Zondag 20/10/2019

Reportage

Scholieren volgen de Balkan-route: "Oei, we hebben net met een mensensmokkelaar staan praten!"

Gingen onder anderen mee op inleefreis: Charlotte, Kaat, Pieter, Annebeau, Rezwan, Lucas en Gracielle. Beeld Yassine Atari

Een week lang trokken veertien jongens en meisjes uit verschillende Vlaamse scholen door de Balkan, langs de route waarop vluchtelingen West-Europa proberen te bereiken. De Morgen reisde mee. "Vanavond zullen velen van ons een potje huilen."

De bus rijdt door het sneeuwlandschap tussen Belgrado en de grens met Kroatië. Het is ochtend maar aan boord begint al een feestje. Pieter Wilms, van het Maris Stella Instituut in Oostmalle, is met smartphone en bluetooth-luidspreker in de weer en ontpopt zich tot dj van dienst. De playlist kun je omschrijven als ongegeneerd retro-eclectisch. Passeren de revue: Queen, Abba, Village People, Wham!, Annie Lennox, Red Hot Chili Peppers en The Rolling Stones.

Er wordt meegezongen. Bijzonder hoe deze jongeren op YouTube de muziekgeschiedenis afschuimen en er uitpikken wat ze leuk vinden. Een van de neveneffecten is wel dat sommige meereizende leerkrachten ongevraagd in het gangpad beginnen te dansen, een fenomeen dat de scholieren met de glimlach tolereren.

Onder de noemer ‘Road of Change’ reist deze groep van veertien middelbare studenten en zes leerkrachten de Balkan-route af: de bekende vluchtelingenweg door Servië, Kroatië en Slovenië richting West-Europa. Het traject waarlangs in 2015 honderdduizenden vluchtelingen passeerden maar dat sinds de migratiedeal met Turkije en de strenge grenscontroles in Hongarije en Kroatië officieel gesloten zou moeten zijn.

De route verloopt nu ondergronds waardoor de tienduizend vluchtelingen/migranten die nog steeds via de Balkan reizen hun toevlucht moeten zoeken tot maffieuze mensensmokkelaars en veel meer smeergeld moeten betalen aan grenswachters.

Shoppingcenter

Deze inleefreis is georganiseerd door Vluchtelingenwerk Vlaanderen en Bond Zonder Naam. De leerlingen werden op basis van een motivatie-essay geselecteerd. Vorige maand brachten de scholieren al een bezoek aan ‘de jungle van Calais’ en enkele andere vluchtelingenkampen in Noord-Frankrijk.

Wat opvalt is dat alle deelnemers een onbehagen delen over de scherpe en gepolariseerde manier waarop er ook in België over vluchtelingen en migranten wordt gesproken. “Ik heb het gevoel dat het vluchtelingenthema omgeven wordt door een wolk van fake news”, zegt Annebeau Hofkens van het Maris Stella Instituut Oostmalle.

“Ik merk het al wanneer ik met medeleerlingen een shoppingcenter bezoek. ‘Zoveel vreemdelingen hier’, zei een van mijn vriendinnen onlangs. ‘En die komen hier van alles kopen? Waar halen die al dat geld vandaan?’ Pijnlijke situatie: omdat ik mij erger aan zulke vooroordelen, maar ook omdat deze worden uitgesproken door vriendinnen die ik eigenlijk wel graag heb.”

Waarna Annebeau benadrukt dat ze niet in naïef simplisme wil vervallen. “Ik zie ook wel dat onze steden steeds diverser worden. En ik weet dat dit geen evident verhaal is. Maar vooraleer ik oordeel, wil ik me informeren. Ik lees veel over migratie, over andere culturen. Ik wil me niet langer laten leiden door selectieve berichten die ons inpeperen hoeveel euro een vluchteling per jaar aan de gemeenschap kost. Ik vraag me dan af: hoe wetenschappelijk is dat onderzoek? Je voelt toch wel aan dat dit slechts een fractie is van de realiteit en dat ze ons met zulke berichten in een bepaalde richting willen duwen. De waarheid is volgens mij veel ruimer en ingewikkelder. Daarom zit ik op deze bus.”

Ook voor Lucas Van Looveren, vijfde Latijn aan de Sint-Maarten Bovenschool in Beveren, is de maatschappelijke onrust over het vluchtelingenthema een van de drijfveren om deze trip te ondernemen. “Ik heb lang aan deze reis getwijfeld en was bang dat het te veel een voyeuristische trip zou worden. Dat we naar de miserie van vluchtelingen zouden gaan kijken. Een soort aapjes kijken. Maar uiteindelijk ben ik toch gesprongen, en ik heb er geen spijt van. Wat de doorslag gaf, is mijn overtuiging dat een direct contact met vluchtelingen voor meer begrip kan zorgen. Hoe meer we te weten komen over dit thema, hoe preciezer we erover kunnen discussiëren. Echte kennis zal er ook voor zorgen dat de scherpe kanten van het debat minder scherp worden.”

