Dinsdag 18/05/2021

Interview

Schoenaerts: "Ik ben niet meer bang om slecht te zijn"

Matthias Schoenaerts. Beeld Filip Van Roe
Matthias Schoenaerts.Beeld Filip Van Roe

In het oorlogsdrama Suite française speelt Matthias Schoenaerts (37) de rol van een Duitse officier die in de zomer van 1940 in bezet Frankrijk een romance beleeft met een Franse vrouw, vertolkt door Michelle Williams. "Ik wilde mijn personage niet herleiden tot het cliché van de goede Duitser. Dat vond ik te slap."

"Bonjour micro", grapt Schoenaerts wanneer hij merkt dat ik twee digitale recordertjes in stelling breng voor het interview. "Professionele paranoia", leg ik uit. De acteur is opgewekt, ondanks het ochtendlijke misverstand. De persverantwoordelijke van Suite française had onze matinale afspraak mooi geregeld in een trendy hotelletje in de Antwerpse binnenstad, in de buurt van waar Matthias Schoenaerts woont. Maar de acteur was naar het bioscoopcomplex Metropolis, een eind buiten het centrum, gereden. Niemand te zien! Telefonisch spoedoverleg! "Ik ben er direct", beloofde Schoenaerts. Maar dat was natuurlijk buiten de drukte van de Antwerpse ochtendspits gerekend.

Zijn met lichte gêne aangeboden excuses zijn makkelijk te aanvaarden, want ondanks zijn internationale sterrenstatus is Schoenaerts een vriendelijke en sympathieke man gebleven. Ik bedenk dat die innemende charme ongetwijfeld deel uitmaakt van zijn succes. Het gebruik van de adjectieven 'knap' en 'aantrekkelijk' laat ik hierbij over aan vrouwelijke collega's. Geen tijd meer te verliezen, dus we vallen meteen met de deur in huis. Matthias Schoenaerts in een nazi-uniform: een heel beladen beeld.

"Absoluut", knikt hij. "Ik wist dat het een heel gevoelig onderwerp was en dus moest ik ervoor zorgen dat de toeschouwers, naar het einde van de film, dat kostuum eigenlijk niet meer zouden zien. Ik moest het personage van officier Bruno von Falk als het ware humaniseren. Net dát vond ik een heel grote uitdaging. Maar tegelijk boezemde het mij ook een enorme angst in. Ik begin daarvan te trillen en te vibreren, lig daar echt wakker van. Maar als ik bang ben van iets, dan is dat meestal een goed teken. Ik wilde het personage ook niet herleiden tot het cliché van 'de goede Duitser'. Dat vond ik te slap en dat was ook niet de bedoeling."

Die Duitse officier is de vijand. Maar hij is wel een uitgesproken beschaafde en erudiete man, die piano speelt en muziek componeert. Zou u die rol ook meteen gespeeld hebben indien Bruno von Falk een nazibeul in Auschwitz was geweest?
"Neen, allicht niet meteen. Dat zijn rollen waar ik mij wel vragen bij stel. Dat moet je dan allemaal in de context van het hele filmproject zien. Ik zeg daar niet a priori 'neen' tegen, maar ik zeg daar natuurlijk ook niet onmiddellijk 'ja' op. Bij een dergelijke vraag zou ik bijvoorbeeld denken aan films zoals The Night Porter met Dirk Bogarde of Schindler's List met Ralph Fiennes."

Suite française is de eerste van een aantal kostuumdrama's die hier binnenkort in roulatie komen. Nadien volgt de remake van Far from the Madding Crowd van Thomas Vinterberg en daarna ook nog A Little Chaos van Alan Rickman. Toeval of bewuste carrièreplanning?
"Neen, niet bewust. Ik ga echt puur op mijn gevoel af. Op wat ik zin heb om te doen of wat de film te vertellen heeft. En of dat uiteindelijk een kostuumdrama is of een hedendaags verhaal, is voor mij eigenlijk van secundair belang. Maar historisch of niet, het kostuum is op zich natuurlijk wél heel belangrijk. Dat hoort bij het silhouet van het personage. Welke kleren draagt hij? Hoe klinkt zijn stem? Welke taal spreekt hij? Hoe ziet dat lichaam er uit? Die elementen bepalen samen het universum van dat personage, waar veel mee te spelen valt.

