Zaterdag 24/10/2020

'Schrijven is als fluiten in het donker'

Een feestje vieren ter ere van je tweede boek, uitgerekend op de dag dat je de Debuutprijs krijgt voor je eerste.Het overkwam Lara Taveirne, 32 en eindelijk schrijfster. 'Ons verlangen is mooi, maar per definitie tragisch. Ik denk niet dat ik ooit over iets anders zal schrijven.'

Zeker, elke mens is anders. Maar sommigen zijn toch nog net iets anders dan de anderen.

Lara Taveirne lijkt op het eerste gezicht heel makkelijk in een hokje te stoppen. Het hokje van de 'romantische dromers'.

Wonen en werken doet ze in een uitgeleefd Brugs sluiswachtershuisje, zonder enige vorm van wat vorige generaties 'modern comfort' pleegden te noemen. Soms vervaardigt Lara Taveirne daar nog eens een echte handgeschreven brief. En ze schrijft er natuurlijk ook haar boeken. Boeken over de dood, de liefde en de begeerte.

Boeken van een romantische dromer, dus?

Lees ze, en u zult samen met ons besluiten: in dat hokje past ze zeker niet.

Van Lara Taveirne verscheen de afgelopen week Hotel zonder sterren. Het is het verhaal van Larissa, een jonge vrouw die heilig in de liefde gelooft.

Zoiets kan in de denkwereld van Lara Taveirne nooit goed aflopen. "Ik heb een zeer pessimistische kijk op de liefde", zegt ze. "Al zou ik zonder de liefde niet willen of kunnen leven. Wie wel?"

Hotel zonder sterren is Taveirnes tweede boek. Het verscheen afgelopen dinsdag, wonderlijk genoeg ook de dag waarop haar de Debuutprijs voor haar eerste boek De kinderen van Calais werd toegekend.

Dankwoorden die bij zulke gelegenheden worden uitgesproken, zijn zelden de moeite van het citeren waard. Maar dat was hier anders. Lara Taveirne vertelde in haar dankwoord over haar schrijverschap, en hoe ze dat tot afgelopen dinsdag altijd als iets "bloots en kwetsbaars" had ervaren.

De Debuutprijs had daarin verandering gebracht, zo vertelde ze. Het was "alsof iemand me een kledingstuk heeft aangereikt".

Vandaag, the day after, zegt Taveirne dat ze zich dankzij die Debuutprijs voor het eerst zonder schroom schrijver durft te noemen. "Het is alsof die buitenwereld mij heeft gezegd: kom er nu maar voor uit. Jij bent een schrijver, je hoeft je daarvoor niet te schamen."

In je tweede boek ga je nog veel naakter dan in het eerste. Je hoofdpersonage heet Larissa. Als vanzelf ga je haar vereenzelvigen met de schrijfster Lara.

"Larissa heeft natuurlijk niet toevallig ongeveer dezelfde naam als ik. Het was een manier om me maximaal in mijn hoofdpersonage in te leven, om me met haar te vereenzelvigen, en zo diep als mogelijk met haar mee te voelen. Dat heeft ook echt goed gewerkt. Ik was heel erg bezorgd om haar. Ik wou niks liever dan dat het goed met haar zou aflopen."

In die zin is je boek compleet

mislukt.

(lacht) "Het is wreed, ja. Ik ben aan dit boek begonnen met het idee: ik schrijf een liefdesverhaal over twee mensen die voor elkaar gemaakt lijken."

"Twee jeugdliefdes die op hun achttiende door het lot van elkaar gescheiden zijn, maar tien jaar na de breuk nog één keer hun grote liefde willen vieren in het Bussaco Palace hotel in Portugal, het allermooiste hotel van Europa.

"Terwijl ik het verhaal schreef, begon ik meer en meer te beseffen dat de personages die ik had neergezet zo'n happy end zelf onmogelijk hadden gemaakt - hoe graag ik het ook anders had gewild, en hoe triest ik het zelf ook vond.

"Larissa heeft een geïdealiseerde kijk op de liefde. Haar liefde is de liefde van de speelplaats. De overgang naar de volwassen, niet-geïdealiseerde liefde heeft ze niet kunnen maken. Ze blijft hangen in de bakvisfase, terwijl het doelwit van haar verlangen allang aan een ander leven is begonnen, en de stap naar de nuchterheid wél heeft gezet. Zoiets kon ik onmogelijk goed laten aflopen.

"Voor het geval dit nog niet helemaal duidelijk was: ik geloof niet zo in de eeuwige en enige liefde. Als ik op een trouwfeest ben, ga ik meestal net niet kapot van cynisme. Ik moet telkens heel hard mijn best doen om dat toneel te verdragen. Mijn redactrice heeft me verteld dat ze mijn boek heeft nagelezen terwijl ze zich op haar huwelijksfeest aan het voorbereiden was. Dat was een moeilijke combinatie, vertelde ze."

In Hotel zonder sterren kun je desgewenst een boodschap over de liefde vinden. Dat we die wat rationeler moeten benaderen, bijvoorbeeld. Nuchter, zonder grote verwachtingen.

