Zondag 31/05/2020

Interview

Sarah De Bie, mevrouw Wout van Aert: ‘Als ik nu iemand op tv een hand zie geven, schrik ik: ‘Nee, niet doen!’’

Na zijn val in de Tour nu bijna een jaar geleden, leek de carrière van Wout van Aert (25) in gevaar. ‘Ik zag hem strompelen en dacht: hij zal nooit meer kunnen wandelen’, zegt zijn vrouw Sarah. Het jonge stel slingerde tussen hoop en vrees, en werd zwaar op de proef gesteld, maar kwam de klap te boven. Tot het coronavirus de toprenner in quarantaine duwde.

Sarah De Bie: “In februari, tijdens de hoogtestage van Team Jumbo-Visma in Tenerife, begonnen de berichten over het coronavirus door te sijpelen. Ik verbleef op 5 kilometer van het hotel dat in lockdown was gegaan. In wilde paniek ben ik vertrokken en in Wout zijn hotel gaan slapen. Vervolgens ben ik 24 uur onderweg geweest om thuis te geraken. Vluchten waren geannuleerd en alles liep in het honderd. En terug thuis bleek er een koffer achtergebleven te zijn.

“Een week later zou ik naar Italië reizen om er met mijn ouders en een koppel vrienden naar de Strade Bianche te gaan kijken. Ik zou er ook voor VTM en Het Laatste Nieuws werken. Omdat alles steeds onzekerder werd, besloten we de reis te annuleren. Toen de organisatie verzekerde dat de Strade toch zou doorgaan, hebben we opnieuw geboekt. Maar hij werd uiteindelijk toch afgelast. Wout en ik zijn toen naar ons appartement in Girona vertrokken. De ene na de andere koers werd ondertussen afgelast. Als coureur hoop je zo lang mogelijk dat alles gewoon kan doorgaan, maar al snel beseften we dat dat onmogelijk was.

“De laatste avond in Girona zijn we uit gaan eten. Tot dan hadden we niet echt iets van de coronacrisis gemerkt, maar die avond liepen we plots alleen door de straten. In het restaurant waren we de enige klanten. Pas ’s anderendaags hadden we door dat de premier van Catalonië iedereen had opgedragen om binnen te blijven, en de Catalanen volgden dat strikt op. Voor mij was dat de druppel: ‘Ik wil nú naar huis!’ Ons appartement daar is onze tweede thuis, maar in crisissituaties wil je toch het liefst in België zijn. We hebben onze vlucht omgeboekt en zijn in allerijl naar huis gevlogen, net vóór Spanje in lockdown ging.”

Maakte Wout zich zorgen?

“Niet echt. Volgens de eerste berichten was het maar een griepje. Zodra je het had gehad, kon je het niet nog eens krijgen. Goed, dacht ik, dan wil ik het gráág hebben! Het besef dat het veel erger was dan gedacht, drong maar langzaam tot ons door.”

Ondertussen ligt het wielrennen stil, net als alle andere sporten. Hoe is het om in quarantaine te zitten met een werkloze renner?

“Het voelt vreemd aan. Ik heb hem graag thuis, hoor, maar rond deze tijd is dat erg ongewoon. En als hij niet koerst, gaan we meestal op vakantie. Of we gaan op restaurant of ergens iets drinken. We zitten niet graag stil, we doen altijd iets. Dat kan nu niet, behalve een beetje sporten. We zitten voltijds thuis en dat merk je aan kleine dingen: ik moet vaker het huis schoonmaken, de wasmachine draait vaker en ik moet meer koken. En we hebben de tuin van wintermodus in lentemodus zien gaan. Dat was nieuw: anders zijn we zelden thuis in deze periode. We genieten nu van simpele dingen, zoals koken en brood bakken – zuurdesembrood, een idee van Wout. Maar als hij kookt, blijf ik beter uit zijn buurt: hij volgt een recept tot in de kleinste details, terwijl ik er losser mee omspring. Dat zorgt weleens voor wrijvingen als we samen in de keuken staan, dus dat proberen we te vermijden. (lacht)

“Eigenlijk hebben we vooral ons huis ontdekt: we wonen hier nog maar een jaar. En we genieten van ons gietijzeren fornuis. Je kunt het nog het best vergelijken met de kachel van vroeger. Ik had een gasfornuis gewild, maar er ligt geen gasleiding in onze straat, en toen is ons oog daarop gevallen. Ik heb het me nog geen seconde beklaagd: koken is een belevenis geworden. Ik heb voor het eerst stoofvlees klaargemaakt, en chili con carne. Anders eten wij dat niet, maar het viel in de smaak bij Wout. Nu, moeilijk is dat niet: hij is een bourgondiër.”

Hij kan nu niet koersen, maar wat is er voor jou weggevallen?

“Ik werkte in een koffiebar hier in Herentals. Leuk werk, vooral als de mensen mij aanspraken: ‘Gij trekt keihard op de vrouw van Wout van Aert!’ (lacht) Je moest ze zien kijken als ze hoorden dat ik het ook ben. Met een blik van: ‘Gíj, in een koffiebar?!’ Ja, denk ik dan, dat kan dus wel, hè. Ik hield me ook bezig met onze kledinglijn. Voor de Ronde van Vlaanderen wilden we een paar nieuwigheden lanceren, maar de mensen zijn voorzichtiger geworden in hun aankopen. Een deel van onze stock hebben we intussen weggeschonken aan het ziekenhuis in Herentals. Eerst wilden we een inzamelactie houden, maar toen bleek dat ze vooral T-shirts nodig hadden om onder hun pakken te dragen. We hebben niet lang moeten nadenken.”

