Donderdag 08/12/2022

Schrijven is soms ook een beetje overschrijven

'Ik weet niet meer wanneer ik ontdekte dat Maria Magdalena geen hoer was.' In Londen loopt momenteel een rechtszaak waarin zulke uitspraken allerminst uitzonderlijk zijn. Dan Brown, auteur van De Da Vinci code, staat er tegenover Michael Baigent en Richard Leigh, twee heren die Brown verwijten dat hij de plot van zijn succesthriller uit hun occulte boek stal. Weinig kans dat zij hun gelijk halen: schrijvers doen niets anders dan elkaars ideeën overnemen, en Dan Brown toont zich op dat vlak gewoon erg bedrijvig.

Marnix Verplancke

Het was toch even wennen voor rechter Peter Smith de voorbije twee weken. In plaats van de traditiegetrouwe pleidooien te moeten aanhoren over vermeende grootschalige fraude of moedwillig bedrog resoneerden er zinnen door de lucht als "de zoektocht naar de heilige graal kan op vele manieren geschieden" en "we mogen de afstammelingen van de Merovingische koningen niet onderschatten". Smith zat erbij en keek ernaar, speelde af en toe met de krullen van zijn pruik als was hij een verveelde Lodewijk de veertiende en vroeg zich wellicht af waarom hij zijn vaders raad niet had gevolgd en tandarts was geworden. Hij had al veel moeten doen in zijn carrière, maar doodernstig een paar occulte boeken lezen was toch iets nieuws.

Het spektakel dat Smith opgevoerd kreeg in zijn Londense rechtszaal was ook al niet doordeweeks. Aan de ene kant zat een deftige veertiger, 'de ideale schoonzoon' zouden vele moeders hem zelfs noemen. De overzijde vormde een ander paar mouwen: twee mannen op hun retour die in beter tijden lijfwachten op Woodstock hadden kunnen zijn: lang grijs haar, brede bakkebaarden en - met moeite zichtbaar - een dikke, arrogante kop. Dat boekje van hem, zo betoogden zij, heeft hij grotendeels van ons afgeschreven en wij willen dus poen.

Deze beide heren waren Michael Baigent, een 57-jarige Nieuw-Zeelander, en Richard Leigh, vijf jaar ouder en een Amerikaan die al een paar decennia in Engeland woont. Samen met Henry Lincoln schreven zij in 1982 Het Heilig Bloed en de Heilige Graal, een ietwat bizar, met taai bewijsmateriaal overladen maar hoogst boeiend boek, waarin wordt beweerd dat Jezus het op een akkoordje had gegooid met Pontius Pilatus, waardoor hij niet aan het kruis hoefde te sterven, maar in het geniep samen met zijn vrouw Maria Magdalena de biezen kon pakken richting Zuid-Frankrijk. Het gelukkige stel zou er een dochter krijgen, Sarah, die aan de basis zou liggen van het Franse koningshuis en van wie de nakomelingen via allerhande schuinse groepjes, zoals de Rozenkruisers en de Priorij van Sion, tot vandaag een grote invloed zouden blijven uitoefenen op het Vaticaan en de wereldpolitiek. Zelf lazen we het op jeugdige leeftijd en waren we er helemaal ondersteboven van, maar dat waren we niet veel eerder ook van De dagboeken van Frankenstein geweest, dus dat zegt op zich niets.

De minzame man die aan de overkant van de rechtszaal vriendelijk voor zich uit zat te glimlachen was niemand minder dan Dan Brown, de auteur van De Da Vinci Code, een thriller waarin - we laten het hem even zelf samenvatten - "een bekende Harvardsymboloog naar het Louvre wordt gehaald, nadat de conservator er op gruwelijke wijze is vermoord, om een reeks cryptische symbolen te onderzoeken die op Leonardo Da Vinci's schilderijen staan. Hij slaagt in zijn opzet en ontsluiert zo een van de grootste mysteries aller tijden, waardoor hij een heel stel moordenaars achter zich aan krijgt." En laat dat grote mysterie nu toch wel zijn dat Jezus samen met Maria Magdalena naar Zuid-Frankrijk is gevlucht, daar een dochter heeft gekregen die ze Sarah noemden... De rest kunt u zelf wel invullen. Afgaande op de verkoopcijfers - meer dan veertig miljoen exemplaren en het bolt nog altijd als een trein - moet zo stilaan de hele wereld het boek gelezen hebben en de eerste die het niet op de rand van zijn stoel gezeten tot de laatste pagina verslonden heeft, moeten we nog tegen het lijf lopen. In het Louvre beginnen de suppoosten het trouwens grondig beu te worden dat de Amerikaanse toeristen niet langer vragen naar de zaal waar de Mona Lisa hangt, maar wel naar die waar de conservator is vermoord.

