Dinsdag 02/06/2020

InterviewIlja Leonard Pfeijffer

Schrijver Ilja Leonard Pfeijffer vanuit Genua: ‘De Italianen zijn woedend op de Nederlanders’

Beeld Tim Dirven

Ilja Leonard Pfeijffer zit midden in de diplomatieke spanningen tussen Nederland en Italië, het land waar hij al jaren verblijft en zijn beroemde boeken heeft geschreven. Terwijl de zwaarst getroffen lidstaat om Europese steun roept, hield Nederland het been (lang) stijf. ‘Ik vind dat een benepen, kortzichtige, afkeurenswaardige houding.’

Genua is grijs. In de havenstad – met de bijnaam ‘La Superba’, beschreven in Pfeijffers gelijknamig boek – overheerst de grijze kleur van neergelaten rolluiken. Al weken zit Italië in een totale lockdown. Alleen voedingswinkels of apotheken zijn nog open.

Het gevoel dat dit uitzicht bij de schrijver teweegbrengt is dubbel. Enerzijds is hij blij dat dat hij eens om de paar dagen naar buiten kan, omdat zijn geliefde Stella of haar moeder hem vraagt om boodschappen te doen. Anderzijds wordt hij dan geconfronteerd met de doodse stad. “Slechts af en toe kom ik dan iemand tegen die net zoals ik met een mondmasker naar de winkel loopt.”

Het virus heeft intussen ook zijn familie getroffen. De schoonbroer van zijn schoonbroer is er enkele weken geleden aan gestorven. Hij werd opgenomen in het ziekenhuis en twee dagen later is hij overleden, zegt Pfeijffer. “Wat daar nog bij komt is dat zijn echtgenote, dus de zus van mijn schoonbroer, ook besmet was geraakt. Daardoor mocht ze niet naar het ziekenhuis om afscheid te nemen van haar man. Er was ook geen begrafenis.”

U heeft het al geschreven. Dit is wat corona teweegbrengt. Je moet bang zijn van je geliefden omdat ze je kunnen besmetten, en voor iemand zorgen is gevaarlijk.

“Precies, de paradox is dat je het instinct hebt om dicht bij je dierbaren te willen zijn, maar dat is nu een verkeerde handelswijze. Aan de andere kant zit de zus van mijn schoonbroer nog steeds alleen thuis in quarantaine en kan ze geen bezoek ontvangen. We kunnen geen troost bieden, dat maakt het uiteraard heel tragisch.”

U woont nu in Italië, terwijl de spanningen tussen Nederland en Italië sterk oplopen. Wordt u daar soms op aangesproken?

“Wel, door de quarantaine is het niet zo makkelijk om elkaar aan te spreken. Maar ik zie de discussie natuurlijk op de sociale media en in de kranten. Ik heb ook geen goed woord over voor de houding van de Nederlandse regering om geen Europese steun toe te kennen aan Italië. Ik vind dat ze op dit moment een buitengewoon benepen, kortzichtige, contraproductieve en afkeurenswaardige stelling inneemt.”

“Nederland is altijd het braafste jongetje van de klas is geweest en heeft zijn begroting op orde, dat begrijp ik. Maar het is onethisch dat Nederland voorwaarden stelt aan Europese hulp. Als het huis in brand staat en de buurman moet komen blussen, gaat die toch ook niet eerst voorwaarden stellen? Ik heb er een stuk over geschreven voor het Nederlandse blad HP/De Tijd, dat de Italiaanse krant La Repubblica ook gaat publiceren.”

In dat stuk raadt u de Nederlander aan weg te blijven uit Zuid-Europa. Want: ‘Ze haten je’.

“En het is ook zo. Zelfs de Facebook-pagina van de Nederlandse ambassade stroomt vol met felle reacties. De Italianen hekelen de hypocrisie van Nederland. Ze halen aan dat Nederland ten koste van andere Europese landen een belastingparadijs is voor grote bedrijven.”

“Als de Italianen echt boos zijn, beginnen ze ook over wat er in de jaren 90 in Srebrenica is gebeurd (waar Nederlandse blauwhelmen de kritiek kregen dat ze niets hadden gedaan om de massamoord op duizenden moslims te voorkomen, YV). Of over de slavenhandel en de rol die Nederland erin heeft gespeeld.”

