Maandag 30/01/2023

'Schei uit met die flauwekul!'

Vinokoerov, T-Mobile, Rasmussen en al die anderen: niks nieuws onder de zon

Stan Lauryssens zet de doping-

perikelen in historisch perspectief

Drieëndertig jaar geleden werden Michael Rasmussen en Alexandre Vinokoerov geboren. Drieëndertig jaar geleden publiceerde ik mijn boek De Flandriens - Achter de schermen van de wielersport dat enkel nog tweedehands te verkrijgen is. De avond nadat ik de Duitser Linus Gerdemann met schuim op de mond, doodsbleek, een rit in de Tour zag winnen, waarna hij ook de gele trui aantrok, heb ik het zesde hoofdstuk nog eens nagelezen, getiteld 'Renners met schuim op de mond, doodsbleek'. Ik viel bijna van mijn stoel van verbazing. (Michel Wuyts had het schuim op de mond van Linus Gerdemann ook gezien. 'We zullen dat maar aan de inspanning wijten, zeker?' merkte hij cynisch op.)

Het zesde hoofdstuk in De Flandriens is eigenlijk een lang gesprek met Dr. Albert Dirix die toen hoofdgeneesheer was van de medische commissie van de Belgische Wielrijdersbond en lid van de medische commissie van het Internationaal Olympisch Comité. Pas op, drieëndertig jaar geleden!

Dr. Dirix vertelde me dat reeds in 1878, vijfentwintig jaar vóór de eerste Ronde van Frankrijk, 'professionele' Franse wielrenners een cafeïnemengsel slikten om een vélokoers uit te rijden. De Belgen zogen in die tijd op suikerklontjes gedrenkt in ether en sprinters hadden zich het gebruik van nitroglycerine (!) eigen gemaakt. Nitroglycerine is een bestanddeel van dynamiet en wordt in de medische wereld gebruikt om bloedvaten open te zetten en de bloedtoevoer naar het hart te versnellen.

In 1886 viel het eerste dopingslachtoffer in Bordeaux-Parijs, een wielerkoers van 600 kilometer. De Engelse renner Arthur Linton stuikte dood van zijn fiets nadat zijn sportbestuurder hem een overdosis trimethyl had toegediend, dat roesverwekkend is en wordt gebruikt voor de vervaardiging van meststoffen.

Drie jaar na de dood van Linton, in 1889, werd het woord 'doping' voor het eerst opgenomen in een Engels woordenboek, met als verklaring: 'een mengsel van opium en narcotica voor paarden.'

Iedereen heeft de beelden gezien van Tom Simpson die in de Tour, met glazige ogen onder een brandende zon, de flanken van de Mont Ventoux oprijdt, ineens over de weg zwalpt, één seconde stilstaat met fiets en al, en tegen de grond stort. Dood. Niemand herinnert zich dat tijdens de Olympische Spelen in Rome in 1960 een landgenoot van Michael Rasmussen, de Deense renner Knud Enemark Jensen, een overdosis amfetamine slikte plus Ronicol, een nicotinederivaat. Hij stuikte op de piste van zijn fiets, zomaar, zoals zoveel renners in de Tour 'zomaar' van hun fiets vallen. Zijn schedel brak in stukken en hij overleed onderweg naar het ziekenhuis. Zes jaar na de dood van de Deense wielrenner werd voor het eerst in de Tour een dopingcontrole uitgevoerd. Vijf renners waren positief.

Vinokoerov, T-Mobile, Rasmussen en al die anderen: niks nieuws onder de zon.

Dr. Dirix vertelde mij in De Flandriens dat wielrenners echte experts zijn die allerlei trucjes uitvinden om de dopingcontrole te misleiden. Willy In 't Ven - een 'knecht' van Eddy Merckx - bond in een stil hoekje een varkensblaas met 'zuivere' urine in zijn koersbroek toen de bondsarts hem tegen het lijf liep. Er waren renners die zich bedienden van een kunstpenis met een urineblaasje. Een bekend wielerkampioen bleek zwanger nadat hij een urinestaal had ingeleverd dat niet van hemzelf was maar van zijn hoogzwangere echtgenote. Ik dacht zelfs even dat het science-fiction was, toen Dr. Dirix mij - in 1973! - vertelde dat sommige renners een rubberen peer met 'neutrale' urine onder de oksel kleefden om een 'normale' urinelozing te stimuleren. Vijf jaar later, in de Tour van 1978, werd "de peer van Pollentier" de klucht van de eeuw na een dopingcontrole op l'Alpe d'Huez.

Nog een mooie anekdote die ik terugvond in De Flandriens, afkomstig uit de gouden jaren van Henri Desgrange (1865-1940), de 'uitvinder' van de Tour de France. In de Pyreneeën waren dorpelingen razend kwaad op de renners, omdat zij zonder vaart te minderen in het gehucht een kip hadden doodgereden. De plaatselijke gendarme schreef in zijn proces-verbaal: "Monsieur Desgrange, schei uit met die flauwekul die gij Tour de France durft te noemen!"

Stan Lauryssens is auteur van De Flandriens en, recenter, Dalí en ik, dat verfilmd wordt met Al Pacino in de hoofdrol.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234