Kerkkoor van opa

Ter illustratie vertelt Lucas het grappige verhaal van zijn fundraising-avond bij het kerkkoor van zijn opa. “Als bijdrage aan de kosten voor deze reis moesten alle deelnemers duizend euro ophalen. Mijn grootvader is lid van een plaatselijk kerkkoor en hij had me uitgenodigd om in het parochiecentrum over mijn reis te komen spreken. Plotseling stond ik daar voor een groep 60-70-jarigen. Ze hadden allemaal hun eigen mening over het vluchtelingenthema." 

"Maar het feit dat ik als zestienjarige scholier enthousiast over mijn vertrek naar de Balkan-route kwam praten, had blijkbaar ook iets ontwapenends. Want zelfs de mensen die het misschien niet helemaal met me eens waren, deden een bijdrage. ‘Ga maar eens kijken hoe het er ginds aan toegaat’, zegden ze. Ik hield aan die avond een bijzonder goed gevoel over.”

Het is iets wat Lucas tijdens de voorbereiding van deze reis meermaals is opgevallen. “Mensen en medeleerlingen zijn het niet altijd eens met mijn ideeën over dit thema, maar ik merk wel dat er veel respect is voor dit initiatief. Ook medeleerlingen die ik tot voor kort helemaal niet zo goed kende en bij mijn weten helemaal geen mening hadden over vluchtelingen, boden hun hulp aan bij de fundraising. Zo was er een meisje van een andere klas die een vrijdagnamiddag opofferde om samen met mij peperkoektaarten te verkopen. Dat vond ik schoon. Mijn Road of Change werd ook een beetje haar Road of Change.”

Dj Pieter is met zijn muziek ondertussen een versnelling lager geschakeld en zet ‘Mia’ van Gorki in. De melancholie van Luc De Vos past op een bepaalde manier wel bij de regio waar we sinds een half uur doorrijden. We zijn op weg naar het Servische stadje Šid, op enkele kilometers van de Kroatische grens en een van de migratie-hubs naar het Westen.

Twee dagen geleden vertelde de Kroatische mensenrechtenactiviste Asja Korbarica van de ngo Are You Syrious ons dat Šid vooral de hoofdstad is van de illegale pushbacks. “Vorig jaar stuurde de Kroatische regering 3.000 mensen terug die in Kroatië asiel wilden aanvragen. De Kroatische politie brengt hen vaak naar de spoorlijn en beveelt hen om te voet de grens over te stappen.” Korbarica vertelde hoe vorig jaar, in de nacht van 21 november, een Afghaanse moeder met haar zes kinderen op de spoorweg naar Šid werd gezet. “Een van de kinderen, de zesjarige Madina Hassiny, werd tijdens de chaotische wandeltocht door een trein gegrepen en zou de klap niet overleven. Het feit dat de Kroatische autoriteiten de familie verbood om het meisje volgens de islamitische traditie te begraven, maakte de controverse nog groter.”

‘Ooit zal het lukken’

Šid – je spreekt het uit als shit – is een hellhole, zeker nu het buiten vriest en alles modderig is. Het centrum wordt gedomineerd door een troosteloos busstation, enkele hangars en het treinstation waar taxi’s af- en aanrijden met jonge mannen uit Afghanistan, Pakistan en Syrië.

Maar op een kwartier stappen van het centrum bevindt zich nog een triestere plek: een fabrieksruïne waar we tientallen, voornamelijk, Afghaanse jongemannen aantreffen die zich aan een aftandse houtkachel warmen. Ze zien er vermoeid en vuil uit; sommigen kijken ons achterdochtig aan. Achter hen hangt een grote graffiti-tekening met de tekst: ‘We are refugees, people, no terrorists.’

Het is Rezwan Ullah, een van de scholieren die met ons meereist, die het ijs breekt met de jongemannen. Rezwan komt zelf uit Afghanistan en woont bij een pleeggezin in Sint-Niklaas. In 2015 passeerde hij als alleenreizende minderjarige door Šid. Als Rezwan de vluchtelingen in het Pasjtoe aanspreekt, reageren die eerst verbaasd maar daarna met een brede glimlach. “Kom er maar bij zitten”, zegt Rezwan even later aan de andere scholieren. “Ik heb hen uitgelegd dat wij gekomen zijn om hen een hart onder de riem te steken. ’t Is oké.”

