Zondag 24/10/2021

Schat, staat mijn fiets klaar?

DE MONT VENTOUX

ZIJ DIE GAAN KLIMMEN, GROETEN U

Deze zaterdag wagen 2.000 Vlaamse fietsers onder leiding - althans de eerste honderd meter - van minister van Sport Bert Anciaux een aanval op de Mont Ventoux. Het evenement is de slotapotheose van de grootschalige beweegcampagne 'Ventourist Ventousiast' waarmee Sporta meer mensen op de fiets wil krijgen. Het hele gebeuren staat in het teken van het goede doel. Voor wie te allen prijze zichzelf bergop wil pijnigen, hierbij gouden tips.

door hans vandeweghe

21,5 kilometer klimmen, honderd bochten met een gemiddelde van 7,5% van 295 naar 1.909 meter, weet Bert Anciaux wel waar hij aan begint? "Ik besef dat het waanzin is, en dat is toch al iets", geeft de minister van Sport toe. "Drie weken geleden zijn we 60 kilometer gaan rijden door de Vlaamse Ardennen met de Muur en de Bosberg erbij. Ik ben telkens boven geraakt, maar ik was wel dood. Ik ben sinds half mei elke avond gaan lopen en ik had nog nooit gelopen. En er volgen nog fietstrainingen in de Ardennen. Maar ik geraak boven op de Ventoux. Als ik iets in mijn kop heb zitten, dan wil ik dat ook doen." Bergop fietsen is niet echt fietsen, maar dat maakt het niet minder lastig. Beginnen we met wetenschap. Een fiets wordt voortbewogen door kracht vanuit onze benen. Die kracht (power) drukken we uit in de eenheid watt. Wie op het vlakke veel watt kan duwen, kan hard fietsen. Wie eenmaal zijn fietsmobiel op gang heeft, kan die met een beetje power aan de gang houden. Hoe meer spieren de fietser heeft, hoe meer power hij kan leveren. Denk maar aan Tom Boonen.

Voorgaande klopt allemaal, voor zover het niet te lang duurt (want dan speelt ook uithouding mee) en het niet bergop gaat. In dat laatste geval wordt het aantal geleverde watt verdeeld over het aantal kilo's lichaamsgewicht. Dan volstaat het niet meer om de fiets aan de gang te houden en de rolweerstand te overwinnen. Dan speelt ook nog eens de aantrekkingskracht van de aarde mee. Met andere woorden: van het moment dat het bergop gaat, springt er een passagier op je achterwiel. Zijn naam is Isaac Newton, die middeleeuwer van de zwaartekracht. Toen ik ooit mijn Eddy Merckx Titanium bij de man zelve ging halen, zei hij fijntjes: "Voor kasseien deugt hij niet, maar bergop zal je er veel plezier aan beleven. Maar euh, hij rijdt niet vanzelf. Je moet wel nog duwen."

"Dat kan ik alleen maar bevestigen. Onze duurste en ook lichtste fiets kost 8.337 euro. Maar als je de pedalen niet rond krijgt, ben je er niks mee." Dat zegt Randy Remue, territory manager in Vlaanderen van wereldmarktleider Trek, een Amerikaans bedrijf dat vanuit Wisconsin mede dank zij de illustere Lance Armstrong de wereld veroverde en nog steeds verovert. Ook in België is Trek marktleider bij de racefietsen. Drie van de vier verkochte Trekracefietsen zijn voor Vlaanderen bestemd. "Vlaanderen is gek van de koersfiets. Dit is een slecht seizoen vanwege de late lente en dan de aanhoudende regen in mei, maar toch hebben we meer racefietsen verkocht dan ooit."

Om op een gewone weg een berg op te fietsen - en om te fietsen tout court - heb je een goeie, stevige en tegelijk lichte fiets nodig. Geen mountainbike, vooral niet. Met al hun vering en dikke banden slorpen die alleen maar kracht op.

Trek heeft een prachtige catalogus. Het hoofdstuk 'Road', de racefietsen voor de weg, begint op pagina 6 met de Madone en eindigt op pagina 36 met de tandem. Vergeet de tandem, maar alles wat daarvoor staat, is zowat het hele gamma aan mogelijke racefietsen, gaande van zeer duur en zeer licht tot goedkoop en nog steeds, maar iets minder licht.

