Donderdag 22/10/2020

'Schatten, jullie gaan Vlaanderen verrassen!'

Het graf gaapt, de oorlog dreigt, Sabena is failliet, maar niet getreurd: in de Antwerpse Stadsschouwburg kunt u vanaf vanavond gaan kijken naar Boeing Boeing, dé klassieker in een genre dat in Vlaanderen vaak ten onrechte geminacht wordt, de deurenkomedie. Onze reporter mocht de laatste repetities bijwonen, op voorwaarde dat hij zijn botte bijl thuisliet.

'Boeing boeing', deurenkomedie op zijn Vlaams

Jeroen de Preter

Foto's Filip Claus

'De grappigste deurenkomedie aller tijden", staat er op de folder van Boeing Boeing. Onder die slogan zie je: plaatjes van bekende gezichten als Danni Heylen (F.C. De Kampioenen), Pascale Bal (o.a. P-magazine), Joyce De Troch (o.a. P-magazine), Marijn Devalck (F.C. De Kampioenen) en Els Tibau (o.a. VTM en P-Magazine). Op de ommezijde van het foldertje worden u "de lach van het jaar" en "een staaltje amusement van de bovenste plank" beloofd. Meer moet dat soms niet zijn, en bovendien: je ziet op onze planken niet elke dag een deurenkomedie, helaas.

Vroeger was dat naar het schijnt allemaal anders. In 1964 stond datzelfde Boeing Boeing maandenlang op de affiche van de respectabele Koninklijke Vlaamse Schouwburg. De rollen werden toen vertolkt door aan het gezelschap verbonden theaterlegendes als Nand Buyl, Chris Lomme en Jef Demedts, niet toevallig ook de regisseur van de editie 2003. Boeing Boeing werd eertijds een grote theaterhit; inclusief reisvoorstellingen beleefde het stuk circa honderdveertig opvoeringen. Niettemin was het succes in Vlaanderen niet meer dan een flauw doorslagje van de populariteit die het stuk in Parijs genoot en nog steeds geniet. Ruim tweeënveertig jaar na de première staat de komedie van Marc Camelotti nog altijd op de affiche van het Théâtre Michel.

Dat het stuk vooral in Frankrijk blijft aanslaan, heeft mogelijk iets met het onderwerp te maken. Hoofdpersonage van Boeing Boeing is Bernard, een notoire flierefluiter. Hij slaagt er een tijdlang in om tegelijk een affaire te hebben met een Duitse, een Franse en een Amerikaanse airhostess. Bernard komt evenwel een weinig in de problemen als door omstandigheden de vliegroosters van de meisjes veranderen. Waarop het zo hilarische spel van nét op tijd open- en dichtslaande deuren kan beginnen.

Parijs is echter Antwerpen niet. Wie hier en nu nog wil scoren met een frivole deurenkomedie kan maar beter de grote kijkcijferkanonnen in stelling brengen. Dat Joyce De Troch, Pascale Bal en Els Tibau tot voor kort nauwelijks of niet op een podium hadden gestaan, hoeft geen bezwaar te zijn, wel integendeel. Welke gezonde Vlaamse man kan immers wél de verleiding weerstaan om voornoemde dames ook eens live (en bovendien in airhostessuniform!) aan het werk te zien?

"De verkoop loopt als een trein", weet Peter Hoogland, mijnheer Joyce De Troch, verantwoordelijk voor de communicatie en de marketing bij Music Hall, de producent van Boeing Boeing.

Woensdagmiddag halfdrie, stilte voor de storm in de Antwerpse Stadsschouwburg. Vanavond is de eerste voorstelling met publiek, over een halfuur moet een laatste doorloop beginnen. Tijd genoeg dus om een blik te werpen op het wat aparte decor, een creatie die in alle opzichten bijdraagt tot de karakterschets van hoofdpersonage Bernard, een ietwat vadsige en verlopen vrijgezel, architect en Parisien. Het nieuwe eclecticisme dat de scenograaf hier etaleert, is onmogelijk te evenaren door eenieder die ook maar één spetter gevoel heeft voor maat en evenwicht. Het meubilair in Bernards chique Haussmann-flat is een gedurfde combinatie van klassieke elementen (rolluiksecretaire en bijbehorende stoel, Oud-Vlaamse balatum vloer, rustieke muren in faux marbre) en pareltjes van hedendaags non-design (te vinden in de 20.000 m2 paleizen langs de provinciewegen). De drie knalrode fauteuils met een zéér aparte organische belijning contrasteren moeiteloos met het geheel. Misschien één minpuntje toch: de majestueuze deuren, die nochtans een cruciale rol dienen te spelen, lijken wat aan grandeur te moeten inboeten door de toevoeging van een koele metalen plaat onderaan, wat hun fecale kleur beslist niet ten goede komt. Dat die deuren daarbij ook vaak knellen en niet aan weerszijden opendraaien, wil weleens voor hilariteit zorgen, maar daarvoor is het ook een deurenkomedie.

