Donderdag 24/06/2021

Schemer, schuld en scheerschuim

Sarah Kofman legt een beklemmende getuigenis af over haar Parijse jeugd als joods onderduikkind. Philippe Claudel reconstrueert de moord op de tienjarige Belle de Jour en wekt een Frans provinciegat anno 1917 tot leven. Emmanuel Carrère brengt de beheksende gevolgen van een scheerbeurt haarfijn in kaart. Debutant Ollivier Pourriol ten slotte zet een Chopin-concours op stelten. Dirk Leyman wikt recent vertaald Frans proza.

Je merkt de koppige drang om schoon schip te maken met de verdrongen neuroses die Kofman bleven teisteren

'Mijn vele boeken zijn misschien noodzakelijke omwegen geweest om 'het' te kunnen vertellen", zo schrijft de Frans-joodse filosofe Sarah Kofman (1934-1994) op de eerste pagina van haar frappante egodocument Rue Ordener, rue Labat. 'Het' slaat op die traumatiserende 16 juli 1942, de dag waarop haar vader, de rabbijn Bereck Kofman, vanuit hun appartement aan de Parijse Rue Ordener naar Auschwitz wordt gedeporteerd. Sarah is acht jaar. Samen met haar vijf zusjes schreeuwt ze op de stoep haar onmacht uit. Het tafereel had alles van een klassiek treurspel, bedenkt Kofman later. Op een haar na weten moeder Kofman en haar dochters aan de razzia's van de Duitsers te ontkomen. Er volgt een zenuwslopende gang langs barmhartige onderduikadressen, eerst op het platteland, dan opnieuw in Parijs. Ten slotte belandt Sarah samen met haar moeder bij een gecultiveerde, wereldse 'dame' in de Rue Labat. De hyperattente 'oma' palmt het ontvankelijke meisje in en neemt haar Franse opvoeding energiek ter harte. Het bizarre gevolg is dat de verhoudingen tussen moeder en dochter Kofman geheel verstoord raken. Zelfs het lot van haar verdwenen vader lijkt Sarah nu nog amper te beroeren. De touwtrekkerij tussen Sarah's moeder en haar surrogaat-'oma' escaleert: om haar dochter terug te eisen daagt Kofmans moeder na de bevrijding de dame van de Rue Labat zelfs voor een uitzonderingsrechtbank. "Van de ene dag op de andere moest ik scheiden van de vrouw die ik nu meer liefhad dan mijn eigen moeder. (...) Mijn moeder koesterde alleen nog maar haat en minachting voor de vrouw die ons leven had gered", stelt Kofman vast. Dat Sarah hardnekkig voor 'oma' zal blijven kiezen, compliceert de gordiaanse knoop van schuld en schaamte. Met schijnbaar chirurgische distantie kijkt Kofman terug op haar verscheurdheid en haar "dubbele verraad".

Na de oorlog begon Kofman aan filosofiestudies. Door haar 'dialogen' met Kant, Rousseau, Freud en Nietzsche sluimerde een ingewikkelde poging tot begrijpen én vluchten: "Het filosofische werk hielp me met het verdringen: ik had geen voorstelling van het afgrijzen." Slechts langzaam durfde Kofman ook haar eigen geschiedenis van onder dikke lagen eelt weg te krabben. Rue Ordener, rue Labat is een ijl, zichzelf bijna wegcijferend boekje. De fragmenten zijn heftig en stilistisch niet uitzonderlijk gaaf. Toch hebben ze een grote onontkoombaarheid. Je merkt de koppige, haast overmoedige drang om schoon schip te maken met de verdrongen neuroses die Kofman bleven teisteren. De auto-analyse bracht geen verlichting. Kort nadien, op 15 oktober 1994, pleegde Kofman zelfmoord, precies op de 150ste geboortedag van Friedrich Nietzsche.

Sarah Kofman

Rue Ordener, rue Labat

Vertaald door Désirée Schyns, De Arbeiderspers, Amsterdam/Antwerpen, 96 p., 16,95 euro.

