Dinsdag 22/06/2021

‘Schrijf maar op: alle Libiërs zijn slecht’

‘Libya is a fucking country. Ik ga nooit meer terug.’ De 35-jarige Salahuddin Abdel Mittin kijkt ons kwaad aan. Net zoals meer dan tienduizend andere Bengalezen is hij zonder geld gestrand aan de Libisch-Tunesische grens. Terwijl de bijna vijftigduizend Egyptenaren al naar huis terug konden keren, verloopt hun evacuatie een stuk moeizamer.

„Wij willen terug naar huis. Help ons alstublieft.” Tariq Hussein, een 28-jarige uit Bangladesh, staat ontredderd langs de kant van de weg. Achter hem honderden lotgenoten, die hun schamele bezittingen naar het vluchtelingenkamp zeven kilometer verderop sleuren. Zes dagen al is Hussein onderweg vanuit de stad Misurata, zonder eten en zonder verse kleren.

Tot vrijdag verbleven de meesten aan de Libisch-Tunesische grens, waar ze onder de blote hemel moesten slapen. Op de berm zochten ze beschutting. Dekens werden aan de zeldzame boompjes geknoopt en fijne matrasjes moesten de kilte die uit de grond opstijgt, tegenhouden. Tussen de vele valiezen, plastieken zakken en dekens stapelt het afval zich steeds meer op. Met mondmaskertjes proberen de vele vrijwilligers de indringende geur tegen te houden.

De massa besluit zich uiteindelijk naar het vluchtelingenkamp van UNHCR te verplaatsen. Omdat er niet voldoende bussen zijn, gaan de meeste Bengalezen te voet. Dat de oranje bussen schaars zijn, blijkt als er tumult ontstaat op enkele honderden meters van de grens. De mannen trekken en duwen. Zakken met dekens en kussens worden door de piepkleine raampjes geperst. Zij die niet op de bus raken, zijn boos en gefrustreerd, maar druipen uiteindelijk af nadat een militair de mannen tot kalmte heeft aangemaand.

Zuurverdiende centen

Meer dan tienduizend Bengalezen hebben Libië al ontvlucht. De meesten van hen werkten er als arbeider, voor een van de vele internationale bedrijven, om hun familie overzee te onderhouden. Het rijk van Muammar Kadhafi teerde op niet minder dan anderhalf miljoen gastarbeiders, uit Egypte, China, Vietnam en dus ook uit Bangladesh.

Vandaag moeten ze met lege handen naar huis terugkeren. “Ons geld, gsm’s, laptops: de Libiërs hebben alles afgenomen”, vertelt Hussein. “Ze bedreigden ons met wapens en messen. En niet alleen politiemannen, ook gewone Libiërs hebben ons bestolen. Schrijf dat maar op! Alle Libiërs zijn slecht!”

Overal horen we hetzelfde verhaal. Alle zuurverdiende centen moesten onder bedreiging van een wapen afgegeven worden. “Een ramp”, zegt Dadir Alem (24). “Wij hebben dat geld broodnodig voor onze families thuis. Sommigen mannen hier moeten meer dan tien mensen onderhouden. Zonder dat geld vallen er doden, zeker weten.”

Er moet hulp komen van de internationale gemeenschap, meent een groepje mannen die zich rond ons schaart tussen de witte tenten van UNHCR. “We hopen dat er andere landen zijn die ons werk willen geven”, zegt de dertigjarige Imlak Shaikh. “We zijn alles kwijt, zonder hulp zullen we het niet redden.”

Nu maanden arbeid in Libië een maat voor niks zijn geweest, willen de mannen zo snel mogelijk terug naar huis. “Libya is a fucking country. Ik ga nooit meer terug”, sneert de 35-jarige Salahuddin Abdel Mittin, die er anderhalf jaar werkte als elektricien. Ook Omme Kuisum (36) en Selina Yeasmin (46), twee van de weinig vrouwen in het vluchtelingenkamp, willen de ellende zo snel mogelijk achter zich laten. Beide dames werkten als verpleegster in Tripoli toen ze het op een lopen moesten zetten voor het geweld. “We willen zo snel mogelijk onze kinderen weerzien”, vertelt Yeasmin, die drie zonen achterliet in Bangladesh.

Het vertrek van de Bengalese gastarbeiders laat evenwel op zich wachten. Terwijl vijftigduizend Egyptenaren al terug naar huis konden keren, gaat hun evacuatie een pak moeizamer. Vrijdag vertrokken er al twee vliegtuigen naar Bangladesh, maar het gaat traag vooruit en de mensen raken gefrustreerd.

“Terecht”, geeft Firas Kayal, woordvoerder van UNCHR ter plaatse, toe. “Maar duizenden Bengalezen evacueren uit Tunesië is geen eenvoudige opdracht. Bangladesh ligt niet naast de deur, he. Bovendien hebben ze hier niet eens een ambassade. We proberen alle mensen zo snel mogelijk te helpen, maar soms vergt het wat tijd.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234