niet eens gekend zijn. Als een slachtoffer iets meemaakt, is de drempel nog altijd te hoog om het bespreekbaar te maken. De focus ligt ook te veel op een klacht indienen, terwijl een slachtoffer misschien alleen maar erkenning wil. Vaak wordt slachtoffers op het hart gedrukt dat valse beschuldigingen strafbaar zijn. Dat wil je op zo'n moment toch niet horen?"

'Silencing'

De stilte die aanvankelijk in Gent werd gehanteerd, komt Voorspoels niet onbekend voor. "Sara Ahmed, een professor in gender- en diversiteitsstudies, heeft vorige week ontslag genomen aan de Goldsmiths University of London als protest omdat ze er niet in geslaagd is het probleem van seksuele intimidatie op de kaart te zetten aan haar universiteit (aan de Goldsmiths University of London werd onlangs een onderzoek geopend naar vier personeelsleden nadat academici studentes zwanger hadden gemaakt en hen vervolgens geld hadden geboden om erover te zwijgen, red.).

Ze was op een muur van stilte gebotst - 'silencing' is een beproefde tactiek om problemen achter gesloten deuren te houden. Maar het kan een tweede klap zijn voor de slachtoffers, wier verhaal niet gekend mag zijn. Toen ik dat op mijn Facebook-pagina postte, kreeg ik meteen reactie van een Vlaamse docente die vertelde dat in haar onderwijsinstelling lesgevers studenten hebben aangerand en dat grensoverschrijdende gedrag niet werd aangepakt wanneer ze dat meldde.

"Er wordt nu wel gezegd dat de professor in Gent aan de schandpaal wordt genageld, maar dat is niet het doel wanneer zulke dossiers publiek worden gemaakt. Het gaat erover dat wanneer je in je onderwijsinstelling openlijk over seksuele intimidatie spreekt, de zaken uit de taboesfeer worden gehaald zodat het probleem structureel kan worden aangepakt."

In een poging de kritiek te smoren, stelde rector Anne De Paepe deze week een externe commissie aan met drie vrouwelijke managers. De commissie zal nagaan hoe de machtsstructuren aan de UGent de strijd tegen ongepast gedrag op het werk bemoeilijken. Maar niet nadat afgelopen december tijdens de faculteitsraad uitgebreid afscheid werd genomen van professor Y., die plots en 'grotendeels omwille van privéredenen' een groot deel van zijn takenpakket ter beschikking stelde - opvallend voor iemand die een half jaar geleden nog het decaanschap werd toegedicht. Y. geeft wel nog les en blijft verbonden aan de UGent, maar wordt vervangen door een andere professor. De universitaire overheid kon tijdens het afscheid 'alleen maar haar dankbaarheid, hulde en erkentelijkheid uitspreken'. Professor Y. werd geprezen voor 'de fijne samenwerking' en 'zijn grote luisterbereidheid'.

Op onze vraag om een gesprek verkoos de professor niet te reageren.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234