Maar of nuchtere liefde wel bestaat? Of het geen contradictio in terminis is?

Lara Taveirne antwoordt met een verhaal. Het is het verhaal van haar huwelijksdag, die dag die sommigen wel eens "de allermooiste van mijn leven" durven te noemen.

Bij haar was het anders. "Mijn man en ik hebben op de dag van ons huwelijk de hele ochtend liggen huilen op ons bed. Waarom? Omdat we allebei angstig waren, angstig en verdrietig. 'Mogen we vanaf nu onze exen niet meer graag zien?', 'Mag ik nu nooit nog iemand anders graag zien?' Daar, op dat bed van ons, heb ik beseft dat hij ook echt mijn man was.

"Ik hoef geen man die mij knielend een ring aanreikt en belooft dat hij tot in de eeuwigheid mij en alleen mij graag zal zien. Voor zo'n man zou ik geen respect en liefde kunnen opbrengen. Wie zoiets zegt, begrijpt toch niet hoe de liefde echt in elkaar zit? Geef mij maar de man die nog altijd houdt van zijn ex. Dat vind ik mooi. Het betekent dat hij echt kan liefhebben."

Met de moeder van Larissa heb je een personage in het leven geroepen dat niet eens haar best doet om haar man trouw te blijven. Is dat de juiste weg?

"Nee, natuurlijk niet. (denkt na) Uiteindelijk gaat mijn boek over twee vrouwen die hetzelfde zoeken: passionele, nooit uitdovende, eeuwige liefde die niet beschadigd mag worden door de realiteit van elke dag. De dochter probeert het door haar liefde te sublimeren, de moeder door die zo veel mogelijk te consumeren. Het is een heel andere benaderingswijze, maar het resultaat is twee keer hetzelfde. Ongeluk, tristesse."

Larissa maakt aan het eind van je boek de bedenking dat haar moeder nog beter af is. Zij heeft al die liefdes toch maar mooi gehad.

"Juist, maar denk jij dat er één lezer is die haar moeder als een voorbeeld zal zien? Stoeien met jongetjes die de leeftijd van je eigen dochter hebben, en ondertussen nauwelijks omkijken naar die dochter... nee, ik kan niet zeggen dat ik hier een rolmodel tot leven heb gewekt.

"Larissa's moeder is vooral een heel triestig personage. Al begrijp ik haar ook wel. Want er zijn momenten dat het ook in mij opkomt. Momenten waarop ik denk: ik kan nu mijn koffer pakken, de deur achter me dichtslaan en aan een nieuw leven beginnen. Ik vind het zelfs niet eens zo'n irrationele gedachte. Het mooie aan schrijven is dat je die gedachte zomaar de vrije loop kunt laten, zonder dat het ook maar één consequentie heeft in het echte leven."

Jouw kijk op de liefde sluit min of meer aan bij wat Dirk De Wachter vertelt over geluk. Vergeet het groots en meeslepend leven. Leer tevreden zijn met een beetje vrijheid, een beetje geluk, een beetje liefde.

"Ik heb zelf heel veel tijd nodig gehad om te beseffen dat de liefde niet altijd spectaculair en opwindend hoeft te zijn. Maar het is me wel min of meer gelukt. Vandaag kan ik ook vol liefde kijken naar mijn man als hij de afwas doet."

Tot zover dus het groots en meeslepend leven.

"Natuurlijk wil ik dat leven ook. (lacht) Maar het hoeft zeker niet langer dan twee dagen te duren. De volgende vijf dagen wil ik graag uitslapen, samen met de man en mijn twee kinderen die ik zo graag zie.

"Ach ja. Kent niet iedereen die gespletenheid? Vroeger had ik vaak twee soorten relaties tegelijk. Eentje voor de rust, en eentje voor het gevaar. (lachje) Ik mag niet zeggen dat het ooit heeft gewerkt."

'Behoud de begeerte' is een mooi motto. Maar voor het comfort zouden we die begeerte beter uitrukken.

"Uiteindelijk is dat natuurlijk onze tragedie. Ons verlangen, onze begeerte, het is het mooiste wat er is. Maar tegelijk is het altijd een bron van groot verdriet. Ofwel wordt je verlangen niet vervuld, en blijf je hunkeren, ofwel wordt het vervuld, en is het voorbij, wat evengoed tragisch is.

"Weet je, uitgerekend deze week ben ik begonnen aan mijn derde boek. Toen mijn man me vroeg waarover het zou gaan, heb ik gezegd: 'Over verlangen.' 'Alweer', antwoordde hij. Tja. Ik denk dat ik alleen maar daarover kan schrijven. Verlangen is een leegte, die je altijd weer wilt blijven vullen. Zij het tevergeefs. Het is een oneindig proces, waar je kunt blijven over schrijven."

Je vertelt over twee hoogromantische vrouwen die niet echt opgewassen zijn tegenover het leven. De mannen in je boek zijn opvallend veel robuuster. Is dat niet een tikkeltje rolpatroonbevestigend?

