Woensdag 03/03/2021

Sarkozyvan staatsman tot homme à femmes

Het moet Sarkozy geplezierd hebben dat uitgerekend Carla Bruni voor zijn charmes viel. Als singer-songwriter en schoondochter van de linkse filosoof Bernard Henri-Lévy appelleert ze aan de cultuur van de progressieve middensChirac en Mitterrand, Pompidou en Giscard d'Estaing; het waren allemaal heren van stand. En als ze een opmerkelijk privéleven hadden, dan gingen ze daar niet mee koketteren in de media

Zelfs de Franse media waren vorige week even bouche bée na het openlijke geflirt van hun president met de mooie Carla Bruni. Is Sarkozy de waardige opvolger van een Georges Pompidou of een Jacques Chirac, of is hij een nieuwe Jean-Paul Belmondo: zeer populair, mediageniek, branie te over, een gekende homme à femmes voor wie desondanks steeds knappere vrouwen vallen? Of ook: is deze Sarkozy de man die Frankrijk beloofde te bevrijden van de normenloosheid van mei '68? Door Walter Pauli

Heel Frankrijk wreef zich zondagavond de ogen uit bij de nieuwsuitzending van de zender LCI. Die toonde wat al op de site van L'Express te zien was: foto's van president Sarkozy samen met ex-fotomodel en zangeres Carla Bruni. En wel in Disneyland Parijs.

Om de verbijstering in Frankrijk in te schatten: het redelijk brave Vlaanderen was wekenlang zoet met minister van Binnenlandse Zaken Patrick Dewael, toen die met VRT-journaliste Greet Op de Beeck op de dijk van Oostende werd gesignaleerd. Dewael is geen Vlaamse Sarkozy, Op de Beeck geen Bruni, en Oostende toch nog net van een andere orde dan Disneyland Parijs.

Snel werd ook duidelijk dat het lek gewild was. De foto's alleen al: Bruni die kwansuis zedig het hoofd afwendt, maar met een glimlach om de lippen. Sarkozy zelf die niet verontwaardigd doet, die niet zoals Dodi al-Fayed met Diana halsoverkop op de vlucht sloeg, maar die met een Louis de Funèsachtige grimas recht in de camera grijnsde. Correctie: camera's. Meervoud. Als bij wonderlijk toeval waren er minstens twintig fotografen die rond het 'koppeltje' zwermden.

LCI liet Christophe Barbier aan het woord, directeur-hoofdredacteur van L'Express. Of hij zeker was van zijn zaak, luidde de vraag. Was het geen toevallige ontmoeting? Was dit geen inbreuk op het privéleven van de president? En had hij een betrouwbare bevestiging dat het wel degelijk om een prille romance ging? Het antwoord was door zijn bondigheid onthutsend eerlijk: "Oui, par Carla Bruni elle-même, qui est une amie."

Een kleine week later. Nicolas Sarkozy is op bezoek in Italië, en dus in het Vaticaan. Waar hij komt, dringen de mensen samen. Op de Piazza del Popolo roepen ze niet "Viva il presidente!", maar klinkt her en der "Carla! Carla!" "Italië? J'adore", roept Sarkozy terug. Waarop een durfal binnen het journalistieke heir: "Zoals de Italiaanse vrouwen, meneer de president?" Sarkozy: "Oui, elles aussi, je les adore."

Als opstapje naar het Vaticaan kan dat tellen. Behalve voor Sarkozy, die blijkbaar overal mee wegraakt. Zoals alle Franse presidenten laat hij zich opnemen als honorair lid ('kanunnik') van het kapittel van Sint-Jan van Lateranen.

De vrolijke kanunnik trok vervolgens op audiëntie naar paus Benedictus XVI. Wie dacht dat Sarkozy een beetje zou dimmen, na dit nog altijd actuele 'nieuws' van zijn (althans volgens de strikte interpretatie van de katholieke moraal) overspelige gedrag, kwam bedrogen uit. Heel ernstig - of schaamteloos, zo men wil - zei Sarkozy tegen de paus dat "de ontkenning van de christelijke wortels van Europa" niet minder dan "een misdaad" is. Om dezelfde reden "hoort Turkije niet in Europa".

