Zaterdag 16/10/2021

Schuldig aan schandaal

Na de dood van prinses Diana werden roddelpersjongens uitgemaakt voor schrijftafelmoordenaars met bloed aan hun handen. Maar Steve Coz, hoofdredacteur van Amerika's grootste en beruchtste tabloid, zegt dat degenen die hem en zijn collega's beschuldigen hypocriet zijn. Tal van beroemdheden, waaronder de broer van Lady Di, verkopen zelf voor honderdduizenden dollars verhalen en foto's aan de schandaalpers. Op bezoek bij de National Enquirer in Florida.

Henri de By

Elke beroemdheid in de Verenigde Staten kent Lantana. Dat neemt niet weg dat het op het eerste gezicht een stadje van niks is. Een losse verzameling hamburgertenten, benzinepompen en motels aan Highway 1, die langs de Oostkust van Florida loopt. De lichtreclames die goedkoop eten en gratis parkeren beloven, torenen boven de palmbomen uit. Wie onderweg is van Miami naar Palm Beach of naar een van de andere badplaatsen aan het enkele kilometers daarvandaan gelegen strand, is er voorbij voordat hij er erg in heeft. Het enige dat Lantana onderscheidt van talloze soortgelijke plaatsjes is het metershoge bord aan de snelweg, met daarop in blauwe, enigszins door de tropische zon verschoten letters, de woorden National Enquirer.

De landelijke rust rond de even verderop gelegen lage kantoorgebouwtjes staat in schril contrast tot de reputatie van de National Enquirer: de grootste, beroemdste en vooral beruchtste tabloid van de VS. Op de omslag van het nummer dat bij ons bezoek aan de receptie ligt uitgestald, kondigen fikse letters artikelen aan over 'Demi, Bruce & the sex-grazed nanny', 'White House Peep Shows Secret Service Spied On Clinton' en 'Lisa Marie & Michael Kiss & Tell! ...while his wife sits home alone 7 months pregnant'.

Gecombineerd met de veelal door paparazzi gemaakte foto's is het een dosis sensatie en schandaal, goed voor een wekelijkse oplage van ruim 2,5 miljoen exemplaren. In Lantana schuilen, althans volgens de beroemdheden en commentatoren die na de dood van prinses Diana over elkaar heen buitelden om een zondebok aan te wijzen, dan ook de ergste schrijftafelmoordenaars van de media.

Als Steve Coz (41), sinds 1995 hoofdredacteur van de National Enquirer, achter zijn bureau vandaan stapt om het bezoek te begroeten, maakt hij echter geenszins de indruk van iemand die bloed aan zijn handen heeft. Met zijn goud omrande bril heeft hij meer weg van een overjarige student - Coz studeerde aan Harvard - dan van de man die de schrik heet te zijn van elke beroemdheid.

"De grote sterren zullen ons niet publiekelijk omhelzen, maar ze begrijpen de noodzaak van de tabloidpers," zegt hij. "Wij maken deel uit van hun repertoire aan communicatiemiddelen met het publiek. Soms is hun relatie met de tabloids gespannen, maar er is wel degelijk sprake van een zekere samenwerking. Het zijn vooral de B-celebrities die problemen met ons hebben."

Het zal niet zijn laatste steek zijn naar het koor van beroemdheden en collega's-journalisten bij de traditionelere media, wier beschuldigingen hij niet alleen als onterecht, maar tevens als hypocriet beschouwt. Als om zijn punt te onderstrepen, hangen aan de muur van zijn kantoor de ingelijste omslagen van vier weekbladen, waaronder de National Enquirer, met daarboven de tekst: 'Which One Is The Tabloid?' De andere drie kondigen achtereenvolgens stukken aan over het al dan niet bestaan van buitenaardse wezens (Time), de opmars van lesbische ouderparen (Newsweek) en de Oscar-uitreikingen (People).

"Het is een ontwikkeling die begon met de presidentskandidatuur van Gary Hart in 1987. Toen staken de heersende media voor het eerst massaal hun neus in de tabloids, omdat wij een foto afdrukten van Hart aan boord van een jacht, met zijn maîtresse Donna Rice op schoot. Die boot heette ook nog Monkey Business, dus beter kon je het niet treffen. Die naam maakte het tot de perfecte tabloidfoto," zegt Coz met een tevreden glimlach. "Voor de televisie geldt dat er steeds meer behoefte was aan nieuws de klok rond, maar hoe vul je 24 uur per dag met nieuws? Dus begonnen ze hier en daar met onderwerpen die doorgaans aan de tabloids toebehoren, maar al snel zagen ze in dat je daarmee hogere kijkcijfers haalt. De dagbladen kunnen daarbij niet achterblijven, want de concurrentie is moordend. De laatste tien jaar zijn er in de Verenigde Staten al zo'n vijfduizend kranten failliet gegaan. In die slag om lezers en geld is de traditionele pers om zichzelf te redden steeds meer in de richting van de tabloid opgegaan. Nu is het een tabloidwereld."

