Zaterdag 19/09/2020

AnalyseAvondklok en mondmaskers

Schenden de coronamaatregelen de grondwet? Twee specialisten geven duiding

Beeld Elise Vandeplance

Grondwetspecialisten staan met grote ogen te kijken naar de maatregelen die genomen worden om het coronavirus in te dijken. Burgerlijke vrijheden worden vlotjes ingeperkt, vaak zonder dat daar een redelijke grond voor is. ‘Sommige maatregelen gaan echt te ver.’

Liefst 17.000 betogers trokken afgelopen weekend door de straten van Berlijn om hun ongenoegen te uiten over de maatregelen in de strijd tegen het coronavirus. Ook in Nederland zijn demonstraties tegen de overheidsingrepen niet ongewoon. Dan gaat het er in België een stuk gemoedelijker aan toe. Er is weliswaar een groeiende onvrede over de impact van heel wat beslissingen, maar voor grote publieke onrust heeft dat nog niet gezorgd. Nochtans zou dat niet ongegrond zijn, menen grondwetspecialisten. Een heleboel maatregelen vormen een verregaande inperking van onze grondrechten, zonder dat die serieus te verantwoorden is.

“De overheid heeft op heel veel fronten vandaag het juiste evenwicht gevonden. Maar op sommige domeinen gaan de maatregelen echt te ver”, zegt Stefan Sottiaux, hoogleraar grondwettelijk recht aan de KU Leuven. Hendrik Vuye, hoogleraar staatsrecht aan de universiteit van Namen, spreekt van een “verontrustende evolutie”. Beiden nemen daarbij onder meer de Antwerpse avondklok en de algemene mondmaskerplicht in verscheidene gemeenten in het vizier. Maar de twee constitutionalisten zijn het er ook over eens: al in de eerste golf van de epidemie werd er een ongehoord loopje genomen met burgerlijke vrijheden.

Aan de kust werden bijvoorbeeld warmtecamera’s ingezet om te controleren of tweedeverblijvers in hun chalet of stacaravan aanwezig waren. “Een manifeste schending van de privacy en de onschendbaarheid van de woning”, is Sottiaux stellig. Dat tweedeverblijvers überhaupt niet naar hun woning aan de kust mochten trekken, was volgens hem eveneens buiten alle redelijkheid. “Daar was eigenlijk geen virologische verantwoording voor.”

Vuye wijst dan weer op het tijdelijk verbod om uit te rusten op een bankje in het park. “Alsof dat enig belang had. Maar er zijn wel sukkelaars die daarvoor een GAS-boete kregen.” Als klap op de vuurpijl bleken talloze GAS-boetes later illegaal uitgeschreven te zijn. Het voormalig Kamerlid ziet met lede ogen aan hoe talloze vrijheden de voorbije maanden op de schop gingen. “Wat moet ik straks aan mijn studenten mensenrechten gaan vertellen? Dat het recht op vereniging belangrijk is in een land waar je niet mocht betogen, waar sociale onrust zich enkel illegaal kon manifesteren?”

‘Als je een avondklok wil instellen, moet je eerst aannemelijk maken dat een samenscholings­­verbod onvol­doende is’, zegt Hendrik Vuye (Universiteit Namen). Beeld Tim Dirven

Het punt is niet dat burgerlijke vrijheden niet tijdelijk teruggeschroefd mogen worden. Zeker in een acute gezondheidscrisis is het verdedigbaar dat vanzelfsprekendheden tijdelijk aan de kant geschoven worden voor een hoger belang. Maar wanneer dat gebeurt, moet die inperking wel een doel hebben en noodzakelijk zijn om dat doel te bereiken. “Hoe verder je ingrijpt in het leven van mensen, hoe zwaarder de bewijslast bij de overheid om die noodzakelijkheid aan te tonen,” zegt Vuye.

Net daar wringt het schoentje bij de avondklok die in Antwerpen werd afgekondigd. Die ingreep vormt een aanzienlijke inperking op de grondwettelijke bewegingsvrijheid van de burger. Een avondklok is daarom nog niet per definitie ongrondwettig. Maar wie ze wil invoeren, moet dus wel kunnen aantonen dat er geen andere manieren zijn om hetzelfde doel te bereiken.

“Nachtelijke bijeenkomsten zorgden blijkbaar voor veel besmettingen. Maar er gold sowieso al een samenscholingsverbod. Als je een avondklok wil instellen, moet je toch eerst aannemelijk maken dat dat samenscholingsverbod onvoldoende is”, vindt Vuye. Wat dus volgens hem niet gebeurd is.