De jongens en meisjes gaan tussen de jonge mannen zitten; hun kleurrijke kleding steekt af tegen de zwarte broeken en winterjassen van de Afghanen. Het grauwe maakt plaats voor iets frivools en iedereen voelt de atmosfeer lichter worden.

Een van de mannen vertelt dat hij al twee jaar in deze fabriek woont. “Net als de meesten van ons. Regelmatig proberen we de Kroatische grens over te steken. Maar met al die infraroodcamera’s is dat erg moeilijk geworden. We noemen het The Game: telkens als je een grens oversteekt, ga je naar het volgende level, krijg je extra punten en kom je dichter bij je einddoel. Maar als de grenswachters je pakken, is het terug naar af en kom je opnieuw in deze fabriek terecht. Ikzelf probeer al twee jaar naar Kroatië te vluchten: minstens een keer per week waag ik mijn kans. Ooit zal het me lukken.”

Lees verder onder de foto

Scholier Rezwan Ullah (petje) tussen Afghaanse landgenoten die soms al jaren in een fabrieksruïne ‘wonen’ aan de rand van het Servische stadje Šid, vlakbij de Kroatische grens. Beeld Yassine Atari

Rezwan stelt voor om liedjes te zingen. De Afghanen zingen over de liefde, hun gevaarlijke vlucht naar Europa en de heimwee; de scholieren gaan gewoon door met hun eclectische reeks en kiezen voor ‘Het is een nacht’ van Guus Meeuwis.

Zo blijft de sfeer heen en weer pendelen tussen de lichtheid van een Chiro-kamp en de zwaarte van de dramatische omgeving. Tussen de liedjes door tonen de vluchtelingen foto’s op hun smartphones van mishandelde lotgenoten. We zien beelden van bebloede hoofden met diepe wonden; we zien gezichten met opgezwollen lippen en blauwe ogen; we zien foto’s van lichamen vol striemen en opzwellingen. “Bulgarian police! They did this! Bulgarian police!”, roept een van de Afghanen terwijl hij zijn smartphone voor de neus van een van de scholieren houdt.

De foto’s bevestigen de verslagen over mishandelingen die vooral plaatsvinden aan de Bulgaarse, Hongaarse en Kroatische grens. Zo rapporteerden Artsen Zonder Grenzen en Human Rights Watch over honderden vluchtelingen die door grenswachters in elkaar zijn geslagen, met messen en scheermesjes zijn toegetakeld, met elektroshocks worden bewerkt of door waakhonden zijn gebeten.

Kindsoldaat

Enkele scholieren beginnen een gesprek met een man die er opvallend netjes en fit uitziet: geen besmeurde schoenen, propere kleren, gekamde haren, deo-geurtje. Hij zegt aan de Belgische jongeren dat hij hun positieve energie geweldig vindt en maakt charmante complimentjes aan een van de meegereisde leraressen. “Veertig jaar! Bent u echt veertig?! Maar u ziet er minstens tien jaar jonger uit!” Als de scholieren vragen wat de man hier komt doen, krijgen ze een min of meer eerlijk antwoord. “Euh, ik kom de mensen hier een beetje helpen. Met de grensovergang. Gewoon een beetje helpen.” Waarna de man afscheid neemt van de groep.

Lees verder onder de foto

Een hek met prikkeldraad moet mensen de oversteek van Kroatië naar Slovenië ontmoedigen. Beeld Yassine Atari

De scholieren kunnen hun ogen en oren niet geloven. “Een mensensmokkelaar!”, zegt Lucas. “We hebben zonet staan praten met een mensensmokkelaar! Boeiend!” De scholieren beseffen met wat voor soort man ze net hebben staan praten. Lucas: “Iemand die zich in het begin charmant gedraagt om klanten te lokken maar daarna in staat is om vluchtelingen in gevaarlijke omstandigheden aan hun lot over te laten. Maar wat een vlotte babbelaar! Wat een gewiekste zakenman! En hij gedroeg zich zo… menselijk.”

’s Avonds op de bus is het wat stiller dan gewoonlijk. Het was een heftige dag. Vrij vertaald in adolescentenjargon: ‘Een dag die hard binnenkomt.’ Rezwan heeft zich een beetje afgezonderd en kijkt naar buiten, naar het sneeuwlandschap. “Weet u, twee jaar geleden stond ik hier ook in Šid. Ik reisde helemaal alleen: mijn ouders, mijn broers en zussen had ik achtergelaten. Ik moest vertrekken van mijn vader, omdat ik als oudste zoon het grootste risico liep om als kindsoldaat door de taliban ingelijfd te worden.