"Je kunt daar als acteur heel creatief mee omspringen en ik vind dat onwaarschijnlijk fijn om te doen. Het creëren van zo'n silhouet is altijd een heel leuk proces. Het is zoals een kind, hè. Je zet een comboyhoed op en bam, je bént een cowboy. Je neemt pijl en boog en bam, je bént een indiaan. Het is spelen, maar het is tegelijk heel ernstig. Dat vind ik zeer belangrijk. Vroeger had ik het als acteur lastiger om dat spelelement te vinden. Maar toen ik het eenmaal gevonden had, heeft mij dat enorm geholpen."

Weet u nog wanneer die klik er precies is gekomen?
"Dat heeft zich eigenlijk meer en meer ontwikkeld vanaf Rundskop en daarna met De rouille et d'os. Dat heeft ook te maken met de manier waarop ik met Jacques Audiard (de Franse regisseur van De rouille et d'os, JT) heb gewerkt. Met Audiard heb ik echt een heel diepe verwantschap. Laat ik het zo stellen; indien iemand mij zou zeggen: 'Matthias, je mag in je leven nog maar vijf films maken en ze zijn allemaal met Audiard', dan onderteken ik dat contract onmiddellijk. En ik méén het."

Dat klinkt als een soort liefdesverklaring.
"Ja, dat is een liefdesverklaring, zeker. Werken met Audiard heeft bij mij een enorme bevrijding teweeggebracht. Ik heb daar ineens een grote souplesse en speelsheid gevonden. Mezelf veel meer durven - hoe zal ik het zeggen, in het Frans zouden ze dat 's'abandonner' noemen. Eigenlijk komt het er vooral op neer om niet bang te zijn om slecht te durven zijn. Niet altijd in controle van alles te willen zijn; net het tegenovergestelde. Die controle verlaten en je werpen. En als het niet goed is, dan doe je het gewoon opnieuw. Maar dan kun je op z'n minst heel bevrijd zoeken. Open staan. En dingen ontdekken. Ik hoop dat ik dit nog heel lang kan vasthouden, want ik geniet er ook veel meer van dan vroeger.

"Om een vergelijking te maken met schilders: ik werk graag als een Jackson Pollock, terwijl ik vroeger misschien iets meer Mondriaan was. Ik ben blij dat ik in de Jackson Pollock-zone ben terechtgekomen, waar de dingen speelser en intuïtiever zijn. En daardoor ook expressiever en verrassender. Ja, ik geniet daar enorm van. Daarom verwacht ik van een regisseur ook dat hij mij stimuleert, mij prikkelt en mij wakker houdt. Dat hij echt met mij werkt en mij bij wijze van spreken alle hoeken van de kamer laat zien.

"Ik heb ondertussen wel gemerkt dat er weinig regisseurs zijn die écht kaas hebben gegeten van acteursregie. Het is nochtans pas als je draait, dat het echte werk begint. Het scenario, het materiaal waarmee je werkt, moet tot op de laatste draaidag levende materie blijven. Ook al ken je het door en door, je mag nooit ophouden dingen in vraag te stellen."

null Beeld RV
Beeld RV
Schoenaerts in Suite Française. Beeld RV
Schoenaerts in Suite Française.Beeld RV

Die bevrijding waar u van spreekt, heeft wellicht ook te maken met het feit dat uw werk nu ook veel meer opgemerkt en gewaardeerd wordt.
"Ja, waarschijnlijk helpt dat. Dat ondersteunt het gevoel van bevrijding."

Blijft er natuurlijk ook de spreekwoordelijke tol van de roem. Hoe gaat u daar mee om? Uw leven moet nu toch wel veel meer gepland verlopen?
"Ja, dat is inderdaad een gegeven. Je hebt daar ooit wel bij stilgestaan, maar op het moment dat het je daadwerkelijk overkomt, komt dat toch als een bizarre verrassing (lacht). Dat zijn dingen waar je je moet aan aanpassen. Maar je moet tegelijk altijd in gedachten houden dat je ongelooflijk dankbaar moet zijn dat je dit kán doen. Dat is geen valse bescheidenheid of romantiek. Dat is écht wel zo. Natuurlijk zijn er aspecten die niet altijd even fijn zijn. Je voelt bijvoorbeeld dat je tijd meer en meer beheerst wordt door derden. En ik merk dat dat niet altijd compatibel is met mijn natuur."

En wat als u, in binnen- of buitenland, als filmster herkend wordt?
"Alles hangt af van de manier waarop. Als dat op een respectvolle manier gebeurt, heb ik daar geen enkel probleem mee. Het is niet altijd aangenaam, bijvoorbeeld als je met vrienden of familie op restaurant zit en mensen komen je zomaar onderbreken. Maar er zijn zoveel ergere dingen dat ik het, eerlijk gezegd, nogal idioot zou vinden om daarover te klagen."

