Zondag 09/08/2020
Thomas Chatterton Williams.

Kantelpunt

Schrijver Thomas Chatterton Williams: ‘Ik ben niet zwart meer’

Thomas Chatterton Williams.Beeld Antoine Doyen

De Afro-Amerikaanse schrijver Thomas Chatterton Williams zag zichzelf altijd als zwarte man, belast met een pijnlijk verleden. Tot hij een blanke, blonde dochter kreeg.

Thomas Chatterton Williams (38), een Afro-Amerikaanse auteur die alweer acht jaar in Parijs leeft, is sinds kort opgehouden een zwarte man te zijn. Niet dat hij opeens van kleur is verschoten en voortaan lelieblank, blauwogig en blond door het leven gaat. Ik ontmoet Williams in november in het Parijse Café de Flore aan de drukke Boulevard Saint-Germain en tegenover mij zit een man met donkerbruine ogen, kort zwart haar en een lichtbruine huid. Hij is wat je noemt een ‘halfbloed’, de zoon van een zwarte vader en een blanke moeder.

Williams’ transformatie is er eerder een van het filosofische soort. Hij weigert zichzelf nog langer te categoriseren als zwart omdat er biologisch niet zoiets bestaat als het zwarte ras, net zomin als het witte ras. Jezelf definiëren als zwart is volgens Williams vasthouden aan een oude, onwetenschappelijke praktijk die bedoeld was om slavernij mee goed te praten.

“In de afgelopen vijf, tien jaar zijn onze ideeën over wat vrouwelijkheid en mannelijkheid betekenen ook drastisch veranderd”, zegt Williams. “Het is fluïde geworden. Waarom zou dat niet ook voor ras kunnen gelden? Het heeft geen enkele wetenschappelijke basis en het beperkt en schaadt ons.”

Williams zegt het allemaal zonder een greintje ironie. Dit is een bloedserieuze man die zijn gedachtegang heeft opgetekend in het recente boek Self-Portrait in Black and White – Unlearning Race. Het begint bij de geboorte van Marlow, de dochter die hij en zijn Franse vrouw Valentine in 2013 krijgen. Marlow komt blonder en blanker ter wereld dan waarmee Williams ooit rekening had gehouden. Hoewel Williams zelf ook niet zwart is volgens de engste definitie van het woord, heeft hij zich altijd sterk verbonden gevoeld met de zwarte kant van zijn familie. Daar zat het pijnlijke verleden van slavernij en racisme waaraan hij loyaal wilde blijven. Als hij in de spiegel keek, zag hij in zijn gezicht nog de sporen van die geschiedenis. Maar gold dat ook voor zijn dochtertje? Dit blanke kindje met schattige blonde krullen? Wat verbindt haar nog met dat verleden? 

De vragen storten Williams in een kleine identiteitscrisis. Hij begint te twijfelen aan zijn zelfdefiniëring als zwarte man en zet ook vraagtekens bij de manier waarop zwart en blank Amerika zichzelf en elkaar gevangen houden in hun starre ideeën over ras.

Autonoom denker

Het is pas Williams’ tweede boek. In 2011 debuteerde hij met Losing My Cool, memoires waarin hij zijn jeugd in een middenklassegezin in New Jersey beschrijft. In het boek neemt Williams fel stelling tegen de anti-intellectualistische aspecten van de hiphopcultuur die hem vroeger vastzetten in een stereotiep beeld – agressief, vrouwonvriendelijk – van een zwarte man. Sindsdien heeft hij zich laten gelden als autonoom denker die geregeld een knuppel in het politiek correcte hoenderhok gooit, vaak tot ergernis van andere Afro-Amerikaanse intellectuelen die hem maar een sell-out vinden, een verrader van de eigen soort. Schrijft iedereen zijn vingers blauw over wit privilege, dan publiceert Williams een artikel over ‘zwart privilege’ waarin hij het idee bekritiseert dat zwarte mensen altijd en eeuwig de speelbal zijn van het racistische verleden en geen autonomie of maatschappelijke privileges kennen.

