Zaterdag 16/10/2021

‘Schilderen is wat ik het liefste doe, en ik ben radicaal egoïstisch’

Interview met schilder Lucian Freud, de grand old man van de hedendaagse portretkunst

Bent u nog ambitieus?

Lucian Freud: “Zeer zeker. Ik werk nog dag en nacht. Ik doe niets anders. Iets anders heeft geen zin. Vroeger verloor ik me wel eens in manische activiteiten zoals gokken, en bleef ik acht uur in het casino hangen. Maar gokken is alleen maar opwindend als je geen geld hebt.”

U bent de best betaalde levende Britse kunstenaar.

“Dat wordt me verteld.”

Is dat belangrijk voor u?

“Nee. Alleen het werk is belangrijk. Het is het creëren, niet de creatie, dat me interesseert. Het is zoals hoge punten krijgen op school. Best interessant, maar het verandert weinig aan wat je over jezelf denkt.”

Interesseert het verouderingsproces u?

“Ja, heel erg, want ik ben een soort bioloog. In mijn interesse voor mensen als onderwerp ga ik als observator en onderzoeker te werk. Die werkwijze heb ik ook vaak gehanteerd voor paarden.”

Er komen nogal wat dieren voor in uw schilderijen.

“Ik ging vroeger behoorlijk intiem met dieren om. Toen ik naar Engeland kwam - ik was toen negen of tien jaar - sliep ik op school in de stallen, samen met mijn favoriete paarden.”

Is er een verband tussen dieren en mensen?

“Dieren houden verband met mijn interesse om blote mensen te schilderen, om te werken vanuit het naakt. Zonder kleren zie je echt de vormen. Denk maar aan de manier waarop mannen vroeger een boom konden opzetten over prachtige benen. Meer is het niet. Al kun je je de vraag stellen: prachtig voor wat?”

Is uw eerste blik op een onderwerp belangrijk?

“Niet meer dan wanneer je op de dansvloer staat en iemand in het oog krijgt. Dat vind ik altijd een sterke gewaarwording.”

Denkt u na over oud zijn?

“Ik denk over het afhouden van de dood.”

Maar wat gebeurt er als je sterft?

“Zoals een leven na de dood? Niets. Ik geloof dat er dood na de dood is.”

Is het iets om bang voor te zijn?

“Het is niets om naar uit te kijken.”

Leeft u nog gretig?

“Ik heb te veel leven in me om niet gretig te zijn. Ik voel me heel actief. Ik heb veel geluk gehad en heb nog altijd goede ogen.”

Zult u er ooit mee stoppen?

“Wat betekent dat? Niet doen wat je altijd hebt gedaan zodat je een andere bezigheid moet zoeken? Dat is de bedoeling van zogenaamde hobby’s. Als ik die vraag krijg, dan zeg ik altijd: masturberen. Gewoon om niet over zo’n saai onderwerp te moeten praten.”

Waarom bent u zo fanatiek op uw privacy gesteld?

“Ik heb altijd nood gehad aan geheimen. Als ik een chauffeur had die me aan de bioscoop afzette, dan nam ik waarschijnlijk een taxi naar een andere bioscoop zodat niemand zou weten waar ik was. In hotels registreerde ik me gewoonlijk onder een andere naam.”

Waarom staan de woorden ‘urgent’ (dringend), ‘subtle’ (subtiel) en ‘concise’ (bondig) op de muur van uw atelier?

“Het is een geheugensteun. Ik heb geprobeerd de kwaliteiten die ik nastreef in woorden te vatten. Ik geloof dat kunst niet voor niets kunst wordt genoemd. Het is een bewust vervaardigd iets. Wat op je blad of doek staat, is wat je uiteindelijk achterlaat.”

Streeft u bewust sensualiteit na in een schilderij?

