Woensdag 19/06/2019

Interview

Schrijver Ta-Nehisi Coates: "De witte mensen zijn hun morele gelijk kwijt”

Ta-Nehisi Coates. Beeld John D. & Catherine T. MacArthur Foundation

President Trump brengt in de VS racistische krachten naar boven die nog lang niet zijn uitgeroeid, ziet auteur Ta-Nehisi Coates (43). Zijn er nog helden om dit onrecht te bestrijden?

Hij is nog steeds enigszins verbaasd dat ze voor hem klappen voordat hij ook maar iets heeft gezegd. Hoor hoe ze hem toejuichen, een paar honderd witte mensen die allemaal zijn laatste boek hebben gekocht en hem bij voorbaat een daverend applaus geven, meteen als hij op zijn gympen binnenkomt in de grote zaal van een synagoge in Park Slope in Brooklyn, de buurt waar hij anderhalf decennium geleden nog boodschappen rondbracht voor een lokale kruidenier.

Hij knikt, dankt voor het applaus. Het is lof die hem bevestigt en ondermijnt.

“Waarom vinden witte mensen het leuk wat ik schrijf?”, vraagt hij zich verwonderd af in het boek dat veel van de aanwezigen straks laten signeren. “Hoe kun je een kracht verslaan die jou omarmt?”

Want ja, vindt hij, uiteindelijk is er een kracht, een witte macht in het land, een historisch racistisch onrecht waartegen hij ageert, maar waarvan blanken profiteren of hebben geprofiteerd - ook degenen in deze zaal. “Wat anderen bereiken met maximale inspanningen”, schrijft hij, “dat bereiken witte mensen, en in het bijzonder witte mannen, met minimale kwalificaties.” En nu denken ze ook nog dat hij met oplossingen kan komen.

Ta-Nehisi Coates (1975), een zwarte jongen uit West Baltimore, zoon van een Black Panther-activist, die als een van de weinigen uit zijn omgeving kon gaan studeren maar zijn studie niet afmaakte, is in de afgelopen jaren uitgegroeid tot de belangrijkste zwarte stem in de Verenigde Staten en een van de belangrijkste stemmen in het algemeen. Zijn grote doorbraak beleefde hij in 2015 met Between the World and Me, een woedende maar fijnzinnige aanklacht tegen het structurele racisme in Amerika, geschreven als brief aan zijn toen 15-jarige zoon. Zijn invloedrijke essays voor The Atlantic bundelde hij in We Were Eight Years in Power, waarin hij Obama's regeerperiode en het ontstaan van zijn schrijverschap beschrijft, die niet geheel toevallig samenvielen.

“Obama's aanwezigheid opende een nieuw veld voor schrijvers”, schrijft Coates, die in 2007 nog in een arbeidsbureau in Harlem stond en overwoog kok, barman of taxichauffeur te worden. “En wat begon als nieuwsgierigheid naar deze man, dijde uiteindelijk uit tot nieuwsgierigheid naar de gemeenschap waarvan hij zo bewust zijn thuis had gemaakt, en naar alle oude, sluimerende kwesties over de Amerikaanse identiteit, die hij weer naar boven haalde. Ik was een van die schrijvers.”

Acht jaar later won hij een National Book Award en kreeg hij een MacArthur Fellowship, ook wel bekend als de beurs voor genieën. Zijn naam was gevestigd. Met de beurs op zak, 625.000 dollar in vijf jaar, wist hij wat hem te doen stond: hij ging stripboeken schrijven.

Echte Amerikaanse comics, om precies te zijn, in de superheldentraditie van Marvel. “Wat heb je aan een MacArthur-beurs voor genieën als je vervolgens geen stripboek voor Marvel gaat schrijven?”, zei hij tegen radiozender NPR. “Er zijn dingen die andere mensen als geniaal beschouwen en er zijn dingen waarvan ik diep vanbinnen altijd heb gedacht dat ze echt geniaal zijn.”

Deze woensdag loopt Coates binnen bij New York University, die een vestiging heeft op Cooper Square in Manhattan - toevallig vlak naast The Village Voice, de krant waar hij ooit ontslagen is. Hij geeft er eens in de week les en heeft er een kamer, als Distinguished Writer in Residence. Hij moet even zoeken naar de sleutel. Binnen: lege boekenkasten, een paar ongeopende brieven, een enkel afstudeerverslag. Hij houdt zijn jas in eerste instantie aan. Dit is niet zijn thuis. Hij heeft zich nooit thuis gevoeld op school.

