Zaterdag 28/05/2022

'Schrijf maar op: dit is een shit-mijn'

'Als je een nieuwe overall wilt, trekken ze dat van je loon af. Zestig rand!'

Petra Quaedvlieg / Foto Thys dullaartOnrust in de goudmijnen van Johannesburg

De aanhoudend lage goudprijs bedreigt de Zuid-Afrikaanse goudindustrie. Maar is die nog wel levensvatbaar? Volgens goudmijnanalisten wordt het voor Zuid-Afrika hoog tijd de aandacht te verplaatsen naar andere industrieën. Bovendien dateren de beroerde arbeidsomstandigheden van de mijnwerkers nog uit de apartheidstijd.

Een blank personeelslid houdt ons staande in het hoofdkantoor van de ERPM-goudmijn, een statig gebouw uit het begin van de eeuw met brede houten trappen en hoge plafonds. Of wij, twee vrouwelijke buitenlandse journalisten, wel beseffen dat het hier gevaarlijk is en dat we beslist geen stáp moeten zetten zonder veiligheidsman. "In dit land is niet alles onder controle zoals in Europa", zegt hij, "en de mijnwerkers zijn nerveus en geïrriteerd. Ze weten niet wat er gaat gebeuren."

Ook de blanke pr-vrouw van de goudmijn waarschuwt ons, speciaal voor de hostels, de woonbarakken van de mijnwerkers. "Het is een mannenwereld. Vrouwen komen er niet." Julius, de bewaker die we meekrijgen, is ondanks de crisissituatie goedgehumeurd. De beveiliging is een van de weinige branches in Zuid-Afrika waar nog werk in te krijgen is. Dus mocht de mijn sluiten, dan vindt hij wel iets anders. Maar zijn vader bijvoorbeeld, die hier al meer dan twintig jaar bovengronds werkt, kan een andere baan wel vergeten op zijn leeftijd. Zijn vader zal, net als veel andere mijnwerkers, teruggaan naar zijn familie op het platteland, ver weg van Johannesburg, van 'eGoli', de zwarte benaming voor 'the City of Gold'.

"De mijnwerkers zijn kwaad", zegt Julius, "ze zien op de televisie dat de mijn op sluiten staat, maar er is niemand van de directie die hen komt vertellen wat er aan de hand is."

De East Rand Proprietary Mines, kortweg ERPM, is een van de oudste goudmijnen van Johannesburg. Ze is in bedrijf sinds 1893 en stond lange tijd bekend als de grootste en beste goudmijn van Zuid-Afrika. De ontdekking van goud aan het eind van de vorige eeuw bracht in Zuid-Afrika een industriële revolutie teweeg. De Britten creëerden een wirtschaftswunder in het land, dat de blanke bevolking haar welvaart bezorgde en de zwarte cultuur en tradities zo goed als ruïneerde.

De ERPM-mijn was een pionier op het gebied van mijntechnologie: er werd ultradiep geboord en men hanteerde nieuwe koel- en ventilatietechnieken. Nu is ze al jaren een van de marginale mijnen van Zuid-Afrika die zich van crisis naar crisis sleept. Twee jaar geleden werd de mijn van de ondergang gered door een forse subsidie van 27 miljoen rand. Dit jaar kreeg het bedrijf nog eens 13 miljoen. Nu is het genoeg geweest, vindt de regering. Door de aanhoudende lage goudprijs is het duidelijk dat een aantal Zuid-Afrikaanse goudmijnen, ondanks kosten- en personeelsreductie, ook in de toekomst niet meer rendabel wordt.

De verkoop van 25 ton goud door de Engelse Centrale Bank vorige week en vooral de aankondiging van de verkoop van nog meer goudreserves door andere rijke, West-Europese landen en het IMF heeft de goudprijs verder doen kelderen tot de laagste prijs sinds twintig jaar: van 387,87 dollar in 1996 tot 256,90 nu.

Het jaarplan van de ERPM-mijn ging volgens directeur Ivan Vidulich uit van een goudprijs van 308 dollar. "Naar nu blijkt volstrekt onhaalbaar", zei Vidulich vorige week. De directeur gelooft zelf in een opleving van de goudprijs en riep de regering op de goudmijn niet te laten vallen. Tevergeefs, zo lijkt het. Tenzij de geruchten van twee potentiële kopers op waarheid berusten, zal de mijn op 17 augustus aanstaande ter ziele gaan.

Veel ERPM-mijnwerkers moeten het nog zien gebeuren. Volgens Jackson Mbengo, manager van het Far East Hostel, denken de meeste mijnwerkers dat het de zoveelste manoeuvre is van de directie om geen loonsverhoging te hoeven geven. "Elk jaar wanneer er een loonsverhoging op stapel staat, raakt de mijn in een crisis. Dat gaat nu al zeven jaar zo", zegt Mbengo.

