Dinsdag 17/09/2019

Schrijvers aan de bedelstaf

Met zijn weigering van de Prijs der Nederlandse Letteren snijdt Jeroen Brouwers een vraagstuk aan dat veel verder reikt dan de vraag of 16.000 euro al dan niet een aalmoes is. Zijn klacht zou volgens de schrijver immers niet 'uit geldlust', wel 'uit armoede' voortkomen. Naar eigen zeggen bracht zijn werk vorig jaar 6.000 euro op, een zeer schamel bedrag dat onvermijdelijk vragen oproept. Want als zelfs een topschrijver als Brouwers, auteur van een paar bestsellers en een van de best gesubsidieerden in ons taalgebied, het wel eens met minder dan een leefloon moet stellen, hoe zit het dan met auteurs die van groot succes verstoken blijven? 'Meer dan overleven is er soms echt niet bij.'

Door Jeroen de Preter

Is schrijver Jeroen Brouwers echt aan de bedelstaf of bediende hij zich, toen hij zichzelf in een recent gesprek met de Volkskrant "letterlijk!" arm noemde, van het edele stijlfiguur van het overstatement?

De zakjapanner in ons zou zeggen: het laatste. Jarenlang was Jeroen Brouwers een geliefd schrijver bij een relatief klein, maar trouw publiek van vaak toegewijde fans. Aan die zeer aardige, maar financieel weinig interessante cultstatus kwam een einde aan het begin van deze eeuw, toen zijn roman Geheime kamers verscheen. Het boek verkocht al opmerkelijk goed toen het werd bekroond met een paar dikke geldprijzen (Gouden Uil en AKO), waardoor het nog veel beter begon te verkopen ook. Twee jaar na de publicatie stelde Brouwers tot zijn eigen verbazing vast dat er van Geheime kamers meer dan honderdduizend exemplaren waren verkocht. Zelfs met het slechtst mogelijke uitgeverscontract zie je daar als schrijver minstens 150.000 euro van. Tel daar de 75.000 euro van Uil en AKO en de - Brouwers heeft er nooit een geheim van gemaakt - niet onaanzienlijke steun van het Fonds voor de Letteren bij en je denkt: daar moet een mens toch even mee voortkunnen.

Fout gedacht dus, of toch tenminste erg kort door de bocht. In voorgaand rekensommetje werd onder meer vergeten dat ook schrijvers belastingen moeten betalen. En belastingen zijn voor schrijvers nog net iets lastiger dan voor ons, gewone stervelingen, zegt Tom Naegels, secretaris van de Vlaamse auteursvereniging (VAV) en met Los zelf auteur van een bescheiden bestseller. "Het probleem is dat inkomsten uit boeken heel erg fluctueren", zegt Naegels. "Als je, zoals Brouwers, plots een grote bestseller hebt, dan ben je heel even een grootverdiener en word je ook zo belast. Maar je schrijft natuurlijk niet elk jaar een bestseller van een paar honderd pagina's. Tussen Brouwers' Geheime kamers en zijn nieuwste roman Datumloze dagen ligt een tijdspanne van zes jaar, waarin de inkomsten uit zijn oeuvre bij wijze van spreken nihil zijn. Daarom ijveren we er met de VAV voor om een regeling uit te werken waarbij een auteur zijn inkomsten kan spreiden over verschillende jaren."

Tom Naegels is net als Jeroen Brouwers een van die zeldzame schrijvers in ons taalgebied die van zijn pen probeert te leven. Maar Naegels geeft toe dat zijn inkomsten niet in de eerste plaats uit de opbrengst van fraaie literaire boeken komen. Anders dan Brouwers en in het spoor van wegbereiders Lanoye en Brusselmans staan Naegels en generatiegenoten als Dimitri Verhulst, Annelies Verbeke en Christophe Vekeman ook zeer geregeld op een podium. Een parallel met de muziekindustrie, waar optredens stilaan een grotere bron van inkomsten worden dan cd's, lijkt duidelijk, al vindt Naegels de vergelijking enigszins mank lopen. "De cd-verkoop is de jongste jaren dramatisch teruggelopen, terwijl de boekenverkoop min of meer stabiel bleef. Al is het natuurlijk wel waar dat er niet veel schrijvers zijn die hier uitsluitend van hun boeken kunnen leven.

"Van Los zijn dertienduizend exemplaren verkocht. Een bestsellertje, ja, het spreekt vanzelf dat ik daar drie jaar later al lang niet meer op kan teren. Dus treed ik op, geef ik lezingen, schrijf ik columns of werk ik in opdracht. Andere schrijvers nemen er een job bij of blijven, zoals Brouwers, koppig achter hun schrijftafel aan hun oeuvre bouwen, zonder er al te veel bij te nemen. Dat is een keuze die respect verdient, want je levert je over aan bijzonder veel onzekerheid. Het risico dat je halverwege je carrière strandt is groot. Er zijn schrijvers genoeg die ooit een tiental jaar succesvol waren, maar op latere leeftijd om een of andere reden uit de gratie van het lezerspubliek vielen."