Van zwaarwichtige essays naar superheldenstrips: was u op zoek naar een andere doelgroep, een andere manier om uw boodschap te vertellen, of vond u het gewoon leuk om te doen?

“Die nieuwe methode speelde mee in de afweging, maar ik wilde dit hoe dan ook gaan doen. Als auteur heb je creatieve wensen, impulsen om iets op een bepaalde manier te doen, en die kun je niet echt controleren. Het komt van heel diep.”

Coates groeide op met superhelden. Als jongen uit West Baltimore, omringd door machteloosheid, voelde hij zich aangetrokken tot machtige figuren. “Toen ik klein was, was Spiderman een ster”, zei hij tegen NPR. “Spiderman stond als held voor mij maar één treetje lager dan Malcolm X.” Een andere superheld was T'Challa, koning van het fictieve Afrikaanse land Wakanda, een strijder en briljante uitvinder tegelijk, die als Black Panther het onrecht bestrijdt. Hij was de eerste zwarte superheld en de droom van elke nerd, volgens Coates, zelf ook een boekenwurm (zijn vader had een Afrikaanse activistische drukkerij, zijn moeder zorgde ervoor dat hij essays ging schrijven) en een groot liefhebber van Dungeons & Dragons, het kaartspel met ridders en draken; nog een manier om in een andere wereld terecht te komen.

Chadwick Boseman schittert als T'Challa in ‘Black Panther’, een inspiratiebron voor Coates. Beeld AP

De strips brachten hem op het idee om schrijver te worden, zegt Coates, en in die zin is hij nu terug bij zijn oorsprong. Hij heeft diverse afleveringen van Black Panther geschreven en leverde onlangs zijn eerste Captain America af, een strip die al sinds de Tweede Wereldoorlog bestaat en draait om een witte Amerikaanse supersoldaat. In Coates' eerste verhaal voor de reeks, Winter in America, is deze twijfelende patriot gekloond door Russische samenzweerders die in de VS zijn geïnfiltreerd om “Amerika weer sterk te maken”. Futuristisch actueel. De boeken gaan met honderdduizenden over de toonbank.

“Het is een voortzetting van mijn andere werk”, zegt Coates. “Het is deel van mijn oeuvre. Mensen moeten niet denken dat ik mijn gewone werk even heb onderbroken om wat comics te schrijven. Dit is geen onderbreking.”

Als je hem ziet op boekenclubs met andere stripliefhebbers, zoals vorig jaar in Washington, dan zie je hem in zijn element - superhelden zijn in Amerika serieuze gespreksstof. Hij praat over bijfiguren alsof hij ze persoonlijk kent: hij geeft ze een karakter, hij geeft ze een motief. Voor een bad guy verdiepte hij zich in de 13de-eeuwse boerenopstanden in Europa - hij blijft een historicus, zelfs in fantasieverhaaltjes. Liefhebbers vinden alleen dat er te weinig wordt gevochten in zijn strips. Coates is vooral een denker, ook als superheld.

Heeft u een bedoeling met die strips?

“Ik heb altijd veel tijd gestoken in pogingen mensen te overtuigen met directe argumenten, maar het blijkt dat argumenten lang niet altijd werken. Mensen luisteren toch niet. Als mensen niet geloven dat ik een gelijkwaardig mens ben, dan zullen ze zich niet laten overtuigen.”

U denkt dat u mensen niet kunt overtuigen op een rationale manier, met een boek als Between the World and Me?

“Nee, want ze vinden dat je überhaupt geen gelijkwaardige deelnemer aan het debat bent.”

Voelt dat echt zo?

“Ja. Ik bedoel: in sommige intellectuele kringen is het nog altijd geaccepteerd te bediscussiëren of zwarte mensen minder intelligentie hebben omdat ze zwart zijn. Dat is gestoord. Waanzin. Dat heeft een zeer dubieuze geschiedenis. Met mensen die dat soort dingen zeggen, valt niet te praten.”

Laten ze zich dan wel overtuigen door stripboeken?

“Ik zie kunst in het algemeen als een manier om grenzen op te rekken, om dingen bespreekbaar te maken die eerder onbespreekbaar waren. Ik heb lang het idee gehad dat de strijd voor gelijkheid van Afrikaanse Amerikanen niet binnen de lijntjes te voeren is. Je moet grenzen verleggen, overschrijden, doorbreken. Er is veel kunst out there - neem bijvoorbeeld films als Black Panther en Get Out - die voor nieuw bewustzijn en nieuwe trots zorgt in de zwarte gemeenschap. Voor activisme geldt hetzelfde, daarom is de strijd tegen Confederatie-standbeelden zo belangrijk. We moeten laten zien dat wat lange tijd normaal werd gevonden, niet normaal is. Dat is wat ik met mijn werk probeer.”