Het Far East Hostel werd in 1982 gebouwd, niet ver van de Far East Vertical Shaft, de schacht die drie kilometer diep de grond in gaat. Het gloednieuwe hostel stond tien jaar lang leeg. Pas in 1993 verhuisden de eerste mijnwerkers van het beruchte Cinderella Hostel naar de inmiddels niet meer zo nieuwe woonbarak. Het Far East Hostel wordt nu vooral gebruikt door mijnwerkers die hun vrouwen en kinderen op bezoek krijgen. Na tussenkomst, een paar jaar geleden, van de vakbond mogen de mijnwerkers hun gezinnen voor maximaal dertig dagen over laten komen.

Nonyameko Fiphaza (27) roert traag in een pan in een van de zelfingerichte keukens, haar tweejarig zoontje op de arm. Ze komt uit Idutywa, een plaatsje in de nog traditionele Transkei in het zuidwesten van Zuid-Afrika. Haar man werkt sinds vijf jaar op de ERPM-mijn. Wat gaan ze doen als de mijn sluit? Nonyameko haalt haar schouders op. "In de Transkei is geen werk. Mijn familie leeft van het inkomen van mijn man." Het is een klein inkomen, 1.000 rand (6.600 frank) per maand. Daar moeten zes mensen van eten. "Het is weinig, maar beter dan niets", zegt Nonyameko gelaten.

Op de trap voor een andere barak zitten Julius Timba (60) en Jacob Sibe (59), twee Mozambikaanse veteranen van de Zuid-Afrikaanse mijnindustrie. Julius ging in 1955 voor het eerst ondergronds, Jacob tien jaar later. Beiden werken al dertig jaar voor de ERPM. Op contractbasis: elf maanden werken en de twaalfde maand naar huis; een handige manier van de mijndirectie om een vaste dienstbetrekking te omzeilen. Dat betekent onder meer geen geld als je ziek wordt en geen pensioen.

Als de mijn sluit, staan Julius en Jacob na een heel leven ploeteren in de hitte en het stof met lege handen. Ze hopen dat ze in elk geval een 'pakket' krijgen, een gouden handdruk. Maar ze hebben geen enkel idee van het bedrag. 10.000 frank? 100.000 frank?

Julius heeft tbc. Zijn gezicht is getekend door diepe groeven. Hij sukkelt al jaren met zijn gezondheid maar is gewoon door blijven werken. Wat moet hij anders? In Mozambique heeft hij een vrouw en nog vier kinderen die afhankelijk van hem zijn. Maar hij zal blij zijn als hij kan stoppen. "Mijn gezondheid is slecht. Ik ben moe", zegt hij zacht.

"De meeste mijnwerkers werken hier al langer dan tien jaar", zegt Jackson Mbengo. "Het gros kan niet lezen of schrijven. Ze hebben nooit een andere vaardigheid geleerd. Als de mijn dichtgaat, wacht hun een donkere toekomst." Van de in totaal 5.000 ERPM-werknemers is meer dan de helft uit Mozambique en andere omringende landen als Botswana, Lesotho en Swaziland. Van de Zuid-Afrikaanse mijnwerkers komt het merendeel uit de Transkei en KwaZulu-Natal, voormalige 'thuislanden' die tijdens de apartheid de ongeschoolde arbeid leverden die nodig was voor de bloei van de blanke Zuid-Afrikaanse welvaart. De mannen op de ERPM zijn er het product van.

Apartheid toont ook haar gezicht in het Cinderella Hostel, waar het grootste deel van de mijnwerkers verblijft, dik 2.000 man. De poort naar het terrein is bewaakt. Volgens Julius, onze veiligheidsman, tegen dieven en illegale bewoners. Maar ook de vrouwen of vriendinnen van de mijnwerkers mogen er niet komen. Uit de Cinderella-supermarkt, op het stoffige plein nog buiten de poort, klinkt kwaito-rap. Een paar mannen en vrouwen maken een dansje, bierfles in de hand. De rest van het plein is gevuld met kleine kraampjes. "Voornamelijk ontslagen mijnwerkers", zegt Julius, wijzend naar de kooplui, "die nu hier hun brood verdienen."

