Donderdag 26/01/2023

Schransen tussen de diëten door

Egyptenaren zaten aan tafel; Perzen, Grieken en Romeinen lagen aan tafel

Wet de keukenmessen, laat de kalkoenen aanrukken, zet de champagne koud: het aftellen naar kerst en nieuwjaar is begonnen. Feesten en feestmalen zijn van alle tijden, daarom graven we vijf afleveringen lang in de geschiedenis van de feesten. Vandaag deel drie: Egyptische soberheid (2.000 v. Chr. tot 400 v. Chr.).

Truffels hebben samen met foie gras hun plaats op vele eindejaarsmenu's en ze doen gourmets dromen. Truffels worden in de Franse keuken gebruikt sinds de late veertiende eeuw. De oorsprong van foie gras gaat nog veel verder terug in de tijd. De gedachte aan vetgemeste ganzen voert ons terug naar het oude Egypte, waar ze als neerhofdieren gekweekt werden en men de kwaliteiten van ganzenvet als smaakoverdrager kende.

Alhoewel men aan het hof van de farao en in sommige gevallen in hogere kringen wel culinaire verfijning aantrof, waren het uitzonderingen. Het gros van de bevolking was niet geïnteresseerd in gastronomische festijnen. Herodotus vermeldde al dat de Egyptenaren de gezondste mensen waren en dat slechts de Lybiërs langer leefden. Egyptenaren zagen een direct verband tussen voeding en ziekte, hun geneesheren kenden het therapeutisch effect van veel voedingswaren. Het Egyptisch kende twee woorden voor het bereiden van spijzen. Psi, wat op koken zou doelen, en asjer, wat braden of roosteren zou betekenen.

Dit laatste beschouwden de Egyptenaren als een verfijnd procédé. Voor het braden gebruikten zij voornamelijk dierlijke vetstoffen als ganzen- en kalfsvet, die goede smaakoverdragers zijn. Ook boter en room waren bekend. Gevogelte werd bij voorkeur in zijn geheel geroosterd, terwijl vlees meestal gekookt werd. De Egyptenaren aten naast hun zelfgekweekte huisdieren, die ritueel geslacht werden, bijna geen ander vlees. De landbouwers aten gewoonlijk de kleinere soorten als de geit, het schaap, het varken, gevogelte en vis. Rundsvlees was een voorrecht van de priesters en rijken. Een beeld van wat de begoede Egyptenaar als dagelijks voedsel gebruikte, geeft de banneling Sinoehe. Toen hij in Syrië verbleef, beschreef hij het land Iaa als volgt: "Er waren vijgen en druiven, meer wijn dan water, honing en olie, alle vruchten, gerst en tarwe en ontelbare kudden. Ik bakte koeken (platte broden), dronk wijn bij mijn maaltijden, at vlees, gebraad en gevogelte en wild, dat men voor mij strikte en dat mij werd aangeboden, om niet eens te spreken van wat de windhonden mij brachten." Met de begrippen rein en onrein nam deze banneling het blijkbaar niet nauw, want een Egyptenaar zou nooit gestrikt wild gegeten hebben.

De maaltijden werden zonder bestek, met de vingers gegeten. Aanvankelijk zat men op de grond, op matjes of kussens. Later aten Egyptenaren uit de hogere kringen al zittend, in tegenstelling tot alle hen omringende culturen. Ze zaten dan op stoelen en aten aan tafeltjes, waarop de verschillende gerechten uitgestald werden. Men at alleen of met twee. Op galadiners aan het hof had iedere gast zijn eigen bediende. De kinderen zaten op kussens of gewoon op de vloermat. De koks die door de edelen in dienst werden genomen, bekommerden zich uitsluitend om de bereiding der spijzen. Vele helpers stonden hen hierbij ten dienste. Voor het kuisen en pluimen van het gevogelte bijvoorbeeld waren de bewakers van het neerhof verantwoordelijk, voor het slachten en reinigen van het vlees was dat de beenhouwer en voor het ontvellen en reinigen van de vissen de visser zelf. Koks maakten vaak gebruik van het spit, waar zelfs een compleet rund kon aan gebraden worden. Bij de hoofdmaaltijden stonden vlees, gevogelte, groenten en fruit, aangevuld met brood en koeken op het menu. Deze ingrediënten werden met bier naarbinnen gewerkt. Aan de tafels van de grootgrondbezitters, de tempeldienaars en de hofdienaars en zeker bij de hogepriesters, de edelen en het hof zelf zullen deze schotels rijkelijk gegarneerd en allemaal samen aanwezig geweest zijn. De minder bedeelden moeten het met een keuze uit deze schotels doen. Alhoewel de Egyptenaren blijkbaar grote vleeseters waren, zal vlees niet voor ieders beurs beschikbaar geweest zijn, vooral omdat er geen detailhandel bestond en men zich dus een compleet rund moest aanschaffen. Van de maaltijden der farao's is er slechts één afbeelding bekend: een reliëf dat zich in een graf in El Amarna bevindt en Achnaton met zijn gezin voorstelt.

Men ziet er de farao die een stuk vlees aan het eten is, terwijl zijn vrouw een stuk gevogelte opeet. De koningin-moeder zit eveneens mee aan tafel. Terwijl ze eet, reikt ze een hapje naar een van de prinsesjes, die op een kussen op de grond zit. Rondom de disgenoten staan tafeltjes met allerlei etenswaren waarvan zij zich met de hand bedienden. Op de afbeelding is er nergens een spoor van borden of bestek te bekennen, hoewel archeologische vondsten er talrijke opgeleverd hebben. Het zitten op stoelen aan tafel is duidelijk een Egyptische verworvenheid, waardoor ze zich van alle andere volkeren uit de klassieke oudheid onderscheiden, want zowel Perzen als Grieken als Romeinen zouden de gewoonte aannemen bij de maaltijd te gaan liggen.

De welgestelde Egyptenaar beschouwde het als een der voornaamste genoegens om zoveel mogelijk vrienden aan zijn tafel te verenigen. Bij dergelijk feestmaal ontbrak de os nooit. Het versneden dier werd in stukken gebraden, geroosterd of gekookt. Van het gevogelte was de gans de gewildste, gewoonlijk werd ze aan het spit geroosterd. Het bier en de wijn vloeiden overvloedig bij deze gelegenheden, want alhoewel de Egyptenaar secuur was op zijn voeding bleef hij bij deze gelegenheden toch ook maar mens. De welgestelde kenden via hun medicinale voorschriften trouwens genoeg kneepjes om aan eventuele ongemakken te kunnen verhelpen. De gastheer kon nu pronken met zijn gouden en zilveren bekers en het albasten serviesgoed. Muzikanten, zangers en danseressen vrolijkten deze gebeurtenissen op.

Het ging er niet altijd even gracieus aan toe, niet zelden ziet men op feestscènes een gast die last heeft van het overmatig eten en drinken en zich van het overtollige ontdoet. De disgenoten zijn deze voorvallen blijkbaar gewend, want ze helpen de overmoedige gast door hem het hoofd te steunen en zetten zonder verpinken het feest verder. De feesten waren voor de rijken een aangename verpozing, net als de jacht, de visvangst en de wandelingen met de familie. Voor hen was het leven wel wat meer dan brood en bier.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234