“De reis was hard. Tussen Pakistan en Iran reisde ik veertien uur in de wielkast van een autobus. En mijn rubberboot tussen Turkije en Kos zonk in het midden van de Middellandse Zee. De Griekse kustwacht kon me op het nippertje redden en dropte mij op het strand. Ik zie me daar nog liggen. Urenlang: uitgeput, met natte kleren en allemaal zand in mijn haren. Nog nooit heb ik me zo eenzaam gevoeld. En ook in België was de eenzaamheid groot, zeker in het begin. Op een bepaald moment had ik zelfs geen zin meer om te leven en heb ik veel te veel pillen geslikt. Een sociaal werker heeft me toen gered. Daar ben ik nu blij om. Want nu is alles oké: ik ben gelukkig bij mijn pleegouders, heel toffe mensen.”

Rezwan zegt dat hij vooral meereisde om zijn Afghaanse landgenoten in de Balkan moed in te spreken. “Ik weet hoe hard het is. Misschien is het nog harder dan vroeger. Want toen ik hier passeerde, werden we verwelkomd. Iedereen gaf ons eten, schoenen en kleren. Zonder al te veel problemen bereikten we West-Europa. Maar nu zijn de grenzen potdicht. De Afghanen die we daarnet in die oude fabriek ontmoetten, zitten eigenlijk gevangen. Ze hebben niets: geen stopcontact om hun telefoon op te laden, geen voedsel, geen warme plek. De kou, de modder, de vochtigheid en de stagnatie maken hen gek. Ze kunnen geen fotograaf meer zien en met journalisten willen ze ook niet meer praten. ‘Die komen toch maar geld op onze nek verdienen’, vertelden ze me. Wat ik ongelooflijk vond, is dat ze zo goed als niets hadden, maar ons toch een kopje thee aanboden. Dat deed me erg aan thuis denken, die Afghaanse gastvrijheid.”

Charlotte Van Waeyenberghe: "Die vuile, koude leegstaande fabriek waar Afghanen verbleven, heeft me heel diep geraakt." Beeld Yassine Atari

Charlotte Waeyenberge, van de Gentse Sint-Bavohumaniora, treedt Rezwan bij. “Die leegstaande fabriek: op zich was dat een heel negatieve plaats. Vuil, koud, overal graffiti. Maar toch was de sfeer rond die houtkachel positief en hartverwarmend. Het was alles tegelijk: triestig, mistroostig, grappig, warm, confronterend. Dit heeft me heel diep geraakt en ik denk dat velen van ons vanavond in het hotel een momentje voor zichzelf zullen nemen om de emoties de vrije loop te laten. Ja, ik bedoel een potje huilen. Dat zal goed doen.”

Douane

Zelfs Kaat Emmery, toch wel een van de sociale flapuiten van deze groep, zegt dat ze tijd nodig zal hebben om de afgelopen twaalf uur op een rijtje te krijgen. “Wat er in mijn hoofd blijft spelen, is dat onder die Afghaanse vluchtelingen zowel schrijnwerkers, tandartsen, studenten als ingenieurs zitten”, zegt de 15-jarige van de Humaniora Kindsheid Jesu in Hasselt.

“Heel bizar moet dat zijn: de ene dag ben je tandarts en dan moet je plotseling op de vlucht en ben je zogezegd niets meer waard. Wat tijdens deze reis volledig tot me doordringt, is dat vluchtelingen en migranten naar Europa zullen blijven komen. De onveiligheid en de armoede in veel landen van herkomst is gewoon te groot. Dit probleem gaat nog groter worden. Dat betekent dat we toch best zo snel mogelijk aan langetermijnoplossingen beginnen te werken. Door mensen in oude fabrieken en Servische bossen op te sluiten, gaan we dit niet oplossen.”

Kaat Emery: "Wat er in mijn hoofd blijft spelen, is dat onder die Afghaanse vluchtelingen zowel schrijnwerkers, tandartsen, studenten als ingenieurs zitten." Beeld Yassine Atari

“Weet je wat toch wel belangrijk is?”, zegt Gracielle Kwizera, zelf van Burundese afkomst. “Je voelt heel snel dat we veel gemeenschappelijk hebben met de vluchtelingen die we spreken. En we ontmoeten hier toch ook veel vrijwilligers en mensenrechtenactivisten die zich niet neerleggen bij de situatie. Dat inspireert mij enorm. We mogen niet te snel denken dat we machteloos zijn.”