Daarnaast timmerde Williams aan de weg als profielschrijver voor The New York Times, waarvoor hij het liefst tegendraadse figuren portretteerde, zoals de conceptuele kunstenares Adrian Piper, die ooit aankondigde ‘ontslag’ te nemen van het zwart zijn. Piper keert ook terug in Williams’ recente boek als degene die hem het laatste zetje geeft om zijn ideeën over ras en zwart zijn radicaal te herzien.

“Toen ik bezig was met mijn profiel van Adrian Piper, heb ik haar de dilemma’s voorgelegd waarmee ik worstelde sinds de geboorte van mijn dochter. Dat ik op een metaforisch niveau het idee had dat ik met mijn blanke moeder naar bed was gegaan en mijn zwarte vader had gedood en hoe dat een enorm schuldgevoel veroorzaakte. Ik had voor mijn gevoel de lijn doorgeknipt die mij verbindt met een volk dat altijd onderdrukt is geweest vanwege zijn huidskleur. Mijn vaders leven is bijvoorbeeld nog getekend door racisme. Hij groeide op in het gesegregeerde zuiden van Amerika. Zou mijn dochter zich nog wel kunnen inleven in de voorouderlijke pijn en het lijden van zwarte mensen? Piper antwoordde daarop met een paar simpele tegenvragen: waarom zou jij je dochter met al die pijn willen opzadelen? Waarom zet je er niet gewoon een streep onder?”

Uiteindelijk concludeert Williams dat ook hij gevangenzit in een naargeestig soort essentialisme dat stelt dat je zwart moet zijn om zwarte pijn te begrijpen en na te voelen. Williams wil niet meer aan dit ‘rassenspelletje’ meedoen en besluit niet langer ‘zwart’ te zijn.

Thomas Chatterton Williams.Beeld Antoine Doyen

Parijs

Dat Williams zijn zelfbeeld zo fundamenteel omgooit, is eigenlijk niet zo verrassend. Hij is een Afro-Amerikaanse Parijzenaar en staat in een lange traditie van schrijvende Afro-Amerikanen die in de Franse hoofdstad neerstreken om zichzelf in alle rust opnieuw te kunnen uitvinden.

Die traditie begon met de Afro-Amerikaanse soldaten die na de Eerste en Tweede Wereldoorlog in Parijs bleven hangen, vrij van het brute racisme in hun thuisland. In hun kielzog volgen Afro-Amerikaanse jazzmuzikanten als Josephine Baker en schrijvers als Langston Hughes, Richard Wright en Chester Himes. Het is Wright – schrijver van Native Son, de eerste bestseller van een Afro-Amerikaanse auteur – die in 1946 tegen journalisten zei dat hij “meer vrijheid ervoer op een vierkante meter in Parijs dan in heel Amerika”.

De bekendste van alle Afro-Amerikaanse schrijvers die Parijs boven zijn thuisland verkoos, had als stamkroeg hetzelfde Café de Flore waar Williams en ik ons gesprek voeren. In dit café – inmiddels een tourist trap waar de cappuccino 7,40 euro kost – schreef James Baldwin zijn debuutroman Go Tell It on the Mountain en dronk hij sloten cognac. In Parijs schreef Baldwin felle aanklachten tegen het racisme in Amerika, maar leerde hij ook zijn identiteit weg te houden van slachtofferschap en verstikkend groepsdenken.

“Sommige dingen die Baldwin schreef over zijn ervaringen in Parijs, zijn nog altijd relevant”, zegt Williams. “In zijn essay Encounter on the Seine – Black Meets Brown ontkracht hij het idee van de universele zwarte identiteit door te beschrijven hoe weinig hij uiteindelijk gemeen heeft met de Afrikaanse en Caraïbische intellectuelen die hij ontmoet in Parijs. Hij stelt misschien meer overeenkomsten te hebben met een witte Amerikaanse racist dan met de dichter Aimé Césaire uit Martinique.”

