Donderdag 17/10/2019

Onderwijs

“Schaf de vaste benoemingen in het onderwijs af”: (ex)-leerkrachten over het lerarentekort

Saar Depuydt: “Het papierwerk is ongelooflijk, zeker als je veel klassen en vakken hebt. De kern van de zaak – lesgeven – leek bijkomstig.” Beeld Geert Braekers

Het tweede trimester van het schooljaar startte deze week met een slecht rapport: 1.500 vacatures voor leerkracht raken maar niet ingevuld. Het aantal mensen dat op latere leeftijd leraar wordt, weegt niet op tegen het aantal beginnende leerkrachten dat er het krijtje bij neerlegt. “Ik mocht nooit beginnen met mijn eigen klas.”

Saar Depuydt (37) werkte tien jaar als leerkracht in Diksmuide en Ieper

Het gebrek aan zekerheid was voor Saar Depuydt de belangrijkste reden om eind december na tien jaar te stoppen als leerkracht. “Na tien jaar kende ik nog altijd pas ten vroegste eind augustus mijn volledige opdracht voor dat schooljaar. In juni werd mij altijd beloofd: ‘Het zal zo en zo zijn’, maar uiteindelijk veranderde er altijd wel iets. Twee jaar geleden hoorde ik bijvoorbeeld dat ze geen fulltime meer voor mij hadden, waardoor ik het schooljaar erop weer naar twee scholen moest. Na al die jaren was ik dat beu.”

Op die manier kreeg ze het gevoel dat ze nooit echt iets kon opbouwen. “Ik ben geschiedenis­leerkracht, maar in die tien jaar zijn er altijd zoveel andere vakken aan mij gegeven waarin ik niet onderlegd ben, dat ik er nooit toe gekomen ben om geschiedenis zelf uit te werken zoals ik het wilde.”

In haar tien jaar als leerkracht had Saar nooit meer dan twee schooljaren aan een stuk dezelfde opdracht, waardoor ze ieder jaar opnieuw van nul af aan moest beginnen. “Het eerste jaar gaf ik PAV (project algemene vakken) in het bso, gecombineerd met een of twee uur geschiedenis. Daarna is het een mix geweest van PAV, geschiedenis en aardrijkskunde. Ik heb ook eens een jaar Nederlands gegeven. En het laatste jaar actief burgerschap, een nieuw vak in het eerste jaar.”

Toch was Saar destijds heel bewust in het onderwijs gestapt, na enkele jaren in de privé­sector. “Ik wilde mensen meer helpen. Mijn toenmalige vriend stond ook in het onderwijs en door zijn verhalen heb ik toen beslist om de stap te zetten.”

Het lesgeven zelf is ze absoluut niet beu, benadrukt ze. “Ik geef graag les. Het is eerder alles eromheen. De administratie is ongelooflijk. Zeker als je zoveel verschillende klassen en vakken hebt. Alles moet op papier staan. Het lijkt belangrijker wat er op papier staat dan wat je doet. De kern van de zaak – het lesgeven – leek bijkomstig.” Ze begrijpt waarom er zoveel vacatures voor leerkrachten niet ingevuld raken. Dat heeft volgens haar alles te maken met de onzekere situatie waar beginnende leerkrachten mee te maken krijgen, en vaak lang in blijven zitten. “Ik ben een ongelooflijke voorstander van het afschaffen van benoemingen. Als je je werk goed doet: geen probleem, en doe je je werk niet goed: dan vlieg je buiten. Zoals in de privé.”

Sinds begin januari werkt Saar als pedagogisch medewerker bij de federatie van Marokkaanse verenigingen. Een job waar ze meer voldoening uit haalt. “Ik kan nu focussen op mijn projecten. Er is daarnaast nog administratie, maar die staat in verhouding tot het andere werk. Ik kan wat ik wil doen ook goed doen, en dat had ik met lesgeven echt niet. Dat was frustrerend.”

Eva De Baerdemaeker (40) werkte tien jaar als leerkracht in Brussel

Tien jaar lang gaf Eva De Baerdemaeker les op een middelbare school in Brussel, wat ze erg graag deed. “Al had ik het moeilijk met een onderwijs dat enkel focust op kennisoverdracht. Voor mij betekent lesgeven ook opvoeden en burgerschap bijbrengen. Het is frustrerend om leerlingen niet te kunnen bieden waar ze volgens mij behoefte aan hebben.”

