Zaterdag 31/10/2020

InterviewBoeken

Schrijfster Emma Cline: ‘Een mensenleven is grillig: het is een illusie dat je jezelf voortdurend verbetert’

Emma Cline.Beeld Belga

In 2016 betekende De meisjes een aardschok, goed voor een negen op de schaal van Dichter: de Amerikaanse Emma Cline (nu 31) donderde de letteren binnen met een ongemeen knap en prangend debuut. Nu is er Daddy, een verzameling korte verhalen – ‘en intussen ben ik ook bijna klaar met de eerste versie van een nieuwe roman.’

Na het verschijnen van De meisjes zei je dat je de laatste dagen van het schrijven erg gekoesterd had, omdat je daarna nooit meer alleen zou zijn met het boek. Heb je nu dan tien keer afscheid moeten nemen?

Emma Cline: “Eigenlijk wel, maar dan minder intens. De verhalen in Daddy zijn verspreid in de tijd geschreven, en sommige zijn al eerder in een tijdschrift verschenen.

“Het is een volkomen ander schrijfproces dan bij een roman. Je licht één fragment uit om over te schrijven, één moment in het bewustzijn van een personage, en daar dompel je je dan helemaal in onder. De leeservaring is ook helemaal anders. In een roman kun je je echt terugtrekken, hè – het is een hut waar je gedurende lange tijd altijd weer in kunt gaan schuilen. Nu ja, korte verhalen kun je herlezen, natuurlijk. Naar De zwemmer van John Cheever bijvoorbeeld blijf ik maar terugkeren. Met de korte verhalen van Deborah Eisenberg heb ik hetzelfde: die trekken me telkens weer naar een duizelingwekkende diepte.”

Is macht het thema dat de tien verhalen in Daddy verbindt?

“Absoluut. Niet dat dat het opzet was: ik schrijf nogal intuïtief, zonder vooraf te bepalen wat ik precies wil vertellen. Maar toen ik het zelf allemaal overzag, toen ik keek naar de ideeën die in Daddy naar het oppervlak kringelden, merkte ik inderdaad dat het vaak over machtsverhoudingen gaat. Om de één of andere reden ben ik daar erg mee bezig. In De meisjes zat het ook al heel erg, hè.

“Het is ook gewoon een heel erg boeiend thema, vind ik. Vriendschap, liefde, familiebanden, de omgang met collega’s: elke relatie drukt een machtsverhouding uit. En dat geldt ook op macroniveau. Praat je over gender, over identiteit, over economie of politiek, dan praat je over macht. En als fictieschrijver heb ik het voordeel dat ik daar door een loep naar mag turen.”

Een machtsverhouding kan kantelen. Nadat ze ontdekt dat daar een markt voor is, begint een jong meisje in één van je verhalen haar gedragen slipjes te verkopen. Ze is de meester van de situatie, tot ze een koper ontmoet die haar even triomfantelijk als misprijzend aankijkt...

“...en zij de afhankelijke partij wordt, ja. Hetzelfde geldt eigenlijk voor de oude vader in het openingsverhaal. Hij is de patriarch die ouderwets kerst wilt vieren met zijn gezin. Maar hij voelt dat zijn vrouw en zijn kinderen van hem weggegleden zijn, dat ze hem niet meer erkennen als de machthebber.”

Dat in elk van onze sociale relaties een machtsverhouding speelt, vloekt met onze opvattingen over bijvoorbeeld de liefde, die we graag als puur en pesticidevrij zien.

(knikt) In elk van de tien verhalen koesteren de personages in hun hoofd een versie van hun leven die niet per definitie correspondeert met hoe dat leven er werkelijk uitziet. Vaak is dat de onschuldige, liefdevolle versie. Het zit ook in de manier waarop we naar onszelf kijken. We denken nogal snel dat we goede, moreel rechtlijnige mensen zijn, bijvoorbeeld. En vaak zal dat op het eerste gezicht wel kloppen, maar zit daaronder een realiteit die veel donkerder is. Die kan ons van slag brengen, natuurlijk – vandaar dat we ze vaak liever niet onder ogen zien.”

Moeten we absoluut het monster in de muil kijken? Onwetendheid kan ook prettig zijn.