Tegenpolen

Amerika is niet meer het ongenadig racistische land dat het is geweest. Als er al een reden is voor Afro-Amerikaanse auteurs om de Franse hoofdstad op te zoeken, dan is het om even respijt te vinden van het altijd gespannen debat dat links en rechts in Amerika voeren over identiteit en ras. Naast Williams is dat ook Ta-Nehisi Coates, misschien wel de bekendste Afro-Amerikaanse schrijver van het moment en de absolute ideologische tegenpool van Williams (waarover later meer).

Coates overdonderde de wereld in 2015 met het boek Between the World and Me. Daarin schrijft hij een brief aan zijn zoon om hem te vertellen wat het betekent om als zwarte man op te groeien in Amerika. Het boek kwam uit op het moment dat om de haverklap beelden verschenen van jonge Afro-Amerikanen die door politiegeweld omkwamen. Coates leerde het publiek dat geweld te duiden als niet zomaar een ontsporing, maar als een direct gevolg van het institutioneel racisme en het geweld waarop Amerika is gebouwd.

Kort na de publicatie van Between the World and Me verhuisde Coates ook naar Parijs en genoot er met volle teugen van om in de eerste plaats als Amerikaan te worden gezien. Hoewel ze elkaar een keer kort hebben ontmoet, verkeerden Williams en Coates niet in dezelfde Parijse kringen. Williams heeft hier een kleine groep Afro-Amerikaanse vrienden. Met dit clubje – onder wie de schrijver Jake Lamar en zakenman Richard Allen – gaat hij elke zaterdag schaken in café Le Saint Georges in het negende arrondissement.

“De eerste vier jaar dat ik in Parijs woonde, hield ik het contact met andere Amerikanen een beetje af. Pas toen ik voor het tijdschrift Smithsonian een artikel mocht schrijven over de Afro-Amerikaanse erfenis in Parijs, kwam ik in contact met Jake Lamar en Richard Allen, en raakte ik met hen bevriend. Sindsdien vormen we ons eigen schaakclubje.” 

Loskomen van ras

Een dag eerder hoorde ik Williams een uitverkochte lezing geven in The American Library in Paris in het zevende arrondissement, een wijk met veel ambassades en musea. Slechts een handjevol toehoorders was zwart, en naar die groep ging mijn speciale aandacht uit: wat vinden zij van Williams’ idee dat we beter af zijn als we onszelf niet meer indelen in raciale categorieën?

Tijdens de vragenronde stak een jonge zwarte vrouw met een Duitse achtergrond haar vinger op. Zij vertelde hoe buitengesloten ze zich altijd heeft gevoeld in het blanke Duitse dorp waar ze opgroeide. Pas toen ze later in contact kwam met een grote zwarte gemeenschap, vond ze een thuis. Misschien is ras inderdaad een onwetenschappelijk construct met een duister verleden, stelde de vrouw, maar inmiddels heeft het ook een gemeenschap gesmeed die inspireert en bescherming biedt tegen de vijandige buitenwereld. Is dat niet het verdedigen waard?

Williams antwoordde allereerst dat hij de behoefte aan een gemeenschap begrijpt. In een wereld die onvriendelijk kan staan tegenover je huidskleur, is het fijn om houvast te vinden bij gelijkgestemden. Maar als we een toekomst voorstaan waarin ras niet meer het ordenende principe is, dan moeten we – hoe moeilijk dat ook is – het idee loslaten dat we in raciale hokjes te stoppen zijn. De jonge vrouw knikte, maar of ze helemaal tevreden was met het antwoord, was moeilijk te peilen.

De volgende dag in Café de Flore haal ik de vraag nog eens aan. Wat is er verkeerd aan om jezelf te zien als zwart en als onderdeel van een zwarte gemeenschap als je daaraan kracht en een identiteit kunt ontlenen?

