Vrijdag 04/12/2020

InterviewDe 20'ers van 2020

Schilder Bram Demunter (26): ‘Ik ben zeker schatplichtig aan de Vlaamse primitieven’

Bram Demunter: ‘Ik werk traag. Onder een afgewerkt werk zitten meestal twee of drie andere schilderijen.’Beeld Kevin Faingnaert

Vanuit zijn eigen universum in Knokke schildert Bram ­Demunter in zijn eigen tempo een pril maar volwassen oeuvre bij elkaar. Galerist Tim Van ­Laere heeft deze hedendaagse Vlaamse primitief alvast onder zijn vleugels genomen. ‘Mijn werk heeft veel tijd nodig.’

De twintigers van 2020

In onze weekendbijlage Zeno presenteren we u een tiental straffe twintigers van wie u in 2020 nog veel zult horen. Ontdek ze hier allemaal.

Het lijkt onmogelijk om Bram Demunter voor te stellen zonder het eerst over zijn atelier te hebben. De jonge kunstenaar woont en werkt in Knokke, in het voormalige kantoorgebouw van het ministerie van Financiën waar hij voor een appel en een ei woont via een antikraakovereenkomst.

In een voormalige lokettenzaal houdt Demunter zijn atelier, en wie er binnenstapt weet niet waar eerst te kijken. Rekken vol heeft hij met allerlei prullaria: tientallen Mariabeeldjes, plastic dieren en allerhande figuurtjes. Bokalen met dieren op sterk water: een kuikentje nog half in het ei, een muisje, een vleermuis. Speelgoedauto’s en schedels van vogels, een vals gebit en een plastic soldaatje.

Op de lamp die het doek bijlicht waaraan hij nu werkt, heeft hij de vleugels van een opgezette aalscholver gelegd. Het doek zelf is aan een groot paneel bevestigd, en aan de achterkant hangen tientallen plastic bloemen en foto’s van mensen in kitscherige kadertjes. Het lijkt wel een Mexicaans kerkhof. “Ik heb aandacht voor alles”, vertelt hij de ietwat verlegen jongeman over zijn trouvailles. Hij noemt de composities die hij ermee maakt ook een soort taal, een manier om te communiceren zonder woorden, zoals schilderkunst of muziek dat ook kan zijn.

De schilderijen die hier staan, zijn nog niet af, zegt hij. Het zijn overweldigende beelden. Planten en bomen komen vaak terug in zijn werk, net als water, dieren en een hoop mensen. Zijn werk en zijn hang naar symboliek doet onmiddellijk denken aan de beeldtaal van de oude meesters, de Vlaamse primitieven.

“Ik ben zeker schatplichtig aan hen”, geeft Demunter toe. “In mijn vroegste werk lag het er zelfs vingerdik op, met kruistekens bijvoorbeeld. Maar ik leef vandaag, dus alle oude elementen heb ik inmiddels vervangen door een eigen beeldtaal. De wens om een wereld op te bouwen via iconografie is volgens mij van alle tijden: goed versus kwaad, dieren als metaforen op pootjes, figuren als de piëta (afbeelding van Maria met de gestorven Jezus op haar schoot, red.). Die kan je door een kunsthistorische bril bekijken, maar je kan ook afvragen wat zo’n piëta vandaag betekent.”

Door zijn ouders werd Demunter vroeger elk weekend meegesleurd naar musea, thuis slingerden kunstboeken rond. Hij herinnert zich nog hoe gefascineerd hij was door ­Meester van de legende van de heilige Lucia van een anonieme schilder. “Naar dat schilderij heb ik heel lang staan kijken. Het werd voor mij méér dan een prentje.”

Op een A4 heeft hij het schilderij afgedrukt, en hij wijst naar de vrouw die een schoteltje met twee oogballen vasthoudt. Het schilderij joeg zijn kinderlijke fantasie op hol. Andere prominente invloeden zijn James Ensor en de Amerikaan Kerry James Marshall. “Net als bij hen zit er heel véél in mijn werk. Dat is de rode draad.”

Zwevende hoofden

Door een lange gang leidt hij ons naar een kamer die wellicht ooit een of ander kantoortje was, en waar drie schilderijen tegen de muur rusten. We zien naakte mannen en vrouwen tussen bomen staan, een kettingzaag, vlammen en zwevende hoofden. Op een ander doek wandelt een lange stoet mensen tussen groene heuvels richting een rivier. We zien ook honden, badende mensen en alweer zwevende hoofden.