“Gevoel en contact. Bij een schilderij van een paard kan dat zoiets zijn als een liefdesbrief schrijven. Het heeft te maken met de vormen zelf die een gevoel overbrengen dat je raakt. Het uitvoeren is privé en individueel.”

Hoe krijgt een schilderij vorm?

“Als een schilderij gunstig evolueert, dan blijf je eraan werken. Je zegt niet: dat stukje, daar blijf ik af. Plots merk je dat wat je doet iets verandert. Dat is het kunstaspect. Dat is wat je voelt, want anders zou je het niet doen. Uiteindelijk schildert het schilderij zichzelf als het ware. Het wil niet dat je nog meer doet, je hebt genoeg gedaan. Maar soms gaat het verkeerd en denk je: ik heb dit stukje nu gedaan, als ik hier nog wat verander… En denk je: wat een vergissing!”

Kunt u het dan nog rechttrekken?

“Ja, je kunt alles doen. In urgente gevallen kun je door doortastende beslissingen dingen op het doek zetten die je nooit op dezelfde manier zou doen als je opnieuw zou beginnen. De schaal is doorslaggevend. Iets op verschillende schalen doen, houdt je alert, maakt je bewust. Mijn Self-Portrait with a Black Eye (1978), dat onlangs verkocht werd, is heel klein. Ik weet dat dit pretentieus klinkt, maar het oogt niet klein.”

Waarom schildert u?

“Het is wat ik het liefste doe, en ik ben radicaal egoïstisch.”

Is het menselijke lichaam de duurzaamste uitdaging?

“Voor mij wel. Daar gaat het in essentie om: armen, benen, alles. ‘Ik zou u willen schilderen’ heeft iets van vuile praat. Ik val op mensen door de manier waarop ze gebouwd zijn. Ik heb veel hoofden en portretten gedaan die me heel hard interesseren, maar het is niet altijd gelukt. Er was ooit een meisje dat ik in elk opzicht graag had. Maar ik realiseerde me iets deprimerends en psychologisch. Ik kon alles met haar doen en ik hield echt van haar gezelschap, maar ik kon niet met haar werken in de kamer. Ik probeerde het opnieuw, maar het ging gewoon niet. Dat soort zaken heeft niets met rede te maken. Ik stuurde haar naar Australië, ze had er familie wonen.”

Hoe kwam Kate Moss in uw leven?

“Ze gaf een interview aan een krant en zei tegen de journalist dat ik de persoon was die ze het liefste zou leren kennen. Ik vroeg aan mijn dochter Bella (Freud, de modeontwerpster, nvdr.) of dat waar was. ‘Ja, absoluut’, antwoordde ze. Dus zei ik: ‘Kun je haar meteen sturen?’”

Wat gebeurde er toen?

“Ze was interessant gezelschap en zat vol verrassend gedrag. Haar haat tegenover journalisten was intens. Letterlijk, ze sloeg ze met een linkse neer tegen het trottoir. Het poseergedeelte gaf echter aanleiding tot enig onbegrip. Voor een stuk kwam dat doordat ik nogal gespannen ben als ik werk. Het ergste voor mij is als iemand te laat arriveert, en dat was bij haar het geval. Zij het op een echte meisjesmanier, ze was achttien minuten te laat.”

Was u boos?

“Ja, maar ik probeerde dat te verbergen. Dat is niet de reden waarom het geen goed schilderij werd. Ik hield van haar gezelschap, maar vond het niet leuk dat er iemand buiten op haar stond te wachten terwijl ze bij mij was. Ik haat het als iemand me in het oog houdt. Ik heb liever dat mensen niet weten waar ik ben.”

Was u geïnteresseerd in fotografie?

“Ja, al heel jong. Ik heb zelfs ooit Hitler gefotografeerd. Ik was negen, in 1931. Ik was in Berlijn aan het wandelen met mijn gouvernante en had mijn fototoestel mee. Ik was gefascineerd door Hitler omdat hij enorme lijfwachten had en zelf eigenlijk heel klein was.”