“Ik snap dat het heel lastig is onszelf niet meer in termen van ras te zien, we reproduceren immers allemaal de sociale hiërarchieën waarmee we opgroeien. Ik snap ook heel goed dat mensen die een gedeelde geschiedenis van onderdrukking kennen, een gezamenlijke identiteit willen hebben. Maar in welke taal giet je die identiteit? In de taal van cultuur? Of in die van ras? Doe je dat laatste, dan betreed je naar mijn idee heel glibberig terrein. Want dan zeg je dat je identiteit wordt bepaald door je biologische eigenschappen.”

Thomas Chatterton Williams.Beeld Antoine Doyen

Woede en verwijten

Iets anders dat mij bijbleef van Williams’ lezing: de intense beschaafdheid van de conversatie die het publiek met hem aanging. Hoe anders is dat op Twitter, waar elke publicatie van Williams met soms verbijsterende vijandigheid wordt ontvangen. Vlak voordat ik hem ontmoette, keek ik nog eens op het medium om te lezen wat hij zoal naar zijn hoofd geslingerd krijgt. Vooral andere Afro-Amerikaanse intellectuelen nemen Williams geregeld de maat en beschuldigen hem ervan openlijk minachtend over zwarte mensen te zijn om zijn carrière een zetje te geven. Of ze maken zich op Twitter gezamenlijk vrolijk over vernietigende en op de man gespeelde recensies van Williams’ laatste boek.

Volgens Williams heeft die weerzin voor een groot deel te maken met een recensie die hij in 2015 schreef van Coates’ boek Between the World and Me. De bespreking verscheen in de London Review of Books en leidde tot veel commotie omdat Williams Coates beschuldigde van ‘fatalisme’. Coates zou volgens Williams racisme als een onveranderlijk onderdeel van de Amerikaanse realiteit beschouwen en blind zijn voor de “onmiskenbare vooruitgang die geboekt is op het gebied van gelijke rechten”. Williams’ kritiek werkte als een rode lap op een stier in de kringen waar Coates geldt als de onbetwistbare autoriteit op het gebied van racisme.

“Al met mijn eerste boek kreeg ik het verwijt dat ik minachtend schreef over zwarte mensen. Dat werd veel erger toen mijn recensie van Coates’ boek verscheen. Er is een cohorte van jonge Afro-Amerikaanse schrijvers die elkaar allemaal kennen en die Coates aanbidden. Zij hebben een groot publiek. Blanke mensen luisteren naar hen als zij iets zeggen. Ik word door dit groepje gewantrouwd omdat ik kritiek heb op Coates en omdat ik andere ideeën heb dan zij over ras en racisme. 

“Vaak wordt dan gezegd dat ik alleen maar een tegengeluid laat horen omdat ik graag een wit voetje wil halen bij een blank publiek. Ik denk dat zij gewoon niet zo goed raad weten met mijn intellectuele onafhankelijkheid. Je ziet het wel vaker in minderheidsgemeenschappen: iedereen moet één front vormen tegen de buitenwereld en dezelfde mening eropna houden, anders lig je eruit.”

Het vitriool dat Williams over zich uitgestort krijgt, lijkt geen vat op hem te hebben. Op zijn Twitter-account oogt hij ongenaakbaar en reageert hij telkens soeverein op de schuimbekkende horden die zich op zijn tijdlijn melden om hem ‘verraad’ in te wrijven. Dit is niet iemand die de Twitter-meute zal laten winnen. Toch vraag ik me af: waarom blijft hij zich telkens wagen in het wespennest dat het ras- en racismedebat inmiddels is? Hij woont in Parijs en heeft een prachtige pen waarmee hij prachtige stukken kan schrijven over welk onderwerp dan ook.

“Als je schrijver bent en je hebt een onderwerp waarvan je helemaal vol bent, dan is het haast tegennatuurlijk om je gedachten niet met de rest van de wereld te delen”, zegt Williams. “Ik geloof oprecht dat ik iets toe te voegen heb aan het debat over ras. Dat mijn ideeën niet door iedereen worden gedeeld, het zij zo. Dat weerhoudt mij er niet van om erover te blijven schrijven.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234