Maandag 14/10/2019

Voetbal

Sebastiaan Bornauw, defensieve leider bij kwakkelend paars-wit: “Zelfs de titel sluit ik niet uit”

Sebastiaan Bornauw in actie tegen Eupen, eind oktober. 'Als ik echt slecht ben, zoals in die match, ben ik niet om aan te spreken.' Beeld Photo News

Geboren op 22 maart 1999. Het is dat het op zijn paspoort staat, anders zouden we het niet geloven: zó matuur speelt Sebastiaan Bornauw dit seizoen. Zondag ontvangt hij met Anderlecht de Carolo's.

Tegenwoordig pakt hij genoeg schoenen mee naar een match, lacht hij. "Ik had twee paar mee, maar een ervan had korte studs", vertelt Sebastiaan Bornauw (19) over Anderlecht-Genk van vorig weekend. "Ik kan me voorstellen dat het onprofessioneel overkwam dat ik, nadat mijn schoen gescheurd was, even een exemplaar van Santini moest lenen. Normaal ben ik zó strikt. Ik kom bijvoorbeeld nooit te laat."

Heb je er iets uit geleerd?

Sebastiaan Bornauw: (droog) "Ja, dat ik meer schoenen bij moet hebben. Het zal me niet meer overkomen."

Toont het aan dat het misschien te snel is gegaan voor jou?

"Dat vind ik niet. Leeftijd is slechts een nummer. Trouwens, in deze context is elke speler verplicht om zijn verantwoordelijkheid te nemen, of je nu 19, 28 of 37 bent."

Gebeurt dat voldoende?

"Iemand als Kara, die een enorme uitstraling en persoonlijkheid had, hebben we nu niet. Maar er zijn wel voldoende leiders, hoor. Denk maar aan Kums of Trebel. In een ideale wereld heb je in elke linie zo'n figuur. In de verdediging ontbreekt het daar misschien wat aan."

Coach Hein Vanhaezebrouck kijkt daarvoor ook naar jou.

"Dat mag. Nochtans was ik als jonge gast heel timide. Je evolueert automatisch in de Anderlecht-kleedkamers. Bij de jeugd ben ik vaak kapitein geweest. In de eerste ploeg is het wel anders, maar ik lig goed in de groep, dus waarom zou ik niet coachen? Het kan alleen maar helpen.

"Tactiek boeit me. Een trainerscarrière later, dat spreekt me nog wel aan. Ik analyseer ook elke wedstrijd. Vooral persoonlijk, voorlopig. Maar als ik vind dat we iets anders moeten aanpakken, dan praat ik daar wel over in de vestiaire."

Ook met Vanhaezebrouck?

"Ik zou nooit op hem afstappen om bijvoorbeeld te zeggen dat we met twee spitsen moeten spelen. Alleen als hij mijn mening vraagt, uit ik die. En tijdens groepsdiscussies laat ik me ook wel gelden, zonder een grote mond op te zetten."

Wat vind je van het debat over de defensie: met drie of vier achterin?

"Het zou niks mogen uitmaken. We zijn profs, we moeten elk systeem kunnen toepassen. Dat we moeilijk de nul houden ligt niet daaraan."

Aan wat dan wel? Een gebrek aan kwaliteit? Sanneh en Vranjes kunnen niet overtuigen.

"Ze hebben het potentieel. Alleen vergeet men snel dat die twee zich moeten aanpassen aan een nieuw land en een nieuwe competitie. Geef ze tijd, ik heb vertrouwen in hen."

Hoe ga jij om met verlies?

"Vroeger kon ik bijna wenen als ik niet won. Nu verkies ik lessen te trekken uit een tegenslag om in de toekomst gelijkaardige fouten te vermijden. Als ik echt slecht was, zoals in Eupen dit seizoen, ben ik wel niet om aan te spreken."

Wat was je analyse na die bewuste nederlaag?