Met klemvaste pen creëert Carrère een tintelende spanning waarin waan en werkelijkheid elkaar als kemphanen naar de hals vliegen

In de roman Iemand, niemand en honderdduizend (1926) van de Italiaanse Nobelprijswinnaar Luigi Pirandello raakt een man in een ingrijpende identiteitscrisis wanneer zijn vrouw hem erop wijst dat zijn neus scheef staat. Vanaf dan verbeeldt hij zich dat iedereen zijn lichamelijke tekortkomingen wel zou opmerken. De arme drommel gaat compleet door het lint en valt uiteen "in honderdduizend persoonlijkheden". Emmanuel Carrère (°1957) schreef in 1986 een boek dat nogal schatplichtig is aan deze briljante stijloefening van Pirandello. In La Moustache scheert een Parijse architect op een doordeweekse dag zijn snor af. Een geintje, een divertissement om de sleur te breken, meer is het niet. Hoe zullen zijn vrouw Agnès en zijn omgeving reageren, zo vraagt de hoofdfiguur zich verkneukelend af? De ontsteltenis is groot wanneer blijkt dat de afwezige snor helemaal niemand opvalt. Sterker nog, iedereen ontkent glashard dat de architect ooit een snor heeft gehad. Wat nu? Is hij het slachtoffer van een volgehouden complot of van een misselijke grap? De verteller raakt in de greep van eerst nog onschuldige, maar geleidelijk allesverterende paranoia: "Hij zou alles verliezen, zijn vrienden, zijn beroep, de manier waarop hij zijn dagen doorbracht. (...) hij zat in een op hol geslagen mallemolen die nu eens de ene en dan weer de andere kant op draaide zonder dat hij kon uitstappen." De psychiatrie en de dwangbuis zijn al besteld. In blinde paniek neemt hij de wijk naar Hongkong. "Hij was niet gek, (...) het was alleen dat de wereldorde ongemerkt op een gruwelijke manier in het ongerede was geraakt, wat iedereen behalve hem was ontgaan en wat hem in de positie plaatste van enige getuige van een misdaad, die om die reden uit de weg moest worden geruimd." Eén ding is zeker: na lezing van La Moustache denk je twee keer na voor je je baardharen aan de Gillette rijgt. Met klemvaste pen creëert Carrère een tintelende spanning waarin waan en werkelijkheid elkaar als kemphanen naar de hals vliegen. Moeiteloos toont hij aan hoe glibberig de grens tussen gekte en normaliteit is. Pasklare evidenties gaan in hun tegendeel over, waardoor de rondtollende hersenspinsels van de verteller ook die van de lezer worden, die met de tong op de buik meehunkert naar verlossing. Aan pertinente vragen ontbreekt het niet in deze casestudy van een mentale ontsporing: ontlenen we onze identiteit aan wat onze omgeving van ons denkt? Of vertrouwen we beter op ons eigen ingebouwde kompas? La Moustache is een geslaagde voorproef op De sneeuwklas (1985) en De tegenstander (2000), de twee boeken die Carrère terecht wereldwijde faam bezorgden. Daarin regisseerde de schrijver en filmmaker de alledaagse waan met nog meer finesse. Faits divers omsmeden tot documentaire fictie is sindsdien Carrères keurmerk.

Emmanuel Carrère

Op drift

Oorspronkelijke titel: La Moustache, Vertaald door Floor Borsboom, De Arbeiderspers, Amsterdam/Antwerpen, 158 p., 16,95 euro.

Claudel stoffeert zijn misdaadnotulen met de herfstige, licht pessimistische broeierigheid van een Simenon-verhaal

Philippe Claudel (°1962) beleeft een echt wonderjaar. Zijn zesde roman Grijze zielen schoof al 300.000 maal over de Franse toonbanken en kroonde zich met drie literaire prijzen, waaronder de erg gewilde Prix Renaudot. 22 landen krijgen een vertaling voorgeschoteld en het boek stevent af op een verfilming. Le Monde torpedeerde de teruggetrokken provinciaal daarom zonder dralen tot "l'écrivain de l'année". De lof is grotendeels gewettigd. Grijze zielen is weliswaar een behoorlijk traag boek, maar het is ook ongemeen meeslepend. Het verleidt de lezer zowel met riante taal als met een 'miniatuurtheater' van haarscherp getekende plattelandsfiguren. Bovendien stoffeert Claudel zijn misdaadnotulen met de herfstige, licht pessimistische broeierigheid van een Simenon-verhaal. Grijze zielen speelt zich af rond 1917, "in een streek waar het geroezemoes van het leven ons jarenlang alleen maar bereikte als verre muziek, totdat we het op een ochtend recht op ons hoofd kregen en we er vier jaar lang daverende koppijn aan overhielden". Het artillerievuur van de Grote Oorlog deelt volop dreunen uit in het provinciestadje vlak achter het front. Toch laat het kabbelende leven er zich niet zomaar verdringen. De straten tellen genoeg "donkere hoekjes en belvedères om ieder in zijn eigen melancholie te kunnen laten zwelgen". Meer nog dan de oorlogsverrichtingen maakt de wurgmoord op het tienjarige meisje Belle de Jour de tongen los. De zaak wordt snel opgelost en toegeschreven aan de Bretonse deserteur Le Floc, die zonder veel bewijs de kogel krijgt.

