Dinsdag 04/10/2022

Seks, geweld en uiterst rechts gelul

Autobiografisch romandebuut van Cliff Cremer, zoon van

door Eric Bracke

Clifford C. Cremer

Aspekt, Soesterberg, 368 p., 798 frank.

Het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Clifford C. Cremer treedt in de voetsporen van zijn vader met een romandebuut waarin hij getuigt van een zelfde aanstekelijk, haast on-Nederlands vitalisme als "Ik Jan". Ook nu spreekt de onbehouwen volksjongen die zich niets laat wijsmaken en wordt een lichtjes mythomaan autobiografisch verhaal verteld. Bomberjack is echter tegelijk een beangstigend fout boek dat alle clichés uit het extreem rechtse 'discours' opdist. Aan het eind krijg je zoveel zielige extremistische lulkoek te slikken dat je er haast in stikt.

De "realistische" en "doeltreffende" beschrijvingen "met veel harde en zwarte humor", waarvan sprake in de blurb, zorgen aanvankelijk nog voor enig vermaak. Leuk is bijvoorbeeld het cynische verslag van de enige vakantie met zijn beroemde vader en diens liefje van dat moment - Cliff groeit samen met zijn oudere broer Clint op bij zijn Hongaarse grootmoeder in Enschede en hun vader laat soms jaren niets van zich horen. "Met opluchting namen Clint en ik afscheid van Ik Jan. Leuk, zo'n vader, vonden we. Maar nog veel leuker dat ie weer wegging. Veel te autoritair. Veel te dominant. (...) Maar voor een herhaling hoefden we niet bang te zijn. Het was de eerste en laatste keer dat we met Ik Jan op stap waren geweest. Helmi kusten we gedag. Nooit meer iets van vernomen natuurlijk. Zoals verwacht."

Ook de manier waarop sociale werkers worden geportretteerd en hoe Cliff de listen van de typische hulpverlenersaanpak doorziet is amusant. Maar het lachen vergaat je naarmate hij zich in het boek als volwassene een weg door het leven baant. Voor ontroering, affectie of liefdevolle relaties zoals met zijn oma en tante Rita, halfzus van Jan Cremer, is dan geen plaats meer. Het jongetje van weleer lijkt een gevoelsarme macho geworden die zijn pik achterna loopt en geobsedeerd is door oorlog en geweld. Al van jongs af droomt hij ervan als huurling te gaan vechten. En volgens hem is vechten tegen het ANC in Zuid-Afrika "de droom van elke rechtgeaarde huurling".

In de plaats daarvan wordt Cremer op zijn zestiende beroepsmarinier. In die periode neukt hij elke meid die hij kan krijgen. Enkele jaren later maakt een motorongeval waarin hij zijn onderbeen verliest echter een einde aan zijn militaire loopbaan. Daarna besluit hij zijn broer op te zoeken, die in de Keniase havenstad Mombassa een nachtclub exploiteert. Het wemelt er van de hoertjes en ook daar spaart hij, ondanks het hiv-virus en de welig tierende geslachtsziekten, zijn roede niet. Zijn broer Clint nog minder, die vertikt het zelfs een condoom te gebruiken. "Dat was iets voor bange wezels die niet van het leven durfden te genieten."

Na een ommetje over Bangkok strandt Cliff wegens geldgebrek in Nederland. Hij is dan een ontheemde geworden die alleen nog voor zichzelf leeft en voor de rest aan één stuk door kankert op de Nederlandse welvaartsstaat en de schijnheiligheid van de sociaal-democraten. Bijvoorbeeld als zijn broer Clint bij zijn terugkeer uit Kenia niet de nodige bewijsstukken kan voorleggen om bijstand aan te vragen. "Hij had natuurlijk één grote pech: hij was een jonge, blanke 'autochtoon'. Hij had beter kunnen zeggen dat hij een of andere asielzoeker was uit Verweggistan. Onderdak en zakgeld werden dan meteen geregeld. (...) Zonder geld, zonder woning en zonder rijbewijs moest hij zich maar zien te redden in de 'tolerante' heilstaat Nederland."

Cliff schijt op de multiculturele welvaartsstaat en hekelt de Ghanese, Nigeriaanse en andere 'allochtonen' in de Bijlmer die hun uitkeringen opstrijken en voor de rest op hun gat blijven zitten. Hij is echter niet te beroerd om enkele pagina's daarvoor te verklaren: "Ik werk alleen om te overleven. Als het echt niet anders kan. En dan alleen nog voor korte tijd. (...) Als mijn uitkering van Defensie afgelopen zou zijn, lag er alweer een nieuwe op mij te wachten: de Bijstand. Niet veel, maar in ieder geval genoeg om niet te hoeven werken. Ik moest alleen het overbekende spelletje braaf meespelen. Net als die honderdduizenden andere uitkeringstrekkers. Ik moest me inschrijven bij het arbeidsbureau. En af en toe een sollicitatiebrief schrijven. Vol warrige zinnen en spelfouten. Dat was alles. Op mijn gemak kon ik dan overdenken hoe ik wat bij kon schnabbelen. Zwart, natuurlijk."