Belangrijk is ook wel dat het grote succes er is gekomen op een moment dat u geen jonge snotaap meer was, maar al over een bepaalde maturiteit beschikte.
"Ik kan natuurlijk niet weten hoe ik daarmee was omgegaan als het vroeger gebeurd was. Maar het is wel zo dat het gekomen is op een moment dat ik reeds een bepaalde ervaring had opgebouwd. Ik ben nu ook niet zó oud (lacht), maar ik sta inderdaad al wat verder in het leven. Niet dat ik mijn wilde haren per se verloren ben, maar ik denk dat ik toch wel met iets meer gezond verstand naar de dingen kan kijken dan een jonge twintiger.

"Tegelijk is het ook heel oninterresant om altijd met té veel gezond verstand naar de dingen te kijken (lacht). Je moet ook wild kunnen zijn en kunnen genieten. Maar je moet natuurlijk niet idioot worden. Als ik dat op een of andere manier bij andere mensen merk, ook internationaal, dan vind ik dat een vrij afstotelijke eigenschap."

Wordt het niet slopend om voor de release van elke film ook nog eens allerlei interviewdagen, in binnen- en buitenland, in te plannen? Kunt of wilt u dat blijven doen?
"In de mate van het mogelijke. Als ik beschikbaar ben. Ik begrijp heel goed dat het op een bepaald moment belangrijk is dat de mensen ook weten dat een film bestaat. En ik besef dat het mede mijn verantwoordelijkheid is om die film te verdedigen. Daar heb ik geen moeite mee. Soms moet je natuurlijk wel een lijn trekken, want als je altijd te tegemoetkomend bent, ben je voor je het weet twintig persdagen aan het doen. Het moet aangenaam blijven, anders zit je voortdurend op het vliegtuig en wordt het een uitputtingsslag. Daar wil ik wel waakzaam op blijven."

Stel dat het over een film zou gaan die u niet echt zelf wilt verdedigen. Dat moet toch ooit wel eens gebeuren?
"Wellicht, maar dan probeer ik daar op een of andere manier wel onderuit te muizen (lacht). En daar op een creatieve manier een uitleg voor te verzinnen."

U had het daarnet over Pollock en Mondriaan. In het verleden was u vaak met graffiti bezig en nu lijkt schilderen een nieuwe passie te zijn.
"Ik heb een tijdje geleden hier in Antwerpen een atelier gehuurd. Telkens wanneer ik wat vrije tijd heb, zal ik met veel zin in dat atelier duiken. Ook al blijven er dan scenario's ongelezen liggen (lacht). Als het een periode erg druk is geweest, moet ik ook kunnen 'ontluchten'. Als je dan scenario's zou blijven lezen, dan lees je die toch niet meer met volle aandacht. Dan ga ik liever sporten of kruip ik in mijn atelier.

"Ik werk zowel met penseel als met spuitbus. Het is eigenlijk een beetje mixed media. Het heeft nog altijd wel zijn oorsprong in graffiti en street art, maar ik ben daar intussen wel wat van afgeweken. Met dat schilderen heb ik geen professionele ambities, maar ik doe het heel graag en ik doe dat al heel lang. Ik kan wel wat tekenen en wat schilderen, maar ik zou mezelf nooit een schilder durven noemen. Mensen als Borremans of Tuymans of Francis Bacon: dát zijn schilders."

Nog één vraagje over Suite française: u speelt niet zelf op de piano.
"Toch wel! Maar ik begrijp waarom je dat vraagt. In de film wordt er net weggesneden van die momenten. Ik snap het niet, want ik heb daar heel lang op geoefend. Ik zal eens aan Saul (Dibb, de regisseur, JT) moeten vragen waarom hij dat gedaan heeft. Ik vind het echt heel jammer. Ik heb lang geleden nog wel piano gespeeld, maar toen ik dat vrij complexe pianostukje van componist Alexandre Desplat begon te oefenen, heb ik meteen gevraagd om, voor alle zekerheid, een echte pianist op de set te hebben voor als het fout zou gaan. Maar door de aanwezigheid van die pianist voelde ik mij die draaidag minder zenuwachtig en het ging totaal niet fout. De regisseur is mij zelfs komen feliciteren: 'Fucking brilliant job!' Ik snap dus niet waarom hij die shots niet gebruikt heeft."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234