De advocaten van Baigent en Leigh haalden vijftien punten aan die Brown volgens hen overduidelijk gewoon overgenomen had in zijn boek, een bewering die door de verdediging van Brown met de grond gelijk werd gemaakt door aan te tonen dat een aantal van die punten niet in allebei de boeken voorkomt en een paar zelfs in geen van de twee. Tijdens zijn verhoor legde Brown uit dat hij nooit onder stoelen of banken heeft gestoken dat hij Het Heilig Bloed en de Heilige Graal heeft gelezen. De grote gluiperd uit zijn roman heet immers Leigh Teabing, dat laatste is een anagram van Baigent. Hij laat die zelfs een exemplaar van Het Heilig Bloed uit de kast trekken en erover zeggen dat er een paar ongeloofwaardige gedachtesprongen in staan, maar dat het boek over het algemeen een juiste these verdedigt. Het was Browns eerbetoon aan Leigh en Baigent, alleen vatten zij het helemaal anders op dan bijvoorbeeld Margaret Starbird, wiens christelijk-feministische kijk op de Maria Magdalenafiguur, die ze in boeken als The Woman with the Alabaster Jar en The Goddess in the Gospels tentoonspreidt, door Brown met dank wordt overgenomen. Starbird spant geen proces in tegen Brown, integendeel, ze vindt het een hele eer om door de best verkopende schrijver ter wereld als inspiratiebron aangehaald te worden. Dat hoeft niet te verbazen, want afgaande op Starbirds website zou ze nog geen proces tegen je inspannen wanneer je een gipsen kruisbeeld op haar hoofd in gruzelementen sloeg.

Soit, Brown geeft dus volmondig toe dat hij het boek van Leigh en Baigent heeft gelezen, maar wel een half jaar nadat hij een opzet van zijn succesroman naar zijn uitgever had gestuurd. Wat Leigh en Baigent schrijven, was helemaal niet zo nieuw, aldus Brown. "Ik heb zeker wel dertig boeken en driehonderd artikels gelezen waarin hetzelfde wordt verklaard. De vlucht van Jezus en Maria Magdalena naar Zuid-Frankrijk is algemene kennis en daar rust dus geen copyright op." Brown zelf hoorde voor het eerst over de Priorij van Sion toen hij zeventien jaar geleden kunstgeschiedenis studeerde aan de universiteit van het Spaanse Sevilla. Als tiener had hij school gelopen op de Phillips Exeter Academy in New Hampshire, waar zijn vader wiskunde gaf en ook John Irving en Gore Vidal ooit leerling waren. Daarna studeerde hij Engels aan Amherst College en omdat hij een singer-songwriter wilde worden - zet hem een vrouwenpruik op het hoofd, geef hem een nose job en hij zou zo 'Mandy' kunnen kwelen - trok hij naar Los Angeles, waar hij vier cd's opnam en zelfs een song schreef die later gebruikt werd in de openingsceremonie van de Olympische Spelen in Atlanta. Het verhoopte monstersucces was dat niet, dus trok hij naar Sevilla. Tijdens een van de colleges werden de studenten verzocht goed naar Da Vinci's Laatste Avondmaal te kijken. Daar stonden allemaal rare dingen op. Zo zit er een apostel met een dolk te zwaaien, lijkt een andere verdacht veel op een vrouw en blijkt de graal waaruit Jezus de wijn drinkt nadat hij het brood heeft gebroken niet op tafel te staan. Volgens de professor kwam dat doordat Da Vinci ooit aan het hoofd had gestaan van de Priorij van Sion, een geheim genootschap gesticht door onze eigenste Godfried van Bouillon waar later ook Newton, Botticelli en Victor Hugo toe behoorden.

