Dinsdag 27/10/2020

Schrijven 'tot de oortjes er van tuiten'

In de sixties introduceerde hij woeste erotiek en sciencefiction in de Vlaamse literatuur. Toch verzeilde Hugo Raes in de vergetelheid. Na een lang ziekbed vroeg de schrijver maandag euthanasie aan.

Als kind was hij bezeten van fruitbomen. IJverig verzamelde hij "van alle mogelijke vruchten de netjes afgewassen pitten in doosjes, met het etiket erop". Hugo Raes droomde van een bestaan als fruitkweker. Ook de beroepen van drummer, bokser, tekenaar, zeeman, 400 meterloper en balletdanser stonden hoog op zijn verlanglijstje. Uiteindelijk werd Raes leraar in het rijksonderwijs en later adviseur bij het ministerie van Pensioenen.

En in de eerste plaats: schrijver, met "een woeste drang naar pen en papier". Innerlijke noodzaak en revolte dreven hem vooruit: "Schrijven is bij mij geen brei- of borduurwerkje ineenprutsen. Het is scrupuleus koeliewerk. (...) Schrijven dat het 't zindert, als je 't leest, dat het je affectief teistert, je moreel dooreenschudt, dat je oortjes er van tuiten en de oogjes opengesperd worden", zo vertelde Raes in 1974 aan interviewer Willem M. Roggeman.

Maar de literatuur is een grillige en onbarmhartige stiel. Bij leven kun je tijdelijk gloriëren, tien jaar later vergaart je oeuvre geniepig veel stof. Dat lot viel Hugo Raes te beurt, net als zijn nog levende generatiegenoten Ward Ruyslinck, Jos Vandeloo en in mindere mate Paul de Wispelaere. Tijdens de jaren zestig en zeventig prijkte Raes in het zenit van de letteren, in het kielzog van vriend en voorbeeld Louis Paul Boon. "We wilden de Vlaamse literatuur boven het boerse Pallieterniveau uittillen. Bijdragen aan de Vlaamse ontvoogding, onder meer op erotisch gebied", zei hij in 2004 aan Margot Vanderstraeten. Raes hield ogen en oren open voor wat uit het buitenland aanwaaide: tijdens WO II raakte hij via soldatenpockets verslingerd aan Amerikaanse en Britse literatuur.

Tot dat pijnlijke scharniermoment: in maart 1944 overleed Raes' amper veertigjarige vader, een bevlogen onderwijzer van wie hij zijn boekenliefde had meegekregen. Het drama leidde tot depressies en allesoverheersend pessimisme. "Die sfeer is blijven doorwegen, is blijven drukken op mij", schreef hij. De jaren vijftig waren "een schrale donkere tijd vol deprimerende psychosen", zo verklaarde Raes tegen collega Fernand Auwera, met wie hij in het Antwerpse avantgarde-gezelschap De Nevelvlek de kroegen afschuimde.

Na een paar dichtbundels maakte Raes in 1961 furore met zijn romandebuutDe vadsige koningen, een monologue intérieur over zijn verbrokkelende eerste huwelijk. "Het equivalent van Gerard Reve'sDe avonden", schreef de Nederlandse criticus J.J. Oversteegen, maar in Vlaanderen wekten zijn taboeloze boeken meer weerstand. Raes werd dé 'chroniqueur van zijn tijd'. Een seksuele libertijn die correspondeerde met de Amerikaanse schrijfster Anaïs Nin. Een existentialist, experimenterend met taal en vorm. Begiftigd met een ongebreidelde fantasie plaatste hij felle erotiek versus dood, vernieling en geweld. Even leek het alsof hij W.F. Hermans en Gerard Reve naar de kroon zou steken, samen werden ze "de aanstootgevers" genoemd. Met de van seks uitpuilende verhalenbundelHemel en dier(1964) effende hij het pad voor Jan Cremer en Jan Wolkers. "Ik heb altijd vol erotiek en fascinatie voor de vrouw gezeten. Ik heb altijd naar vrouwen gesnakt. Nu nog!", gaf Raes in 2001 toe. "Seks bedrijven, schrijven en fantaseren over seks is voor mij een antidotum tegen doodsangst. Seks is levensdrift. Seks is roes." MetEen faun met kille horentjes(1966) verzekerde Raes zich nogmaals van een plaats in de Vlaamse literaire canon. VoorHet smarankreeg hij in 1975 de driejaarlijkse Belgische Staatsprijs. En hij maakte wonderlijke uitstappen naar de sciencefiction, een in Vlaanderen verwaarloosd genre:De lotgevallen(1968),Reizigers in de anti-tijd(1970) enDe verwoesting van Hyperion(1978).

Toch daalde in de jaren tachtig en negentig een sluier van stilte neer over Hugo Raes. Literair trappelde hij ter plaatse en personifieerde hij een vervlogen tijdgeest. Comebackpogingen stuitten op schouderophalen. "Iedere auteur heeft een tijd van bloei. Als die voorbij is gaat 't verwateren. Je zou de moed moeten hebben op te houden", vertrouwde hij in 1965 visionair toe aan interviewster Bibeb. In Zuid-Frankrijk wenkte het goede leven, maar ook de gezapigheid. Dat gaf hij grif toe in zijn autobiografische schetsenboekHet aquarel van de tijd(2001): "Ontmoediging ja, maar ook zonnen en heerlijk nietsdoen hadden me lui gemaakt." Nog later liet Raes' lichaam het afweten: tromboses, epilepsie, een sputterende bloedsomloop, geheugenproblemen, de ziekte van Parkinson. Plus dat eeuwige gevecht met de drankduivel. Dertig pillen per dag moest hij slikken. Raes voelde zich "beroofd van zijn eigen wil". Na een tergend lang ziekbed zette deze pleitbezorger van euthanasie er maandag op zijn 84ste zelf een punt achter. Net als Hugo Claus, met wie hij ooit samen zijn legerdienst vervulde.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234