Zaterdag 16/01/2021

Schilderende charlatans en excentrieke verzamelaars

De titel ‘Matisse tot Malevich’ mag dan wat misleidend zijn - die éne, late Malevich kan niet optornen tegen de vele Matisses en Picasso’s - de tentoonstelling in de Amsterdamse Hermitage is toch een aanrader. Alleen al de zestien schilderijen en sculpturen van Henri Matisse plus de veertien Picasso’s zijn de reis waard. En tel daar dan nog eens topstukken van Kandinsky, Jawlensky en Soutine bij.

Hermitage Amsterdam toont topwerken van modernistische schilders uit Russische collecties

door Eric Rinckhout

De pioniers van het modernisme waren niet alleen kunstenaars, ook verzamelaars staken in de eerste jaren van de twintigste eeuw hun nek uit.

Een van de grootste kunstverzamelaars in die periode was de Moskouse textielhandelaar Sergej Ivanovitsj Sjtsjoekin. Op een moment dat zelfs de impressionisten nog altijd als een stel charlatans werden bestempeld, begon Sjtsjoekin massaal Picasso aan te kopen en werd hij een van de broodheren van Matisse. Die steun was op dat moment erg belangrijk voor de Franse kunstenaar. Door zijn tijdgenoten werd Sjtsjoekin als een excentriekeling beschouwd. Het ging zelfs zo ver dat een van Sjtsjoekins gasten ooit een werk van Monet met een potlood bekraste.

De Russische textielbaron was zijn collectie begonnen met impressionisten en postimpressionisten: werk van Monet, Cézanne, Van Gogh en Gauguin. In 1908 kocht hij De jeu-de-boulesspelers aan, een schilderij dat Matisse toen net afgewerkt had. Sjtsjoekin maakte meteen de afspraak dat Harmonie in blauw ook voor hem zou zijn. Matisse werkte dat doek echter om tot De rode kamer. Helemaal blauw of helemaal rood, voor Sjtsjoekin was dat geen probleem: hij hing het gewoon in een ander vertrek. Het aardige is dat we in de Amsterdamse tentoonstelling een glimp kunnen opvangen van de toenmalige manier van presenteren: modern of niet, de werken van de avantgardisten hingen bij Sjtsjoekin thuis op de toen gebruikelijke salonachtige manier. In drie rijen boven elkaar, dus.

Sjtsjoekin hield erg van het werk van Matisse, maar soms had hij ook zijn gevoelsmatige twijfels. Hij schreef aan Matisse dat hij elke dag “minstens een uur” naar Arabisch koffiehuis keek (1913), een werk dat helaas niet in Amsterdam hangt. Maar over andere schilderijen meldde hij: “In hun totaliteit vind ik de panelen interessant en ik hoop dat ik eens van ze ga houden. Het publiek is tegen u, maar de toekomst is voor u.” Sjtsjoekin stelde zijn aankopen vanaf 1909 tentoon in zijn openbaar toegankelijke villa. Met zijn grensverleggende collectie dacht hij van Rusland een moderne staat te maken en de jonge Russische kunst te beïnvoeden.

Net als van Matisse verwachtte Sjtsjoekin ook van Picasso iets werkelijk nieuws. Maar zijn verhouding met die kunstenaar lag helemaal anders. Aanvankelijk hield hij niet van Picasso: als hij naar diens werk keek, leek het alsof Sjtsjoekin “glasscherven in de mond” had. Nadat hij op aandringen van anderen een werk van Picasso goedkoop had gekocht, kreeg de kunstenaar hem in zijn macht, alsof er sprake was van magie of hypnose.

In nauwelijks vijf jaar tijd kocht de Russische magnaat 37 schilderijen van Matisse, waaronder diverse mijlpalen in de kunstgeschiedenis, en 38 werken van Picasso. Vermoedelijk was het in die tijd een van de grootste modernistische collecties. Alleen Gertrude Stein (Parijs) en dokter Barnes in Philadelphia konden met hem concurreren. Toen de Sovjets aan de macht kwamen, werd de collectie van Sjtsjoekin genationaliseerd. De verzamelaar kreeg een bediendenkamer in zijn huis toegewezen, maar vluchtte uiteindelijk naar Frankrijk, bevreesd voor represailles. Wat er van de man geworden is, vertelt de catalogus jammer genoeg niet. Jozef Stalin hield niet van de modernisten en wou ze weg uit de musea. Gelukkig zijn de werken nooit vernietigd, en kwamen ze terecht in de Hermitage van Sint-Petersburg en het Poesjkin Museum van Moskou. Een groot deel van het bezit van Petersburg heeft nu dus de reis naar Amsterdam gemaakt.