De eerste echte tabloid - met een handzaam formaat, zo groot als de helft van een gewone krant, tal van foto's en korte sensationele artikelen - verscheen in 1903 in Engeland en heette The Daily Mirror. Uitgever Lord Nothcliffe had zich laten inspireren door het Parijse roddelkrantje Le Petit Journal, evenals door de Amerikaanse krantenmagnaat Hearst, wiens dagbladen er niet voor terugschrokken het nieuws te manipuleren om de verkoop te verhogen. De tabloid bleek een succesformule, want in minder dan tien jaar tijd verkocht The Daily Mirror 800.000 exemplaren per dag, en in de jaren tachtig bereikte ze een hoogtepunt met een dagelijkse oplage van liefst vijf miljoen.

De eerste Amerikaanse tabloid verscheen in 1919. De toon was meteen gezet, want de Illustrated Daily News publiceerde in een van haar eerste exemplaren een serie foto's van een ter dood veroordeelde vrouw op de elektrische stoel. In de jaren vijftig telden de Verenigde Staten ruim 200 dagelijkse tabloids, maar door de concurrentie van de televisie is dat aantal volgens het Editor & Publisher International Yearbook vandaag teruggebracht tot 53.

In tegenstelling tot wat nogal eens verondersteld wordt, verzint de overgrote meerderheid van die kranten het nieuws niet bij elkaar - al was het maar om dure schadeclaims te beperken. De echte roddel verschijnt in de talloze gossip columns, wat niet wil zeggen dat men in de nieuwskolommen terugschrikt voor schandaal en sensatie, veelal aangekondigd met centimeters hoge koppen die de hele voorpagina beslaan. Voor de liefhebber kunnen die soms de vorm aannemen van een verwrongen soort poëzie in telegramstijl, zoals de beroemde voorpagina van The New York Post, waarvan de tekst luidde: 'Headless body found in topless bar'.

Behalve de dagelijkse kranten bestaat er landelijk nog een handvol wekelijkse tabloids, ook wel supermarkttabloids genoemd - naar de belangrijkste verkooppunten - waarvan de National Enquirer de onbetwiste leider is. De reden waarom de redactie in een gat als Lantana gevestigd is, doet in absurditeit niet onder voor het soort verhalen over de rich and shameless waarin het blad grossiert.

"De eigenaar, Generoso Pope, had de film Escape from New York met Kurt Russel, waarin de stad als een strafkolonie voor zware criminelen wordt voorgesteld, gezien. Vanaf dat moment begon hij te geloven dat New York, waar de Enquirer toen nog zat, overgenomen zou worden door terroristen. Pope werd zo paranoïde dat hij geloofde dat hij in New York gegijzeld zou worden, net zoals Kurt Russel in de film," vertelt Steve Coz. "Aanvankelijk wilde hij met de krant naar een afgelegen eiland verhuizen waar hij de totale controle over de beveiliging zou hebben. Maar destijds bestonden er nog geen computers, faxen en draagbare telefoons, dus dat bleek niet mogelijk. Uiteindelijk liet hij zijn oog dan maar op Lantana vallen, omdat hij er zich veilig voelde. Zelf woonde hij een mijl hiervandaan, in een villa aan de oceaan die zo zwaar beveiligd was dat het wel een fort leek."

Generoso Pope stierf tien jaar geleden, waarna zijn familie de National Enquirer voor 412 miljoen dollar aan American Media verkocht. Pope had een goede investering gedaan, want voor 40.000 dollar kocht hij een blaadje dat begin jaren zestig voornamelijk paardenraces afdrukte.

De erfenis van Pope achtervolgt het blad echter tot vandaag, zegt Steve Coz: "Om de oplage op te krikken begon hij sensationele artikelen en vooral foto's van moorden en ongelukken af te drukken. Toen hij de Enquirer in supermarkten wilde verkopen, moest hij daar echter van afstappen en richtte hij zich met veel succes op de beroemdheden. Maar die bloederige foto's, dat is iets waarmee mensen ons nog steeds associëren."

Vlak na de dood van prinses Diana verscheen Steve Coz dan ook op CNN om aan te kondigen dat de National Enquirer onder geen beding foto's zou kopen die paparazzi gemaakt zouden hebben van het in de Mercedes geknelde lijk van Lady Di. De hoofdredacteur van de ultieme tabloid als boegbeeld van piëteit? Gezien de storm van selectieve verontwaardiging naar aanleiding van Lady Di's dood misschien een slimme beslissing, maar ook een die vragen oproept. Wat is er immers tegen een foto van een bij een auto-ongeluk omgekomen beroemdheid, want zowel kranten, weekbladen als televisie laten voortdurend beelden zien van onbekende slachtoffers van oorlogen en rampen? Waarom zou Lady Di meer recht hebben op privacy dan gewone stervelingen?

"Natuurlijk heeft zij dat niet, veeleer minder, omdat zij een publieke figuur was. Maar die foto's kwamen al tweeëneenhalf uur na het ongeluk op de markt, en toen was er nog sprake van mogelijke betrokkenheid van paparazzi. Als dat niet meegespeeld had, dan hadden wij die foto's afgedrukt," zegt Coz. "Op dat moment verzocht Tom Cruise echter in het openbaar om de foto's niet te kopen en daar zijn wij op ingegaan. Wij willen niet meewerken aan gevaarlijk gedrag van paparazzi."

Coz ontkent niet dat zijn beslissing tot op zekere hoogte ook puur pragmatisch was. "Je moet het geval per geval beoordelen. Zo hebben we ten tijde van O.J. Simpson ook foto's aan ons voorbij laten gaan. Beelden van Ron Goldman en Nicole Brown, waarop zij dood te zien waren. Ze zaten onder het bloed door de steekwonden. Die foto's waren gewoon te afschrikwekkend voor een blad dat grotendeels in supermarkten verkocht wordt. We hebben een heel goed gevoel voor de grens tussen wat het publiek wil en wat het niet accepteert. Dat is een instinct."

Wanneer het gesprek bij George Clooney aanbelandt, acteur in de televisieserie ER, een van de beroemdheden die na prinses Diana's dood in koor de tabloids beschuldigden, brandt Coz Los. "Ja! Ja! Laten we met George Clooney beginnen. Als er een wet bestond tegen de domheid, dan zou hij nu in de gevangenis zitten. Wat hij deed was walgelijk, want we hadden al duidelijk gezegd dat we die foto's niet zouden kopen. Kijk om te beginnen eens naar zijn motivatie. Clooney had een film, The Peacemaker, die net uit was maar geen bezoekers trok. Een absolute flop. Om de aandacht te trekken wierp hij zich dus voor de camera's toen prinses Di stierf. Maar wat heeft Clooney in godsnaam met prinses Diana te maken, laat staan met haar dood?

"George Clooney droeg, toen hij nog bekend moest worden, altijd een biggetje rond in Hollywood. Om de aandacht te trekken. Hij beweerde dat het zijn huisdier was, maar belde ons op om te vertellen naar welke restaurants en clubs hij ging, zodat we een foto van hem en die big zouden kunnen maken. Zonder die big kon hij zijn foto niet eens in de krant krijgen. Maar wij vonden het wel een grappige foto, en zelf was hij dolblij met de publiciteit. Maar toen hij plots een contract voor drie films ter waarde van 26 miljoen dollar had getekend, begon hij op de pers te trappen.

"Hij wil de pers en tabloids gebruiken om het leven van een multimiljonair te kunnen leiden, maar daarna kunnen wij en onze lezers stikken. Nu trapt hij op dezelfde tabloids, omdat hij publiciteit nodig heeft voor een film die op het punt staat te floppen. Weet je wat ze van George Clooney als acteur zeggen? Hij is de eerste man in de geschiedenis die erin geslaagd is Batman te vermoorden."

Ook voor graaf Spencer, de broer van Diana die tijdens de begrafenis zei dat de media zijn zus voortijdig het graf ingejaagd hadden, heeft Steve Coz geen goed woord over. "Champagne Charlie, zoals zijn bijnaam luidt, heeft ons en andere tabloids in het verleden zelf foto's verkocht. Enkele weken voor Diana's dood was hij ook weer in onderhandeling, deze keer met het blad Hello!, over foto's van zijn familie. Wat hij dus op de begrafenis zei, was ongelofelijk hypocriet. Woorden die kwamen van iemand die zelf honderdduizenden dollars heeft verdiend door foto's en verhalen aan de pers te verkopen. Nu opent hij Diana's graf als een toeristenattractie voor vijftien dollar per bezoeker. En hij heeft nog steeds niet gezegd hoeveel van dat geld uiteindelijk naar liefdadigheid gaat. Zonder alle persaandacht voor Diana zou een bezoek aan haar graf nooit vijftien dollar opleveren."

Het geeft zonder meer een andere klank aan de over prinses Diana's kist uitgestrooide beschuldigingen. Maar de klaagzang van de beroemdheden had volgens Steve Coz wel degelijk een verschrikkelijk effect op de oplage van de National Enquirer.