Ondertussen werkt Eva al zes jaar als ‘plekwerker’ voor haar eigen vzw Cultureghem, een Brusselse organisatie die publieke ruimte wil omtoveren in ontmoetingsplaatsen. Aan haar tijd als leerkracht houdt ze wel mooie herinneringen over. “Je krijgt veel appreciatie van je leerlingen. Zelfs nu vind ik het nog altijd heerlijk als een oud-leerling me opbelt. Ik geloof oprecht dat leerkracht zijn een prachtig beroep is.” Dus nee, Eva stopte niet zozeer omdat ze het lesgeven beu was, of omdat ze het beroep te zwaar vond. “Ja, het is intens, maar dat geldt voor zoveel andere beroepen evenzeer. Ik vond mijn inkomen oké, ik had veel vakantie en nergens anders vond ik zoveel jobzekerheid.”

‘Ik wilde echt met die gasten bezig zijn, ook buiten de scholuren.’ Beeld Wouter Van Vooren

Van de bijbehorende administratie was Eva toen al geen fan. Ze stak zo weinig mogelijk tijd in het papierwerk. “Je kunt in september toch niet in een lessen­pakket gieten wat je in maart graag wilt geven? Ik stak mijn tijd liever in het lezen van kranten om de leerlingen bij de les te houden over wat er gebeurt in de wereld. Ik wilde écht met die gasten bezig zijn, ook buiten de schooluren.”

Dat jonge leerkrachten soms snel afhaken, begrijpt ze wel. “Tijdens de stages en eerste werk­jaren word je dikwijls afgerekend op dat administratieve luik. Dat was afstompend. Maar zodra ik aan het werk was, merkte ik meteen hoe leuk het was. Enige doorstroom hoeft niet per se negatief te zijn, vindt Eva. “Leerkrachten zijn geen pastoors of nonnetjes, waarom zouden wij ons hele leven hetzelfde moeten doen? Ik juich het toe als er eens nieuwe zuurstof de klaslokalen in stroomt.”

Of ze ooit nog zal terugkeren? “Dat blijft absoluut een optie. Al zou ik dan eerder voor bso, tso of buso kiezen. Daar krijg je vaak meer vrijheid om los te komen van het logge systeem en toch je doelstellingen te halen.”   

Kristof Korte (27) is sinds een jaar private bankier

Zijn plan was echt om te gaan voor leerkracht, zegt Kristof, die na zijn studies Nederlands-Engels vol enthousiasme aan de specifieke leraren­opleiding begon. Daarna werkte hij eerst een aantal maanden als interim in drie scholen, uiteindelijk kon hij twee jaar als vervang­leerkracht ­werken op een school in Asse.

“De job interesseerde me wel, maar ik moest steeds opnieuw beginnen. Dat ik altijd pas een maand op voorhand wist of ik kon blijven, was ik beu.” Door de tijdelijke aanstellingen moest Kristof zich telkens opnieuw inwerken. “Elke school heeft eigen regels. Je moet de collega’s leren kennen, maar ook de leerlingen. Op het moment dat je een band hebt ­opgebouwd, ben je alweer weg.”
 In 2017 haakte Kristof af, op zoek naar meer job­zekerheid. Sinds een jaar werkt hij als bankier in Gent, waar hij alles on the job kon leren en fijne collega’s heeft. “Over zes maanden weet ik met zekerheid of ik vast in dienst kan blijven.” En naast die vooruitzichten ondervindt Kristof in zijn huidige job nog een voordeel: als hij thuis­komt, stopt het werk. “Als leerkracht was er altijd nog wel iets te doen. Nu eindigt mijn ­werkdag als ik thuis ben.”

Kristof Korte: ‘Als leerkracht was er altijd nog wel iets te doen. Bij de bank eindigt mijn werkdag als ik thuis ben.’ Beeld Wouter Van Vooren

Die bijkomende taken stapelden zich in de ene school al hoger op dan in de andere. “In grote scholen neemt het secretariaat en de directie heel wat administratief werk op zich. In kleinere scholen moet je als leerkracht meer zelf doen. Als je dat niet gewoon bent, kan dat veel werk zijn, zoals het recht­streeks contact met de ouders onderhouden.” Dat er nu een overschot aan vacatures is voor leerkrachten, zou hem niet doen terugkeren. “Ik zit nu graag waar ik zit. Het aantal ­vacatures was nooit een probleem, je vindt gewoon nooit een vast contract in het onderwijs.” Ook de leerlingen voelen dat aan, meent Kristof. “Een klas gaat zich minder engageren voor iemand die maar even blijft. Terwijl ik het super­leuk vind om les te geven en jonge ­mensen iets bij te brengen.”

Mieke Wuytack (41) ruilde haar job in de communicatiesector in voor het onderwijs

“Ik denk dat ik net op het juiste moment binnenkwam met een frisse vibe”, zegt Mieke, die vier jaar geleden de switch naar het onderwijs maakte. Na veertien jaar ervaring in communicatiefuncties geeft ze nu les aan de tweede graad Verkoop en Kantoor in een school in Sint-Niklaas. “Ik had meteen een klik met de leerlingen.”

