Zaterdag 06/06/2020

Scheiden doet pijn

'Eenmaal je hebt beslist om een voormalige politieke vriend op sterk water te zetten, begin je hem het best zo snel mogelijk te villen. Zo is het nu, en zo is het altijd geweest''Dissidenties leiden altijd tot dubbel verlies: niet ��n partij is er goed uitgekomen, niet ��n dissidente politicus is er op lange termijn echt wel bij gevaren'Hans Coveliers: 'Of ik de weerslag voel van de politieke problemen die mijn vader ondervindt? Een moeilijke vraag. Mijn naam is natuurlijk Coveliers. In het begin opent dat wel wat deuren, maar vandaag zou ik toch niet zeggen dat het mij onmiddellijk helpt binnen de VLD'

Walter Pauli

Tekening Jan VanRiet

Woensdagavond. Het VLD-partijbestuur beslist met tweederde meerderheid om senator Hugo Coveliers uit de eigen topclub te verwijderen. Het is de lang verwachte sanctie voor zijn onophoudelijk geschop tegen de partijleiding. VLD-voorzitter Bart Somers krijgt daarbij een mandaat om Coveliers mogelijk ook uit de partij te zwieren. Voor de media speelt Somers evenwel de rol van beroepsverzoener: "Ik hoop dat Hugo ervoor kiest tot de VLD-familie te blijven horen", fleemt hij.

Donderdagavond. Amper 24 uur na zijn 'verzoenende taal' heeft Somers al de dramatische stap gezet: Coveliers moet er ineens definitief uit. De reden is mager, tenminste voor wat mogelijk 'nieuwe feiten' betreft. Coveliers toonde zich die ochtend niet enthousiast met zijn verwijdering - het tegengestelde zou pas verbazen - en zei dat hij niet meer wist of hij in deze VLD nog een plaats had. Dat is niet lief, maar het klonk al veel beheerster dan de modale liberaal het voorbije jaar van diezelfde Coveliers had moeten pikken. De gretigheid van Bart Somers om pas twee zo snel te nemen, moet dus niet in de uitspraak van Coveliers gezocht worden. Wel in de intentie van Somers en zoveel andere VLD'ers om de lastige Antwerpenaar een trap te geven. Zodra je hebt beslist om een voormalige politieke vriend op sterk water te zetten, begin je hem het best zo snel mogelijk te villen. Zo is het nu, en zo is het altijd geweest. Het was de immer verstandige François Mitterrand die opmerkte: "La politique, ça passionne les hommes, ça divise les familles." En er is niet één politieke familie waar de politiek geen diepe wonden heeft geslagen.

Merkwaardig is dat de dissidentie van politici vaak via lijnen verloopt die vaak vaststaan. Het is zoals kijken naar een auto-ongeluk in slowmotion: je ziet iemand uit de bocht gaan, je kijkt ernaar hoe hij (het gaat haast nooit om een zij) crasht. En toch is er niets aan te doen.

Vanzelfsprekend begint alles bij het ego. Bij zelfoverschatting, ook wel hubris genaamd. Katholieke moraaltheologen hebben stoute seksualiteit tot de zwaarste zonde gemaakt. De Oude Grieken vonden pochen tegen jezelf erger, opbieden tegen de Goden het meest zelfdestructieve van de menselijke zwakheden. Jezelf een Godje wanen in het diepst van je gedachten. Jezelf slecht inschatten: misschien wel je sterkste kant kennen, maar je zwakheden niet meer controleren. Dan duurt het niet lang of die zwakheden nemen het stuur over.

De meeste liberale dissidenties van de laatste jaren waren in dat bedje ziek. Oud-VLD-penningmeester Leo Goovaerts meende dat Verhofstadt hem niets kon doen, omdat hij weet had van de financiën van zijn partij. Hij vergiste zich. Ward Beysen meende dat hij nog altijd sterke man was in Antwerpen. Hij had niet in de gaten dat hij wel de eerste liberaal was in zijn stad, maar dat hij zelf niet echt 'sterk' stond. Leo Delwaide, binnengehaald door Beysen zelf (als tegengewicht voor die andere havenbaas, de excentrieke Fernand Huts), bleek zich sneller en beter te settelen binnen het havenestablishment dan Beysen. Beysen dacht van zichzelf dat hij een belangrijke tendens leidde, 'het Antwerps liberalisme', of 'de man die begrijpt wat de Antwerpenaar zegt'. Het klopte niet. De Antwerpse liberalen volgden hem niet, de Antwerpse kiezer koos hem niet.