'Cinderella'. Wie de naam bedacht, hield van zwarte humor. Het hostel lijkt nog het meest op een strafkamp. De gebouwen zijn in geen vijftig jaar opgeknapt. De barakken zijn benauwd en smerig, er is nauwelijks ventilatie, op een paar kleine raampjes na. In barak 54, de barak van Sitomore Mosodi (36) 'wonen' veertig mannen: ze liggen in twee rijen van tien als sardientjes naast elkaar in lage betonnen 'badkuipen', waarin een wat breder geschouderde man als Sitomore zich onmogelijk kan draaien. Sitomore - op de ERPM sinds 1982, vrouw en kinderen in Botswana - lacht. "Je went eraan." Hij is bezig een van de knieën tot de enkels gescheurde overall aan te trekken. Is dat zijn werkplunje, heeft hij geen bedrijfskleding? Hij lacht weer. "Als je een nieuwe overall wilt, trekken ze dat van je loon af. Zestig rand!" Dus koopt niemand een nieuwe overall. Overal lopen mannen in opgelapte werkkleren rond. Hier en daar trapt iemand op een oude Singer-naaimachine.

"Mensonwaardig", oordeelt personeelsmanager Eric Dingani (55) over de levensomstandigheden van de mijnwerkers. "Er is hier niks veranderd sinds de apartheid. De leiding van het bedrijf is nog volledig blank. Ook het middenkader is blank. Het bedrijf houdt al jaren promoties tegen. 'Daar hebben we geen geld voor', zeggen ze, terwijl de ERPM subsidies krijgt van de regering. Ik verdien een vijfde van wat mijn blanke voorganger verdiende. Hij verdiende 7.500 rand, ik 1.500."

Het hostel-systeem, gebaseerd op contractarbeiders die na gedane arbeid terug naar huis gaan, is volgens Dingani 'volstrekt achterhaald'. "Het is een apartheidssysteem, bedoeld om zwarten terug naar het platteland te sturen zodra ze niet meer nodig zijn. Het is een zeer ongezonde toestand. De familiestructuren worden verstoord. Veel mannen hebben na een tijdje een vriendin in een van de omliggende illegale nederzettingen. Daar krijgen ze kinderen mee. Het geld gaat niet meer naar huis, maar naar het nieuwe gezin, en naar drank. Ook aids is een groot probleem. Iedere twee weken sterft hier iemand aan de gevolgen van aids."

Dingani heeft, samen met mensen van de vakbond, geprobeerd de ERPM-leiding ervan te overtuigen het hostel-systeem af te schaffen en gewone huizen te bouwen. Hij kreeg steeds hetzelfde antwoord: geen geld. Een alfabetiseringscursus die hij voor de mijnwerkers opzette, werd om dezelfde reden gestaakt.

Dingani neemt het de ANC-regering kwalijk dat ze zich zo weinig bemoeid heeft met de ERPM-mijn. "De vorige minister had totaal geen interesse in de mijnen!", fulmineert hij. "De huidige minister is nog erger. Het zijn allemaal mensen die tijdens de apartheid in het buitenland zaten. Ze weten niks van wat zich precies in de mijnen afspeelt. En nu zitten we met de ellende. Het is duidelijk dat de ERPM bankroet is. Er was geen enkele langetermijnvisie voor dit bedrijf."

Volgens de Nationale Mijnwerkersvakbond NUM werden de mijnen al tijdens de apartheid verwaarloosd door de regering. Zo kon de mijnindustrie een ministaat op zichzelf worden waarin de extreemste arbeidsomstandigheden werden gecreëerd. Volgens algemeen secretaris van de NUM Gwede Mantashe waren er na 1994 hoge verwachtingen dat de nieuwe regering speciale aandacht zou schenken aan de mijnen, gezien de historie van de zwarte mijnwerkers. Dat viel tegen.

"De mijnindustrie moest transformeren, maar de ANC-regering heeft vooralsnog geen poging gedaan om daarin behulpzaam te zijn", aldus Mantashe. "Bovendien is er geen beleid voor de toekomst ontwikkeld." Gevolg is dat de mijnindustrie voor een groot deel is blijven steken in oude (apartheids)praktijken. Dat komt de motivatie van de mijnwerkers niet ten goede. "Zwarte mijnwerkers krijgen nog steeds niet de kans om hogerop te komen", zegt een vertegenwoordiger van de NUM in het kantoortje op de ERPM-mijn. "Dat noem ik gewoon slecht management."

Sinds 1987 zijn er 300.000 banen in de goudmijnindustrie verloren gegaan. Van het inkomen van elke mijnwerker zijn naar schatting zeven tot tien mensen afhankelijk. Met een verdere daling van de goudprijs, zo is de verwachting, zullen nog eens 100.000 banen verloren gegaan. Dit moet absoluut voorkomen worden, vinden zowel de captains of industry als de vakbond. Vandaar dat een kleine delegatie van de twee geboren vijanden afgelopen week broederlijk verenigd naar Engeland vloog om de Engelse publieke opinie te bewerken: het Engelse volk mag niet toestaan dat de regering-Blair doorgaat met de verkoop van haar goudreserves ten koste van goudproducerende, zich ontwikkelende landen als Zuid-Afrika.

