Vrijdag 20/05/2022

Schaakbord verhuist van theater naar stadion

Friedrich Sämisch (1896-1975) is in het bezit van een triest record: in het toernooi van Linköping van 1969 verloor de Duitse schaakgrootmeester alle dertien partijen door tijdsoverschrijding. Waarschijnlijk heeft geen enkele andere professional zo vaak verloren omdat hij er niet in slaagde om binnen de voorziene tijd het voorgeschreven aantal zetten te doen. De regels van het schaakspel zijn inderdaad onverbiddelijk: wie de deadline niet haalt, verliest automatisch.

Van onze medewerker

Wouter Janssens

Voor 1850, toen het toernooischaak nog in zijn kinderschoenen stond, mocht elke speler zo lang over een zet nadenken als hem dat uitkwam. Soms leidde dat ertoe dat schakers veel langer nadachten dan nodig, bijvoorbeeld om de tegenstanders af te matten, met als gevolg partijen die twintig uur of zelfs langer duurden. In 1861 werd tussen Anderssen en Kolisch de eerste partij met een tijdslimiet gespeeld. Een zandloper gaf beide spelers twee uur de tijd om 24 zetten te spelen.

De Engelsman Thomas Wilson ontwikkelde de eerste schaakklok. Ze werd voor het eerst gebruikt in het toernooi van Londen in 1883. Aanvankelijk kregen de spelers elk tien minuten tijd per zet, zodat een partij van veertig zetten nog gemakkelijk twaalf uur kon duren. De algemeen aanvaarde standaard werd later twee en een half uur per speler, die ze naar eigen goeddunken over de eerste veertig zetten mochten verdelen. Als de partij na veertig zetten nog niet beslist was, werd ze afgebroken en enkele uren of dagen later voortgezet. Deze standaard werd bijna een eeuw lang gevolgd.

Twee uur en een half voor veertig zetten is gemiddeld iets meer dan drie minuten per zet. Uiteraard wordt in bepaalde fases van een partij aanzienlijk meer tijd verbruikt. Bovendien deelt niet iedereen zijn bedenktijd even economisch in. Lieden als Sämisch, die geregeld voor de eerste twintig zetten één uur en 58 minuten uittrokken, zodat ze de resterende twintig zetten in twee minuten tijd moesten zien af te roffelen, hebben altijd bestaan. Ook enkele vooraanstaande schakers hadden (of hebben) soms last van dit fenomeen, denk maar aan Samuel Reshevsky, Victor Kortsjnoj en in minder mate ex-wereldkampioen Anatoli Karpov.

Een jaar of vijftien geleden werd de tijdslimiet twee uur voor veertig zetten, vervolgens één uur voor de volgende twintig zetten en daarna bijvoorbeeld nog een half uur voor de rest van de partij. Door dit systeem werd het afbreken van schaakpartijen overbodig, en, belangrijk, werd vermeden dat andere schakers of bijvoorbeeld computers zich uitvoerig met de afgebroken stand zouden bezighouden.

De jongste jaren zijn toernooien met partijen in versneld tempo steeds populairder geworden. Hoewel in de grote evenementen steevast de traditionele tijdsindeling gevolgd werd, gebeurde het steeds vaker dat in toernooien waarin met het KO-systeem geëxperimenteerd werd (zoals in het tennis wordt de verliezer meteen uitgeschakeld) bij een gelijke tussenstand de beslissing in partijtjes met verkorte bedenktijd viel.

De komst van de digitale Fischer-klok leidde een verdere ontwikkeling in: na elke gespeelde zet kregen de schakers automatisch een bonus van meestal dertig seconden. Dat zorgde ervoor dat acute tijdnood (bijvoorbeeld wanneer een speler in tien seconden nog tien zetten moet doen) definitief tot het verleden ging behoren.

Eind vorig jaar besliste Kirsan Iljoemzjinov, voorzitter van de wereldschaakbond Fide, eigenmachtig dat de tijdslimiet voor alle officiële toernooien teruggebracht wordt tot één uur en tien minuten voor de eerste veertig zetten en twintig minuten voor de rest van de partij, met een toegift van dertig seconden per gespeelde zet. Dat is een dramatische vermindering van de speelduur. Een partij van honderd zetten kan nu maximaal nog vier uur en veertig minuten duren, in plaats van zeven uur volgens het klassieke tempo.

Dat betekent dat de toekenning van meester- en grootmeesternormen en titels, tegen de gebruiken in, nu ineens in partijen van meer dan vier uur dient te gebeuren, en verder dat de traditionele mechanische schaakklokken definitief van het toneel moeten verdwijnen om plaats te ruimen voor digitale klokken. Het idee is de schaaksport aantrekkelijker te maken voor sponsors, omdat toernooien minder lang zullen duren, en ook om het spel interessanter te maken voor de media. Of dit effect in de praktijk ook bereikt wordt, is lang niet zeker.