Actie! Els Tibau, Janet in het stuk, mag als eerste een deur openslaan. Vaststelling nummer één: ze struikelt niet één keer over haar woorden, de ravissante omroepster heeft haar tekst duidelijk onder de knie. Tweede vaststelling: haar toneelkus is - en we wikken onze woorden - minstens zo straf als die van haar tegenspeler, de doorgewinterde beroepsacteur Marijn Devalck.

En voor wie er nog aan zou twijfelen: de acteerprestaties van de in de volgende bedrijven ten tonele verschijnende Pascale Bal, alias Jacqueline, en Joyce De Troch, alias Friedl, zijn zeker niet minder verdienstelijk, om niet te zeggen onberispelijk. Dat de ongeschoolde meisjes niet moeten onderdoen voor de professionals is wel het minste wat je kunt zeggen.

"U had mij en de meisjes geen groter compliment kunnen geven", zegt Jef Demedts terwijl hij vanachter zijn regisseertafel nog een paar aantekeningen maakt. "We hebben er heel hard aan gewerkt, en zie: het resultaat is er ook naar. Oké, je moet geen rasacteur zijn om in een komedie te spelen. Maar je moet toch wel talent hebben. Je moet alert zijn, en gevoel voor humor hebben.

"Ik hield aanvankelijk mijn hart vast", bekent Demedts wat later. "Ik heb alleen maar ja gezegd onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat Joyce, Els en Pascale hun tekst onder de knie hadden voor we aan de repetities begonnen. Je moet weten dat we amper een maand hadden om te repeteren. Dat is te weinig om nog met dat soort problemen af te rekenen.

"Ik wist natuurlijk ook wel van tevoren dat die meisjes er de guts voor hebben. En zij wisten dat de verzamelde pers klaarstond om hen te tackelen. Mede daarom, denk ik, toonden ze zich altijd bereid om bij te leren, om een scène nog eens, en nog eens en desnoods nog eens te spelen, tot het echt goed zat. (lacht) Ik kan je verzekeren dat dat een zegen is voor een regisseur."

Demedts heeft er, nu de première nakend is, naar eigen zeggen absoluut geen spijt van dat zijn airhostesses geen professionele actrices zijn. "Het heeft ook zijn voordelen", zegt hij. "Ze hebben nog een spontaniteit die je bij beroepsacteurs dikwijls niet meer vindt. Je hebt wel meer mensen die net van dat spontane houden. Kijk naar Jan Decorte. Die werkt bij voorkeur met niet-professionele acteurs. En zijn stukken zijn fantastisch, toch?"

Niettemin zou je de keuze van drie onervaren babes als een belediging voor de beroepsactrice kunnen zien.

"Daar ben ik het absoluut niet mee eens", pareert Demedts. "Dit is een commerciële productie. We werken met privé-geld. Als Geert Allaert (producent van Music Hall, JdP) een stuk wil maken met Herman De Croo en Mark Eyskens in de hoofdrollen, dan is dat zijn goed recht. Met privé-geld doe je toch wat je wilt, nee? Ik las in De Morgen dat Frank Aendenboom zich daar druk over maakte. Wel, zijn redenering klopt niet. Als Music Hall een gesubsidieerd gezelschap was, dan zou er een probleem zijn, ja. De theatersubsidies zijn er voor de beroepsacteurs. En dan nog. Joyce, Pascale en Els bewijzen hier dat je geen beroeps hoeft te zijn om een sterke acteerprestatie neer te zetten.