De Zuid-Afrikaanse regering lijkt wat terughoudend in het kapittelen van de Britse regering. Aanvankelijk haalde de Zuid-Afrikaanse minister van Mineralen en Energie Phumzile Mlambo-Ngcuka fel uit naar de regering-Blair. Een delegatie van drie ministers stond op het punt naar Engeland te vertrekken om protest aan te tekenen tegen de massale goudverkoop. Daar kwam niets van. Het is bekend dat president Thabo Mbeki eerder dit jaar de geplande verkoop van goud door het IMF ondersteunde, mits de verkoop niet overhaast gebeurde.

Volgens goudmijnanalisten moet Zuid-Afrika zich geen illusies maken over de goudmijnindustrie. Het is een verouderde industrie, zeggen ze, aangezien goud voor de Europese centrale banken hoe langer hoe minder interessant is. Moderne elektronische banksystemen hebben geen goud meer nodig als monetaire backing, en dus is de verkoop van goud niet tegen te houden.

Volgens econoom Mike Schüssler van het Zuid-Afrikaanse dagblad Business Day had Zuid-Afrika zijn aandacht allang moeten verplaatsen van de zware industrie naar snel groeiende industrieën als toerisme en telecommunicatie. "De subsidiëring van de goudmijnen met honderden miljoenen randen heeft geen banen gered", aldus Schüssler. "Integendeel, er zijn alleen maar banen verloren gegaan, terwijl het toerisme duizenden banen heeft gecreëerd met minder dan de helft aan subsidie." Het wordt tijd dat Zuid-Afrika vóóruit kijkt, concludeert Schüssler, en snel geld steekt in het omscholen van mijnwerkers.

Ook andere analisten zijn ervan overtuigd dat de goudindustrie haar beste tijd gehad heeft. Volgens goudmijnspecialist Anthony Sguazzin in Johannesburg zit het meeste Zuid-Afrikaanse goud simpelweg te diep in de grond om ooit nog winstgevend te worden. Gevolg is dat de grootste Zuid-Afrikaanse goudmijnen, zoals AngloGold en Gold Fields, hun aandacht verplaatsen naar Brazilië en Argentinië, waar het graven naar goud half zoveel kost. Inmiddels komt 10 procent van de productie van AngloGold uit het buitenland.

AngloGold is, in samenwerking met de mijnvakbond NUM, nu ook begonnen met het financieren van werkgelegenheidsprojecten voor ontslagen mijnwerkers. De projecten zijn gericht op gebieden met een hoge concentratie oud-mijnwerkers, zoals KwaZulu-Natal en de Transkei. Drieduizend vierhonderd mijnwerkers zijn inmiddels omgeschoold tot kippenboeren en andere kleine agrarische ondernemers.

Vooralsnog lijkt de harde boodschap van de goudmijnanalisten niet doorgedrongen tot het gros van de partners in de goudmijnindustrie. De mijnwerkersvakbond NUM heeft voor vandaag (zaterdag) een grote protestmars in Pretoria aangekondigd om de lobby tegen de Britse goudverkoop kracht bij te zetten. Volgens NUM-voorzitter George Molebatsi wordt het een 'historische' mars: voor het eerst zullen mijnwerkers, mijndirecteuren en regeringsleiders hun krachten bundelen. "Ik weet niet of ik de toyi-toyi kan doen, maar ik zal zeker meelopen", liet de Harmony Gold Mine-directeur gisteren opgeruimd weten.

Bij de poort van het Cinderella Hostel reageren de mijnwerkers met scepsis op de aangekondigde mars. "Schrijf maar op: dit is een shit-mijn", zegt een van hen kwaad. "De bazen zijn nog nooit voor onze belangen opgekomen."

"Wat gaat de regering voor ons doen?", roept een ander.

Verderop staat een blanke mijnwerker van tegen de zestig rustig een sigaretje te roken. Hij vindt het jammer als de mijn sluit, zegt hij. Na dertig jaar is ze een deel van hemzelf geworden. Maar financieel hoeft hij zich geen zorgen te maken. Hij verdient nu bijna 45.000 frank per maand en krijgt straks ongeveer hetzelfde bedrag aan pensioen uitgekeerd. Hij heeft aardig promotie kunnen maken in de loop der jaren, legt hij uit. "Ik heb onder de grond de leiding over veertig man. Dat is een grote verantwoordelijkheid. Zwarte mijnwerkers beseffen dat niet."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234