Zaterdag 31/07/2021

Scribe, een mecenas die geschiedenis schreef

Bestaat het nog: collectioneurs die vriendschappelijk en onbaatzuchtig met de kunstenaars van hun tijd omgaan en hun verzameling vervolgens aan een museum nalaten? Zo maakte Fernand Scribe van het Gentse Museum een instelling met een belangrijke collectie kunst van rond de eeuwwisseling. De eclectische tentoonstelling De Vrienden van Scribe eert het feit dat deze mecenas honderd jaar geleden De Vrienden van het Museum oprichtte, een vereniging die ijverde voor de bouw van het museumgebouw. Het is een expositie die ook schatten die al lang in het depot verborgen zaten, vaak na restauratie, weer in de openbaarheid brengt.

Het is ironisch dat het portret van de man die het Gentse Museum voor Schone Kunsten op internationaal niveau tilde, tot een van de zwakste werken van de expositie behoort. Gustave Vanaise was duidelijk niet geïnspireerd toen hij het portret van zijn vriend Fernand Scribe borstelde. Hij plaatste de Gentse rentenier plompverloren op een stoel in het gras aan de rand van een bos. Scribes linkerhand steunt op zijn dij en het lijkt of hij een paar vingers van de andere hand in een vestzakje in zijn zij verbergt. In werkelijkheid verloor Fernand als vijfjarig kind twee vingers van zijn rechterhand in de katoenspinnerij van zijn vader. Dit zou verklaren waarom Fernand afkerig was van een carrière als industrieel en voor de kunst koos. Fernand Scribe schilderde zelf ook, zoals de geopende schilderdoos suggereert die Vanaise in het gras afbeeldde. Te oordelen naar de werkjes op de expositie, zou je denken dat Scribe een verdienstelijk zondagsschilder was. Uit de catalogustekst van Monique Tahon, die de briefwisseling van Scribe met bevriende schilders als Delvin, Baertsoen en De Lalaing bestudeerde, blijkt echter dat Scribe een uitstekende opleiding had genoten. Na Gent en Brussel ging hij lessen volgen aan de Académie Julian in Parijs, waar ook Matisse en Bonnard hun vervolmaking kregen.

Gustave Vanaise, die vooral uitmuntte als portretschilder, kon veel beter dan dat portret van Scribe laat vermoeden. Net als de Brusselse schilder Edouard Agneessens, die ook deel uitmaakte van Scribes verzameling, trachtte Vanaise de virtuositeit van de oude meesters te verwerven. Hij deed dat door onder anderen Velázquez en Rubens te kopiëren. Op de tentoonstelling in het Gentse museum is bijvoorbeeld het voortreffelijke naakt Na het bad (1902) te zien, waarin Vanaise Rubens citeert. Achter de goed in het vlees zittende naakte vrouw is namelijk het schilderij Suzanne en de ouderlingen te zien. Maar de zwierigheid die de composities van Rubens leven in blies, was voor Vanaise te hoog gegrepen. De manier waarop de vaas in Na het bad is geschilderd, correspondeert bijvoorbeeld niet met de rest van het schilderij.

Vanaise is typerend voor de nogal conservatieve smaak van Scribe en zijn vrienden. Hoewel Gustave Vanaise in 1883 in Brussel een van de oprichters van Les Vingt was, zal hij zich een jaar later uit deze kunstenaarskring terugtrekken. Waarschijnlijk omdat Les XX zich te veel richten op de echte modernen van hun tijd en zich afzetten tegen de salonkunst. Het is bijvoorbeeld opvallend dat Scribe Ensor, Minne, Khnopff of Gauguin niet verzamelde.

Zoals de meeste Belgische verzamelaars van die tijd was Scribe vooral op Parijs gericht. De zogenaamde 'klassieke modernen' die hij kocht - de romantici, de school van Barbizon en de realisten - waren nogal bescheiden van formaat. Een ensemble met werk van onder anderen Boudin, Corot, Daubigny, Courbet, Daumier en Géricault hangt in een aparte museumzaal, samen met een portret van de Brusselse kunstenaar Louis Dubois en twee werken van César De Cock. Beide Belgische kunstenaars leunden dan ook nauw aan bij de Franse klassieke modernen. De Gentenaar César De Cock, die naar Parijs emigreerde, aangetrokken door de school van Barbizon, werd door Camille Corot niet toevallig 'mon benjamin' genoemd. In dezelfde zaal hangt ook een portret van Alexander Edgard van de hand van de Britse schilder Henry Raeburn, vanwege de verwantschap met het Portret van een kleptomaan van Géricault, een topstuk uit de Gentse verzameling.

De sociaal-realistische schilderkunst was veeleer aarzelend aanwezig. Niet te veel misère, moet Scribe hebben gedacht. Het exotisme oefende minstens een even grote aantrekkingskracht op hem uit. Toegegeven, ondanks de opkomst van de cinema prikkelt een werk als Arabische Fantasia van Théo van Rysselberghe nog altijd de verbeelding. Op Scribe maakten ook de imposante academische salondoeken, die mythische, historische of religieuze thema's vertolkten, grote indruk. Opvallend is de erotische geladenheid van de selectie die op de tentoonstelling is te zien. Deze overjaarse historiewerken roepen gemengde gevoelens op, ze wekken bewondering door de gladde en virtuoze monumentale uitbeeldingen, maar hebben tegelijk iets grotesks omdat ze een formeel huzarenstukje zijn zonder doorleefde inhoud.

In de topperiode van het museum werden door toedoen van Scribe werken als De Spanjaard van Evenepoel, De IJsvogels van Emile Claus, De Lezing van Emile Verhaeren en De Kop van Pierre de Wissant van Rodin aangekocht. In de presentatie in de hemisfeer, waar het gipsen reliëf De menselijke passies van Jef Lambeaux in de wand is verwerkt, zit een wanklank omdat men uit de prachtig gerenoveerde zalen in een oud gedeelte terechtkomt. Wellicht gebeurde zulks niet zonder bijbedoelingen. In de catalogus schrijft museumdirecteur Robert Hoozee: "De renovatie van het museum is volop aan de gang. (...) Net zoals in Scribes tijd staat het verrijken van de verzameling en het verwerven op internationaal niveau weer centraal in het beleid. Om het Gentse museum op nationaal en internationaal niveau te tillen, probeerde Scribe de tussenkomsten van de staat op te drijven. Ook vandaag zijn we ervan overtuigd dat een grotere fundamentele inbreng van de Vlaamse Gemeenschap nodig is om het Gentse kunstmuseum op de Europese kaart te houden en te profileren."

Een ophefmakende tentoonstelling is dit niet, wel een met vele subtiliteiten die fijnproevers zullen plezieren. Het kabinetje met werkjes van de Gentse schilder Albert Baertsoen - Scribe probeerde hem in Parijs te lanceren - doet bijvoorbeeld verlangen naar meer.

Eric Bracke

Tot 14 maart in het MSK, in het Casinopark in Gent. Alle dagen geopend van 9.30 u. tot 17 uur (maandag en op 1 en 2 januari gesloten). Entree: 150 frank.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234