Mondmaskers

Een algemene mondmaskerplicht mag dan een stuk banaler lijken, ook die is juridisch verre van evident. “Er is zoiets als het recht op een privéleven. Dat is gewaarborgd in de grondwet én in het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens. Dat recht wordt ook geïnterpreteerd als een recht op lichamelijke integriteit. Nu worden mensen verplicht om bepaalde kledij te dragen die hen beperkt in hun expressiemogelijkheden en bovendien het ademen lastiger maakt. Dat betekent dat hun autonomie in het gedrang komt”, aldus Sottiaux. Hij wijst erop dat het boerkaverbod destijds juridisch aanvaard werd net omdat het manifest in strijd was met hoe onze samenleving de publieke ruimte gestalte geeft: als een plek waar mensen elkaar in alle vrijheid kunnen ontmoeten.

Ook hier wil een en ander niet zeggen dat een mondmaskerplicht automatisch onwettig is. Die maatregel is bijvoorbeeld eenvoudig te verantwoorden in warenhuizen of op drukke pleinen, omdat het daar vaak moeilijk is de nodige afstand te bewaren. De vrijheid van de individuele burger moet met andere woorden afgewogen worden tegenover het maatschappelijke belang en de plicht van de overheid om de veiligheid van de burger te garanderen. Maar in een bos weegt dat maatschappelijk belang niet genoeg door om ook daar een mondmaskerplicht te rechtvaardigen, vindt Sottiaux. Dat geldt volgens hem net zo goed voor plaatsen in de stad waar afstand houden geen probleem is.

Voorstanders van de maatregel zwaaiden de voorbije dagen in hoofdzaak met dezelfde rationale. Een algemene mondmaskerplicht is verdedigbaar omdat het de enige manier is om controle en bestraffing mogelijk te maken. Het zou, volgens die redenering, onhaalbaar zijn om alle straten en pleinen aan te duiden waar een mondmasker gedragen moet worden, of te vertrouwen op het gezond verstand van elke burger. En dus wordt er gekozen voor een maatregel die duidelijk en afdwingbaar is.

Maar die logica snijdt juridisch geen hout. “Het criterium om fundamentele rechten in te perken is noodzakelijkheid. Of een maatregel nuttig is of handhaafbaar, is van weinig tel”, doceert Vuye. “Natuurlijk zal handhaving in praktijk vaak moeilijk blijken. Maar dat moeilijke is nu net het verschil tussen een dictatuur en een democratie.”

Sottiaux vult aan: “Als handhaving het criterium wordt, dan is het ook het efficiëntst om de politie iedereen te laten afluisteren. Maar dat gaat natuurlijk te ver. Je moet eerst een redelijke verdenking hard kunnen maken. Dat betekent dat bepaalde criminelen niet gevat zullen worden, maar het waarborgt wel onze vrijheid.”

Stefan Sottiaux (KU Leuven): ‘Als handhaving het criterium wordt, dan is het ook het efficiëntst om de politie iedereen te laten afluisteren.'Beeld Thomas Sweertvaegher

Op een persconferentie probeerde Antwerps provinciegouverneur Cathy Berx woensdag de kritiek op de mondmaskerplicht enigszins de kop in te drukken. Wie in een verlaten straat de hond uitlaat, kan natuurlijk niemand besmetten, zei ze. “De politie zal deze maatregel met veel omzichtigheid handhaven, rekening houdend met het reële risico op besmetting.”

Ook dat is niet bepaald een geruststellende gedachte, vindt Sottiaux. “Ga ik dan beboet worden als ik alleen over straat loop? Ik weet het niet, dat hangt af van de agent. Op deze manier word je overgeleverd aan de willekeur van de ordehandhaver.”

Naar de rechter?

België blijft natuurlijk een rechtsstaat. Wetten en boetes kunnen betwist worden voor een rechter. “Daar schuilt het drama van een land met een gerechtelijke achterstand als de onze: uw toegang tot de rechter is in feite pure fictie”, meent Vuye. “Verzet je als burger nu maar eens tegen die avondklok. Je begint dan aan een ellenlange juridische lijdensweg. Tegen de tijd dat een rechtbank zich uitspreekt, is die avondklok al lang van de baan. Zo ben je haast rechteloos.”

Zo ver wil Sottiaux niet gaan. Hij maakt zich dan weer wel zorgen dat voorstanders van strenge en onnodig brede maatregelen steeds vaker een moral high ground lijken te claimen, wars van juridische of epidemiologische argumenten. Zie ook het mondmaskerdebat: waarom zou je niet overal een mondmasker dragen? Is dat dat geen kleine moeite om je medemens te beschermen?

“Die morele superioriteit loopt op dit moment als een breuklijn door de samenleving: degenen die rekening houden met anderen versus de egoïsten. Maar het is net gevaarlijk om hier een morele kwestie van te maken. Het gaat erom te zorgen dat maatregelen legitiem zijn. Wie de verkeersveiligheid wil waarborgen, kan ook eisen dat er overal 30 kilometer per uur gereden wordt. Maar op de meeste plekken is dat zo absurd dat niemand er zich aan zal houden. Mensen worden niet graag als kleine kinderen behandeld. En dat is wat hier gebeurt. Dan dreigt de volksgezondheid net in gevaar te komen.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234