Had u het gevoel dat hij boosaardig was en voelde u zich kwetsbaar als jood?

“De politiek was overal, ook al was ik pas negen jaar oud. Ik ging naar een heel gewone school in Berlijn. Mijn medeleerlingen zeiden dat ze naar een nazibijeenkomst gingen, maar toen ik vroeg of ik mee mocht, zeiden ze: ‘Nee, dat gaat niet, maar je zult niets missen. We zingen liederen.’ Ze deden het onschuldig klinken. Ik mocht die nazi-jongeren thuis vragen.”

Had u veel contact met uw ouders toen u Duitsland ontvluchtte en u zich in Londen vestigde?

“Niet nadat ik de school verlaten had. Ik ging wel eens naar mijn vader om geld bedelen. En soms zag ik mijn grootvader Sigmund, die in 1939 stierf en de rechten op zijn werk aan zijn kleinkinderen naliet. Ik had dus mijn eigen inkomen en dat was fantastisch. Dat ging zo 33 jaar lang door, vanaf mijn zeventiende. Als ik een appartement huurde, dan betaalde ik dus met mijn eigen geld.”

Toen u op elfjarige leeftijd in Engeland aankwam, sprak u geen woord Engels.

“Nee, ik heb veel gevochten.”

Met wie zoal?

“Moeilijk te zeggen, maar het woord ‘snobs’ komt bij me op. Ik was me er niet echt van bewust dat ik joods was, maar ik was me wel bewust van het antisemitisme.”

Ook al sprak u geen Engels, u verdiepte zich wel in literatuur.

“Ik heb altijd poëzie kunnen onthouden. Mijn moeder las me poëzie in het Duits voor. Ik houd van Duitse poëzie, maar ik walg van de Duitse taal.”

Uw tentoonstelling in Parijs gaat over het atelier van een schilder. Wat is er zo belangrijk aan een studio?

“De individualiteit ervan. Mijn eerste studio bevond zich in Delamere Terrace in Paddington. Heel bescheiden, amper 15 shilling per week. Het gebouw raakte in verval, maar ik bleef, tot ze het zouden afbreken. Ik verhuisde van nummer 20 naar nummer 4. Toen ze ook daar begonnen af te breken, kocht ik een krat whisky en voerde ik de bouwvakkers dronken, want dat betekende weer een extra dag werk.”

Wie vond u als jongeman goede kunstenaars?

“Francis Bacon al heel vroeg. Mensen vergeleken mijn werk met dat van Stanley Spencer, en dat had ik uiteraard niet graag. Ik vond zijn werk kleinburgerlijk en dat is het ook. Ingres is iemand die ik altijd heel goed heb gevonden.”

Hoe kwam u in contact met Bacon?

“Via Kenneth Clark (een kunsthistoricus, nvdr.). Ik was jong en tactloos en vroeg aan Graham Sutherland wie volgens hem de beste schilder was, want hij dacht dat hij dat was. ‘Iemand van wie je nog nooit gehoord hebt’, zei hij. ‘Hij schildert elke dag in het geheim. ’s Nachts neukt hij erop los.’ Dat was Francis. Hij werd onderhouden door een aristocratische zakenman met vrouw en kinderen, en zei vaak dat hij haar het liefste zou vermoorden. Zijn naam was Eric Hall en hij was absoluut verschrikkelijk tegenover mij, want hij verdacht me ervan dat ik een affaire had met Francis.”

Was Bacon verliefd op u?

“Dat denk ik niet, maar hij was wel lief en genereus. Ik raakte constant in gevechten verwikkeld en hij kwam dan tussenbeide. ‘Waarom probeer je ze niet eens een keertje te charmeren?’, zei hij dan.”

Wie was de eerste persoon op wie u verliefd werd?