Veel would-be dissidenten herken je op afstand. Op het eerste gezicht gaat het om belangrijke en ervaren mannen. Coveliers was een politieke BV. Goovaerts zat op geld, en dus op macht. Beysen was op een blauwe maandag nog even Vlaams minister geweest. En toch. Toch was er bij nader inzicht vaak al langer 'iets loos'. De meeste politici die hard in aanvaring komen met hun partij hebben een lang verleden van 'getolereerde dissidentie'. Ze zijn 'nu eenmaal' anders, maar dat wordt met de mantel der liefde bedekt. Voor zo lang dat kan.

En ook: veel dissidenties hebben een uitgesproken Antwerps accent. We hadden het al over de liberalen. Bij de socialisten: Camille Huysmans en Marijke Van Hemeldonck, recentelijk nog Jan Van Duppen, geen stadse Antwerpenaar, maar iemand uit de Antwerpse Kempen. Bij de CVP: Bob Gijs, ex-fractieleider in de Senaat. Bij de groenen: Europees boegbeeld Paul Staes, senator Ludo Dierickx en stichter Luc Versteylen. Er zijn natuurlijk ook anderen. VLD'er Goovaerts komt van Brussel, SP'er Pierre Chevalier van Brugge, oud-CVP-voorzitter Johan Van Hecke was een Oost-Vlaming. Maar toch.

Laten we zeggen dat Camille Huysmans school maakte. Het is een exemplarisch verhaal, hoe die excentrieke oude socialist een van de mooiste politieke carrières liet uitlopen in een ijdele dissidentie, zichzelf en zijn politieke familie onwaardig.

Camille Huysmans (1871-1968) was een socialistisch staatsman, oud-eerste minister, oud-minister van Onderwijs en Cultuur, oud-voorzitter van de Kamer van Volksvertegenwoordigers, oud-schepen en burgemeester van Antwerpen, oud-kennis van Lenin, intimus van koningin Elisabeth en van alle legendarische socialisten uit het begin van de eeuw. In de jaren zestig zetelde hij nog in de Antwerpse gemeenteraad en in de Kamer. Waarbij hij heel boos was dat hij geen kamervoorzitter meer was, de reden ook waarom hij, na meer dan vijftig jaar lidmaatschap, ontslag nam uit loge Amicitia. Huysmans vond dat de logeleden, en vooral de liberale broeders, hem onterecht hadden laten vallen.

De oud-staatsman zag van zichzelf niet in dat hij heel erg oud aan het worden was. Het bleef zijn ambitie om als eerste honderdjarige zitting te hebben in de Kamer, zeker nadat hij samen met zijn Antwerpse CVP-generatiegenoot Frans Van Cauwelaert in 1960 zijn vijftigjarige (jawel) jubileum als parlementslid had mogen vieren. Maar de kwaliteit van het parlementair werk van Huysmans ging zichtbaar achteruit, net zoals de scherpte van zijn interpellaties in de Antwerpse gemeenteraad.

Zo kant Huysmans zich in 1962 aanvankelijk tegen de aanleg van de E-313 tussen Antwerpen en Luik. Hij heeft namelijk gehoord dat die snelle west-oostverbinding eigenlijk dient om Amerikaanse legereenheden sneller richting Oost-Europa te brengen, tegen de troepen van het Warschau-pact. Een oud-vriend van Lenin kan dat niet over zich laten gaan. Hij maakt ook ruzie met de conservator van het Antwerpse museum over twee schilderijen van Vermeer. Volgens de conservator zijn de doeken niet authentiek en gaat het om werk van meestervervalser Han Van Meegeren. Camille beweert dat hij met zijn dan al 91-jarige kennersoog scherper ziet dan de wetenschappelijke analyse van de directeur. Helaas voor Camille: de conservator had gelijk.