Ondertussen lijkt de Nederlandse minister van Financiën Wopke Hoekstra wel te keren. Wordt dat in Italië opgemerkt?

“Ik denk toch dat de Italianen eerst een concreet resultaat willen zien, dat kan je hen niet kwalijk nemen. Dit is een afspraak met de geschiedenis. Als Nederland niet inziet dat er nu alles moet gedaan worden wat nodig is om de zuidelijke lidstaten bij te staan, dan is er straks geen Europese Unie meer. Dan is het definitief duidelijk dat Europese solidariteit een illusie is.”

“Er moet een ruimhartig en betekenisvol hulppakket komen. Hoe dat technisch precies moet verlopen, via het Europese noodfonds ESM of via corona-obligaties, dat moeten experts uitmaken. In die zin is het voor mij wel een belangrijk signaal dat twee coalitiepartijen binnen de Nederlandse regering ook kritisch zijn voor die houding.”

‘Als Nederland niet inziet dat er nu alles moet gedaan worden wat nodig is om de zuidelijke lidstaten bij te staan, dan is er straks geen Europese Unie meer.’Beeld Tim Dirven

In uw bestseller Grand Hotel Europa schrijft u dat ons continent is ingeslapen. Het kan enkel nog dienen als een historisch pretpark voor de rest van de wereld. Heeft de coronacrisis uw visie veranderd?

“Ik stel me die vraag ook, maar ik heb er nog geen antwoord op. Niemand weet echt in welke wereld we wakker worden na deze nachtmerrie. Het virus legt zijn vingers ondertussen wel op enkele pijnlijke plekken.”

“Europa is oud, omdat het zoveel geschiedenis meesleept. Maar ook op een andere manier is Europa oud: het is een continent waar de vergrijzing heerst. Als je de lijst met werelderfgoedsites bekijkt, heeft de helft van de wereldgeschiedenis zich in Italië afgespeeld. En Italië is dan nog het meest vergrijsde land van heel Europa. Dan is dit virus het laatste wat Europa of Italië nodig had.”

“We kunnen niet inschatten welke gevolgen deze crisis in Italië zal teweegbrengen. We weten alleen dat die gevolgen immens zijn. Er moet dus een goed doordacht internationaal Marshallplan komen, omdat de Italiaanse economie nu een ongehoorde klap krijgt. Als we iets leren van deze crisis, dan is het toch het belang van solidariteit. We kunnen dit niet overleven met egoïsme.” 

In Italië zijn er aanwijzingen dat de knik in de curve ondertussen is ingezet. Hoe staat het land er nu voor?

“Waar Italië nu zijn hart voor vasthoudt, is het zuiden. Het virus is er met enige vertraging gearriveerd. Ook al omdat Milanezen enkele weken geleden naar Sicilië vluchtten om er de lockdown uit te zitten. Het zorgsysteem in Zuid-Italië is nog steeds uitstekend in vergelijking met andere delen van de wereld. Maar het is minder goed dan in het noorden en er is vooral een capaciteitsprobleem. Er zijn gewoon minder ziekenhuizen.”

Hoe kijkt u naar uzelf terwijl u deze crisis meemaakt? Bent u nog steeds een Nederlander onder de Italianen of een Italiaan die boos is op Nederland?

“Ik voel me natuurlijk nu meer verbonden met Italië, aangezien ik de situatie hier aan den lijve ondervind. Maar ik heb me nog nooit echt een Italiaan gevoeld, omdat ik voor de Italianen altijd een buitenstaander zal blijven. Dat is ook niet zo erg. Ik koester die positie.”

“Ik ervaar de lusten van dit land en niet de lasten. Italië is een prachtig land om geld uit te geven, maar veel minder om geld te verdienen. Dat ik van hieruit stukken kan schrijven voor Nederlandse en Vlaamse media heeft nog een voordeel.”

“In de hiërarchie van mijn identiteiten voel ik mij in de eerste plaats Europeaan. Dan op de tweede plaats Genuees, omdat Genua echt mijn stad is geworden, en dan Nederlander. Dat laat me toe om mijn Nederlandse identiteit te kapittelen vanuit het Europese en het Genuese perspectief.”

‘Als we iets leren van deze crisis, dan is het toch het belang van solidariteit. We kunnen dit niet overleven met egoïsme.’Beeld Tim Dirven
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234