Als kind tekende Demunter veel, vaak strips, en toen hij zich inschreef aan Sint-Lucas in Gent was niemand verbaasd. Atypisch is zijn parcours wel een beetje: hij volgde grafiek, pas in zijn laatste jaar koos hij voor schilderkunst. “Ik denk als een tekenaar, en in mijn werk zie je heel veel tekeningen.” Hij toont er een paar: bootjes met een hoop bomen erin, palmen, cactussen, dennen. De ark van Noach met bomen, merken we op en hij geeft ons gelijk. De tekeningen zien we later ook terug in een van zijn schilderijen.

“In die opleiding kon ik mijn goesting doen”, vertelt hij. “Dat vind ik belangrijk, dat je kan werken op een manier die je past.” Na zijn afstuderen kreeg hij een residentie bij het HISK (Hoger Instituut voor Schone Kunsten). Heel interessant, zegt Demunter daarover, en niet alleen omdat hij zo de energie en de vrijheid kreeg om zijn praktijk verder te ontwikkelen. “Ik was er omgeven door kunstenaars die met heel andere media bezig waren, zoals videokunst. Mensen ook die ouder waren dan ik, die veel gereisd hadden. In een museum vind ik het ook boeiend als je in de ene zaal een oude kam ziet en in een andere zaal een hedendaags kunstwerk.”

Laag op laag

Dat lijkt typisch Demunter: als een spons slorpt hij indrukken en informatie op, om dan op zoek te gaan naar nieuwe verbanden, die hij ook vormgeeft in lange teksten. Als hij uitleg geeft bij een schilderij, zegt hij dingen als: “Toen had ik net een boek gelezen over hagen scheren, en Umberto Eco heeft ook een interessante tekst over tuinen geschreven.” Of: “Ik had me destijds net verdiept in Darwin en ik heb ook een onderzoek gevoerd naar giraffen in de kunstgeschiedenis.”

“De ene dag lees ik een boek van Frans de Waal, de apenonderzoeker, de volgende dag een Russische roman uit 1800 en een artikel uit de krant”, zegt hij. “Al die ideeën komen samen op het doek.” Mensen zeggen hem dan: het gaat over de natuur, of een ander thema dat ze er in gezien hebben, maar Demunter laat het graag in het midden. “Soms geef ik iets mee via de titel, maar mensen mogen er hun eigen verhaal uitpikken.”

De toekomst oogt rooskleurig voor de jonge schilder. Recent vond hij onderdak bij Tim Van Laere, de Antwerpse galerist die ook toppers als Rinus Van de Velde en Kati Heck in zijn portfolio heeft. Hij deed er al mee aan een groepstentoonstelling en werkt naar een solo-expositie toe. Wordt 2020 het jaar van de grote doorbraak? Demunter glimlacht voorzichtig, zegt dat hij er nog geen datum op wil plakken. “Ik werk traag. Onder een afgewerkt werk zitten meestal twee of drie andere schilderijen, waar ik steeds weer een laag over leg. Dat is geen truc, mijn schilderijen hebben dat gewoon nodig.”

RINUS VAN DE VELDE OVER BRAM DEMUNTER

“Ik heb Bram Demunter nog maar pas ontmoet, al kende ik zijn werk van Instagram”, zegt beeldend kunstenaar Rinus Van de Velde. “Toen ik zijn werk voor het eerst in het echt zag, werd ik compleet omvergeblazen, en dat overkomt me niet vaak. Zo’n jonge gast, en toch zo’n eigen beeldtaal en sterke iconografie in zijn schilderijen en tekeningen. Op het eerste zicht denk je meteen: ah, de Vlaamse primitieven. Of Rogier van der Weyden. Die erfenis in een hedendaagse schilder kom je weinig tegen en is zeer interessant. Ik zie ook veel Ensor in zijn werk.

“Demunter is zelf ook een opmerkelijk figuur, vind ik. Terwijl zowat iedereen in Gent, Antwerpen of Brussel rondhangt, woont en werkt hij in een antikraakpand in Knokke, waarmee hij zich helemaal buiten het centrum van de kunsten zet. Zijn werk is bijna outsiderkunst. En hij straalt een zekere authenticiteit uit. Je bent geneigd te denken dat hij als een soort personage uit zijn eigen werk gestapt is.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234