Maandag 23/11/2020

'Schieten is mijn ding'

Ze kwam wel eens voorbij waaien. In een serie of een film, met een boek of als presentator. Met dat rosse haar gebeurde zoiets niet onopgemerkt. Maar toch, na Kulderzipken verstomde het applaus. Binnenkort steekt ze gelukkig weer een tandje bij. Ianka Fleerackers (35) wordt flik. Door Fien Sabbe Foto Stephan Vanfleteren

U kent haar als prinses Prieeltje uit Kulderzipken. Nog altijd. Ook al is die wonderbaarlijke serie over de avonturen van merkwaardige sprookjesfiguren al meer dan tien jaar oud. En ook al zette Ianka Fleerackers sindsdien een prentenboek en ettelijke theaterproducties achter haar naam, dook ze op als presentatrice bij Ketnet, Canvas en zelfs Klara, speelde ze in films als Iedereen beroemd en De indringer en kreeg ze gastrollen in Windkracht 10, Witse en Flikken. Dat laatste deed ze zo goed dat ze mocht blijven, als ze wilde.

Ianka Fleerackers: "Ik heb er heel lang moeten over nadenken. (grinnikt) Natuurlijk was er dat waw-gevoel. Je zult maar meespelen in een van Vlaanderens meest bekeken series. Maar tegelijk dacht ik bij mezelf: zijt ge zot? Mijn engagementen liepen vroeger nooit langer dan drie maanden. Flikken zou mijn agenda seizoenen lang bepalen. Wat moest ik trouwens in een ondertussen goed gerodeerde serie? Ik draai nu een jaar mee en het klopt nog altijd: ik hou van een begin en een einde. Maar een project op langere termijn heeft ook een groot voordeel. Ik ontvang elke maand een loon. Met twee kleine kinderen en met verbouwingen in zicht is dat welkom. En zolang ik fluitend naar het werk trek, lijkt het me een goede beslissing. We hebben een toffe ploeg. Ten tijde van mijn gastrol voor Flikken was dat wel even anders. Er hing stress op de set. Mensen waren niet tevreden, uitgekeken op de rol. En maar zagen. Daar kan ik niet mee om. Als het je tegenstaat, wees dan fair en stap op. Niemand heeft wat aan een lang gezicht."

Populariteit speelde voor u zelden een rol. U zocht vooral projecten waar u uw tanden in kon zetten. Naar een intensiteit die u bij Flikken wellicht niet zult vinden.

"(lacht mij uit) Als ik op het betere alternatieve werk moet wachten, kan ik nog lang wortel schieten. Acteurs hebben het vandaag niet onder de markt in Vlaanderen. Flikken geeft mijn bekendheid weer een zetje. En ik heb even geen financiële zorgen. Dat stelt me in staat later weer eens iets met meer body te proberen. De tijd dat het not done was om tegelijk in een theaterproductie te staan en aan een televisieserie mee te werken, is lang voorbij. Ons vak is evengoed een commercie. Ik moet mijn handel draaiende houden. Het is alleen gênant om jezelf te moeten verkopen. Als het dus met een omweg langs een veel bekeken programma kan: graag."

U vertolkt de rol van Emma Boon, een inspecteur in burger. Wat voor een vrouw is ze?

"Een vrouw van mijn leeftijd, gedreven en enthousiast. Moeder ook, en dat vindt ze belangrijk. Ik heb ter voorbereiding mijn voorgangsters even op een rijtje gezet. Aan hippe of stoere types geen gebrek, maar ik miste klasse en elegantie. Emma Boon bezit dus ook een flinke portie vrouwelijkheid."

Net als die ex-collega's begeeft ze zich op het terrein, in de volle actie. Dan kan een opleiding aan de politieacademie van pas komen.

"Arrestatie- en handboeitechnieken, wapenbeheersing, ik heb het allemaal gehad. En ik vond het fantastisch. Ik heb eens een hele nacht mogen staan schieten op het dak van het UZ in Gent, met losse flodders uiteraard. Altijd opnieuw datzelfde shot. Geweldig. Schieten is mijn ding. Naar het schijnt, zat het met de houding vrij snel goed. Mikken is iets anders, maar dat doet er niet zo toe. Ik kan ook heel goed dekking zoeken. De regisseur weet dat. Dus mag ik vaak vallen. Plets, op de grond. In een bloezeke en op hakken is dat niet altijd alles. Ik kom vaak thuis met blauwe plekken. En als het nat is, ben ik ook echt nat. Maar het deert me niet. Ik smijt me helemaal."