"Op de bus was ik al aan het denken: naar buiten kijken, zonder muziek en gewoon piekeren. Ik dacht aan concentratieverlies. Of een offday, dat kon ook. Ik was boos op mezelf omdat ik die dag mentaal leed onder de wedstrijdomstandigheden en de knop niet snel genoeg omgedraaid kreeg. Gelukkig behield de trainer de week nadien zijn vertrouwen in mij. Ik mocht in de basis blijven staan, wat ik apprecieerde."

Vorig seizoen voelde je minder waardering: toen kregen generatiegenoten wel een kans, maar jij niet. Hoe zwaar was dat?

"Plezant is dat niet, al kon ik het ergens begrijpen. Dendoncker was hier toen nog, hem speel je er niet zomaar uit. Dat ik toen niet echt in beeld kwam bij de A-kern heeft me gemotiveerd om extra hard te werken. Ik wilde mijn droom, doorbreken bij Anderlecht, niet zomaar opgeven."

Dus je hebt niet getwijfeld toen Gert Verheyen belde deze zomer?

"Hij wilde me graag bij Oostende, maar op vakantie kreeg ik toen ook telefoon van de coach. Uiteindelijk zit ik nergens beter. Anderlecht is mijn thuis, bijgevolg heb ik besloten de uitdaging aan te gaan."

Wat houdt Anderlecht-DNA voor jou in?

"Goed voetballen. De fans verwennen. Kunnen omgaan met druk. Elke week opnieuw winnen. Kampioen worden."

Heb jij het?

(zonder twijfelen) "Ik heb Anderlecht-DNA, ja."

Dan snap je dat de supporters ontevreden zijn.

"Ik kan de kritiek begrijpen, maar binnen Anderlecht hangt er een positieve vibe. Als die behouden blijft, in combinatie met onze werklust, dan kunnen we zeker iets positiefs bereiken. Zelfs de titel sluit ik niet uit, zonder te zeggen dat we favoriet zijn. Op dit moment zijn sommige teams beter dan wij, maar mits goede play-offs... Ik ken ook de plannen voor de wintermercato niet."

De hele club smacht naar een aanvallende middenvelder. Terecht?

"Ik ga me daar niet over uitspreken. Ik zie alvast potentieel in deze groep, al moet er nog gesleuteld worden."

Tot je veertiende was je spits. Zou dat nu nog lukken?

(lacht) "In derde of vierde klasse wel."

En bij een achterstand?

"Als tiener deed ik dat: dan stormde ik naar voren om daar de boel te forceren. Eén keer is dat uitstekend uitgedraaid. Op een toernooi tegen Barcelona stond het 0-1, en toen ging ik zonder overleg in de aanval staan. Het lukte, we hebben nog 1-1 gescoord."

Mis je de doelpunten niet?

"Diep voorin scoorde ik vlot, één jaar stond ik op de flank. Dat was het niet. Ik sta goed achteraan, daar heb ik meer overzicht en controle en kan ik dirigeren. Dat ligt me sowieso beter."

Als kind woonde je twee jaar in Parijs en twee in Marokko. Wat pikte je daar op?

"In Marokko heb ik geleerd dat je hard moet werken om iets te bereiken. Wij hadden het goed, maar er waren vriendjes die het met minder moesten doen. Pas op, ook ik heb het niet altijd makkelijk gehad. Ik was pas 4 toen we naar Parijs verhuisden. Mijn mama vertelt nog steeds over hoe ze me de eerste week aan de schoolpoort afzette en ik vervolgens onophoudelijk huilde. Maar zo'n buitenlandse ervaring verrijkt je wel. Ik zou het ook doen met mijn kinderen."

Denk je soms aan een transfer naar het buitenland?

"Niet echt. Ik hoop eerst een paar jaar goed te zijn bij Anderlecht. Ik voel me nog geen vaste waarde. En zelfs mocht ik er een zijn, dan wil ik niet veranderen, zo ben ik niet opgevoed. Om op de vraag te antwoorden: de Premier League zou mooi zijn, maar als het niet lukt, dan lukt het niet. Ik kan niet meer doen dan mijn best."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234