Er zijn ook enkele jongeren die zich na deze dag liever afzonderen en zich in stilte hullen. Maar in hun hoofd stormt het wel. Janne Boeckx is er zo eentje. Ze zet zich ergens achteraan in de bus, slaat haar schrift open en begint te schrijven. Een gedicht, zo zou later blijken.

‘Zoals walvissen bijna meetbaar

Zoals walvissen schreeuwen onder/

de lagen van vermenigvuldigd oceaanwater,

en wij doorgaan met varen. Terwijl. /

Het geschreeuw is voelbaar.

Bijna meetbaar. Kijk maar, ik tel mee.

Het is hier koud geweest. En ik rilde. /

Niet vanwege de kou.

Overal zachte wangen, vingers languit. /

Zo te rooskleurig zwart.

Waarom wij steeds verkeer, verkeerd?

En zij zonder lagen of wortel verwisseld /

geweven en verkeerd verteld worden.

Dat we misschien onverschillig zien.

Ondertussen kraakt mijn lichaam, daarna /

in waas gedrenkt. Nog steeds kleven en bijgebleven.

Daarna onze lijven hoog, waardoor /

de laagte moeizaam valt lief te hebben.

Waarom wij steeds verkeer, verkeerd?

Daarna rekken wij ons onvergeeflijk /

languit in huizen.

Ik ben veilig. Ik kan leven.

En nog steeds overal zachte wangen?

Ja, bijna meetbaar.

Maar ik ben de tel kwijt.’

De bus staat ondertussen stil aan de Kroatische grens. De douanes doen moeilijk over de papieren van Rezwan. Ze snauwen de jongen en een van de begeleiders af, maar kunnen niet anders dan hem het land binnen te laten. Rezwan stapt terug de bus op en zegt aan zijn reisgenoten dat het allemaal niet zo erg is. Dat hij al erger heeft meegemaakt.

Gesprek met Theo Francken

De volgende ochtend, na een overnachting in een hotel in een Sloveens bergdorpje, komt Pieter terug op die moeizame grensovergang. “Waarom controleren ze Rezwan wél en mij niet? Ik ben ook erg getroffen door het verhaal van een Iraakse schrijver die een paar jaar geleden nog zonder problemen een toeristische rondreis kon maken door Europa maar nu als vluchteling niet meer welkom is. Vroeger was hij toerist, nu een ongewenste lastpost. Weet je, je mag me naïef en utopisch noemen: ik blijf dromen van een wereld waar iedereen kan gaan en staan waar hij of zij wil. Ik snap wel dat zo’n droom niet direct te realiseren is en dat je de problemen waarvan wij nu getuige zijn niet zomaar kunt oplossen. Maar de manier waarop Europa de boel momenteel laat verrotten, is Europa onwaardig.

Lees verder onder de foto

Gracielle Kwazera (Heilig Graf, Turnhout): "De ontmoetingen met vrijwilligers en mensenrechtenactivisten die zich niet neerleggen bij de situatie, inspireren mij enorm. We mogen niet te snel denken dat we machteloos zijn." Beeld Yassine Atari

“We vergeten het menselijke, terwijl we wel wapens uitvoeren naar onstabiele landen in het Midden-Oosten en Afrika. En dan maar doen alsof onze neus bloedt en alsof we helemaal niets te maken hebben met die oorlogen en al die vluchtelingen. Ik heb altijd geloofd in de Europese vooruitgang, maar momenteel is Europa zichzelf niet meer.”

Lucas, de doorgedreven diplomaat, zegt dat hij na deze reis bijzonder graag een gesprek zou willen hebben met staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken. “Gewoon, ik zou graag eens met meneer Francken praten. Het lijkt mij een boeiende man en hij heeft erg uitgesproken meningen over vluchtelingen en migranten. Ik ben het niet altijd met hem eens, maar juist daarom zou ik graag met hem een zachte discussie willen voeren. Geen twistgesprek want er zijn over dit thema al te veel harde woorden gevallen. Politici als meneer Francken worden te veel op de man aangevallen.

“Ik wil dat gesprek vooral erg graag omdat wij tijdens deze reis al een paar keer hebben mogen horen dat het aan ons is, de nieuwe generatie, om de problemen inzake vluchtelingen en migratie op te lossen. Dat is nogal wat en dat voelt toch wel aan als een zware last op onze jonge schouders. Daarom vind ik dat de volwassenen best vandaag al beginnen met doortastende oplossingen die naar de wortels van het probleem gaan. En ja, daarom zou ik het wel fijn vinden om eens met meneer Francken te praten.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234