Zaterdag 17/04/2021

Schrijver, pantoffelheld

Dankzij Jef Geeraerts leerde hij vogelen en misdaadverhalen schrijven. Schelm STAN LAURYSSENS brengt een tegendraadse ode aan zijn leermeester, met liefde én met een knipoog.

Ik dacht aan een boek dat ik enkele dagen eerder uit de dorpsbibliotheek had meegenomen, Ik ben maar een neger van een nieuwe schrijver, een zekere Jef Geeraerts. Ik dacht, ik ben de neger, ik ben hoofdpersonage Monsieur MATSOMBO Grégoire-Désiré, Dir. Hon. De l'Hôp. Du Territ. De BUMBA en ineens werd ik wereldkampioen, als je begrijpt wat ik bedoel.

"O, mijn minnaar, mijn minnaar Matsombo-ééééé, O-ééééé, O-ééééé", kreunde het boerenmeisje uit mijn dorp aan wie ik mijn maagdelijkheid verloor.

Het beste moet nog komen, hield ik mijzelf voor en terwijl ik luisterde naar 'Le Métèque' en 'Quiet Days in Clichy' van Country Joe McDonald and the Fish begroef ik mij in erotische romans en stomende seksboeken, zoals Gangreen van Jef Geeraerts, Sexus en Plexus en Nexus van Henry Miller, romans van Alexander Trocchi, L'Histoire d'O, de ongecensureerde Women in Love van D.H. Lawrence en...

In februari 1969 trad ik in dienst van Het Laatste Nieuws/De Nieuwe Gazet als 'soirist' of avondmedewerker op de Antwerpse redactie. Journalistiek was mijn natte droom, ik deed mijn werk met passie en overgave en werd opgewaardeerd van 'soirist' tot stadsredacteur verantwoordelijk voor de dagelijkse cultuurpagina en de rubrieken 'gebroken armen en benen' en ongevallen op de weg.

Ik werd bij de hoofdredacteur geroepen.

"Ken je Jef Geeraerts?"

"Niet persoonlijk, chef."

"Heb je weleens een boek van 'm gelezen?"

"Heu... allemaal, chef."

Ik dacht aan Monsieur MATSOMBO Grégoire-Désiré, Dir. Hon. De l'Hôp. Du Territ. De BUMBA en dacht, excusez le mot, chef, Jef Geeraerts leerde mij vogelen en 't is gelijk de mensen zeggen, wie kan vogelen, kan ook vliegen. Zonder de boeken van Jef Geeraerts zou ik nooit wereldkampioen zijn geworden in de tuin achter de balzaal van een volkscafé.

"Jef Geeraerts wint de Driejaarlijkse Staatsprijs voor Verhalend Proza met Gangreen 1 Black Venus, een seksboek zeggen de mensen, een boek vol zwijnerij. Ga hem interviewen en zorg dat je stuk morgen in de krant staat."

"Waar woont Jef Geeraerts, chef?" vroeg ik.

"Bij zijn ouders in Wilrijk", zei de hoofdredacteur. "Is hij niet thuis, dan zit hij negen kansen op tien in de Korte Winkelhaakstraat."

Ik belde naar zijn ouderlijke huis en kreeg zijn moeder aan de telefoon.

"Onze Jozef is gaan wandelen", zei ze.

De Korte Winkelhaakstraat was voor Antwerpen wat de Aarschotstraat nabij het Noordstation is voor Brussel: de rosse buurt, hoertjes 'deden de straat' of zaten onder rode lampjes achter een vitrine in vervallen panden, in een roze legging van Lycra, en wachtten op klanten.

Ik tikte op een rood raam.

"Woont Jef Geeraerts hier, madam?" vroeg ik.

"Jefke is boven", antwoordde zij in zangerig Limburgs.

"Ik kom voor zijn Staatsprijs, madam, voor een interview."

"Zeg maar Rosinneke", zei ze.