U wilde als kind al graag acteren?

"Ik wilde vooral beroemd worden. Ik was zeven toen ik als kleine ballerina voor het eerst op een podium stond. Op mijn elfde kreeg ik een rolletje in een wetenschappelijk tv-programma. En van toen af wist de VRT me regelmatig te vinden. Ik was brandend ambitieus. Ik had een duidelijk doel voor ogen en ging daar in een rechte lijn op af. Mijn klasgenootjes begrepen dat niet. Ze vonden mij een rare, met ros haar dan nog. Ze lachten mij uit. Terwijl ik niets liever wou dan one of the gang te zijn. Het is me nooit gelukt. Ook al droeg ik Burlingtonkousen en Docksides. Waarschijnlijk pakte ik het niet goed aan. Ik was, vermoed ik, wat sociaal gestoord. Vrienden maken, ik begreep niet hoe dat moest."

U bewaart geen al te beste herinneringen aan uw schooltijd?

"De pesterijen waren niet mals. En thuis hadden ze er geen oren naar. 'Jaloezie', zeiden mijn ouders, 'trek het je niet aan.' Maar zij hadden makkelijk praten. Zij hoefden niet elke dag naar school. Soit, het heeft me ook gesterkt. Ik ben een vechter. Als ik val, zal ik altijd weer opstaan. Dat weet ik en daar vertrouw ik op. Opgeven kan ik niet, nooit."

Zo is het u ook thuis geleerd?

"Mijn ouders waren harde werkers. Ze hadden een groothandel in groenten en fruit. Wanneer het maar kon, werden mijn broer en ik aan het werk gezet. Schoonmaken, wortelen wassen, wegen, op de vrachtwagen laden, 's nachts mee naar de veilingen. Het was zwaar werk en niet leuk. Vakantie kenden we niet. Maar we hadden geen keuze. Wij zijn opgevoed als noeste werkers. Dat krijg ik niet uit mijn kleren geschud, het kan nog altijd niet rap en hard genoeg gaan. Tot ergernis van mijn man, soms."

Ook om die reden zag uw leven er heel anders uit dan dat van uw klasgenoten.

"Precies. Mijn hele jeugd lang had ik de indruk dat er iets niet klopte. Ik voelde me enerzijds te oud, anderzijds te jong. Ik begreep niet waar mijn klasgenoten mee bezig waren. Op hun terrein was ik te kinderlijk. Maar thuis droeg ik een zware verantwoordelijkheid. Ik werkte mee in de zaak en het huishouden rustte grotendeels op mijn schouders. Ik was elf toen mijn moeder begon te sukkelen met haar gezondheid. Op een dag riep de schooldirecteur mij bij zich. Hij zei: 'Ianka, je mama ligt in het ziekenhuis.' Ik haalde mijn boekentas, ging naar huis, pakte mijn moeders spullen in en fietste naar het ziekenhuis. Zo liep het telkens weer. Voor verdriet of vragen was er geen tijd. Het werk wachtte. Dus deden we voort. Wat konden we anders?"

Als uw ouders vandaag zien hoe u de dingen doet die u graag doet, hoe u tijd maakt voor uw gezin, bedenken ze dan dat het ook anders had gekund?

"Vooral mijn vader wordt zich de laatste jaren van het een en ander bewust. Nu mijn broer en ik zelf kinderen hebben, ziet hij zich voortdurend geconfronteerd met zijn eigen vaderschap. 'Zoals jullie met de kinderen omgaan, zo heb ik het nooit gekund', zegt hij wel eens. Het is waar, hij was een strenge man. Maar ik heb altijd gevoeld dat hij ons wel wilde tonen dat hij ons graag zag. Hij wist alleen niet hoe. Stilaan leert hij de kwaliteit van het leven ontdekken. Hij durft al eens ziekteverlof nemen. Dat het mag, afwezig zijn als je ziek bent, dat heeft hij lang niet willen geloven."