Dat was niet erg geweest, indien hij veel stemmen had behaald. Maar hij had bij de laatste confrontatie met de kiezer, als lijstduwer, amper een duizendtal voorkeurstemmen gekregen. En, helaas voor Camille Huysmans, zat de BSP juist in die jaren in een fase waarin men geen medelijden had met dissidenten. In de nasleep van de Eenheidsstaking hield de BSP in 1964 haar beruchte 'Congres der Onverenigbaarheden'. Daarin werd lidmaatschap van de linkse beweging rond het tendensblad La Gauche onverenigbaar geacht met dat van de socialistische partij. Nu is dat Congres geschiedenis. Toen was het een van de hevigste reacties op een tendens of dissidentie binnen een partij. Camille Huysmans sympathiseerde met La Gauche, zonder zich overigens van de BSP te distantiëren.

Dat deed hij wel in 1965, toen het socialistische kopstuk Jos Van Eynde hem moest melden dat er geen plaats meer was op de lijst. Huysmans was razend, want hij had nog vier jaar nodig voor dat honderdjarige jubileum. Na vruchteloos een aantal vluchtwegen te hebben uitgeprobeerd (een verkiesbare plaats in Limburg, waarvan hij afkomstig was), zocht hij heibel.

Zelfs Camille Huysmans overkwam wat Coveliers nu meemaakt. Op 26 april 1965 behandelt het partijbureau 'het geval-Huysmans'. Hij krijgt een formele waarschuwing. Twee dagen later wordt hem die persoonlijk overhandigd, bij hem thuis, door partijvoorzitter Leo Collard en kamervoorzitter Achilles Van Acker. Zelfs die ontmoeting tussen drie legendarische politici haalt niets uit: Huysmans komt op met een scheurlijst. Camille Huysmans wordt niet verkozen, maar haalt wel meer dan 14.000 voorkeurstemmen - het jaar voordien, in 1964, op de BSP-lijst, kreeg hij nog geen duizend stemmen. Even belangrijk: de BSP verliest twee zetels. Het rechtstreekse gevolg van de dissidentie van Huysmans.

Want dat geldt zeker: dissidenties kunnen een partij veel pijn doen. Oneindig minder belangrijk, maar even illustratief, was de dissidentie van CVP-senator Bob Gijs in 1991. Gijs profileerde zichzelf als rechts-conservatief en zeer katholiek. Hij was CVP-fractieleider in de Senaat en stuurde in de beladen debatten over het abortuswetsvoorstel van Lallemand-Herman-Michielsen de CVP naar een uitzichtloze confrontatie met de liberaal-socialistische wisselmeerderheid.

Vervolgens verkropte Gijs niet dat de CVP geen regeringscrisis veil had voor abortus, zeker niet toen Boudewijn zijn punt maakte. Ook Gijs kwam dus met een eigen scheurlijst op. Die had géén kans, maar ze kostte de CVP wel een zetel. Wie het zich nog herinnert: de verkiezingen van 1991 staan bekend als Zwarte Zondag, en in Antwerpen kenden het Vlaams Blok én Rossem toen een historische doorbraak, ten koste van de klassieke partijen.

Ward Beysen kon minder imponeren of schade berokkenen met zijn Liberaal Appèl. Al zorgde onder meer zijn interne oppositie ervoor dat 2004 voor de paarse meerderheidspartijen een onzalig 'zeikjaar' was, met voortdurend ruzies en negatieve berichtgeving allerhande.

En negatief was Beysen intussen wel geworden. Dat is trouwens een kenmerk van dissidenten: hoe bedreven ook in de politiek, ineens hebben ze hun taal niet meer onder controle, laat staan hun beeldspraak.

Een overzichtje van verbale pikanterij? Bob Gijs, een man die zo lang namens de deftige christen-democraten het woord had gevoerd in de eerbiedwaardige Senaat: "Ik wil een nieuwe politieke formatie, niet de in wezen marxistisch gestructureerde machtsapparaten (Gijs fulmineerde hier dus ook over de CVP en de PVV, WP) zoals al onze partijen nu zijn." Hij duldde Hugo Schiltz niet aan het hoofd van de kartellijst Antwerpen 94: "Hugo Schiltz, een gedeclareerd anti-klerikaal, die een lijst met de CVP aanvoert?"

