Zondag 20/10/2019

Sarkozy krijgt Europa maar niet verkocht

‘Is dit de meest miserabele Europese verkiezingscampagne ooit?” vroeg de hoofdredacteur van het gezaghebbende weekblad Le Point, Franz-Olivier Gisbert, zich retorisch vorige week af. “Ongetwijfeld”, antwoordde hij meteen. De opiniepeilingen liegen er niet om: tot 63 procent van de kiezers dreigt zondag zijn kat te sturen, meer dan twee keer zoveel als bij het referendum van 29 mei 2005, toen het nochtans ook over Europa ging, en onze zuiderburen juist massaal uit stemmen gingen. Maar ook toen was de sfeer al negatief. Die dag verwierpen de Fransen immers de EU-grondwet, daarmee een dreun verkopend aan Brussel en het felbekritiseerde Euro-establishment. Analisten die toen nog opgelucht waren over de brede participatie en het dieptedebat dat de citoyenneté gevoerd had, moeten vandaag vaststellen dat het Franse non veelal een foertstem was. Een stem tegen onbeheersbare krachten die lang niet enkel met de EU te maken hadden, maar evengoed met globaliseringsangst en heimwee naar lang vervlogen zekerheden. Vandaag, vier jaar later, lijkt de mot alleen maar dieper in de Franse kleren te zijn gekropen. Zelfs aan debatteren lijkt het land niet meer toe te komen, of het moest zijn tussen machteloze intellectuelen die veeleer de schade opmeten dan dat ze ideeën aanleveren. à qui la faute? De burger? De media? De politiek? De recessie? Het technocratische Europa, toch maar? Of het irrationele samenspel van al deze krachten, waarbij emotie, pavloviaanse reflexen en hysterie het vaker van de rede halen dan omgekeerd?Terug naar zondag, en naar de band tussen Frankrijk en Europa. Hoewel 80 procent van de Fransen zich voorstander noemt van de Europese constructie en 60 procent zich zowel Fransman als Europeaan voelt, blijft de onderstroom eurosceptisch: zo blijkt uit een peiling van Gallup dat 62 procent van de ondervraagden van mening is dat Europa Frankrijk te veel geld kost. Liefst 72 procent vindt dat Europa te ver van de burger afstaat en 57 procent ziet niet in welk belang de Unie nu voor Frankrijk heeft, noch welk voordeel ze de Fransen precies bijbrengt.