“Ik begrijp dat je in je dagelijkse leven niet voortdurend door de smurrie wilt waden. De literatuur is natuurlijk een aparte wereld, een ruimte die net dient om dat soort dingen te onderzoeken. Maar zou het niet helpen als we af en toe toch proberen om iets onder ogen te zien? Kijk naar mijn land, de Verenigde Staten: we hebben onszelf hier zo lang gecomplimenteerd met het verhaal dat we een open, democratische en vooruitstrevende natie zijn. En kijk dan ook eens naar de lelijkheid die de afgelopen jaren is beginnen te etteren, naar de ongelijkheid die overal bloot komt te liggen. Dan kun je toch niet anders dan besluiten dat het heel nuttig is om die fictie te ontmaskeren?”

#MeToo en Black Lives Matter zijn de meest in het oog springende tegenbewegingen. Ze zitten in een gelijkaardig stadium: de aanklacht is geformuleerd, maar het is afwachten of er gevolg aan gegeven wordt. Geloof jij in fundamentele verandering?

“Ik hóóp er alleszins op. Nu, ik weet niet of ze in precies hetzelfde stadium zitten. Bij #MeToo zijn er kansen gemist, vind ik. Ik denk dat de beweging te nadrukkelijk gefocust was op individuele gevallen, in plaats van op de structuren erachter. En ik weet het wel: die cases waren natuurlijk de concrete gevolgen van die structuren, en elk debat heeft zijn symbolen nodig. Maar toch: door het over aparte, specifieke gevallen te hebben, koppel je het los van de cultuur waarin die konden gedijen.

“Ik heb het gevoel dat daar bij Black Lives Matter meer rekening mee gehouden wordt. Dat het over institutioneel racisme gaat. Maar ook voor mij geldt dat dat mogelijk de fictie is die ik ervan maak. Net als haast iedereen leef ik in een omgeving van vooral gelijkgestemden. Als ik de Republikeinen en president Trump tekeer zie gaan, denk ik: geen idee op welke planeet zij leven, maar de mijne is het niet. Terwijl dat natuurlijk fout is: het hele punt is net dat ze wél op dezelfde planeet leven als ik, en gewoon een ander verhaal van de werkelijkheid gemaakt hebben.”

Het alternatief voor Donald Trump is Joe Biden. Ook een oude witte man uit de machtscenakels.

“Het zal je niet verbazen dat ik een supporter van Bernie Sanders was. Weet je, hier in California woeden op dit moment verschrikkelijke, enorme bosbranden. In combinatie met de politieke actualiteit geven die me een pre-apocalyptisch gevoel. Misschien dramatiseer ik het wat, maar het voelt echt alsof we aan de vooravond staan van de ineenstorting van een way of life, en dat vreet aan mijn gemoed.”

HUFTERS EN GLUIPERDS

Zullen we dat in je werk lezen? Zowel in De meisjes als in Daddy ga je niet bóven de maatschappij hangen om je erover uit te spreken.

“Klopt, ik kruip er eerder ín, door me in het bewustzijn van een personage te verdiepen. Dat doe ik omdat ik mijn ambiguïteit koester: de reden dat ik fictie schrijf, en geen essays of columns, is net dat ik geen grote opinies heb. Ik sta een beetje huiverachtig tegenover definitieve begrippen als goed en kwaad. In de grijze zone daartussen zit de fictie, en daar zit ze goed. Ik ben ook niet in staat tot een eenduidige politieke analyse. Mijn brein werkt gewoon zo niet. Laat anderen dat maar doen. Als schrijver pruts ik een beetje aan de dingen. Ik licht iets uit dat ik interessant vind, en vervolgens loop ik mee met mijn personages.”

Zelfs wanneer dat hufters en gluiperds zijn krijg ik er geen onherroepelijke afkeer van.

“Ik ook niet. Voor mij is het essentieel om mijn personages niet te veroordelen. Zet ik ze neer als alléén maar kwaadaardig, dan ben ik cartoonfiguurtjes aan het creëren – en dat is niet mijn idee van opwindende literatuur. Dat soort schrijven interesseert me niet. Ook in de nare personages moet iets tragisch schuilen, of iets wrang-komisch. Iets kwetsbaars. Zoals de vader waar we het daarstraks over hadden: in het verhaal wordt gehint naar een verleden van woede en geweld, maar nu is hij vooral deerniswekkend. Dan voel ik met hem mee. Ik zie zo’n man het liefst als een menselijk wezen zoals ik, eerder dan als een monster waar ik niets mee te maken heb. Die vader is ongewild vervreemd geraakt van zijn gezin, en bij uitbreiding van de hele wereld. Dat is nog iets dat haast al mijn personages kenmerkt: ze tasten naar de wereld, maar ze raken er niet bij.”