Of Marijke Van Hemeldonck, SP-europarlementslid en in de aanloop naar de verkiezingen van 1994 door haar jonge partijvoorzitter Frank Vandenbroucke bars opzij gezet. Bij de presentatie van de nieuwe Europese lijst zei hij dat hij "ontevreden" was over van Van Hemeldonck. Van Hemeldonck haalt meteen de fles zoutzuur boven. Vandenbroucke was "nog kwezelachtiger dan Herman Van Rompuy". De hele SP "kan maar beter worden opgedoekt". Vandenbroucke "heult met kalotten die in hun elitescholen migranten de toegang weigeren." Ze fulmineert tegen "dat soort gatlikkers dat rond de voorzitter draait in de hoop op een baantje".

Ward Beysen had dat ook, de evolutie van gematigd man naar onredelijk wezen. Bij het doorbladeren van zijn archiefmap valt het op hoe gematigd hij aanvankelijk is, hoe redelijk hij spreekt. In een interview met De Nieuwe uit 1986 raadt de veelbelovende Ward Beysen zijn partij aan om zeker niet meer de weg op de gaan van de harde antibelastingpartij en ook een antwoord te bieden op de socialisten. Dat wil zeggen: een koerswijziging naar links. Beysen kwam namelijk uit het rijksonderwijs en zag hoe de liberalen daar geen voet meer aan de grond kregen. Later zegt hij in de Gazet van Antwerpen dat "als er stemrecht komt in plaats van stemplicht, ik geen bezwaar heb tegen de invoering van stemrecht voor vreemdelingen". En in Panorama/De Post voegt hij daaraan toe: "De VLD aanvaardt geen coalitie met het Vlaams Blok."

Maar dan groeit de frustratie en worden de opmerkingen harder, scherper, onredelijker vooral. Hij begint op VLD'ers te schieten: "In het kielzog van de groenen begint nu iedereen politiek schijnheilig te doen. André Denys bij ons is zo'n Witte Ridder. Maar in stilte organiseert hij op zes plaatsen in zijn arrondissement nog wel vlot sociaal dienstbetoon."

Vanaf het midden van de jaren negentig zoekt hij Gazet van Antwerpen op om te bepleiten dat migranten en asielzoekers een strengere aanpak behoeven. En kijk eens wie al die artikels ondertekent: journalist Guido Tastenhoye, vandaag Vlaams Blok-parlementslid. En, jawel, hier nog een artikel: 'Beysen hoort thuis in het Blok'. Auteur: Guido Tastenhoye. Of hier, nog zo'n kop: Ward Beysen: 'Alle illegalen moeten eruit'. Auteur, jawel, Guido Tastenhoye. Ideetje. Even terugbladeren, naar de map van Bob Gijs. Dat artikel van Bob Gijs over die marxisten in de CVP. Hoe kon het anders: afgenomen door Paul Belien, de echtgenoot van Vlaams Blok-kamerlid Alexandra Colen, een man die toen samen met Gijs schreef voor het rechts-conservatieve opinieblad Nucleus.

Om de cirkel rond te maken, het interview met Gazet van Antwerpen, waardoor Leo Goovaerts zich definitief uit de VLD praatte. Dat werd afgenomen door... Guido Tastenhoye.

Is er een moraal van het verhaal? Zat achter die dissidenties een boze strategie van het Vlaams Blok/Belang? Neen, vergeet zo'n mega-mastermind: de verschillende gevallen van dissidentie zijn te uiteenlopend. Wat wel klopt, is dat politici die te koop lopen met hun ontevredenheid snel 'nieuwe vrienden' aantrekken. In tegenstelling tot echte (politieke) vrienden wijzen de nieuwe vrienden niet op gevaren, spreken ze zeker niet tegen, maar moedigen ze aan, strelen ze nog wat het ego, fluisteren ze in om vooral duidelijk te zijn - het publiek zou daarom vragen. Hoe het, na die spectaculaire interviews met Tastenhoye en Belien, intussen is afgelopen met de politieke carrières van Gijs, Beysen en Goovaerts is genoegzaam bekend.