"Ik weet het wel", gaat Demedts verder, "Boeing Boeing is een luchtbel. Het stuk is geschreven met geen andere bedoeling dan de mensen te amuseren. Maar dat is toch geen schande? Shakespeare heeft ook komedies geschreven. Veel leven om niets of De getemde feeks, bijvoorbeeld. Die stukken waren alleen maar bedoeld om de mensen te amuseren. En ik kan je verzekeren dat dat niet makkelijk is. Een komedie moet ritme hebben, en vaart. Een komedie moet vuurwerk zijn."

Ter zijde en ten slotte: heeft de regisseur te maken gekregen met de beroemde vrouwelijke rivaliteit?

"Daar kan ik alleen off te record wat over zeggen."

Het is halfelf, de eerste voorstelling voor een levend publiek zit erop. Het beoogde vuurwerk is enigszins uitgebleven, maar eerlijk is eerlijk: dit was nog maar een try-out, en we hadden plechtig beloofd dat we onze kritiek tot na de première zouden opsparen.

"Nog nooit in mijn hele leven heb ik zoveel zenuwen gehad", zucht Joyce De Troch backstage. "Ik weet het: ik sta wel vaker in de schijnwerpers. Maar nooit voor een levend publiek - (grijnst) ook al was daar vandaag weinig van te merken."

En Els Tibau mag dan wel al elke dag op de televisie verschijnen, "dit is toch echt wel andere kost. Als ik omroep, ben ik mezelf. Terwijl nu: ik heb nog nooit iemand anders gespeeld".

Marijn Devalck zegt dat hij er al van bij het begin het volste vertrouwen in had. "Ik heb mij nooit laten leiden door vooroordelen", beweert hij. "Ik gaf deze bekende meiden alle kansen. En ik wist al snel dat ze die niet zouden verknoeien. 'Schatten', zei ik, 'jullie gaan Vlaanderen verrassen.' Daar ben ik nu meer dan ooit van overtuigd. Ze bewijzen hier meer dan ik ooit had durven hopen."

De komedie, daar zijn zowel de regisseur als de acteurs het hier over eens, is een genre waar in Vlaanderen ten onrechte op wordt neergekeken. "Acteurs, regisseurs, de pers, iedereen kijkt erop neer", zegt Devalck. "U bent van De Morgen, hé? Ik durf te wedden dat u nog nooit een deurenkomedie hebt gezien.

"Een komedie spelen is van het moeilijkste wat er is", vervolgt Devalck. "In zekere zin is het veel moeilijker dan een klassiek drama. Het is zoals een goede mop vertellen. De mop komt aan of ze komt niet aan. Als ze niet aankomt, heb je gefaald. In een drama kun je je als acteur verbergen. Het hoeft er niet zo direct in te gaan."

"Ik vind dat ons stuk iets van Fawlty Towers heeft", poneert Els Tibau.

Pascale Bal relativeert dat. "Ik denk niet dat we zó goed zijn. Maar wat wil je: wij hebben hier in Vlaanderen geen traditie op het vlak van komedies. In Frankrijk en Duitsland heb je die wel. Daar heb je dat elitaire gedoe met het klassieke theater niet zo."

Demedts knikt instemmend: "Ik heb nog geweten dat 50 tot 60 procent van de voorstellingen hier komedies waren. Tot twintig jaar geleden de mannen met de intellectuele bril de macht grepen. Er werden adviescommissies geïnstalleerd die uitsluitend uit theaterwetenschappers bestonden. Je reinste onzin is dat. Je kunt kunst toch niet wetenschappelijk benaderen? Hebt u ooit al gehoord van schilderkunstwetenschap? Die bestaat niet, omdat het onzin is."

Het is kwart over twaalf, Els Tibau vraagt of ze naar huis mag. Joyce De Troch staat ook op, zij wil nog iets gaan drinken. "Wie mij lief heeft, volge mij", zegt ze dapper.

Hoog tijd dus om ons weegs te gaan, Peter Hoogland wijst me de weg.

"Wat vond je ervan?", vraagt hij plots. Shit.

"Wij hebben ons niet verveeld", zeg ik.

"Je vond er met andere woorden geen bal aan."

"Toch wel, toch wel. Maar weet u: ik had meer platvloersheid verwacht, meer iets in de stijl van het Roos Konijn van VT4." "Bweikes", zegt De Troch en ze steekt haar middenvinger in de mond.

"Zo laag zullen wij nooit vallen", zegt Hoogland. "Wat wij ook doen: het zal altijd niveau hebben."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234