Valt het verleden u vandaag nog moeilijk?

"Het was niet al kommer en kwel. Ik zat op balletles en mocht naar de toneelacademie. In alle drukte kregen mijn ouders dat toch maar georganiseerd. Daar ben ik erg dankbaar voor. En weet u, wat geweest is, is geweest. Vroeger begreep ik vooral niet waarom ze zo slecht voor zichzelf zorgden. Ik heb aan mezelf moeten leren hoe ik dat het beste deed. Ik heb het niet van hen. Dat maakte me zo kwaad. Als ik het kon, waarom zij dan niet?"

U had een gezin om voor te zorgen en een plan voor de toekomst: u wilde beroemd worden. Als balletdanseres of actrice, lag de keuze voor de hand?

"Ik heb gedanst van mijn zevende tot mijn zeventiende. Op een behoorlijk niveau. We trokken zelfs naar het buitenland. Maar ik bleek niet over de juiste fysieke kwaliteiten te beschikken om door te groeien naar de top. Hoe dan ook, die balletlessen hebben me veel bijgebracht. Discipline vooral. We kregen les op school, van een Britse non. Zuster Sheila leerde ons de kunst van het glimlachen. 'Wees vriendelijk en blijf lachen', zei ze altijd. Ik denk er nog vaak aan. Een lach werkt aanstekelijk. Het vergemakkelijkt sociaal contact."

U koos voor een toneelopleiding aan de academie van Brussel. Hebt u daar gevonden wat u zocht?

"Helemaal niet. Toen ik na drie jaar afstudeerde, heb ik tegen de hoofddocent gezegd: 'En nu ga ik leren spelen. Die man is daar nog altijd niet goed van. Maar ik meende het. Het was verloren tijd. Een geluk dat ik de school ben uitgestapt met een jaarcontract voor Niet voor publicatie (tv-serie op het toenmalige TV1, FSa) in mijn handen, anders was ik met acteren gestopt. Ik had naar mijn gevoel niets geleerd en was erg onzeker geworden. Waarschijnlijk begreep ik toen nog niet waar het over ging. Nu pas begin ik Tsjechov te snappen. Maar er ontbrak zoveel aan de opleiding. Zanglessen kregen we niet. Voor toneel hadden we één docent. Drie jaar lang. Als het dan niet botert, heb je pech."

Maar u zat op kot en was blij dat u het huis uit kon.

"Ik was achttien en meerderjarig. Ik wilde thuis weg, het was genoeg geweest. Mijn ouders hebben mij wonderwel in die beslissing gesteund, ook financieel. Maar jaren later heb ik toch alle contact verbroken. Het is niet omdat je het huis uit bent, dat mensen niet meer kunnen teren op je leven. Vooral mijn moeder slaagde er niet in goed voor zichzelf te zijn. Ik ging eraan ten onder. De relatie met mijn broer bleef overeind. Na de scheiding van mijn ouders is hij bij mij komen wonen. Ondertussen gaat het beter. Ik heb mijn vader eindelijk leren kennen. Nu zijn kinderen op eigen benen staan, valt een druk weg, waardoor hij zich wat meer laat zien. Zonder al die hardheid. Mijn moeder heeft met de komst van de kleinkinderen een nieuwe positie gevonden in de familie. Ook in mijn hoofd is ze nu vooral oma en minder moeder."

De kans om op eigen benen te staan en het leven naar wens te kunnen inrichten hebt u hoe dan ook met beide handen gegrepen.

"Ik vond het geweldig. Niet dat ik geen stommiteiten beging, maar ik overleefde ze zonder veel kleerscheuren. Toen mijn ouders uit elkaar gingen, heb ik het ouderlijke huis gekocht. Ik was eenentwintig en zou er samen met mijn vriend gaan wonen. We hadden trouwplannen. Na een jaar heb ik er de brui aan gegeven. Als ik hiermee doorga, dacht ik, leid ik een heel ander leven dan ik voor ogen heb. Ik heb het huis aan hem verkocht en ben vertrokken. Het was inderdaad een dwaas idee. Met een verleden als het mijne ga je beter niet wonen waar je bent opgegroeid. Het leek alsof ik het leven van mijn ouders wilde rechtzetten. Alsof ik wilde doen waartoe zij niet in staat waren. Het huis had bijvoorbeeld geen centrale verwarming en maar één kachel. Dat moest dringend aangepakt worden, maar het is er nooit van gekomen. En dan zou ik dat allemaal eens regelen? Ik heb het huis gedumpt, en de man erbij. Hij zou me trouwens nooit hebben laten worden wie ik nu ben."