Toegegeven, nieuwe vrienden kunnen er zich ook alleen maar tussen wurmen omdat de oude vrienden in geval van crisis vaak slechts 'verre kennissen' zijn. De nieuwe vrienden zijn te gretig, de oude vaak te laf.

Een paar jaar terug legde VLD-volksvertegenwoordiger Miguel Chevalier, toen nog woordvoerder van de eerste minister, een bijzonder crue getuigenis af over die politieke manieren. Miguel Chevalier was een tamelijk enthousiast SP-lid. Hij genoot enige bekendheid, en zoals zo vaak kwam dat door zijn oudere broer Pierre, in de late jaren tachtig de Brugse coming man van de SP. Chevalier werd staatssecretaris, tot hij ineens om een onduidelijke affaire ontslag nam - 'in de grootste Angelsaksische traditie', roemde de SP die demarche. Achteraf onthulde Knack-journalist Chris De Stoop dat daarover bikkelhard gediscussieerd is binnen de besloten SP-top, en dat voorzitter en generatiegenoot Frank Vandenbroucke die 'Angelsaksische attitude' er heeft moeten in rammen bij Pierre Chevalier. De spanning ebde niet weg en toen de PVV een paar jaar later socialisten nodig had in haar 'verruiming' tot VLD was Pierre Chevalier de eerste keus om over te komen. Chevalier werd inderdaad liberaal. Pierre Chevalier, welteverstaan. Maar dat onderscheid werd niet gemaakt. Ook Miguel Chevalier leek ineens met een vieze ziekte besmet. Hoewel Chevalier junior zich aanvankelijk had voorgenomen om SP-lid te blijven, bleek dat in de praktijk niet leefbaar. Dus volgde hij zijn broer. Op zulke ogenblikken begint de politieke dissidentie - en de reactie daarop - ranzige vormen aan te nemen.

Dat is geen steen alleen naar de SP. Bij de VLD, zo ziet het ernaar uit, komt vandaag hetzelfde proces op gang. Hugo Coveliers is immers niet de enige politicus van de familie. Ook zonen Hans Coveliers (VLD-gemeenteraadslid in Antwerpen) en Roel Coveliers (VLD-provincieraadslid) voelen ineens wat het betekent 'zoon van' te zijn.

Hans Coveliers: "Of ik de weerslag voel van de politieke problemen die mijn vader ondervindt? Een moeilijke vraag. Mijn naam is natuurlijk Coveliers. In het begin opent dat wel wat deuren, maar vandaag zou ik toch niet zeggen dat het mij onmiddellijk helpt binnen de VLD.

"Het is natuurlijk een moeilijke zaak. Ik begrijp een aantal van de opmerkingen van mijn vader. Ik vind ook dat de VLD ver gaat met zaken af te kondigen waarover zelfs niet gesproken mag worden. Maar anderzijds ben ik mijn vader niet. Hans en Hugo Coveliers zijn geen eeneiige tweeling. Ik sta niet zo ver rechts van het centrum als mijn vader. Als ik alle politieke stromingen bekijk, voel ik me nog altijd een liberaal. Ik ben dat trouwens altijd geweest. Ik ben ook van een jongere generatie.

"Tegelijk zit ik niet zo diep in de politiek als mijn vader. Ik probeer in de gemeenteraad mijn best te doen en met het beheer van de ziekenhuizen. Daarmee amuseer ik mij best, terwijl mijn vader een nationaal symboolfiguur is geworden. Sommigen steunen hem voor honderd procent; anderen kunnen zijn bloed wel drinken.

"Maar dat er iets veranderd is in de houding van de VLD tegenover mijn persoon zal ik niet ontkennen. Partijgenoten schuwen het wat om met mij contact op te nemen. Vroeger had ik voor kleinigheden al vier, vijf telefoons gekregen. Nu hoorde ik niets, zelfs niet bij het ontslag van mijn vader. Ach, menselijk gezien begrijp ik die reactie zelf. Niemand wil zich verbranden door zichzelf te dicht te plaatsen bij een Coveliers. Maar wij zijn familie, met alle menselijke loyauteiten van dien, en geen partij in de partij.

"Maar we zullen zien wat de toekomst brengt en hoe de reactie zal zijn."