Een fiets bestaat ruwweg uit drie delen: het kader of frame, de groep (versnellingen en remmen) en de wielen. Daarbij komen nog zadel, stuur en pedalen, maar die zijn niet de grote kost, tenzij je alles in carbon en titanium wilt. Fietskaders zijn de laatste jaren steeds lichter geworden. Lichter betekent niet altijd beter. De sterkte van het kader is even belangrijk. Tien jaar geleden was het lichtste materiaal titanium. Vandaag is dat carbon of zelfs boron, in het geval van het duurste Trekmodel. Staal is het zwaarste materiaal, maar ook het stijfste. De meeste topmerken hebben geen stalen frame meer. Aluminium is een goed alternatief, zij het dat het minder comfortabel is, maar het is ook erg licht.

De goedkoopste Trek kost 711 euro. Daarvoor heb je een aluminium kader en is de fiets afgemonteerd met de Tiagraversie van Shimano. Een woordje extra uitleg. De zogeheten 'groepen' worden beheerst door twee merken: het Japanse Shimano en het Italiaanse Campagnolo. Beide merken zijn even goed. Campagnolo was de eerste met tien versnellingen achteraan, maar Shimano volgde snel. De duurste Campagnolo heet Record en die van Shimano Dura Ace. Daaronder - ook perfect voor de veeleisende fietser - zitten respectievelijk de versies Chorus en Ultegra. Achterin tien kroontjes is de meest moderne uitvoering. Voorin drie 'plateaus' - de veelbesproken triple - wordt alleen gebruikt door wielertoeristen en het merendeel van de tweeduizend Vlamingen die straks de Ventoux op rijden.

Randy Remue: "Bij heel wat wielertoeristen wordt een triple toch aangezien als een zwaktebod, maar wie daar niet aan wil, kan zijn toevlucht nemen tot de Bontrager Race X-Lite Compact Drive. Die heeft dan voorin ook maar twee kamwielen, maar beschikt door het lagere aantal tanden voorin ook over heel kleine verzetten."

Nog een regel: hoe meer tanden op de kamwielen voorin, hoe zwaarder. Hoe meer tanden op de kroontjes achterin, hoe lichter. Uw dienaar - veel watt, maar ook veel kilo's - rijdt de Ventoux en andere cols met een 30x26 (om een verzet te berekenen, zie bijgevoegde formule, HV).

Is een dure fiets nodig om goed boven te komen? Neen. Is een dure fiets comfortabeler? Jazeker. Trek gelooft net als veel andere topmerken heel erg in het carbonframe en doet al het mogelijke om aan de spits te blijven van de ontwikkelingen. Het nam een patent op het OCLV-principe. Randy Remue: "Dat staat voor Optimized Compaction Low Void. Carbon bestaat uit vellen die op elkaar worden gedrukt. Als dat niet goed gebeurt, zitten bellen lucht tussen die vellen en dat maakt het carbon minder sterk. Dat hebben wij met dit procédé vermeden. Wij halen moeiteloos de normen van de luchtvaartindustrie." Dat carbon minder geschikt zou zijn voor zwaardere fietsers - zoals men onder wielertoeristen weleens beweert -spreekt Remue tegen. "Onze kaders zijn daarop voorzien. Het is algemeen geweten dat wij het beste testcentrum ter wereld hebben. Bovendien geven wij levenslange garantie op het kader, uiteraard niet voor ongevallen. Al onze OCLV-carbonkaders worden in de VS met de hand gemaakt onder strenge voorwaarden. Onze dealers zijn ook streng geselecteerd. Er zijn in België 1.500 fietswinkels en daarvan verkopen er slechts 160 Trek."

Tussen de goedkoopste aluminium racefiets en de duurste boron van Trek zitten een twintigtal verschillende modellen. Bij het carbon hoort ook een getal. OCLV 120 staat bijvoorbeeld voor het gewicht in gram per vierkante meter carbon. Het instapmodel in carbon (120) kost 2.033 euro. Van dan af gaat het snel. De 5200 waarmee Lance Armstrong zijn eerste Tours won, kost rijklaar 2.500 euro. De topmodellen heten Madone, naar de trainingscol in Zuid-Frankrijk waar hij in 1999 het record verbrak en onder de 31 minuten dook, waarna hij wist dat hij de Tour kon winnen. Topmodel van de Madone is de SSLX, met een kader uit OCLV-boron, nog lichter dan het carbon OCLV 55 van de Madone SL, het type waarmee Armstrong zijn laatste twee Tours won en waarmee de Discovery Channelploeg vandaag nog steeds rijdt. De SSLX, SSL en SL zijn afgemonteerd met het beste van het beste (en lichtste) materiaal van Shimano en Bontrager (crankstel, wielen, sturen en zadels).