Ik stommelde de trap op, Rosinneke achter mij aan.

"Jefke schrijft zo plastisch over negerinnentetten dat zijn moeder er onpasselijk van werd", zei het hoertje.

Het kriebelde in mijn buik. Jef Geeraerts. Ik ben maar een neger. Schroot. Zonder clan. Het verhaal van Matsombo. De grootmeester. Mijn literaire held. Mijn leermeester.

Vlaamser kon een interieur niet zijn. Gebloemd behang, blauw vasttapijt, zware okerkleurige gordijnen, een Mechelse buffetkast, fauteuils, een canapé en aan de muur Afrikaanse spullen die herinneringen opriepen aan een verleden als koloniaal in het vroegere Belgisch-Congo: pijl en boog, koperen speren, een kromzwaard, rituele negermaskers, jachttrofeeën, zweepjes van nijlpaardenhuid, machetes, koperen halskettingen...

Op de Mechelse buffetkast stond een ingelijste foto van de auteur naast een dode waterbuffel.

Jef Geeraerts was kaal in het midden van zijn hoofd, met een rond muizengezicht, vinnige oogjes en lichte, haast doorzichtige wimpers. Het viel me op dat hij zo klein was. Hoe heeft hij dat geflikt in de brousse van Belgisch-Congo, dacht ik, hij was er Klein Duimpje en kwam amper aan de heupen van de lange, slanke negerinnen met platvoeten waarmee hij in Gangreen pagina na pagina in de koffer dook .

"M'neer Geeraerts...?" begon ik.

"Zeg maar Jef."

"Is Gangreen je meesterproef, Jef?" vroeg ik.

Jef Geeraerts lachte. "Nee," zei hij, "een vingeroefening. Binnen enkele jaren schrijf ik het boek waarmee ik Vlaanderen plat sla. Schrijf op, ik geef je nu reeds de titel: Straat van genade. Het wordt een boek over prostitutie waar Jean Genet, Céline en Hemingway een puntje aan kunnen zuigen."

Ergens rinkelde een belletje in huis, heel discreet.

"Oei, Jefke," zei Rosinneke, "een klant. Ik moet weg. Bak jij ondertussen frietjes?"

De schrijver van Gangreen en winnaar van de Staatsprijs zette flesjes trappist van Westmalle op tafel en bakte biefstuk en frietjes in een piepklein keukentje, in bloot bovenlijf, blote voeten in pantoffels.

Ik dacht, de grootmeester, mijn leermeester, Monsieur MATSOMBO Grégoire-Désiré, Dir. Hon. De l'Hôp. Du Territ. De BUMBA, mijn literaire held is eigenlijk een pantoffelheld.

Na een kwartiertje stommelde Rosinneke de trap op.

"Holala, dat heb je rap geflikt, meisje", zei Jef Geeraerts.

"Je kent dat, Jefke," lachte Rosinneke, "betalen, broek uit, broek aan, haha."

Zij hield haar hand open.

Er lagen enkele biljetten in van honderd frank.

"Heeft hij je pijn gedaan?"

"Nee nee, Jefke, 't viel goed mee, deze keer."


Er kwamen nieuwe mensen op de redactie. Mijn krant was niet langer mijn speeltuin. Ik voelde mij bedreigd en verstoten en bood mijn ontslag aan. Ik kreeg tien minuten om mijn bureau leeg te maken. Op naar 23 februari 1980. In haar boek De spoken van Jef Geeraerts schrijft Eleonore ('Nora') Vigenon met wie Jef Geeraerts twee jaar eerder in het huwelijk trad: 'VIJFTIGSTE VERJAARDAG VAN JEF. Na lang nadenken had ik de geschikte formule gevonden om van Jefs vijftigste verjaardag een feest te maken in galerij Sfinks te Antwerpen. Helaas, nog voor het feest begon, kwam er al een kink in de kabel.' Er zaten wel meer kinken in de kabel. Ik kan het weten, de eigenaar van 'galerij Sfinks te Antwerpen', dat was ik.

Na overleg met 'ma en pa' Geeraerts en Julien Weverbergh, de toenmalige uitgever van Jef maar zonder 'Nora' erbij te betrekken, liet ik een levensgrote, holle verjaardagstaart maken van kippengaas en bordkarton, handig gecamoufleerd met donkere chocolade en een Himalaya van slagroom.

De muziek zwol aan.

Vier negerinnetjes met kralen, zedig gekleed in jurkjes van namaakluipaard, droegen de verjaardagstaart naar het midden van 'galerij Sfinks te Antwerpen', waar Jef Geeraerts klaarstond met een reusachtig mes in de aanslag...

"We snijden de taart samen aan, Jef en ik", zei Eleonore op een toon die geen tegenspraak duldde.

Nee, dacht ik, nee, niet doen...!

Te laat. Eleonore plofte het mes in het bordkarton, dat in twee stukken scheurde, en uit de holle verjaardagstaart sprong een rijzige, poedelnaakte negerin tevoorschijn zoals op de cover van de zesde druk van Gangreen 1 Black Venus, met weelderig kroeshaar onder en boven en ingewreven met de geurigste oliën. Zij viel de schrijver om de hals en overdekte zijn kale schedel met plakkerige zoentjes en...

Eleonore was in alle staten, zij was ra-zend, echt ra-zend op mij, op uitgever Weverbergh, op 'ma en pa' Geeraerts en vooral op de arme, verbouwereerde, uit zijn lood geslagen Jef Geeraerts zelf, die zich al te gewillig wentelde in de geurige armen van het zwarte covermodel.

Tijd heelt alle wonden. Zevenentwintig jaar later schrijft Eleonore ('Nora') Vigenon in De spoken van Jef Geeraerts: 'Het feest zelf verliep schitterend, met familie, vrienden, toespraken, drank, hapjes en een reuzentaart opgediend door mooie slanke negerinnetjes.'

Mijn galerieavontuur liep faliekant af. Eerst belandde ik in de gevangenis van de Begijnenstraat, daarop verkaste ik naar Barcelona en Londen. Zeven goede jaren, zeven slechte jaren. Jef Geeraerts was een afgesloten hoofdstuk. Terug in België was ik blut, platzak, ik dacht: of ik klop aan bij het OCMW, of ik schrijf een boek.

Ik lag in bad, half onder water, uitgeteld, en riep mijn vriendin.

"Jij typt, ik dicteer", zei ik.

Hij drukte op de bel. Een sleutel knarste in het slot. De poort zwaaide open. "Wie ben je?" vroeg zij. Er kraakte iets in haar hals. Zij zakte door haar knieën en viel dood op de vloer.

"Wat wordt dit?" vroeg mijn vriendin.

"Een Vlaamse thriller", zei ik.

"Een t-h-r-i-l-l-e-r?"

"In de stijl van Jef Geeraerts."

Met mijn thriller in de stijl van Jef Geeraerts won ik de Hercule Poirot-prijs, een cheque van duizend-en-zoveel euro plus een vulpen, een zilveren Meisterstuck ter waarde van nog eens duizend euro.

In datzelfde jaar publiceerde Jef Geeraerts Dossier K. We signeerden een uurtje in de boekhandel, naast elkaar als oude vrienden, en Eleonore was er niet bij die keer.

"Zeg Jef," zei ik, "weet je nog, dertig jaar geleden vertelde je me dat je Vlaanderen plat zou slaan met een boek over de hoerenstraat, de rosse buurt, een boek over prostitutie waar Jean Genet, Céline en Hemingway een puntje aan kunnen zuigen. Komt dat boek er nog?"

"Nee, nooit", zei hij.

"Waarom niet?"

"Daarom niet", zei hij.

En moedeloos keek Jef Geeraerts mij aan.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234