Is dit een vorm van dualisme die moet kunnen, dan wel logisch en gewenst is in deze postmoderne tijden? Is de tijd voorbij van 'mannen (vrouwen) uit één stuk', die ook in hun eigen leven voorleefden wat ze publiek beleden? Of is dit nu eenmaal een logische consequentie van een moderne opvatting van absolute scheiding tussen het private en publieke leven van een politicus? In zijn publieke activiteit wordt een politicus meer gecontroleerd dan ooit, maar zijn privéleven moet gerespecteerd worden als hij dat wil.

In de praktijk bestaat die lijn niet, zeker niet in Angelsaksische landen. De democratische presidentskandidaat John Edwards ligt in de VS onder vuur omdat hij het bed gedeeld zou hebben met een groupie op het ogenblik dat zijn vrouw (die toen een therapie onderging om haar kanker te genezen) voor hem campagne voerde. In datzelfde land brandt de vraag 'Is Condi lesbo?' Minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice verwaardigt zich niet te antwoorden, wat de geruchten alleen maar deed toenemen.

In Europa doen de meeste belangrijke toppolitici alles om uit het nieuws te blijven. Neem de rechtstreekse 'collega's' van Sarkozy, zijn 'gelijken', voor zover een bewoner van het Elysée in die termen over andere staatshoofden en regeringsleiders denkt.

Angela Merkel? Juan-Luis Zapatero? Gordon Brown? Die moest door zijn spin doctors tot het uiterste gepusht worden om eens met zijn vriendin Sarah Macauly op een foto te gaan staan, als 'bewijs' voor het grote publiek dat de Chancellor of the Exchequer ook een menselijk trekje had. In 1998 kwam het er eindelijk van: Brown en Macauly waren toen al vijf jaar een paar.

Er waren er ook die bijzonder bedreven waren in het bewerken van de media. De voormalige Britse premier Tony Blair zal wel het schoolvoorbeeld geweest zijn van de politicus die zonder scrupules de media bespeelde, hun van pittig en sappig nieuws voorzag, en grote en kleine roddels doorspeelde. Behalve als het op zijn eigen gezin aankwam. Cherie Blair kwam vaak in het nieuws, en meestal negatief (tot het beruchte 'Cheriegate' toe), maar dat was altijd tegen haar zin. En het had nooit iets met overspel te maken. Integendeel, op haar 45ste werd Cherie Blair moeder, en het meest 'lijfelijke' nieuws dat rond haar de wereld werd ingestuurd was de geboorte van het eerste (wettelijke) kind op Downing Street 10 in 150 jaar. Politiek was Blair een patser, privé een huisman, een gelovige nog wel. Toen het echtpaar Blair op 27 juni 2007 Downing Street verliet, lispelde Cherie tegen de samengetroepte pers: "I don't think we'll miss you."

Het contrast kan niet groter zijn. De socialist Blair was de man die de Britse regering in handen kreeg door als een jonge hemelbestormer ten strijde te trekken tegen de behoudsgezinde, saaie, grijze, gedemodeerde Conservatives. Tony Blair was de politieke vertaling van het snelle, hippe, snelle, wereldse Londen, voor liberaal-links. Sarkozy maakte net de tegenovergestelde beweging. Zijn grote vijand is 'verzameld links': evenzeer de intello's van het Quartier Latin op de zeer letterlijk te nemen Rive Gauche in Parijs als de metallo's en hun syndicaten.

Nooit kwam dat zo goed tot uiting als op 29 april 2007, op de grote verkiezingsmeeting van de gaullistische Union pour un Mouvement Populaire (UMP) in een afgeladen stadion te Bercy. Voor meer dan twintigduizend aanhangers maakte presidentskandidaat Sarkozy duidelijk wie de echte vijand was. Niet de centristische kandidaat François Bayrou en zijn centristische, zelfs christendemocratische Union pour la Démocratie Française (UDF), hoewel vooral die man in de peilingen stemmen leek weg te snoepen van het Sarkozykamp. Zelfs niet de socialistische tegenkandidaat Ségolène Royal. In het discours van Sarkozy gingen de presidentsverkiezingen van 2007 in wezen niet om een electorale strijd tussen personen. Hij kondigde de oorlog aan tegen "l'idéologie de Mai 68", die in Frankrijk verworden was tot een "pensée unique". Sarkozy zag "une crise morale comme la France n'en a peut-être jamais connue, sauf peut-être au temps de Jeanne d'Arc."