Vijf jaar geleden was Coates de eerste die pleitte voor herstelbetalingen aan de nazaten van Amerikaanse slaven, voor het leed dat zij hebben geleden en het werk dat zij hebben gedaan. Het land en zijn welvaart zijn gebouwd op de lichamen van zwarte Amerikanen, stelt Coates in het essay The Case for Reparations. Vorige week bekeerde zich ineens ook een invloedrijke conservatief tot dat standpunt: New York Times-columnist David Brooks. Vijf jaar geleden vond hij het nog onzin, schreef hij, maar nu hij door het land had gereisd, was hij erachter gekomen dat het verschil tussen zwart en wit de grootste kloof is van alle kloven die hij in Amerika was tegengekomen.

Voelt dat als een overwinning? Dat nu zelfs een conservatief het begrijpt?

“Ach, ik schrijf zelf altijd om dingen te leren begrijpen. Het goede aan dat stuk was dat ik intuïtief wel voelde wat veel Afrikaanse Amerikanen voelen, maar dat ik het nu in veel meer detail begreep. En ja, het geeft een goed gevoel als je mensen kunt overtuigen die filosofisch ver van je af staan. Kijk, ik schreef het stuk toen Obama nog president was. Er was veel optimisme over waar het heen ging met kwesties als ras en racisme. Dat optimisme is door Trump tenietgedaan. Hij heeft veel kwalijke dingen blootgelegd die met de mantel der liefde waren bedekt. Het pure racisme, de vreemdelingenhaat, seksisme, witte suprematie. Daardoor zijn die dingen niet meer te negeren.”

Die komen dus door Trump aan de oppervlakte. Is dat, op een cynische manier misschien, positief te noemen? Dat ook iemand als David Brooks ontdekt hoe erg het is?

“Nee, dat valt in het niets bij de concrete gevolgen van Trumps beleid. Die zijn allemaal slecht. Ik weet dat veel mensen willen denken dat het ook iets goeds oplevert, maar het is allemaal slecht. Neem de kinderen die aan de grens worden gescheiden van hun ouders, die ze misschien nooit meer terugzien. Dat is echt een prijs die we voor Trump betalen, een menselijke prijs. Als je dan zegt dat nu in elk geval duidelijk is hoe xenofoob Donald Trump en zijn kiezers zijn, dan degradeer je die kinderen en hun ouders tot politieke pionnen.”

Maar er is toch ook vooruitgang voor zwarte Amerikanen, zoals de herziening van het strafstelsel? Sinds de jaren negentig zijn onevenredig veel zwarte Amerikanen opgesloten. Dat was een belangrijk thema in uw boeken. Nu is er een wet om te beginnen met hervormingen. Die wet wordt door beide partijen gesteund en is ook door Trump getekend. Is dat geen vooruitgang?

“Nee, dat zie ik niet zo. Omdat Trump en de Republikeinen het opsluiten van zwarte Amerikanen niet zien als structureel racisme. Ze wijzen op de hoge kosten van de gevangenissen, maar ze wijzen niet op het onrecht voor de zwarte gemeenschap.”

Trump heeft wel gezegd dat hij hiermee de zwarte gemeenschap wil helpen.

“Pure verkiezingsretoriek. Hij geeft niets om ons. Dus nee, ik zie weinig vooruitgang. Het probleem is dat het racistische element in de Amerikaanse maatschappij een lange geschiedenis heeft. De oplossing is dat beide partijen dat erkennen en expliciet verwerpen. Net als in Frankrijk, waar Marine Le Pen twee jaar geleden doordrong tot de laatste ronde van de presidentsverkiezingen en het opnam tegen de centrum-linkse Emmanuel Macron. De conservatieven waren zo gekant tegen de xenofobie van Le Pen dat ze toch kozen voor de linksere kandidaat. Het was een complete politieke afwijzing van racisme. Dat zal hier niet snel gebeuren.”