"Na de dood van Diana schoot de verkoop aanvankelijk heel erg de hoogte in, maar toen men in het wilde weg beschuldigingen ging uiten, zakte de wekelijkse oplage met 300.000 exemplaren. Dat was een direct resultaat van tabloid bashing. Mensen begonnen in de supermarkten, die goed zijn voor tachtig procent van onze oplage, over de tabloids te klagen. Drie tot vier weken lang zetten de supermarkten de tabloids op minder opvallende plaatsen neer, met als gevolg een onmiddellijke daling van de verkoop. Nu alles weer rustig geworden is, staan de tabloids weer prominent uitgestald en stijgt de verkoop weer."

Een vaak gehoord journalistiek bezwaar tegen tabloids is dat ze voor de informatie betalen, waardoor die verdacht zou zijn. "Ik denk niet dat je welke bron dan ook kunt vertrouwen. Natuurlijk bestaat het gevaar dat mensen hun verhaal gaan optuigen in de hoop meer geld binnen te rijven. Daarvan zijn we ons bewust. Maar we doen wat elke journalist doet: we controleren of de informatie klopt. Als mensen iets aan The New York Times vertellen hebben ze ook hun agenda. Ze hebben publiciteit voor hun film of politieke loopbaan nodig, maar vaak weet je niet eens wat hun motivatie precies is. Dat kan veel gevaarlijker zijn. Als je betaalt is de drijfveer heel duidelijk. Net zoals de politie tipgevers betaalt. Wij schrikken er dus helemaal niet voor terug om onze bronnen een hoop geld te betalen.

"Als de traditionele pers daar bezwaar tegen maakt, is dat in 98 procent van de gevallen totale onzin. De grens tussen wel of niet betalen is bovendien allang vervaagd, want zij betalen ook, maar vaak via een omweg. Zo betaalden wij tienduizenden dollars aan het kindermeisje van Joan-Bennet Ramsey, het schoonheidskoninginnetje wier moord nog steeds niet is opgelost. The New York Times kocht een freelance-artikel van de man die drie dagen voor haar dood de kerstman had gespeeld bij Joan-Bennet thuis. Dat heet dan dat ze een artikel hebben gekocht, maar in essentie is dat het betalen van een bron. Dan kunnen wij ook wel zeggen: we hebben een freelance-artikel gekocht, alleen hebben we het herschreven. In dat geval doen ze dus precies wat wij doen."

Het hoogste bedrag dat de National Enquirer ooit betaalde was een half miljoen dollar. Aan Michael Jackson, voor de exclusieve foto's van zijn baby. Maar indien Monica Lewinsky bereid is over haar affaire met president Clinton te vertellen, zegt Coz daarvoor graag een miljoen dollar neer te tellen. Waar hij met een glimlach aan toevoegt: "Daar hoef ik niet eens over na te denken."

Wil Coz beweren dat zijn verslaggevers, en zeker zijn fotografen, nooit hun boekje te buiten gaan wanneer zij door het spreekwoordelijke sleutelgat gluren? "Net als The Wall Street Journal en The New York Times hebben ook wij wel eens fouten gemaakt. Er bestaat een grijs gebied. Als iemand over het tuinhek van een beroemdheid stapt, willen we dat niet weten. Maar we vragen niemand om het te doen."

Maar even later vertelt hij in geuren en kleuren over de capriolen die de National Enquirer uithaalde om foto's in handen te krijgen van het huwelijk van Michael J. Fox. De letterlijk ondermaatse acteur had de media resoluut de deur geweigerd. "Maar wij hadden ontdekt dat de villa waar het feest plaatsvond een gigantisch gazon had, waar de eigenaar als een soort exotische grasmaaiers enkele lama's liet rondlopen. Tegen een fiks bedrag hebben wij toen een prachtig lamapak laten maken, waar zowel de verslaggever als de fotograaf inpasten. De laatste kon zijn lens dan door de mond steken. Toen het de veiligheidsdienst opviel dat een van de lama's er een wel erg merkwaardige wijze van lopen op na hield, waren de plaatjes al geschoten. De genodigden moeten raar opgekeken hebben toen het lichaam van de lama openscheurde en fotograaf en verslaggever elk een andere kant opvluchtten.

"Het is zonder meer waar dat een goede tabloidverslaggever tot heel wat bereid is. Zo probeerde een van onze vrouwelijke verslaggevers al maanden tevergeefs Andy Kaufman te interviewen, die toen in de televisieserie Taxi speelde. Uiteindelijk confronteerde zij hem in een bar waar ze ook aan modderworstelen deden. Zij heeft toen voorgesteld om in niet meer dan haar slipje met hem in de modder te worstelen, áls hij haar een interview gaf." In de ogen van critici en vijanden zal die anekdote waarschijnlijk tekenend zijn voor het niveau van de tabloids. Maar daarbij blijft de vraag wat het ergste is: een modderbad of een kilogram boter op je hoofd? Steve Coz hoeft daarover niet lang na te denken: "Ik weet niet wie er heeft gewonnen, maar ze kreeg na afloop wel dat interview."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234