Het beeld van die soixante-huitards was ook wel bepaald door Bernardo Bertolucci's zeer zinnelijke print The Dreamers, waarin de politieke onlusten voornamelijk het decor zijn voor een paar jongeren die dagenlang filosoferen, drinken en vooral veel en lekker vrijen. Sarkozy won de verkiezingen met grote overmacht. Misschien kwam dat omdat hij, hoezeer hij ook de moraalridder had uitgehangen, toch niet de conservatief was, maar dan in Britse zin. Er was niets landelijks, niets provinciaals aan Sarkozy. Het brave, weliswaar behoudsgezinde, maar ook wat goeiige Frankrijk, la France van du vin, du pain et du Boursin (en een glas Ricard), werd politiek vertegenwoordigd door François Bayrou. Sarkozy heeft zowel Hongaars, adellijk als Joods bloed, een immigrant van de tweede generatie. Alleen al door zijn afkomst is hij een man van de wereld. Maar was ligt de grens tussen 'werelds' en 'mondain'?

Op de UMP-meeting in Bercy was ook een prominente plaats gereserveerd voor admiraal Philippe De Gaulle, zoon van de legendarische generaal De Gaulle, stichter en naamgever van het gaullisme. Na zijn outing met Carla Bruni sprak de linkse Franse krant Libération niet onterecht over 'le choc culturel' bij Sarkozy's eigen partij. Volgens François Goulard, ex-minister onder Jacques Chirac, heeft Sarkozy gebroken met het niveau dat van een Frans (en zeker gaullistisch) president verwacht wordt: "Tous les présidents de la République ont été des hommes de culture. Même Jacques Chirac."

Veel UMP'ers schrikken ervoor terug om de moraalridder uit te hangen, maar ze waarschuwen wel: "Sarkozy heeft bewezen dat hij zeer doeltreffend is in het aantrekken van kiezers. Maar dat maakt hem nog niet de woordvoerder van onze visie op de samenleving."

Zeg dat wel. Christine Boutin, de huidige minister van Huisvesting en Stedelijk Beleid, is een diepgelovige vrouw. In 1995 benoemde Johannes-Paulus II haar zelfs tot raadgevend lid van de Pauselijke Raad voor de Familie, het Vaticaanse orgaan dat de gezins- en seksuele moraal actualiseert. Boutin was in het verleden een harde tegenstander van abortus, euthanasie of het recht op adoptie voor homoparen. Het hoeft geen betoog dat dit deel van Sarkozy's achterban niet opgezet is met de publieke (politieke) exploitatie van een privéleven dat niet strookt met hun opvattingen. Anderen storen zich eraan dat Sarkozy nu al halvelings de Zonnekoning uithangt: "Il est trop attiré par la lumière".

Maar is elke Franse president niet een beetje een Zonnekoning? Deels wel. Charles De Gaulle had een hoogst aparte relatie met de democratische instellingen, de verwaandheid van Jacques Chirac is legendarisch en François Mitterrand zocht nadrukkelijk naar een plaats in de geschiedenis. Alleen deed Mitterrand dat vooral via monumentale bouwwerken: de piramide aan het Louvre, 'la Très Grande Bibliothèque', de nieuwe Opéra, la Défense.

Maar Chirac en Mitterrand, Pompidou en Giscard d'Estaing; het waren allemaal heren van stand. En als ze een opmerkelijk privéleven hadden, zoals Mitterrand en zijn buitenechtelijke dochter Mazarine, dan gingen ze daar niet mee koketteren in de media. Uit de stroom van Mitterrandliteratuur, die na zijn dood gepubliceerd werd, bleek vooral dat de laatste socialistische president geobsedeerd was door wat van zijn privéleven (zijn kanker, bijvoorbeeld) vooral níét in de media mocht verschijnen. In vergelijking met deze rij voorgangers acteert Sarkozy in een soort van Star Academy.