“Mijn eerste liefde: toen was ik nog jong en zij was een pak ouder. Ken je Woman with a Tulip? Dat was Lorna Wishart. Zij was de eerste vrouw op wie ik verliefd werd.”

Maar er was ook glamour in uw leven met Greta Garbo.

“Ik leerde haar kennen via Cecil Beaton, die met haar wilde trouwen. Ze was in die tijd de beroemdste persoon ter wereld. Ik nam haar mee uit. Ze was heel aardig, ook al betaalde ze niet graag. Ik weet nog dat ze zei: ‘Ik zou willen dat je normaal was. Ik vind je aantrekkelijk’, waarmee ze iets erotisch bedoelde, wat ze naar ik vermoed nooit eerder bij jonge mannen gevoeld had. Ik wist niet wat te zeggen. ‘Alleen op dinsdag’, zoiets. Ik was heel jong, zij was achteraan in de dertig. Ze was heel aantrekkelijk.

“De mensen in de clubs konden het niet geloven. Cecil Beaton zei dan: ‘Kom mee Garbo, oude doos, je zult ervan genieten als je er bent.’ Ik ben het nooit vergeten. De travestieten in de clubs in Soho kleedden zich allemaal als Garbo of Dietrich, en ik kwam daar met de echte Garbo binnengestapt.”

En Ian Fleming?

“Via Cyril Connolly (literatuurcriticus, nvdr.) had ik Anne Rothermere leren kennen, die een relatie had met Fleming. Zij bracht de winter samen met hem op Jamaica door en ik logeerde bij hen. Ik kwam niet met Ian overeen. Hij was een echte klootzak en verschrikkelijk tegenover de locals. Hij was jaloers. Het had te maken met Anne, met wie ik nooit een affaire heb gehad, wat hij daar ook over dacht.”

Wilde u kinderen?

“Nee. Ik word niet euforisch als ik aan kinderen denk, maar het leek behoorlijk opwindend als vrouwen zwanger waren. Ik hou niet van baby’s, ook omdat ze zo kwetsbaar zijn, denk ik. Maar ik ben wel goed met oudere kinderen.”

Was het onmogelijk voor u om een gezinsleven te hebben en tegelijk schilder te zijn?

“Voor mij wel. Ik heb het nodig om op bepaalde momenten alleen te zijn of me alleen te voelen. Het gemeenschapsleven heeft me nooit sterk aangesproken.”

Was het een grote schok toen uw vader overleed?

“Ik heb nooit een hechte band met mijn vader gehad, maar toen hij stierf probeerde mijn moeder zichzelf van kant te maken op een soort indirecte manier. Ik zocht een vrouw om voor haar te zorgen en die bracht haar regelmatig bij me langs, want ze wilde me zien. Ik heb haar in de laatste tien jaren van haar leven geschilderd. Het was een bizarre situatie. Ik was de favoriet van haar drie zonen. Door voor mij te poseren gaf mijn moeder aan dat ze iets had om voor op te staan. Het was een manier om haar te redden, maar het was ook egoïsme van mijn kant. Ik vermoed dat ik niet veel familiegevoel heb.”

Wat maakt u bang?

“Dat ben ik vergeten.”

Wie is Lucian Freud?

Freud werd op 8 december 1922 in Berlijn geboren als zoon van Ernst, architect en zoon van psychoanalyticus Sigmund Freud, en zijn vrouw Lucie Brasch. Het gezin vluchtte in 1933 voor het nazisme en kreeg in 1939 de Britse nationaliteit. In de jaren dertig ging Freud naar de Dartington Hall School in Devon en later naar Bryanston School in Dorset. Daarna studeerde hij in Londen aan de Central School of Arts and Crafts en Goldsmiths. In de vroege jaren veertig werkte hij een paar jaar als zeeman, maar hij legde zich daarna voltijds toe op de schilderkunst. Zijn doorleefde portretten van mensen die zijn leven bevolkten, zijn wereldberoemd.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234