"Ik begrijp je punt. Alleen: het was natuurlijk niet de bedoeling om hier iets te vertellen over hoe vrouwen in het algemeen in elkaar zitten. Daar heb ik namelijk niks over te vertellen.

"Ik heb een geweldige hekel aan die opdeling man-vrouw. Gisteren, tijdens die prijsuitreiking, werd ook het programma van de Boeken-beurs voorgesteld. Blijkbaar organiseren ze daar tegenwoordig ook een ladies' night. (rilt) Bij wijze van grap, en om het nog erger te maken, vertelden ze er nog bij dat ook de mannen welkom zijn. Hoe gruwelijk is dat?

"Van zulke dingen ga ik echt over mijn nek. Ik heb het ook gehad toen mijn debuut uitkwam, en mijn uitgeverij me vertelde dat dat boek voor een bepaalde doelgroep was bestemd: vrouwen tussen twintig en de vijftig. Meteen kreeg ik zin om dat boek niet te laten verschijnen. Een schrijver schrijft toch niet voor vrouwen of mannen?"

Je boek is wel heel duidelijk door een vrouw geschreven.

"Wat bedoel je daarmee?"

Mannen spreken en schrijven niet zo open en direct over liefde.

"Ik schrijf vanuit een vrouwelijk perspectief, en vanuit een vrouwelijk lijf. Dat is waar. Maar zijn het daarom boeken voor vrouwen? Nee, toch?"

Je debuut is in deze krant neer- gesabeld door Jozef De Witte, een nom de plume waarachter zich, zo wordt gefluisterd, een collega-schrijver van je zou verschuilen.

"Ik begrijp dat het als een soort grap was bedoeld. Misschien had ik die bespreking ook echt grappig gevonden als er in jouw krant ook eerst iets serieus over mijn boek was verschenen. Maar dat was dus niet zo. Voor de lezers van De Morgen bestond ik alleen maar door dat stuk van De Witte, een stuk dat trouwens niet over mijn boek ging, maar over mij, een vrouw die een boek had geschreven waarin - stel je voor zeg - de menstruatie ter sprake werd gebracht.

"Een vrouw die een boek schrijft. Ik was er altijd van uitgegaan dat dat ondertussen de normaalste zaak van de wereld is. Maar in de wereld van meneer De Witte is dat blijkbaar niet zo. Bon. Het zij zo. Ik ga ervan uit dat hij een uitzondering is."

Blijf je voor de rest van je leven een schrijver?

"Dat weet ik niet. (fluisterend) Echt werken wil ik eigenlijk niet. Sinds dit jaar geef ik les. Literaire creatie, vijf uur per week. Dat gaat, maar ik moet er mij wel ontzettend voor inspannen. Terwijl dat schrijven, dat voelt niet als een inspanning. Dat gaat bij wijze van spreken vanzelf."

Ervan leven is nog wat anders.

"Je verdient er geen bal mee, maar dat kan me niet schelen, want ik geef ook geen bal uit.

"Vroeger, voor we in dit huis kwamen wonen, was ik nog veel materialistischer. Zo had ik bijvoorbeeld een gigantische collectie laarzen, waar ik heel erg aan gehecht was. Na een paar maanden in dit huis was de hele collectie al kapot van de schimmel. Het deed me niks. "Door hier te komen wonen, ben ik mijn materialisme helemaal kwijtgespeeld. Vandaag vind ik bezit vooral ballast. Soms komen hier mensen op bezoek, en zie ik ze denken: ocharme, die mensen moeten in deze armoede leven. Terwijl we niks te kort komen. Mijn man heeft een normale job, ik verkoop af en toe een boek, dat volstaat.

"Ik benijd de tweeverdieners helemaal niet. Geld brengt ook onrust. Het geeft je bijvoorbeeld de mogelijkheid om je huis te gaan verbouwen. Ik prijs me gelukkig dat ik daar niet eens over hoef na te denken. Zo'n verbouwing lijkt me vooral een grote tijdverspilling."

Over haar schrijverschap, tot slot nog dit. In haar nieuwe boek citeert Lara Taveirne uit Gordon, de schandaalroman van Edith Templeton.

Het citaat gaat zo:

"You are like a child who whistles in the dark. As though the dark cared, my poor child, as though the dark cared."

Of het misschien iets zegt over schrijven, dat citaat?

Ze knikt. "Zo is het helemaal. Fluiten in het donker. Je hoopt dat het zal helpen, maar eigenlijk weet je al op voorhand dat dat niet zal gebeuren. De duisternis trekt zich geen bal van jouw gefluit aan. Dat is tragisch, maar ook heel mooi."

Biedt schrijven troost?

"'Bezweren' is een juister woord. Toen ik aan mijn jongste boek begon, was ik een vat vol onrust. Alles wat ik over dit onderwerp te zeggen had, moest eruit. Eens dat gebeurd was, kwam er een grote rust over mij. Alsof ik die onrust had bezworen.

"Maar troost? Nee. Ik hoef ook geen troost. Laat het verdriet maar gewoon bestaan."

Lara Taveirne, Hotel zonder sterren, Prometheus, 256 p., 17,95 euro

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234