Voor ooit of nog altijd gevierde schrijvers op leeftijd bestaat in Nederland iets wat er in Vlaanderen (voorlopig nog?) niet is: ze ontvangen een leefloon, een "erepensioen", als dank voor geleverde culturele prestaties. "We onderzoeken met de Vlaamse auteursvereniging of we iets dergelijks ook bij ons kunnen introduceren", zegt Naegels.

Zelf heeft hij in elk geval niet op de invoering van een dergelijk pensioen gewacht om zijn voorzorgen te nemen. "Ik doe aan pensioensparen en heb een verzekering afgesloten voor een gewaarborgd inkomen. Uiteraard vind ik dat de overheid haar auteurs financieel moet ondersteunen, maar je hebt natuurlijk ook zelf een verantwoordelijkheid."

Dat niet elke schrijver er in geslaagd is om zich van een appeltje voor de dorst te verzekeren heeft schrijfster Margot Vanderstraeten met eigen ogen kunnen aanschouwen. In maart verschijnt van haar hand het boek Oude schrijvers gaan niet dood, een bundeling van portretten van Vlaamse en Nederlandse auteurs van 75 jaar en ouder. "Het viel me al heel snel op: ze leven bijna zonder uitzondering in grote soberheid. Meer dan overleven is er voor sommigen niet bij. En luxe heb ik bij niet één van die schrijvers gezien.

"Je zou het haar zelf moeten vragen, maar een dichteres als Lucienne Stassaert, iemand die toch wel iets betekend heeft in de Vlaamse poëzie, verdient volgens mij maar net genoeg om te overleven. Simon Vinkenoog heeft het me letterlijk zo gezegd: 'Zonder mijn optredens zou ik niet rondkomen. Onmogelijk.' En Vinkenoog zit in de gelukkige situatie dat hij nog uit de voeten kan. Je zult maar chronisch ziek zijn, zoals Frans Pointl. Toen ik hem wilde interviewen voor mijn boek vroeg hij me beleefd of hij daarvoor betaald kon worden. Dat zegt toch genoeg, nee?

"Mensen zijn geneigd te denken dat wie in de media komt en dikwijls aanwezig is op het publieke forum navenant verdient. Dat is natuurlijk niet zo. 'Mulisch, die verdient miljoenen', hoorde ik Jeroen Brouwers net zeggen. Wel, ik ben geneigd te denken dat hij dezelfde fout maakt als zovele anderen. Ook een schrijver als Mulisch krijgt niet veel meer dan 10 procent van de verkoopprijs van zijn boeken. Reken maar uit hoeveel boeken hij moet verkopen om er na aftrek van belastingen miljoenen aan over te houden."

Haar interviewreeks zette Vanderstraeten aan het denken over haar eigen financiële toekomst. "Ik heb geen spaargeld en ik doe ook niet aan pensioensparen. Hoe zal ik moeten overleven als ik het ooit niet meer kan of niemand er nog in geïnteresseerd is? Ik heb die vraag vroeger altijd weggelachen. 'Ach, op een dag win ik wel de Nobelprijs', dacht ik dan. Pertinente onzin natuurlijk."

Het laatste woord in dit debat is voor cultuurminister Bert Anciaux. Hij erkent het probleem en neemt zich voor er op korte termijn wat aan te doen. "We kampen hier met een probleem dat inderdaad veel verder reikt dan de discussie over wat er aan de Prijs der Nederlandse Letteren te verdienen is", aldus de minister. "Het is een probleem dat zich bovendien niet alleen in de literatuur voordoet. Ik ken schitterende acteurs, regisseurs, schrijvers en beeldende kunstenaars, vaak nauwelijks ouder dan ik, die nog nauwelijks aan de bak komen. Het is een schandaal dat we dringend de wereld moeten en zullen uithelpen. Ik kan er nu nog niets over zeggen, maar ja, ik broed op een plan. Ik zou willen komen tot een regeling zoals we die ook hebben voor topsporters. Zoals een atleet die ooit een gouden medaille heeft gewonnen voor ons land nooit van zijn leven nog armoede mag lijden, zo mag dat ook niet gebeuren met onze kunstenaars."

Tom Naegels:

Als je plots een grote bestseller hebt, ben je heel even een grootverdiener. Maar dan word je ook zo belast

Margot Vanderstraeten:

Toen ik Frans Pointl wilde interviewen vroeg hij me of hij daarvoor betaald kon worden. Dat zegt toch genoeg, nee?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234