Maandag 21/06/2021

Schilderen in Brussel na Van der Weyden

Wie schilderde er in Brussel na de meesterlijke Rogier van der Weyden? Een bijzonder gevarieerde tentoonstelling buigt zich over die weinig bestudeerde periode in de kunstgeschiedenis en presenteert fraaie ontdekkingen, zoals de onbekende schilder Aert van den Bossche.

De erfenis van Rogier van der Weyden. De schilderkunst in Brussel 1450-1520tot 26 januari 2014 in Koninklijke Musea voor Schone Kunsten, Regentschapsstraat 3, Brussel. www.fine-arts-museum.be

De voorbije zestig jaar is er nauwelijks onderzoek gebeurd naar de Brusselse schilderkunst van de 15de eeuw. De laatste tentoonstelling dateert al van 1953. Hoog tijd dus voor een inhaalbeweging, dachten de twee curatoren Griet Steyaert en Véronique Bücken, die de voorbije vier jaar intensief studiewerk hebben verricht.

In de 15de eeuw was Brussel een welvarende stad. De hertogen van Bourgondië verbleven vaak in het paleis op de Coudenberg. Zijzelf plus hun hovelingen en de adellijke families die hen omringden, bestelden werk bij Brusselse kunstenaars. Wie zich een schilderij van Rogier van der Weyden kon veroorloven - of een atelierstuk - liet zien dat hij rijk was en smaak had. Niets nieuws onder de zon: nu zijn het Warhol, Bacon en Rothko, die als iconen voorthe rich and famousworden verhandeld. Toen Rogier van der Weyden in 1464 overleed, liet hij een aanzienlijk en goeddraaiend atelier na. Wat er precies met dat atelier is gebeurd, weten we nog altijd niet. Onder de vele medewerkers bevond zich zijn zoon Pieter, maar geen enkel werk kan met zekerheid aan hem worden toegeschreven.

Dat is meteen een van de grote problemen van de schilderkunst uit die periode. De meeste werken zijn anoniem. Onderzoekers groeperen schilderijen dan ook op basis van stijlkenmerken en geven de schilder een zogeheten 'noodnaam', meestal naar een kenmerkend schilderij, zoals de Meester van het gezicht op Sint-Goedele en de Meester van het leven van Jozef. "De toeschouwer moet goed beseffen dat het om reconstructies gaat", zegt medecurator Griet Steyaert. "Als ik nu al die werken hier samen zie en ze concreet kan vergelijken, begin ik te denken dat we bepaalde toeschrijvingen toch weer moeten gaan bekijken."

Onder de 102 werken in de tentoonstelling bevinden zich twee gesigneerde panelen en vijf werken die men kan authentiseren door archiefstukken. Maar dat zo'n 'kleine' meester met een noodnaam niet noodzakelijk onaanzienlijk werk maakte, wordt duidelijk uit de oogstrelende schilderijen van bijvoorbeeld de Meester van de Verlossing van het Prado. Trouwens: rond 1880 werd Van der Weyden zelf beschouwd als 'kleine meester'. Het kan dus verkeren.

De expositie begint met enkele, soms zelden getoonde werken van Rogier van der Weyden zelf en zijn atelier. Hoewel hij afkomstig was uit Doornik en in oude teksten ook 'Rogier de le Pasture' werd genoemd, wordt hij als officieel stadsschilder van Brussel onder zijn Vlaamse naam vermeld. Aardig is dat we te weten komen waar hij precies woonde en zijn atelier had: een inmiddels gesloopt huis aan Cantersteen, ongeveer op de plek van het huidige Centraal Station.

Merkteken

Daarna verkent de expositie de opvolgers van meester Rogier en vertelt hoe we Brusselse schilderkunst kunnen herkennen. Op de oorspronkelijke lijsten staat bijvoorbeeld het merkteken met passer en schaaf van de Brusselse schrijnwerkers. Vaak gebruikten Brusselse schilders een felrode achtergrond in grisailles en beeldden ze heiligen uit voor een muur, die gedrapeerd was met een eredoek. En uiteraard wijzen architecturale elementen in een tafereel, zoals de Sint-Goedelekerk, de Zavelkerk en herkenbare torens van de vestingmuren, op een Brusselse origine. Hoe gewild Van der Weyden ook na zijn dood bleef, bewijzen de talloze imitaties en regelrechte kopieën naar zijn werk. Zo heeft Griet Steyaert een aantal nagenoeg identieke poses van een Madonna met kind teruggevonden, tot bij de Antwerpse schilder Joos van Cleve toe. Die zijn met een calque vervaardigd op basis van een model van Van der Weyden. De geponste tekeningen hadden gaatjes, die het calqueren en kopiëren van de figuren sterk vergemakkelijkten.

Een belangrijke invloed op Brusselse schilders is ook uitgegaan van Hugo van der Goes, een Gentse meester, die zich rond 1475 in het Rood-Klooster nabij Brussel vestigde. Van Van der Goes is een opmerkelijkeHeilige Lucas(uit Lissabon) te zien. Specialisten zijn het niet allemaal eens over de eigenhandigheid van dit werk, maar de expressiviteit, het realisme en het volume van het personage wijzen wel in de richting van de meester zelf. Van der Goes beïnvloedde Aert den Bossche, een van de opvallendste ontdekkingen van de tentoonstelling. Hij werkte mee aan een drieluik, dat nu bekend staat als de Melbourne-triptiek, vervaardigd door drie Brusselse schilders en hun respectieve ateliers. Dit topwerk, overgevlogen uit Australië, bewijst dat de drie meesters onafhankelijk van elkaar hebben gewerkt: de horizon loopt niet door en de grootte van de figuren verschilt merkelijk van paneel tot paneel. Het rechterluik werd geschilderd door Aert van den Bossche en springt eruit door zijn losheid en expressiviteit. Van diezelfde is eenAdam en Evate zien en enkele luiken van een triptiek, die hij voor de Brusselse schoenmakersgilde vervaardigde. Aan de hand van de beurs van de schenkers, waarop het wapen van het schoenmakersgilde prijkt, kon men via de rekeningen van dat ambacht, het schilderij in verband brengen met Aert van den Bossche. Fijn detectivewerk.

Uit de anonimiteit

Monumentaal werk van Colyn de Coter - de oudste voorbeelden van gesigneerde schilderijen in Brussel - en de maniëristische schilderijen van Barend van Orley vol dynamiek, close-ups en antieke tempels, besluiten de tentoonstelling. Op dat moment verliest Brussel van zijn pluimen. In 1507 vestigt landvoogdes Margaretha van Oostenrijk zich in Mechelen, Aert van den Bossche gaat in Brugge werken en Goossen van der Weyden, Rogiers kleinzoon, vestigt zich in Antwerpen, dat stilaan tot economische en artistieke bloei komt. Maar de Brusselse kleine meesters uit de 15de eeuw zijn in deze fraaie expositie wel aan de anonimiteit onttrokken.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234