Ze hebben ook zelden de volledige controle over hun leven.

“Het is iets waar ik vaak over zit na te denken: waarom maken we onszelf zo graag wijs dat we die controle wél hebben? We koesteren zo graag de illusie dat onze levens een duidelijke vorm hebben, en de verhalen waarin we figureren een eenduidige moraal. Wanneer we iets pijnlijks meemaken, moet dat een doel dienen – we leren er iets uit, of het brengt ons bij iets nieuws, of het maakt ons sterker. Maar meestal klopt dat helemaal niet! Soms zijn dingen gewoon pijnlijk, punt. Daar hoort ook die eeuwige mantra bij dat we uit alles moeten leren. Dat impliceert dat je voortdurend jezelf verbetert. Maar ik geloof dat ook dat een illusie is. Een mensenleven is grillig: je holt niet in een duidelijke richting.”

Is schrijven niet net zo goed een poging om grip te krijgen op de dingen?

“Allicht wel. Ik hou met name van de mogelijkheid om zélf te kiezen welke aspecten van de werkelijkheid ik uitlicht. Dat is ook wat me intrigeert aan alle schrijvers die ik bewonder: dat ze, terwijl ze naar mens en wereld kijken, het vermogen hebben om net het detail te zien dat jij nog niet gezien hebt. In zekere zin was dat wat ik al in De meisjes probeerde: het is geënt op de geschiedenis van Charles Manson, maar het gaat helemaal niet over Charles Manson. Het gaat over jonge meisjes, en hoe die geen bril krijgen aangereikt om naar zichzelf te kijken.”

Ik vind het ironisch dat je na zo’n boek zélf het slachtoffer werd van een vorm van misbruik. In 2017 klaagde je ex-vriend, ook een schrijver, je aan. Je had spyware op zijn computer geïnstalleerd, en hij beweerde dat je op die manier zijn werk had geplagieerd in De meisjes. Een jaar later bleek de beschuldiging op niets te berusten, maar intussen was de imagoschade wel aangericht.

“Dat was zo’n ontzettend pijnlijke periode. Als schrijver snijd je toch telkens weer je hart uit je borstkas, en laat je de lezer er met zijn vingers aan zitten. Dat is de schoonheid en de intimiteit van het schrijverschap, maar natuurlijk ook de kwetsbaarheid. En als iemand daar vervolgens zo misbruik van maakt, ja...

“Ik ben blij dat je het ironisch noemt, want dat doe ik zelf ook. Ik schreef een roman over oudere mannen die jonge meisjes zien als pionnetjes die ze naar eigen goeddunken over het spelbord mogen schuiven. En vervolgens is er een man die precies dát doet met mij. Het was de wrange bevestiging van wat ik in mijn debuutroman had proberen te vertellen.”

Heeft het schrijverschap een andere lezer van je gemaakt?

“Neen, en daar ben ik zó blij om. Meer zelfs: de schrijver die ik ben, gaat automatisch in staking zodra ik aan het lezen ben. Het voelt dan bevrijdend om niet zelf de hele tijd te moeten nadenken. Alsof ik even de kleren van iemand anders mag aandoen.”

De meisjes heb je geschreven in een krakkemikkig tuinhuisje. Ik mag hopen dat...

“...ik Daddy in een luxevilla heb geschreven? Neen, maar wel in een modaal appartement. Ik boek vooruitgang. (lacht)

Heeft het succes iets veranderd aan wie je bent?

(twijfelt) Ik heb alleszins geprobeerd om dat te vermijden. Er zit een schuttinkje rond wie ik ben – mijn kern, wie ik écht ben, mag niet beïnvloed worden door de reacties op mijn boeken. Een bevriende schrijver zei me na het verschijnen van De meisjes dat ik boven alles moest proberen te staan: boven de kritiek en de zurigheid die mijn deel zouden worden, maar óók boven de bijval en de superlatieven. En dat probeer ik dus. Een boek mag mijn leven veranderen, niet de reacties erop.

“Ik ben 31 nu, en ik was 25 toen ik De meisjes schreef. Dat is nog niet zo lang geleden, maar het voelt wel als een heel oude versie van mezelf. Al durf ik niet te zeggen dat ik nu precies weet wie ik ben, hoor.”

Emma Cline – Daddy is uit bij Lebowski.

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234