Nu we toch citeren, over de vrouwensmokkel merkt Cliff op: "Al die verhalen over 'slavinnenhandel' in Japan vond ik de grootste bullshit. Net als die verhalen over Oost-Europese of Afrikaanse vrouwen die naar Europa zouden worden gesmokkeld. Zogenaamd zonder dat ze weten dat ze in de prostitutie terechtkomen. Dat is een populaire mythe. (...) Voor elke vrouw die niet wil, staan er veertig klaar die wel willen. Graag zelfs. Aan hoeren is op deze planeet absoluut geen enkel gebrek." Nee, weglopen met de vrouwen doet-ie niet. Als broer Clint tijdens gesprekken een meisje bij haar voornaam noemt, weet Cliff dat hij verliefd is. "In ons normale taalgebruik gebeurde zoiets noot. Vrouwen waren voor ons gewoon bitches, hoeren of wijven. Op enkele uitzonderingen na." Verliefd zijn is trouwens "iets voor softies".

Ook de oorlog in Joegoslavië is een gelegenheid voor zure oprispingen, zoals over de lethargie van het Westen en de VN-troepen en over de nobele Kroatische onafhankelijkheidsstrijd. Maar de oorlog zelf lijkt Cliff een godsgeschenk. Zodra de eerste schoten vallen in Slovenië, zit hij aan CNN gekluisterd. "Het was nog niet zo mooi en spectaculair als tijdens de Golfoorlog, maar het kwam zeker in de buurt. Voor mij zijn oorlogen echt de best denkbare vorm van entertainment op tv. Helemaal als er live verslag van wordt gedaan." Live-televisiebeelden zijn hem al gauw niet meer genoeg. Cliff gaat in op een advertentie van de 'Nederlandse Kroatische Werkgemeenschap' (NKW) om als oorlogsvrijwilliger te gaan vechten in Kroatië. Als hij een tijdje in Kroatië heeft rondgehangen komt het aanbod om een reportage te schrijven over Nederlandse vrijwilligers aan het front. Het wordt een omslagverhaal voor HP/De Tijd - dat volgens de nieuwbakken oorlogscorrespondent wel verkracht en verminkt is door de eindredacteur.

Als freelance journalist gaat hij vervolgens reportages maken in Cambodja, waar de eerste vrije verkiezingen op komst zijn. Daarna keert hij, meer als oorlogstoerist dan journalist, geregeld naar de Balkan terug. Zijn grootste kick beleeft hij aan de rand van Sarajevo als hij als sluipschutter een Serviër kan neerkogelen. "Een vervulling van een lang gekoesterde wens. Ik ben nu niet langer toeschouwer, maar deelnemer aan een oorlog."

Ondanks al deze misselijkmakende patserij zijn sommige passages over de Balkanoorlog in journalistiek opzicht wel interessant. In 1994 belandt Cremer op weg naar Mostar in het plaatsje Siroki Brijeg. Hij beschrijft het onverbloemd als een toevluchtsoord voor criminelen, randdebielen en huurlingen. De meeste buitenlandse neonazi's passen in elk van deze categorieën. Als ze geen "moslem-schweine afschieten" zuipen ze zich klem, van 's morgens tot 's avonds, en af en toe vermoorden ze elkaar. Het beeld dat van hen wordt opgehangen is ontluisterend.

Het laatste deel van het boek speelt weer in Nederland. Het krijgt een tragische dimensie met het afscheid van Clint, die vermoord op zijn schamele studio wordt gevonden. Vervuld van haat jegens de moordenaar en weerzin tegen de lakse Nederlandse rechtspraak staat Cliff er nu helemaal alleen voor. "Ik Jan was niet echt aangeslagen. Hij kende Clint niet eens. (...) 'We schrokken ons rot,' zei Barbie. 'We dachten dat er iets met Igor was gebeurd!' Het zoontje van Barbie en Ik Jan. Maar ze konden opgelucht ademhalen. Het was alleen maar Clint. Er was niemand anders die voor de begrafenis kon zorgen."

Het beste dat je van Bomberjack kunt zeggen is dat het een boek is met veel vaart, mede door de korte zinnen en een rake woordkeus, en dat de fragmenten over de Balkan een journalistieke waarde hebben. Misschien wilde Cliff Cremer, net als zijn vader 36 jaar geleden, een bom laten ontploffen in de Nederlandse literatuur en verklaart dit de choquerende extreem rechtse gedachten. Misschien moeten we het boek ook lezen als een kijk op het leven van twee niet alledaagse broers met een overdosis adrenaline die steeds de affectie van een vader en een moeder hebben moeten ontberen. Daarmee jaag je de auteur gegarandeerd de boom in. Zijn verdiende loon.

Een boek met veel vaart en een aanstekelijk, haast on-Nederlands vitalisme, maar tegelijk beangstigend fout in alle clichés uit het extreem rechtse 'discours' die het opdist

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234