Eind goed, al goed. In de zomer bent u getrouwd met de man van uw leven.

"(straalt) Jan is thuiskomen. We zijn acht jaar samen en getrouwd uit pure goesting. Op een mooie dag langs de Schelde. Te midden van de mensen die we graag zien. Het was perfect."

U hebt twee kleine kinderen. Hoe anders pakt u hun opvoeding aan?

"Ik laat mijn kinderen vooral zien dat ik goed voor mezelf zorg. In de hoop dat ze dat ook zullen doen. Ik ben een moeder voor hen, maar toon me ook als vrouw. Ik werk, jaag mijn dromen na, ben gelukkig, heb verdriet. Ik wil hen ook voldoende sociale vaardigheden meegeven. Vooral mijn dochter heeft het daar moeilijk mee. Ze is net als ik nogal temperamentvol en dominant. Op een soepele manier integreren in een groep ligt moeilijk. Maar dat valt bij te sturen. Daar heb ik bij mezelf ook aan gewerkt. Karakter kun je niet veranderen, gedrag wel."

Vindt u makkelijk de balans tussen werken en kinderen grootbrengen?

"Neen. Daar lig ik nu al vier jaar mee overhoop. Ik kan thuis niet werken als het een warboel is en al zeker niet als de kinderen rondhollen. Maar tegen de tijd dat ze in bed liggen, ben ik uitgeteld. Zonder kinderen zou ik veel harder werken. (zucht) Al die ideeën en ik kan er niet aan beginnen. Ze liggen daar maar te lonken."

Wat wilt u dan zo graag doen?

"Zoveel. Schrijven vooral. Aan mijn eerste boek Uil plus Leeuwerik heb ik veel genoegen beleefd. En er wachten vier nieuwe ontwerpen. Acteren is wat ik het beste kan, maar ik waag me graag op onbekend terrein. Daarom ben ik ook zelf theaterstukken gaan schrijven en regisseren. En heb ik eens wat op Klara gepresenteerd."

In uw werk zit een zekere tegenstrijdigheid. Als prinses Prieeltje en eerste wrapper op Ketnet sprak u vooral een jong publiek aan. Dat doet u ook in uw literair en theaterwerk. Maar evengoed presenteerde u op een klassieke radiozender of maakte u tv-reportages voor een cultureel magazine. U hebt zelfs met een erotisch verhalenprogramma getoerd. Het is moeilijk om te duiden waar u voor staat.

"Ik hou wel van dat ongrijpbare. Mensen proberen al zolang een stempel op mij te drukken. Het is dezelfde tegenstrijdigheid die ik van jongs af meedraag: enerzijds te oud, anderzijds te jong. Een nuchter kind, maar tegelijk een dromer. Mijn boek Uil plus Leeuwerik is een triest maar ook troostend verhaal over een onmogelijke liefde. Herkenbaar voor volwassenen, bedoeld voor +5-jarigen. Dat naïeve hou ik graag vast. Bij kinderen vind ik vaak een poëzie die ik bij volwassenen niet meer zie. Maar ik schrik er inderdaad ook niet voor terug om in Vlaamse huiskamers erotische verhalen te brengen. Dat was een project met Geert Hautekiet in het kader van Antwerpen Open. Prettig, maar we zijn ermee gestopt. Elke avond een orgasme faken, het werd wat vermoeiend. (lacht)"

Beste vrienden, maandag 29 januari op Eén. Flikken, vanaf zondag 4 februari op Eén.

Uil plus leeuwerik, uitgeverij De Eenhoorn.

Wij zijn opgevoed als noeste werkers. Dat krijg ik niet uit mijn kleren. Het kan nog altijd niet hard en rap genoeg gaan

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234