Vrijdag 16/04/2021

Schrijversprotest in de jaren zestig

'We gaan een nieuwe wijze van groeten invoeren: in plaats van elkaar de hand te drukken; drukken we elkaar de penis', stelde Herman J. Claeys voor

Door Jan Stuyck

"We gaan een nieuwe wijze van groeten invoeren: in plaats van elkaar de hand te drukken; drukken we elkaar de penis. De hand drukken is zo eentonig, het biedt zo weinig variatie, het is niet expressief genoeg." Het zijn enkele regels uit 'De penisgroet' van de schrijver Herman J. Claeys, gepubliceerd in 1967 in het juninummer van het literaire tijdschrift Daele. Dat blad werd uitgegeven door de Gentenaar Jan Emiel Daele, provocollega van Claeys en zelf ook schrijver. Wie het stuk vandaag leest, moet hoogstens eens glimlachen om de absurde situatie die de auteur in zijn tekst schetst. Maar Claeys wilde veertig jaar geleden de lezer vooral aanzetten om eens na te denken over zijn conformisme aan de heersende conservatieve moraal: "Voorlopig drukken we echter elkaar nog primitief de hand, en het zal nog wel een hele tijd zo blijven. We leven in een behoudsgezinde maatschappij, de conservatieve elementen bepalen onze handel en wandel. Wil de penis- en tepelgroet ooit doorbreken, dan zal het initiatief van de jeugd moeten uitgaan." Initiatief kwam er alvast van de Belgische Opsporingsbrigade (BOB) toen die bij de uitgever binnenviel en de boel ondersteboven keerde en behalve het tijdschrift ook nog flink wat ander materiaal in beslag nam zoals brieven en handschriften. Drie dagen later kreeg de auteur van 'De penisgroet' eveneens de gerechtelijke politie over de vloer. Daarmee was de politie niet aan haar proefstuk toe, maar de inbeslagname van Daele legde de basis van een breder, gestructureerder en zichtbaarder schrijversprotest. Met steun van literaire vrienden onder wie Julien Weverbergh zouden alsmaar meer literatoren zich scharen achter het protest tegen de inbeslagname. Om hun ongenoegen tegen het ondemocratische optreden van de politie de nodige (pers)aandacht te geven, stelden de jonge hemelbestormers een manifest op. De ondertekenaars verklaarden tegen acties te zijn die "een directe aanslag vormen op de persoonlijke vrijheid, de vrijheid van mening, de persvrijheid en op een aantal andere vrijheden meer waarover de democratische landen in alle officiële redevoeringen de mond vol hebben. Zulke acties wijzen in de richting van de politiestaat." Het woord 'censuur' valt aanvankelijk enkel in het pamflet dat Daele verspreidde bij zijn collega-schrijvers: "morgen wordt ongetwijfeld u het feestvarken van de Belgische censuur en de Belgische fatsoensrakkers; - Mijne Heren, beseft u het wel? 1984 is héus begonnen." Op het manifest kwam onverwacht veel positieve respons, vooral uit vrijzinnige hoek. In de pers waren de meningen over de actie verdeeld. Wijlen Louis de Lentdecker van De Standaard bijvoorbeeld verdedigde met vuur de actie van de BOB.

Een volgende stap was de organisatie van een zogenaamde protest read-in. Het was niet Daele, maar de Antwerpse dichter Jan Vanriet die deze actie op touw zette. Ook Weverbergh, Marc Andries en Herwig Leus zetten hun schouders onder de organisatie. Hugo Raes wist via zijn Nederlandse uitgeverij De Bezige Bij enkele bekende Nederlanders te strikken. Op de affiche, hierbij afgebeeld en bewaard in het AMVC-Letterenhuis, staan de namen van Bert Schierbeek en Remco Campert. En Weverbergh zorgde ervoor dat tal van schrijvers uit het Manteaufonds deelnamen, onder wie Paul de Wispelaere. Ook Jef Geeraerts droeg bij tot de avond. Geeraerts ging op zoek naar een geschikte zaal voor het evenement. Manteau en De Bezige Bij betaalden de huur van zaal Majestic in Antwerpen.

Er waren desalniettemin een aantal schrijvers die weigerden deel te nemen. Hubert Lampo en Gerard Walschap bijvoorbeeld. Hun weigering betekende niet dat ze censuur goedkeurden, integendeel. Zij wilden echter niet meewerken aan een project georganiseerd door de jonge garde die hen eerder hard had aangepakt.

Op de protest read-in op 15 maart 1968 lazen 29 auteurs voor, een pak minder dan de aangekondigde 43 op de affiche. Paul Snoek liet zijn tekst door iemand anders voorlezen, anderen zoals Louis Paul Boon en Jos Vandeloo daagden gewoon niet op. Hugo Claus, wel present, las zijn gedicht 'Aan de gecensureerden' voor, met daarin een impliciete verwijzing naar Claeys 'De penisgroet': "'Waarom,' kermt gij, 'nemen norse lieden/ onze papieren over liefde mee?/ Waarom het lied van onze klieren verbieden?/ ons gevrij is toch vrij als de zee!// Omdat wij aan Vlaanderen willen vertellen/ over onze gekwelde roede tegen háár gezwollen lellen/ neemt men onze correspondentie mee/ tot in de ingewanden van de BOB!'"

Kranten noteerden dat ruim duizend toeschouwers de avond bijwoonden. De succesvolle protestavond leidde tot de oprichting van een Bestendig Comité van Waakzaamheid tegen de Censuur, met daarin onder meer Jef Geeraerts en Hugues C. Pernath. Het was de bedoeling dat ze verdere censuurgevallen zouden opvolgen. Daar werden ze al snel mee geconfronteerd. Het meest bekende geval vond plaats slechts twee maanden na de protest read-in. Hugo Claus werd eind mei voor de correctionele rechtbank van Brugge gedaagd omdat drie acteurs naakt op het podium hadden gestaan bij de opvoering van zijn toneelstuk Masscheroen. Met een open brief tekende het Comité protest aan tegen de gang van zaken.

Twee dagen eerder had het Comité reeds een tweede protest read-in georganiseerd, ditmaal in het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel. Uit de deelnemerslijst blijkt dat het protest zich had uitgebreid: ook professoren en politici stonden op de affiche. In de pers en bij diverse gezagsdragers mocht dan al de geest veranderd zijn, het gerecht bleef zijn eigen logica volgen. Men ging in die late jaren zestig nog steeds repressief te werk tegen alle mogelijke vormen van zogenaamde 'onzedelijkheid'. Zo werden in Gent, een maand na de avond in het PSK, dertig boekhandels door de rijkswacht gecontroleerd op 'zedeloze publicaties'. En werd Geeraerts, lid van het Comité, in december 1969 met de B.O.B. geconfronteerd toen zijn roman Gangreen I in beslag werd genomen in de Brusselse boekhandel Corman. Nochtans ontving deze 'vuilschrijver' de Staatsprijs voor Proza. Gerechtelijke acties tegen schrijvers hielden daarna snel op en alzo verdween het schrijversprotest. Daarmee stierf ook de penisgroet een stille dood. De vraag is nog maar of dat te betreuren valt.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234