Maandag 27/01/2020

Schilders die anderhalve eeuw later je hart sneller laten slaan

Net zomin als hun tijdgenoten Baudelaire of Rimbaud zijn schilders en beeldhouwers uit de belle époque dood en vergeten. Anderhalve eeuw later brengen zij ons een zomer vol aardige tentoonstellingen. Veel grote namen heb je zelfs niet nodig.

De Franse nieuwlichter Gustave Courbet (1819-1877) was een van de eersten om zijn atelier te verlaten en met zijn schildersezel de natuur in te trekken. Een 'realist' was hij, die waarachtige kunst wilde maken - geen historische figuren in toneelkleren maar mensen van vlees en bloed, of landschappen waarin je kan verdwalen. Van een man die het schandaalsucces L'Origine du monde borstelde, verwacht je natuurlijk niks anders. Voor dat intieme portret van een naakte vrouw die met gespreide benen op het wonder ligt te wachten moet je naar Parijs, maar vandaag loopt in het Brusselse KMSK een bescheiden presentatie over de man (lll). Zes Courbets uit de eigen collectie worden geconfronteerd met tijdgenoten en een exposé over de 'Société libre des Beaux Arts', de Brusselse kunstkring die Courbets revolutionaire inzichten vanaf 1868 in de praktijk bracht. Op een groepsportret staan de leden te glimmen, aangevoerd door Félicien Rops, Constantin Meunier en figuren als Dubois, Artan of Baron.

Dezelfde Société is het thema van de zomerexpositie in het Naamse Ropsmuseum (lll). Hier krijgen we een klassiek ensemble van sublieme landschappen, doorgaans klein van formaat en gevat in massieve, brede lijsten. Hun verhoudingen herinneren aan Japanse prenten, en dat is geen toeval: met de Wereldtentoonstellingen waaide ook de oosterse kunst op de salons naar binnen. In Courbets spoor komt het leven zelf in beeld. De werken hangen op ooghoogte - ook dat is een innovatie van de avant-garde. Om het schilderen in de open lucht te evoceren werd het museum kamerbreed met kunstgras bekleed. Dat is een aardige, lichtjes surrealistische vondst.

Het lijkt wel alsof de curatoren onder een hoedje spelen, maar dat is niet zo: hetzelfde kunstgras ligt in de centrale vitrine van het Museum voor boeken en manuscripten in de Brusselse Koningsgalerij, als opmaat voor een precieus, spannend en doortimmerd ensemble van schildersbrieven (lll ). Sinds het museum met Stijn van Rossem een nieuwe (Nederlandstalige) directeur heeft gekregen, zijn de zaalteksten en de publicaties perfect drietalig. Voor een onderneming die drijft op literatuur is dat cruciaal, al was het ooit anders. Elk van de tientallen brieven die getoond worden, is een intrige op zich. Je hebt heel wat tijd nodig om ze grondig te lezen, maar het loont de moeite. Ensor, Picasso, Van Gogh en Mondriaan vertellen grote en kleine kunstenaarsverhalen. De hitsige Rops levert postuum een bladzijdenlang verslag van een onbeantwoorde liefde, met pagina's die in beeld zijn gebracht als een geïllustreerd boek. Een handige wandelgids stipt enkele pareltjes van deze taaie maar fraaie expositie aan.

Al even monomaan lijkt de tijdelijke presentatie van sculpturen uit de reserves van Museum M in Leuven(lll ), maar ook deze expo is een verademing in snelle tijden. Atelierplaasters en afgewerkte beelden in marmer of brons werden van de zolder gehaald, gereinigd en in twee ruime zalen opgesteld op prachtige oude en nieuwe sokkels. De verlichting is sober en onthult wonderlijke ensembles van onder meer huiskunstenaar Jef Lambeaux en Edmond De Valeriola. Deze laatste is de ambachtsman die ook tekende voor de banale Ensorbuste in het Oostendse stadspark; wat hij hier laat zien is al even conventioneel maar puntgaaf.

Voor de laatste tentoonstelling is de bestemming Sint-Amands, het geboortedorp van de dichter Émile Verhaeren, die er in de imposante Scheldebocht werd begraven. Het aan hem gewijde museum presenteert deze zomer een onverwacht dossier (lll ). Zelden gezien en virtuoos werk van de Antwerpse havenschilder Eugeen Van Mieghem (1855-1916) slaat moeiteloos een brug naar archiefstukken over het anarchisme in de havenstad. Net als Van Mieghem en een stoet tijdgenoten had Verhaeren een boon voor de libertaire hemelbestormers. Hij publiceerde graag in hun tijdschriften en was te gast bij de Antwerpse revolu- tionairen van De Kapel, waarover Stijn Vanclooster net een boeiend boek publiceerde.

Waarlijk: deze late nazomer van de 19de eeuw is er eentje om in te lijsten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234