Mieke haalde al een tijdje geen voldoening meer uit haar job als adverteerder en besloot ontslag te nemen. Ze volgde loopbaanbegeleiding om een nieuwe piste te vinden. “Ik had communicatiebeheer gestudeerd en kom uit een gezin van zelfstandigen. Onderwijs was nooit in mijn hoofd opgekomen.” Enkele vrienden vonden het wel iets voor haar. “Ik heb me dan ingeschreven voor de lerarenopleiding in avondonderwijs. Dat boeide me wel.”

Mieke Wuytack: ‘Als ik 20 jaar was geweest en net van de hogeschool kwam, zou ik het misschien ook te zwaar vinden.’ Beeld Wouter Van Vooren

Ondertussen is Mieke vier jaar aan de slag als leerkracht Frans, Engels en Retail. Haar ervaring in de privésector helpt haar om de werklast te relativeren, zegt ze. “Ik voel dat het onderwijs afmattend kan zijn, maar mijn vorige carrière heeft me wel de nodige inzichten en methodes gegeven om hier goed mee te kunnen omgaan. Dat moet anders zijn als je 20 jaar bent en net van de hogeschool komt. Misschien had ik het dan ook niet gekund.”

Die werklast zit hem vooral in de verantwoordelijkheid en mentale belasting, meent Mieke. “Leerlingen zijn veel mondiger dan vroeger. Je moet hen trachten te boeien en motiveren; dat vraagt enorm veel inlevingsvermogen en geduld.” Dat sommige collega’s afhaken, kan Mieke dus wel begrijpen. “Al denk ik dat een uitval ook gepaard kan gaan met andere prioriteiten in je persoonlijke leven. Heb je kleine kinderen of heb je misschien net gebouwd, dan kan dat je work-lifebalans extra onder druk zetten.” Uitval kun je volgens Mieke ook opvangen met instroom van ­buitenaf. “Voor mij is mijn werk­ervaring alvast een meerwaarde geweest. Het heeft mijn blik op lesgeven verruimd. Waarom niet meer mensen van buitenaf aantrekken?”

Thomas Callens (32) werkt sinds vorig jaar als zelfstandig fotograaf

Ieder lesuur dat ik gaf, heb ik me geamuseerd”, zegt Thomas, die negen jaar in het onderwijs stond, maar in die periode tussen twaalf scholen moest pendelen. “Ik mocht gewoon nooit beginnen met mijn eigen klas. Bij interimcontracten moet je je telkens opnieuw inwerken in de leerstof. Voor beginnende leerkrachten kan dat demotiverend zijn.”

Op die vele scholen gaf Thomas lichamelijke opvoeding en de exacte wetenschapsvakken. “Soms geen ­evidente materie, maar de leerlingen waren altijd betrokken en gemotiveerd.” Twaalf scholen leren kennen, vond hij ook wel verrijkend. “Het is niet slecht om ervaring op te doen en je sterktes of zwaktes te leren kennen als leerkracht. Maar na die inwerk­periode moet je de ruimte krijgen om expert te worden in jouw vakgebied.”

Thomas Callens: ‘Ik mocht gewoon nooit beginnen met een eigen klas.’ Beeld craafs

Na negen jaar zonder vast contract besloot Thomas vorig jaar te stoppen met lesgeven. Een gedreven leerkracht krijgt niet noodzakelijk meer doorgroeimogelijkheden dan iemand anders, vertelt hij: “Ik heb veel goede, gemotiveerde collega’s zien botsen op de muur van vaste benoemingen. Het ontbreekt ­directies vaak aan doeltreffende ­evaluaties.” Die efficiëntie ervaart Thomas nu wel in zijn nieuwe job als zelfstandig fotograaf. Een jaar geleden ruilde hij de klas in voor de camera en dat vindt hij de max. “Dit is 100 procent mijn ding. Als ik mijn job goed doe, zijn mijn klanten blij, kan ik een ­correcte prijs vragen en me ­opwerken.” Het onderwijssysteem kan ­volgens Thomas nog wat leren van de privésector. “Ik werk nu vaak samen met andere bedrijven en zie hoe ze hun collega’s begeleiden. Waarom kan het onderwijs niet een paar elementen uit het bedrijfsleven overnemen?”

 In zo’n eigen traject mag best wat flexibiliteit zitten, vindt Thomas. “Vandaag wordt de onderwijs­opdracht nog te vaak bepaald door het aantal beschikbare lesuren. Het lijkt mij belangrijker om die in te vullen op basis van je competenties als leerkracht.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234