Uit tests met verschillende fietsen haalt de geoefende rijder meteen de beste, die als het ware bij de minste pedaalslag als een volbloed vanzelf naar boven rijdt. Materiaal is alles en gewicht doet veel, maar minder gewicht hoeft niet altijd duizend euro extra te kosten. Met superlicht materiaal kan men misschien drie kilogram winnen. Drie kilogram vermageren is heel wat goedkoper en levert evenveel winst. Vermageren én superlicht materiaal, dat is de sleutel tot succesvol bergop rijden. n

ZAK

cartoonist De Morgen

"De Tourmalet in de Pyreneeën was de zwaarste, maar daar moet ik meteen bij zeggen dat ik nooit echt afzie. Ik zorg er gewoon voor dat ik snel genoeg rijd om niet om te vallen, en verder kijk ik rond. Als er niks te zien is, beleef ik er minder lol aan. Ik heb ook vier keer de Mont Ventoux gedaan en dat eerste stuk door het bos vind ik maar niks. Je ziet alleen maar bomen en dan voel je ook alleen maar je benen. Ik ben één keer niet boven geraakt op de Ventoux, toen de wind te hard blies."

"Checchini."

"Een triple, maar vraag mij niet naar het aantal tandjes. Klein genoeg en groot genoeg."

"Kijk rond en geniet van het landschap, dan voel je je benen niet. Maar kijk ook af en toe eens naar het achterwiel van die voor jou voor de veiligheid."

Wouter Vandenhaute

gedel. bestuurder Woestijnvis

"De Col du Granon in 1987. Het laatste stuk was heel steil en had een heel slecht wegdek. We hadden eerder al de Izoard beklommen en ik had vreselijk afgezien. Ik reed toen op een tweedehandsfiets, niet mijn maat en met een veel te groot verzet. Het was ook mijn eerste ervaring in de cols en hoewel niet meteen een meevaller had ik toch de smaak te pakken. Vorig jaar heb ik de Ventoux drie keer op een dag beklommen, van de drie verschillende kanten. Ik was toen heel erg getraind."

"Eddy Merckx."

"Een triple, 30x25."

"Een triple. Ik rijd altijd klein de berg naar boven en dankzij dat kleine verzet kan ik verschillende cols na elkaar beklimmen en heb ik een dag later nooit zware benen."

André Denys

gouverneur van Oost-Vlaanderen

"De Mont Ventoux. Ik ben hem zeventien keer opgereden, maar de laatste keer, twee jaar geleden, ben ik niet boven geraakt. Ik moet dus nog eens terug. Ik heb problemen boven de 1.000 meter. Ik ben het gewend in de Vlaamse Ardennen te rijden en daar neem je de bergjes op kracht. Mijn gewicht speelt mij parten in het hooggebergte."

"Trek."

"39x25."

"Wie bergop rijdt, moet aan tachtig procent draaien van de overslagpols. Dat moet je laten berekenen en dan controleren met de hartslagmeter."

Berekenen van een verzet

n Tel het aantal tandjes op het voorste tandwiel (n voor) en het achterste tandwiel (n achter). Meet de omtrek van het achterwiel (O in meter). De uitkomst van onderstaande formule levert een getal op (V), dat aangeeft hoeveel meter je bij elke pedaaltrap vooruitgang maakt. V = (n voor / n achter) x O Voorbeelden * (30/26) x 2,09m = 2,41 meter * (53/11) x 2,09m = 10,07 meter Wie bergop 70 omwentelingen haalt per minuut legt met het eerste verzet ongeveer 168 meter af in één minuut of rijdt ruim tien kilometer per uur. Wie honderd omwentelingen haalt in de sprint legt met het tweede verzet duizend meter af per minuut en rijdt dus zestig kilometer per uur.

'Een slecht seizoen vanwege de aanhoudende regen, maar meer racefietsen verkocht dan ooit'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234