Zelfs de zonen van Hugo Coveliers raken dus betrokken in de maalstroom rond hun vader. Goed: normaal staat er hier op de redactie een boete voor wie de zinsnede 'kroniek van een aangekondigde...' durft te bezigen, maar in het geval van Hugo Coveliers vragen we voor één keer dispensatie voor die zonden. Dat er met Hugo Coveliers onweer op komst is, en een spannend politiek leven, staat in de sterren geschreven.

Lees maar mee in Leuven '68 of het geloof in de hemel, het boekje van Paul Goossens over zijn tijd als studentenleider. De mentaliteit in Leuven, beschrijft Goossens, evolueerde snel naar links. Alleen in Gent lag dat moeilijker. En dan volgt een verklaring - voor een situatie uit 1968, opgetekend in 1993, toen het boekje verscheen - die zo kan dienen als een politieke analyse van de voorbije jaren: "Omdat Hugo Coveliers heel systematisch alle progressieve initiatieven en voorstellen counterde. Wat hem toen dreef, was even onduidelijk als de standpunten die hij verdedigde."

Hugo Coveliers is altijd een geval apart geweest. Eigenwijs maar niet eenzaam. Hugo Coveliers is altijd goed 'gesocialiseerd' geweest, een man met vele contacten, iemand ook die lange tijd gecontacteerd werd, omdat men wist dat Coveliers een parlementslid was met niet alleen wat haar op zijn kin, maar ook op zijn tanden. De man van de Bendecommissie, de tegenstander van de gemilitariseerde rijkswacht. Gefêteerd door journalisten, Hugo Coveliers. Een toffe typ. Tot hij, ineens tamelijk onsympathiek, op bepaald achterbakse wijze de VU verliet en naar de VLD overstak. In tegenstelling tot mensen als Jaak Gabriels, van wie iedereen wist dat ze ernstige politieke problemen hadden met de VU-opstelling, had Coveliers die nooit geuit, intern niet, extern evenmin. Maar de dag zelf van het begin van het historische parlementaire debat over de Sint-Michielsakkoorden, een communautaire evenwichtsoefening die de VU vanuit de oppositie steunde, bleek ineens dat Hugo Coveliers zich tot de VLD had bekeerd. VU-voorzitter Bert Anciaux weende bittere tranen. "Nooit verwacht van Hugo."

Aanvankelijk ging het de genaamde Hugo tamelijk goed af binnen de VLD. Tot het begin van paars, en hij de opdracht kreeg, als fractieleider in de Kamer, om het de groenen niet te gemakkelijk te maken. Dat deed Coveliers wel heel erg ijverig, zelfs in die mate dat hij afspraken maakte met het Vlaams Blok. Zijn zwanenzang begon vlak voor de verkiezingen van 2003, tijdens de Antwerpse crisis. Zijn premier Guy Verhofstadt en partijvoorzitter Karel De Gucht wilden die crisis aangrijpen om de SP.A schade te berokkenen, een partij die toen ineens sterk begon op te komen in de peilingen. Na Leona Detiège duldde de VLD geen socialist meer als burgemeester: het moest Coveliers worden. En Coveliers geloofde wat zijn partij hem beloofde. En toen ging het snel. Eerst noemt Patrick Janssens Coveliers 'onaanvaardbaar'. De rancune van heer Hugo voor de SP.A is matelozer dan ooit. Dan blijken Verhofstadt en De Gucht hun poulain te laten vallen. Coveliers voelt het mes in de rug, zeker als hij achteraf ook geen minister mag worden, maar zijn grote vriend Marc Verwilghen in de regering blijft. Als Phara de Aguirre hem in Terzake stevig ondervraagt, is hij ook al te cassant tegen de journalist. In één dag tijd heeft Coveliers iedereen tegen zich in het harnas gejaagd. En erger, hij voelt zich door iedereen persoonlijk tekortgedaan, zelfs gepakt. De rest is geschiedenis: sindsdien hangt rond Hugo Coveliers een zuurtegraad, waar ze zelfs bij Tessenderlo Chemie terug van zouden deinzen.