“Ik denk dat het in Frankrijk te maken heeft met de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog. Die herinnering is nog zo sterk: de meeste mensen weten dat het op een ramp uitliep, het was de laatste keer dat er in Europa zulke krachten loskwamen. Amerika is niet onbekend met verschrikkelijke oorlogen, ook op ons eigen grondgebied. De Burgeroorlog vergde meer slachtoffers dan alle latere oorlogen. Maar het land heeft zich nog geen echte rekenschap gegeven van die strijd, we hebben het gezwel laten voortwoekeren. Zo doen we nog steeds alsof de Zuidelijke Staten ook voor een eerzame zaak streden. Nee! Ze streden voor het behoud van de slavernij.”

“Het racisme van toen zit politici nog steeds in het bloed. Het is echt niet uitgevonden door Trump. Er is een hoop geschiedvervalsing aan de gang, alsof de Republikeinen vóór Trump zulke bewonderenswaardige figuren waren. Was John McCain zo'n goede man? Het gaat om de keuzes die hij maakte, en hij koos voor Sarah Palin als vicepresidentskandidaat. Als je dat hebt gedaan, hoe kun je dan bezwaar maken tegen Donald Trump?”

Heeft ook het presidentschap van Obama geen betekenis gehad, met al dat voortwoekerende racisme?

“Ik denk dat het grootste belang van Obama - en mensen maken dat voortdurend belachelijk, maar dat zouden ze niet moeten doen - is dat je nu een generatie jonge kinderen hebt die zijn opgegroeid met Obama; als die aan de vrije wereld denken, denken ze aan Obama. Hij heeft de wereld zwart gemaakt. En Trump staat voor de whiteness, in al zijn hebzucht en egoïstisch materialisme. Dat is de les die hun ideeën zullen vormen voor de toekomst. En dat zal ertoe leiden dat andere, voor zwarte mensen voordeliger maatregelen acceptabel zullen worden. De witte mensen zijn hun morele gelijk kwijt.”

Wat is volgens u de belangrijkste vorm van structureel racisme die zwarte Amerikanen ervaren?

“De grote welvaartskloof zoals ik die heb beschreven in The Case for Reparations. Voor elke stuiver die een zwarte familie bezit, heeft een witte familie een dollar. Dat verschil komt voort uit racistische politiek door de eeuwen heen en is versterkt door huwelijken, familiebanden en erfenissen. Zo is een netwerk van achtergestelden ontstaan. Door het geldgebrek hebben zij een ander soort levens en andere mogelijkheden dan wie wel geld heeft. In dit land beperkt het je toegang tot huizen, scholen en ziekenhuizen. Je komt minder ver, je gaat eerder dood.”

Helpt het dat er de laatste tijd meer aandacht is voor die ongelijkheid?

“Dat helpt, maar de achterstelling van de zwarte gemeenschap is uniek. Geen andere etnische groep heeft zo veel discriminatie ervaren. Discriminatie van zwarten is het fundament van ons land. De welvaart is gebouwd op zwarte lichamen.”

“Ook witte Amerikanen zijn ontdekt als achtergestelde groep. Maar het idee dat Donald Trump zijn verkiezing te danken had aan de economische malaise in de Appalachen... Nee! De witte Amerikanen daar hadden het probleem dat alle witte Amerikanen hebben, namelijk dat Obama zwart was. Ik herinner mensen er altijd aan dat Donald Trump elke witte demografische groep voor zich heeft gewonnen, hoe je er ook naar kijkt. Hij nam niet alleen de witte mensen in de Appalachen voor zich in, maar ook de witte mensen in New York. Hij nam de witte arbeiders in de mijnen voor zich in en de witte werknemers op Wall Street. Hij won de witte mannen voor zich, de witte vrouwen, de witte stedelingen en de witte plattelandsbewoners. Je kunt de Appalachen en de Rust Belt niet de schuld blijven geven.”

Heeft u enige hoop voor de toekomst?

“We zullen zien. Mijn hoop is dat mensen de prijs van de witte macht zullen zien. De gevolgen zijn niet alleen merkbaar voor bruine en zwarte mensen. De witte macht is zeer middelmatig - dat merk je in alle rangen van het bestuur, tot de voorzitter van de luchtvaartautoriteiten aan toe: daar had Trump zijn privépiloot neergezet. En dus bleven de Boeings die zo vaak neerstortten in dit land gewoon doorvliegen, terwijl ze in andere landen al aan de grond werden gehouden. Trump is een reëel gevaar voor het land. En whiteness is a weakness.”

Heeft Amerika een zwarte superheld nodig?

“Je ziet nu witte kinderen verkleed als Black Panther over straat lopen. Dat vind ik hoopvol.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden