Donderdag 17/06/2021

Schrijver op de sukkel

Alweer schreef Herman Koch een monument van leesplezier. Deze keer draait het verhaal rond 'M.', een bejaarde schrijver die ooit een bestseller had over de moord op een geschiedenis-leraar. Was het schrijfplezier navenant, of kwam de schaduw van het monstersucces van zijn vorige romans, Zomerhuis met zwembad en het intussen verfilmde en 33 keer vertaalde Het diner, toch soms over het witte blad gekropen?

"Nee hoor, sinds Het diner voel ik me net bevrijd en heb ik helemaal het gevoel dat ik kan doen wat ik wil. En met Geachte heer M. wilde ik niet zozeer een even goed of een beter boek, maar wel een heel ánder boek schrijven.

Natuurlijk is het schrijven van een roman een werk van lange adem en gaat het gepaard met soms moeilijk gepuzzel. Maar aan de stukken die worden verteld vanuit het perspectief van de zeventienjarige Laura, heb ik bijvoorbeeld veel plezier beleefd. Ook bij het beschrijven van de literaire wereld heb ik soms vol gas gegeven, al moet ik zeggen dat ik er achteraf wel sommige dingen heb uitgehaald. Ik wilde niet dat het zo'n rare sleutelroman zou worden, dat mensen zouden gaan proberen te raden wie wie was."

M. lijkt wel sterk op Harry Mulisch: de ijdelheid, het oorlogsthema, de collaborerende vader, het gedweep met Castro, het concept van de zogenaamde 'absolute leeftijd'...

"Dat is zo: Mulisch was mijn uitgangspunt toen ik M. begon vorm te geven. En nu ben ik zacht uitgedrukt nooit een fan geweest van Mulisch. Maar toen ik het personage van binnenuit ging beschrijven, kreeg ik vanzelf meer sympathie voor hem, ik voelde opmerkelijk genoeg een zekere solidariteit. Wat ook wel nodig was, want ik wilde geen karikatuur neerzetten. M. is veel intelligenter en humoristischer dan Mulisch.

Wist je trouwens dat Mulisch aan het einde van zijn leven een Wildersadept was, volgens heel betrouwbare bronnen? Ikzelf keek daar absoluut niet van op toen ik het vernam, want de lijn Castro-Che Guevara-Wilders is voor mij zo klaar als een klontje. Waarmee ik bedoel: een communist wordt veel gemakkelijker een fascist, en andersom, dan een gematigd iemand. En Wilders en Castro lijken, denk ik, dus sterk op elkaar. Terwijl net heel veel Wildershaters het prima vinden dat Fidel Castro daar in Cuba al zo lang aan de macht is en honderdduizenden Cubanen op de vlucht heeft gejaagd.

Nu, ik heb het zelf ook gehad, hoor: ik was zo rond mijn achttiende een groot voorstander van linkse dictaturen. Daarom vind ik het niet gepast om al te triomfantelijk te gaan doen over het failliet van het communisme."

Sinds kort denkt men er in België over het gemiddelde intellectuele niveau van kandidaat-leraren op te krikken door hen aan een toelatingsproef te onderwerpen. In uw boek komen leraars er ook bepaald bekaaid van af. De term 'middelmatige intelligentie' is nog een van de vriendelijkste die u gebruikt.

"Zo'n toelatingsproef is geen slecht idee, denk ik, maar ik vrees eigenlijk dat er een soort van paradox bestaat die niet valt op te lossen. Zoiets als het Palestijns-Israëlisch conflict. (lacht) Ik heb indertijd op verschillende scholen gezeten, en mijn eigen ervaring is dat de leukste en beste leraren het minst geschikt waren om leraar te zijn. Die hielden het niet vol. Ik heb zelfs zo'n leraar gehad die zich letterlijk van kant heeft gemaakt. Heel interessante man was dat, die weleens kon zeggen: 'Vandaag doen wij een beetje rustig aan, want gisteren heb ik een hoeveelheid drank achterover geslagen waar een paard van zou zijn omgevallen', maar die daarnaast heel enthousiast kon vertellen en een echte persoonlijkheid was. Heel anders dan de gemiddelde leraar, die zichzelf veel te serieus neemt en maar doordramt over wat niemand interesseert, en die zich laat voorstaan op een autoriteit die hij in wezen niet bezit. Kortom, dit is de paradox: mensen met een beetje persoonlijkheid, die worden geen leraar. En ik ben geen pedagogisch theoreticus, maar volgens mij is het hele systeem van de middelbare school over twintig, hooguit dertig jaar verdwenen."

Behalve de leraars worden ook de schrijvers én de lezers - of toch de mensen die lezingen in bibliotheken bijwonen - in het boek flink in hun hemd gezet. Er wordt sowieso altijd ruim plaats gemaakt voor misantropie in uw werk, waarmee u schrijvers als ik het excuus uit handen slaat dat hun boeken te pessimistisch of zwartgallig zouden zijn voor het brede publiek.

(lacht) "Blijkbaar is het inderdaad toch zo dat bepaalde opvattingen die ik bij monde van mijn personages formuleer een snaar raken bij heel wat lezers. Dat ze bij zichzelf vaststellen: ik denk eigenlijk ook zo, maar dat mag niet, hè, geloof ik...

Misschien is het niet zozeer een kwestie van pessimisme, maar van de dingen bij hun naam noemen. Waarom zou een 'groene camping' nu eigenlijk te prefereren vallen boven een gewone camping? Of het kan toch niet anders dat van die mensen met een windjack aan tijdens de lezing van een schrijver soms denken: heb ik nu echt niets beters te doen?

Onlangs werd ik gevraagd voor een literaire avond. Ik kijk in mijn agenda en zie dat die dag de finale van de Champions League wordt uitgezonden. Nu, sommige van mijn beste vrienden houden niet van voetbal, hoor, maar toch: zoiets is voor mij heel lastig om te begrijpen. Overigens ga ik zelf nooit naar een andere schrijver luisteren, ook niet naar een beroemde buitenlander. Of zoals Jan Mulder al zei: 'Je kunt beter óp de televisie zijn dan ervóór te zitten.'"

Het ergste zijn wel oudere mensen die met alle geweld jong willen doen. Zoals de ouders van Laura, die haar 'vrienden' willen zijn.

"Je hoort weleens een moeder op de bakfiets tegen haar kindje praten op de manier van 'Nu gaan we dit doen, en dan dat, en dan neem ik je nog even mee daarheen, en dan komt opa nog langs', en dan denk ik: ja, er zijn toch ook culturen - in Spanje, bijvoorbeeld, waar ik gewoond heb - waar al die uitleg aan kinderen niet wordt gegeven, maar waar ik wel het idee heb dat de liefde voor die kinderen veel groter is. Waar die kinderen niet alleen veel vaker worden geknuffeld, bijvoorbeeld, dan in Nederland, maar ook op een positieve manier meer aan hun lot worden overgelaten. De Nederlandse opvoeding, die hele mentaliteit van 'ik wil aardig worden gevonden door mijn zoon of dochter', leidt er in de praktijk toe dat ouders door hun achtjarige kinderen worden geterroriseerd.

Ik denk dat ouders bovenal betrouwbaar moeten zijn, standvastigheid moeten uitstralen. En dat doe je niet door bijvoorbeeld altijd licht aangeschoten of stoned rond te lopen, maar ook niet door je vestimentair of anderszins een vals soort jeugdigheid aan te meten. Mijn eigen zoon, negentien inmiddels, ziet mij gelukkig niet als een hopeloos geval, al corrigeert hij mij soms in het pashokje: 'Mmmh, toch te jongensachtig voor jou...'

Los daarvan gaat mijn sympathie bijna per definitie naar jongeren uit. Ik merk ook dat ik in het gezelschap van pakweg zeventienjarigen of twintigers niet op mijn hurken hoef te gaan zitten om mij thuis te voelen. Wellicht ook daarom dat het beschrijven van dat vriendenclubje in de jaren zeventig in Geachte heer M. mij zo goed afging."

Ik citeer: 'De echte bevrijding, weet hij nu, heeft hij eigenlijk al die tijd geweten, is dat zijn ouders er niet meer zijn. (...) Dat was zijn eigen bevrijdingsjaar: hun dood.' Terwijl het boek juist wel is opgedragen aan je ouders.

"Ja, maar ik denk dat ze het wel zouden begrijpen. Het was ook zeker niet zo dat ik mijn ouders haatte of dat wij geen goede verstandhouding hadden. Maar ik zie mettertijd wel het aantal leeftijdsgenoten toenemen dat zich jaar na jaar zuchtend afvraagt wat ze nu weer met kerst moeten doen met hun ouders. Dan kan ik me soms niet bedwingen te zeggen, met zo'n half ironische knipoog: 'In het weeshuis zitten ze niet op mij te wachten. Dat probleem heb ik niet.'"

Daar ontsnap je vandaag dus aan, wat nog wel iets anders is dan een bevrijding in je verleden.

"Nee, dat klopt. Kijk, mijn moeder stierf toen ik net de leeftijd bereikte waarop je je normaal gesproken tegen je ouders gaat afzetten. Maar dat kon in mijn geval niet, dus ging ik in eerste instantie mijn moeder idealiseren en voortdurend denken: wat zou zij vinden, zou ik het wel goed doen in haar ogen? Dat duurde een paar jaar, en toen dacht ik opeens: maar wacht nu eens even, zij kan écht niet meer over mij oordelen. Concreet: over een bepaald meisje had ik het vermoeden dat mijn moeder haar zou afkeuren. Maar ik niet, dacht ik, en daarmee was de kous dan af.

Later heb ik echt periodes gekend waarin ik maar wat aanmodderde, maar altijd was er die louterende wetenschap dat ik geen ouders meer had die zich zorgen over mij konden maken. Het klinkt misschien wat pathetisch, maar ik was nog geen achttien toen ik een motor kocht en daarbij dacht dat ik gerust risico's kon nemen: mocht ik verongelukken, dan was er niemand die zich even verdrietig zou voelen als mijn moeder zou hebben gedaan."

Het gaat in het boek ook vaak over hoe mensen overkomen. Hoe denk je dat het publiek jou ziet?

"Ik merk dat veel mensen geloven dat wie personages schept zoals de mijne, met hun soms afwijkende opvattingen en gedrag, zelf ook wel zo moet zijn, anders kun je dat soort dingen niet verzinnen. En daarin hebben ze ook wel gelijk. Ik vind bijvoorbeeld, in tegenstelling to sommige lezers, de hoofdpersoon van Het diner totaal geen 'monster'. Daarvoor is hij mij te dierbaar.

Misschien is het schrijven wel een goede manier om de agressie die blijkbaar toch in mij zit kwijt te kunnen. Want laat ons wel wezen, als ik een conflict heb met een buurman, dan ben ik toch de mening toegedaan dat het beter zou wezen als hij er niet meer zou zijn. Dat is het eerste wat ik denk: dat hij fysiek moet verdwijnen. Wat natuurlijk iets anders is dan dat actief in de praktijk te gaan brengen."

Hoe is het inmiddels gesteld met de afgunst van je collega's?

"De leukste en eerlijkste reacties komen van schrijvers die zeggen dat ze jaloers zijn op mijn succes, en dat ze dat voor zichzelf ook wel zouden willen. Anderen laten zich verleiden tot uitspraken als 'Die publiciteit rond je boek is wel erg goed gedaan, niet?' Soms hoor je het alleen al aan het toontje waarop ze zeggen: 'Nou, je zal het wel weer druk krijgen, hè, de komende tijd? Ze zullen je wel weer allemaal willen!'

De gedachte dat een boek dat succesvol is per definitie het product is van een schrijver die in literair opzicht een knieval doet voor het grote publiek, ligt wat mijn werk betreft gelukkig een beetje achter de rug, en zal met dit boek hopelijk volledig verdwijnen. In de aanloop naar deze roman zei ik soms: 'Ik ben nu die grote ontoegankelijke Koch aan het schrijven.'" (lacht)

Nu, dat is dan, ondanks de vele verschillende vertelstandpunten en het spel dat je speelt met de chronologie, toch niet gelukt. Wanneer denk je de Nobelprijs te krijgen?

"Ja, dat is nog zoiets, er zijn van die krantenstukjes verschenen waarin ik erop word afgerekend dat een wedkantoor mij in hun lijst heeft opgenomen. Terwijl ik daar zelf helemaal voor niets tussen zit. Als je op mij wedt, dan krijg je bij winst geloof ik achtenzestig keer je inzet terug. Met andere woorden: dat ik hem op korte termijn zou winnen, wordt ook door dat kantoor zelf als volstrekt irrealistisch beschouwd.

Nu, toegegeven, ik heb wel onlangs een smoking gekocht, maar die kan ik ook aan, binnenkort, als de Amerikaanse verfilming (het regiedebuut van Cate Blanchett, red.) van Het diner een Oscar wint." (lacht)

Geachte heer M. verschijnt deze maand bij uitg. Anthos, € 22,95

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234