Deze president leeft natuurlijk wel in een andere tijd. De media zijn niet meer zo terughoudend als in de jaren tachtig, toen velen 'wisten' van Mazarine maar het toch niet meldden. Als Sarkozy van mening is dat die terughoudend vandaag niet meer bestaat, dan heeft hij gelijk.

Maar tegelijk eist hij van de pers wél een scherpe lijn indien de verhalen over zijn privéleven mogelijk schadelijk zijn. Zo probeerde hij de berichtgeving over zijn echtscheiding met Cécilia Ciganer-Albéniz volledig te controleren: het Elysée berichtte pas over hun scheiding toen die voltrokken was. En toen Paris Match berichtte over de nieuwe fiancé van zijn ex, Richard Attias, was Sarkozy bijzonder boos. Toen CBS-journaliste Lesley Stahl het aandurfde om in een interview te vragen naar Cécila, liep hij gepikeerd werd: "Als ik iets te zeggen heb over Cécilia, zou ik het zeker niet hier vertellen." Maar de relatie met Carla Bruni wilde hij wel overal tonen.

Is Sarkozy inconsequent? Kan hij zich alles veroorloven? Of speelt er iets anders? Sarkozy was de grote bekamper van links, en zeker van de linkse intellectuelen. Na zijn verkiezing maakte hij echter faam door personen aan te trekken met een uitgesproken progressief profiel. Dat waren geen vakbondsmannen of linkse economen. Wel Jack Lang, Bernard Kouchner, Dominique Strauss-Kahn en Fadela Amara.

Er is een klassieke uitleg voor die opmerkelijke raid bij linkse boegbeelden: Sarkozy pelt de 'buitenste schil' van links af, de figuren waarmee links zichzelf populair maakt in brede lagen van de Franse bevolking. Het is de opperste vorm van het bekampen van links.

Maar er zou ook een tweede uitleg kunnen zijn. Sarkozy, de president van alle Fransen, aast eigenlijk ook graag op erkenning van die linkse intelligentsia. Dat is de ultieme bekroning: lof krijgen van politieke tegenstanders, appreciatie krijgen in kringen die je normaal gezien vijandig gezind zouden moeten zijn. Het is een prestatie die alleen voor de allergrootsten weggelegd is: paus Johannes XXIII, van wie veel communistische Italiaanse arbeiders het portret ophingen in hun living. Nelson Mandela, de ANC-leider onder wie Frederik-Willem de Klerk als vicepresident wilde dienen.

Het moet Sarkozy bijzonder geplezierd hebben dat uitgerekend Carla Bruni voor zijn charmes viel. Als zangeres is Bruni geen nieuwe Mireille Mathieu of een ander klassieke chansonnière. Als singer-songwriter, als schoondochter van de linkse filosoof Bernard Henri-Lévy ook, appelleert Bruni meer aan de cultuur van de progressieve middens. Daar werd zo ook op handen gedragen, zeker na een cd met vertaalde poëzie van dichters als Yeats en Auden. Het is maar een hypothese, maar met Carla Bruni zag Sarkozy het mooiste deel van Frankrijk door de knieën gaan, dat tot nu compleet onbereikbaar was.

De wereld ligt misschien nog niet aan zijn voeten, Frankrijk wel. En zo lijkt Sarkozy in een redelijk euforische sfeer te komen, een hemelbestormend je-m' en-foutisme dat nog het meest doet terugdenken aan de imagination au pouvoir van dat vermaledijde jaar '68.

Een mens vraagt zich af: had zanger Gérard Lenorman een droombeeld van deze Nicolas Sarkozy voor ogen, toen hij zijn memorabele meezinger 'Si j'étais président' componeerde.

"On f'rait des trucs marrants si j' étais président

Je recevrais la nuit le corps diplomatique

Dans une super disco à l'ambiance atomique

On se ferait la guerre à grands coups de rythmique

Rien ne serait comme avant, si j'étais président".

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234