Is er een moraal aan dit verhaal? Een van de eerste boeken van Hugo De Ridder heette Geen winnaars in de Wetstraat, en dat lijkt in deze de juiste samenvatting. Dissidenties leiden altijd tot dubbel verlies: niet één partij is er goed uitgekomen, niet één dissidente politicus is er op lange termijn echt wel bij gevaren.

Pierre Chevalier dacht even dat hij zijn gram kon halen, toen Guy Verhofstadt hem als VLD-staatssecretaris van Buitenlandse Handel opnam in de paars-groene regering. In een interview met Hugo Camps legt Chevalier zijn ziel even bloot: "Ik vond het leuk er opnieuw bij te horen. Het was toch een mooie revanche om met een Vandenbroucke en Vande Lanotte in de ministerraad te zitten en freedom of speech te hebben tegenover mensen die mijn bloed wel kunnen drinken. Ik zei u al, ik ben geen christenmens, maar daarom moeten de kleine genoegens van het leven mij niet ontzegd worden." Een maand later is hij weer regeringslid-af, na weer een kleine en onduidelijke affaire.

Zoeken ze het dan zelf, die dissidenten? Zijn het dan toch querulanten, in het beste geval dilettanten, veredelde amateurs die de nobele kunst der politiek wel willen bedrijven, maar ze niet echt in de vingers hebben?

Misschien, een beetje. Maar er is nog wat anders dat opvalt. Namelijk dit: dat in politieke partijen verschillende dissidenties van uiteenlopende personen vaak samenvallen in één welomschreven periode. Dat er dus belangrijke dissidenties zijn die minstens zoveel met de figuur van de partijleiding te maken hebben als met het karakter van de dissidenten zelf. De ravage in eigen VLD-rangen van de tandem Verhofstadt-De Gucht (nu opgevolgd door Somers) is eindeloos. Goovaerts, Beysen, Coveliers: drie politieke drama's in een paar jaar tijd. Zelfs Karel De Gucht sneed zich bijna aan zijn eigen Prinzipenreiterei.

Maar de VLD staat niet alleen. In de jaren dat Frank Vandenbroucke SP-voorzitter was, kreeg hij open oorlog met Van Hemeldonck en Chevalier. Niet dat dat alleen de schuld of het karakter van Vandenbroucke was, maar blijkbaar miste hij, zeker op die jonge leeftijd, een bepaalde feeling om om te gaan met ontevredenen. Of Agalev. De dissidenties waren minder spectaculair, maar ze waren er wel degelijk. En of het nu Ludo Dierickx is, of Paul Staes, of Luc Versteylen, de stichter van de Groene Beweging, allemaal doen ze bitter over de leidende partijtandem Jos Geysels - Mieke Vogels. Waarbij hier de vraag is of Geysels en Vogels niet met die mensen samen konden werken, of dat ze het liever niet wilden - Paul Staes uitgezonderd. Maar ook die voelde zich geslachtofferd op het altaar van de Realpolitik, en zag in 1994 met lede ogen dat Magda Aelvoet ineens Europees lijsttrekker mocht zijn, en niet hij. Hij besloot het afscheid aan de groenen met een bitter boekje, De zachtgekookte eitjes. Besluit: de oorzaak van de dissidenties zoek je ook altijd het best bij de baas. Zoals in iedere organisatie, op ieder bedrijf, als er plots veel ontslagen vallen of vertrekkers zijn.

Terug naar Staes. Die trok van Agalev naar de CVP, en vervolgens, samen met Johan Van Hecke, naar de VLD. Daar heeft voorlopig niemand meer iets van hem gehoord. Agalev is een van zijn allerbeste parlementsleden ooit kwijt, en Staes heeft zichzelf nooit teruggevonden. Net zoals al die anderen overkwam. Hoe zong Bob Dylan weer over Joey, die kleine New Yorkse boef die per se zijn eigen gang wilde gaan: "Always on the outside, of whatever side there was?/ When they asked him why it had to be that way, 'Well,' he answered, 'just because.'" En dan die klagende viool van Scarlet Rivera, die hoge tweede stem van Linda Rondstadt, die snerpende, nasale Dylan, en dat gezamenlijk refrein als een klaagzang: "Joey, Joey, King of the streets, child of clay / Joey, Joey, What made them want to come and blow you away?"

Zou Hugo Coveliers naar Dylan luisteren?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234