Iedereen is het erover eens dat schaakpartijen met de nieuwe tijdslimiet een ander uitzicht zullen krijgen. De partijen zullen beslist oppervlakkiger worden - voor het uitbroeden van diepzinnige strategieën is immers nauwelijks nog tijd - en er zullen meer grove fouten gemaakt worden. Iljoemzjinov nam zijn beslissing zonder de Algemene Vergadering van de Fide te raadplegen, wat de normale procedure is, "na een enquête bij 159 deelnemers aan de schaakolympiade" - bij mijn weten heeft niemand alle 159 enquêteformulieren kunnen inkijken. Voorlopig lijken de meeste organisatoren van traditionele toernooien de nieuwe richtlijn dan ook naast zich neer te leggen.

Links en rechts, vooral in de media, werd luidkeels geprotesteerd tegen de nieuwe tijdslimiet. De bekende schaakjournalist Hans Ree heeft het zelfs "over het einde van het schaken". De wereldtoppers houden zich evenwel opvallend koest. Voorlopig is Anatoli Karpov de enige die duidelijk zijn afkeuring heeft laten blijken.

Van de nationale federaties viel tot op heden alleen een scherp protest te horen van de Nederlandse, Duitse en Franse federaties. Het protest richt zich zowel op de beslissing van Iljoemzjinov zelf als op de illegale, ondemocratische manier waarop ze is tot stand gekomen. Op het internet is gestart met een petitieactie tegen het nieuwe speeltempo (http://www.chesslines.com/petition/petitioninternational.html).

Nochtans is lang niet iedereen ongelukkig. Zo somt de Oekraïense grootmeester Ejngorn behalve nadelen ook enkele belangrijke voordelen van de nieuwe tijdslimiet op: "Hoe hoger het tempo, des te meer toernooien je kunt spelen en des te meer je kunt verdienen. De toeschouwers kunnen partijen makkelijker volgen dan partijen van vijf uur. Maar moeten we zo sterk met hen rekening houden? Oppervlakkigheid zal de boventoon voeren, diepte zal verdwijnen, intuïtie wordt allesbepalend. Schaken zal geen intellectueel spel meer zijn, maar iets ter verstrooiing - het zou van het theater naar het stadion verhuizen. De eigenlijke bedoeling is geld aan te trekken; verkoopbare waar te scheppen."

Dat partijen in versneld tempo best spectaculair kunnen zijn, werd vorig weekend nogmaals bewezen in een oefentweekamp over vier partijen tussen vice-Fide-wereldkampioen Alexej Sjirov en de Noorse grootmeester Simen Agdestein. De match werd gespeeld in de Noorse stad Bergen. Het tempo was vijftien minuten per speler per partij. Sjirov had het lastiger dan algemeen verwacht, verloor de eerste partij, maar won de match met 2,5-1,5.

Wit: Sjirov

Zwart: Agdestein 1. d4 d5 2. c4 c6 3. Pf3 Pf6 4. e3 Lf5 5. Ld3 Lxd3 6. Dxd3 e6 7. 0-0 Pbd7 8. Pc3 Lb4 9. Ld2 a5 10. c5 0-0 11. Pa4 Pe4 12. a3 Lxd2 13. Pxd2 f5 14. f3 Pef6 15. b4 axb4 16. axb4 De7 17. Pb3 e5 18. Pa5 e4 19. fxe4 Pxe4 20. Pxb7 Pdf6 21. Pa5 Pg4 22. h3 (22. Pxc6 Dh4 23. h3 Pef2 24. Dd2 Dg3 25. Txf2 Dh2+ 26. Kf1 Dh1+ 27. Ke2 Dxa1 28. hxg4 Dxa4 en de situatie van de witte koning is precair.) Dh4 23. Tf3 Pg5 24. De2 Pxf3+ 25. Dxf3 Tae8 26. Pxc6 Txe3 27. Dxd5+ Kh8 28. hxg4 fxg4 29. Pe5 Df2+ 30. Kh1 g3 en wit geeft op.

Wit: Kf1, Tb2, La1, Pc4, pie6, f5.

Zwart: Ka8, Dh1, Pg1, pia7, b7, f3.

1. Pb6+! Kb8 (axb6? 2. Ta2+ Kb8 3. Le5+ Kc8 4. Ta8 mat.) 2. Th2!! Dxh2 3. Le5+ Dxe5 4. Pd7+ wit herovert de dame, waarna de vrijpionnen de partij beslissen.

Sämisch - Grünfeld (1929)

Wit: Kg1, Dh4, Te3, Pe5, pia3, c4, d5, f6.

Zwart: Kh8, Dd8, Tf8, Pf5, pia7, c7, c5, h7. Friedrich Sämisch (1869-1975) stond bekend als een diepzinnig schaker. Hij schonk zijn naam aan twee openingssystemen die ook vandaag nog populair zijn. Maar naarmate hij ouder werd, werd Sämisch steeds meer geplaagd door zijn grote vijand, de tijdnoodduivel. Op het eind van zijn leven was hij nog slechts een schim van de schaker die hij ooit was. Aangezien Sämisch geen andere bronnen van inkomsten had en verslaafd was aan het spel, bleef hij allerlei kleine schaaktoernooitjes afdweilen. In de diagramstelling voert wit aan zet een winnende combinatie uit.

Oppervlakkigheid dreigt boventoon te voeren in partijen met beperkte speeltijd

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234