Alle partijen achter Europa

Maar consequent zijn de bevindingen niet, en uit de cijfers spreekt ook desoriëntatie: want alle scepsis ten spijt vindt de Franse burger dat zijn land in het huidige economische klimaat beter af is binnen dan buiten de EU. Het kan evenmin ontkend worden dat, ondanks het hardnekkige voortbestaan van de oui-non-kloof, de klassieke partijen inspanningen geleverd hebben om eensgezind achter Europa te staan. Na zijn verkiezing tot president in 2007 heeft Nicolas Sarkozy Europa bijvoorbeeld het Verdrag van Lissabon verkocht, alias het mini-Traité. Aan de kant van de oppositionele Parti Socialiste, nog steeds verdeeld tussen ouiïstes en nonistes, werd eerder dit jaar dan weer een consensustekst goedgekeurd om “een nieuwe richting te geven aan Europa”. In het politieke centrum heeft zelfs de uitgesproken Europeaan François Bayrou, voorzitter van de Mouvement Démocratique (MoDem), zijn kiezers een “transparanter Europa” voorgesteld, dat “dichter bij de alledaagse preoccupaties van de burger aansluit”. Ter rechterzijde heeft Sarkozy’s UMP er ten slotte voor gezorgd dat er ook enkele neen-adepten op de EU-lijsten terechtkwamen. De partij verankerde bovendien haar standpunt dat Turkije nooit lid mag worden van de Unie, een vooruitzicht dat veel Fransen destijds tegen de grondwet heeft doen stemmen, en de tekst mee ten gronde heeft gericht. Volgens alle peilingen, en in lijn met de jongste presidents- en parlementsverkiezingen, zullen de meeste stemmen ook dit weekend weer naar de centrumrechtse formatie van Sarkozy en premier Fillon gaan. Nu is het antisarkozysme wel een nationale volkssport geworden en richt de oppositie bij gebrek aan eigen alternatief haar pijlen liever op de president, ‘Sarko’ houdt een reeks troeven achter de hand die zijn partij in principe een vlotte overwinning moeten bezorgen. De eerste troef is zonder meer dat Sarkozy zijn Europese mannetje weet te staan, getuige de complimenten die hij wijd en zijd in ontvangst mocht nemen voor het Franse voorzitterschap, in het tweede semester van vorig jaar. Zelfs The Financial Times doopte hem toen ‘Super-Sarko’. Met zijn impulsieve persoonlijkheid had Nicolas Sarkozy wel poker gespeeld door Europa’s complexe diplomatieke geplogenheden met voeten te treden, hij sleepte er een staakt-het-vuren en bestand tussen Rusland en Georgië mee uit de brand. Ook zijn oproep tot een doeltreffender regulering van het internationaal financieel bestel was niet in internationale dovemansoren gevallen. Maar niet enkel tijdens het Franse voorzitterschap scoorde Parijs op punten. Onder het daaropvolgende, weinig ambitieuze Tsjechische presidentschap kon Sarkozy op zijn elan doorgaan, bijvoorbeeld door in april, op de G20-top in Londen, schouder aan schouder met Angela Merkel kenbaar te maken dat de economische malaise niet aan hun model te wijten was. Jawel, ook in de recessie brengt Frankrijk het er alles welbeschouwd minder bekaaid van af dan pakweg het zo liberale Groot-Brittannië. De dereguleringsdrift die de Angelsaksische landen sinds Thatcher en Reagan zo kritiekloos in het vaandel hadden gedragen, bleek hen plots het meest aan de terugval bloot te stellen, zodat zelfs Gordon Brown werk maakt van striktere regels en hogere belastingen. Barack Obama liet de staat dan weer essentiële onderdelen van de VS-economie overnemen. In Frankrijk daarentegen waren geen banken op de fles gegaan, had de hypotheekbubbel niet tot een sociale ramp geleid en kreeg de burger in de gezondheidszorg nog steeds waar voor zijn geld, anders dan in Groot-Brittannië of de VS. Een beetje Sarkozy moet in deze toch kunnen gloriëren? Noppes. De president blijft het niet onder de markt hebben en de 28 procent stemmen waarop de UMP aan het begin van de lopende campagne aanspraak maakte, zijn in de jongste peilingen al gesmolten tot 25 procent, een stuk minder dan de 29 procent waarmee de socialisten in 2004 de overwinning nog voor zich opeisten. De UMP lijkt met andere woorden bij voorbaat tot een pyrrhuszege veroordeeld en dreigt noch het Franse EU-voorzitterschap noch ’s lands economische ‘model’ als joker te kunnen uitspelen. Een punt voor de oppositie is dat, want die had terecht opgemerkt dat Sarkozy maar rijkelijk laat tot inzicht was gekomen. Had de president Londen, dat per slot van rekening de Olympische Spelen van 2012 van Parijs afsnoepte, tot voor kort niet steevast een voorbeeld voor de Franse hoofdstad genoemd? En hoe vaak heeft Sarkozy niet gezegd dat meer en niet minder laisser-faire Frankrijk zouden redden? “Quand l’Europe veut, l’Europe peut”, klinkt de voluntaristische campagneslogan van zijn partij, maar de sleutelrol die Sarkozy in deze verkiezingen aanvankelijk nog voor zichzelf zag weggelegd (en die hem pakweg deed besluiten dat minister van Justitie Rachida Dati en dier collega van Landbouw Barnier beter in Brussel of Straatsburg konden zitten dan in Parijs), heeft hij intussen laten varen - volgens boze tongen bang voor een debacle waarvan hij alle schuld zou krijgen.

Veiligheidsstokpaard

Hoe dan ook, en Europa of niet, ook de Franse campagne was in de eerste plaats nationaal. Om de dreigende schade te beperken, en met name te vermijden dat hun rechterflank blindelings in de armen van een comebackend Front National holt, hebben Sarkozy en zijn UMP de voorbije weken een oud stokpaard van stal gehaald: veiligheid. In luttele dagen tijd, na enkele onheuglijke faits divers, ging de discussie plots niet langer over de sociaal-economische crisis en de duizenden ontslagen bij pakweg Continental of Caterpillar, al evenmin over de sinds maanden aanslepende stakingen aan de universiteiten, maar over het fouilleren van leerlingen aan de schoolpoort, de aanwezigheid van politie op school of de veralgemening van camerabewaking in het onderwijs. Ook een reeks nieuwe maatregelen tegen bendevorming of het verbod op het dragen van bivakmutsen tijdens manifestaties kregen buitenproportionele aandacht, succesvol als ze blijken bij een deel van het electoraat.Sarkozy speurt onraad, en daar heeft hij een neus voor. Zal de president het er zondag alsnog beter van afbrengen dan Gordon Brown, het neemt niet weg dat ook hij een herschikking van de regering in petto heeft. Dat Dati en Barnier het veld ruimen, is bekend. Maar welke extra verschuivingen vallen er te verwachten? Zeker als de PS het beter doet dan aangekondigd, zal Sarkozy, zijn modus operandi getrouw, buiten de eigen rangen naar verruimers op zoek gaan, figuren die de consensus moeten oproepen waar het Frankrijk zo aan ontbreekt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234