De eerste zaal in Amsterdam is gewoonweg overrompelend. De troefkaarten worden meteen uitgespeeld: vijf grootschalige werken van Matisse, waaronder zeker drie meesterwerken. De rode kamer (1908) is een immens diep-rood, plat vlak. De decoratieve elementen op het tafellaken lopen gewoon door op de muur. Alles baadt in een rood fluïdum. Het is geen raam dat ons links een doorkijkje naar de tuin biedt: het is een schilderij in het schilderij. “Kijk”, lijkt Matisse te zeggen, “het is echt alleen maar verf.” Nergens is er perspectief of een schijn van illusie in dit adembenemende, grensverleggende werk van Matisse. De jeu-de-boulesspelers (1908) is dan weer van een onthutsende eenvoud en diepe rust. Drie naakte, primitieve, kinderlijk geschilderde figuurtjes staan voor een landschap dat opgebouwd is uit drie banen van pure kleuren: groen voor het gras, lichtblauw voor de zee en donkerblauw voor de lucht. Dat is Barnett Newman en Mark Rothko avant la lettre. En tegelijk kan Matisse de heerlijkste stillevens schilderen: een boeket aronskelken zit vol dynamiek door de wervelende, zichtbare penseelvoering en de heel licht opgebrachte verf. Het wit van de bloembladen is gewoon het wit van het doek. Onbeschilderd.

Ook Picasso imponeert, zij het met totaal ander werk: primitief, hard, hoekig, uitdagend, verwarrend. Drie enorme portretten van vrouwen (alledrie uit 1908), gedrenkt in aardekleuren. Bijna ontmenselijkt met hun benen als zuilen en voeten als klompen. Twee spreiden hun benen en tonen frontaal hun geslacht. De andere ontvouwt een waaier en wijst naar haar kruis, een nauwelijks verhulde invitatie.

In precieuze kabinetten wordt met een handvol uitstekend gekozen werken de evolutie van zowel Matisse als Picasso getoond: van figuratie tot defiguratie. Kunstgeschiedenis in zakformaat.

En er hangen ook nog andere schilders. Een enorme, verbluffende Kandinsky, een van zijn eerste abstracte werken, Compositie VI uit 1913, plus wat ouder werk. Ook een sterk vrouwenportret van Kees van Dongen en een indringend zelfportret van Chaim Soutine. Een interessante ontdekking zijn de havengezichten van Albert Marquet. En ook van Othon Friesz hangt er boeiend werk.

Helaas vertoont de tentoonstelling een aantal gebreken. De selectie had strenger mogen zijn. Lang niet alle werken uit de Hermitage zijn toppers. Er is, uiteraard, nog veel sterk werk van Matisse en Picasso in Sint-Petersburg gebleven. Het meesterwerk La Danse van Matisse komt binnenkort nog naar Amsterdam, maar zal slechts zes weken te zien zijn. De wel aanwezige werken van Le Fauconnier, Rouault en Puy zijn te zwak in deze context. Wat er hangt van André Derain, nochtans een goede schilder, is redelijk doorsnee.

Ook de ophanging roept vragen op. De drie grootschalige Picasso’s hangen niet naast elkaar; nochtans zou dat hun présence alleen maar versterkt hebben. Ook de Matisses hadden beter gegroepeerd kunnen worden. Maar de Hermitage biedt nu eenmaal geen gemakkelijk te bespelen ruimten: een grote zaal beneden en een reeks kabinetten boven. Dat maakt een afgewisselde ritmering en een creatieve ophanging er niet makkelijker op.

Toch verdient Matisse tot Malevich vier sterren. Omdat u zelden de kans krijgt zo veel topwerk van Matisse en Picasso bijeen te zien. En doe daar de Kandinsky’s ook maar bij. Tenzij u in het najaar, als de werken weer in de Hermitage hangen, naar Sint-Petersburg zou reizen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234