Brown vond het een fascinerend verhaal, maar deed er niets mee. Hij reisde na zijn studie terug naar New Hampshire, waar hij les begon te geven aan de Phillips Exeter Academy en in zijn vrije tijd boeken schreef. Heel belangrijk daarbij was Blythe, de twaalf jaar oudere vrouw die hij tijdens zijn periode in Los Angeles leerde kennen en met wie hij in 1997 zou trouwen. Het eerste boek dat ze samen schreven en dat onder het pseudoniem Danielle Brown verscheen, was het frivole 187 Men to Avoid: A Guide for the Romantically Frustrated Woman, verschenen in 1993 en een werkje dat Brown liever onvermeld ziet op zijn cv. Zijn volgende drie boeken, Het Juvenalis dilemma, Het Bernini mysterie en De Delta deceptie waren thrillers die niet bepaald hoge ogen gooiden en toen kwam dus Da Vinci. Brown beschrijft Blythe altijd als zijn onmisbare muze, een Da Vincikenner van het eerste uur die hem constant voedt met relevante informatie en dus voor een groot deel de inhoud van zijn boeken bepaalt. De zwaar feministische ondertoon van de roman, een ode aan de moedergodin die het Vaticaan onder de duim houdt, is dus niet alleen aan Starbird toe te schrijven. Blythe voerde hem haar hoogst betwistbare ideeën en hij slikte ze als een koekoeksjong. Nadat gebleken was dat ze helemaal geen kunsthistorica was, zoals Brown altijd beweerde, en niemand ooit een van haar naar eigen zeggen prachtige schilderijen bleek te kennen, rezen er een paar vragen over Blythe. Ze mag dan wel Browns persoonlijke Mona Lisa zijn, de manier waarop ze zich afschermt van de wereld - ze heeft nog nooit een interview gegeven en Brown doet dat sinds een paar jaar ook niet meer - doet hier en daar wenkbrauwen fronsen. Wie is toch die vrouw achter de schrijver die iedere ochtend om vier uur achter zijn schrijftafel gaat zitten met een zandloper naast zich en die, wanneer het glas leeg is, zijn rek- en strekoefeningen doet omdat zo het bloed en de fantasie weer gaan stromen? En in hoeverre is zij verantwoordelijk voor het uitblijven van het al lang aangekondigde vervolg op De Da Vinci code, The Solomon Key? Voorlopig hebben we er het gissen naar.

Blythe gaf in ieder geval verstek op het proces in Londen, net zoals ze dat vorig jaar deed toen Lewis Perdue klacht probeerde in te dienen tegen Brown omdat De Da Vinci Code afgeschreven zou zijn van zijn eigen The Da Vinci Legacy. "Zuiver plagiaat", zei hij en hij eiste meteen 150 miljoen dollar schadevergoeding. Wie de feiten nagaat, merkt dat daar echt wel iets voor te zeggen is. Beide boeken beginnen immers met een moord op een Da Vinci-expert, de vierde op rij. Beide slachtoffers laten een boodschap achter, met hun eigen bloed op hun lichaam geschreven, en - dit is echt ongelooflijk - beide moorden gebeuren op pagina 35 van de romans. Pas echt overtuigend is de fout die Perdue maakte in zijn boek en die ook in dat van Brown voorkomt. Perdue vermeldde dat Leonardo Da Vinci zijn Codex Leicester op perkament schreef, terwijl dat in realiteit op linnenpapier was. Bij Brown lezen we hetzelfde. Maar dat kon de Amerikaanse rechter niet vermurwen. Beide romans gingen na die gelijkenissen immers een heel andere kant op - Perdue houdt nogal van KGB- en naziplots - en bovendien is er geen copyright te verhalen op filosofisch gedachtegoed. Klacht afgewezen dus.

Om niet in hetzelfde straatje te belanden gooien Leigh en Baigent het over een totaal andere boeg. Wat in hun als historische studie aan de man gebrachte boek te lezen valt, is helemaal geen algemene kennis of alom erkende waarheid, beweren ze, het is gewoon klinkklare onzin waar ze al lang zelf niet meer in geloven. Die Priorij van Sion is helemaal niet meer dan duizend jaar oud, zoals in het boek vermeld: ze werd op 7 mei 1956 opgericht door de Franse anti-semitische fantast Pierre Plantard. Hij maakte een stel 'middeleeuwse documenten' waarin de priorij vermeld stond, plaatste die in de Parijse Bibliothèque National en liet ze vervolgens door kennissen met veel poeha 'ontdekken'. En dat allemaal omdat hij zogezegd de laatste afstammeling van de Merovingische koning Dagobert II zou zijn en dus de gerechtigde koning van Frankrijk. Zie je, zeggen Leigh en Baigent, Brown heeft die zotteklap van ons overgeschreven en aangezien ze niet strookt met de realiteit en dus fictie is, rust er wel degelijk een copyright op.

De kans dat Peter Smith - even flakkerde zijn vlam op toen hij Brown hoorde verklaren dat hij echt niet meer wist op welk moment hij ontdekte dat Maria Magdalena geen hoer was - volgende week een uitspraak doet in het voordeel van Leigh en Baigent is klein. Niet alleen zou hij de première van de film De Da Vinci code, die voor 19 mei op de planning staat, in het gedrang brengen - en regisseur Ron Howard iets minder happy days bezorgen -, hij zou meteen ook een bom leggen onder het hele literaire bedrijf. Schrijvers doen immers niets anders dan elkaars ideeën overnemen en gebruiken. De Franse filosoof Jacques Derrida bedacht er zelfs een specifieke term voor: intertekstualiteit.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234