Maar de werkelijkheid is onthutsender, zo blijkt uit het relaas van Claudels verteller, een oude, door de wol geverfde politieman. Deze dubbelzinnige getuige voert ons met een alziend oog door de talrijke geheime kamers van notabelen, ambachtslui, onderwijzers en boeren. Zwijgen hoeft tenslotte niet langer nu iedereen "in het volstrekte duister van de koude aarde" ligt.

Wat aan de oppervlakte komt, is niet echt fraai. In een raderwerk van in elkaar grijpende intriges heeft tenslotte iedereen wel iets te verbergen. Tussen de intentie om te moorden en de daad zelf loopt slechts een iel lijntje, suggereert Claudel, zeker tijdens een aanslepende oorlog die bressen in het besef van goed en kwaad slaat. Dat schemergebied tussen nacht und nebel is aan Claudel ten volle besteed. "Ik heb nog nooit een schoft of een heilige gezien. De dingen zijn nooit helemaal zwart of helemaal wit, alles is grijs. Mensen en hun zielen ook", mijmert een personage. Commissaris Maigret kon het niet beter hebben gezegd.

Philippe Claudel

Grijze zielen

Oorspronkelijke titel: Les âmes grises, Vertaald door Manik Sarkar, De Bezige Bij, Amsterdam, 237 p., 17,90 euro.

Pourriol slaat heilige huisjes met rijen tegen de vlakte en giet er vaak nog een betonlaagje humor overheen

Debutant Ollivier Pourriol (°1971) laat er in Mefistowals geen gras over groeien. Zijn hoofdpersonage, een boemelende, niet al te bijster getalenteerde pianist onderweg naar het fameuze Chopin-concours in Warschau, slaagt erin al in het vliegtuig de Poolse minister-president te schofferen over het antisemitisme van zijn landgenoten. De toon van het boek is meteen gezet. Pourriol slaat heilige huisjes dan ook met rijen tegen de vlakte en giet er vaak nog een betonlaagje humor overheen. Het antisemitisme zal op vernuftige wijze de verwikkelingen blijven sturen en voor een onverwacht slotakkoord zorgen. Je moet er maar opkomen om Liszts Mefistowals als een dodelijk instrument in te zetten tegen een oude joodse ex-pianist, een man die tegen zijn wil de lievelingspianist van de SS werd maar met afgehakte handen de oorlog uitkwam. Mefistowals leest als een oneerbiedig schelmenepos met gitzwarte randjes en een gebrek aan sérieux. De weldadige muzikale schwung en de rappe dialogen doen de soms nogal waaghalzige plotwisselingen vergeten. Het gaat er overigens bikkelhard toe achter de schermen van het Chopin-concours. De Franse pianist is er als invité van zijn mentor, de flamboyante juryvoorzitter Pietr Ostreich, die zonder scrupules de erelakens uitdeelt. De twee klappeien er op los als viswijven en onderwerpen intussen de plaatselijke dames aan hun verbale spervuren, terwijl ze de wodka bij beken door de keel laten klokken. Dat de kandidaat de tweede prijs binnenrijft is een gevleid presentje. En wie trouwens nog zou geloven dat klassieke musici louter esthetische ontroering van hun publiek beogen, wordt hier bruusk uit de droom geholpen. De hormonaal gestuurde verteller wil vooral in de smaak vallen bij de Slavische vrouwen. Zelfs een kamermeisje en een krantenkioskuitbaatster zijn niet veilig voor zijn vermakelijk getoonzette avances. Hij is jager en prooi van drie deernen tegelijk, onder wie een onbarmhartige muziekjournaliste van Le Monde, die hem in een recensie ooit als "lauwwaterkraan" had omschreven. Een lange, onverwachte kus van de begeerde smoort alle wrevel. Pourriol is een slimme schenenschopper die gas terugneemt wanneer hij de lezer voorgoed het bloed van onder de nagels dreigt te pesten. De bijgevoegde 'memoires' van de onfortuinlijke Zakhor vormen een mooi contrapunt, waardoor de wat geforceerde moordaanslag in een verrassend perspectief wordt geplaatst.

Ollivier Pourriol

Mefistowals

Oorspronkelijke titel: Mefisto Valse, Vertaald door Manik Sarkar, De Geus, Breda, 156 p., 17,90 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234