Mis je de koers?

“Toch wel. Ik had dat niet verwacht. Vooral toen ze oude wedstrijden op tv begonnen uit te zenden, kreeg ik het lastig. Alsof ik de stress miste. Meer dan ooit beseffen we hoe hard ons leven rond de koers draait. Alles staat of valt ermee.”

Kunnen de heruitzendingen Wout bekoren?

“In het begin hebben we wel gekeken. En laatst nog naar die editie van Luik-Bastenaken-Luik waarin Frank Vandenbroucke triomfeerde – een megagrave koers! Maar we blijven er nooit speciaal voor binnen. Bij mooi weer gaan we liever fietsen of op ons terras zitten. Onze bomma was er zelfs helemáál niet voor te vinden. (lacht) Koersen van te lang geleden waarin Wout niet meerijdt, interesseren haar niet. Onlangs wond ze zich nog eens op aan de telefoon: ‘Waarom zenden ze die van vórig jaar niet uit?’ (lacht)

Er is ook virtueel gekoerst. Er was de Ronde van Vlaanderen op rollen, gewonnen door – voor wat het waard is – Greg Van Avermaet. Wout maakte geen al te beste beurt.

(lacht) Hij fietst gewoon veel liever buiten. Hij heeft ook weinig ervaring op rollen. Ik zat de hele tijd naast hem op een stoel: nog nooit heb ik hem van zo dichtbij zo zien afzien! Voor de sponsors was het wel goed dat hij in the picture kwam, maar het is echt niet zijn ding.”

‘Vóór de coronacrisis werkte ik in een koffiebar hier in Herentals. Leuk werk, vooral als de mensen mij aanspraken: ‘Gij trekt keihard op de vrouw van Wout van Aert!’’

DOELLOOS RONDRIJDEN

Heb je door de quarantaine een andere Wout leren kennen?

“Nee. Wij zijn zeven jaar samen en kennen elkaar van vóór alle drukte rond zijn persoontje. Dan heb je weinig geheimen voor elkaar. Vóór de quarantaine had ik al gezien dat hij rustiger is geworden naast de koers.”

Heeft de quarantaine hem prikkelbaarder gemaakt?

“Ons allebei, vooral omdat we onze vrienden en familie missen. Dat er niet gekoerst wordt, hebben we een plaats gegeven: de gezondheid komt nu op de eerste plaats. In het begin volgden we het coronanieuws op de voet, maar gaandeweg had ik het er heel lastig mee, ook omdat het slecht ging met mijn 94-jarige grootvader. Hij lag in het ziekenhuis nadat hij met zijn elektrische fiets was gevallen. Hij was met zijn hoofd tegen een auto terechtgekomen en had een hersentrauma opgelopen. Plots kwam alles samen. Van pure stress heb ik een slokdarmontsteking gekregen.”

Hoe is het je grootvader vergaan?

“Hij is op 1 april gestorven. Volgens de dokters had hij het hart en de longen van een zeventiger. We hadden er goede hoop op dat hij zou herstellen, maar het letsel was te ernstig. Dat we geen afscheid hebben kunnen nemen, was het moeilijkst. Ik had hem nog gezien vlak vóór ons vertrek naar Girona, en ik had nooit gedacht dat het de laatste keer zou zijn. Gelukkig hebben we nog een laatste groet kunnen brengen bij de begrafenisondernemer. Bij mensen die sterven door corona, kun je zelfs dát niet meer.”

Uit een onderzoek bij voetballers blijkt dat er veel naar een depressie neigen: ze missen een doel en de toekomst oogt onzeker. Ziet Wout het nog zitten?

“Toen hij met zijn vorige ploeg brak (in september 2018, red.), was dat mentaal veel zwaarder dan wat hij nu doormaakt. Toen zat hij er echt onderdoor. Ik heb niet de indruk dat dat nu het geval is. Mentaal is Wout bijzonder sterk. Gisteren zei hij nog, na de zoveelste training: ‘Wat ben ik hier aan het doen?’ Waarna hij er direct op liet volgen: ‘Zo mag ik niet denken. Dan gaat het bergaf.’ Hij kan makkelijk de knop omdraaien. Hoe moeilijk het ook is – het blijft doelloos rondrijden – hij werkt zijn trainingen af zoals het hoort.”

‘Ik ben iemand die graag plant en traint met een doel voor ogen’, zei hij een halfjaar geleden in Humo. En zijn ploegmaat Tom Dumoulin zei onlangs: ‘Ik train wel, maar niet heel hard, want waar train je naartoe?’

“Ik snap Tom wel. Wout probeert er niet te hard over te piekeren. Hij heeft het even kwaad gehad toen de hele kalender werd opgeschoven: ‘Zóveel maanden nog?’ Maar hij heeft zich er vrij snel overheen gezet. Ik hoop dat hij het volhoudt. Van de ploegleiding moet hij zijn conditie onderhouden, meer niet. Ze maken er geen punt van als hij wat minder op zijn voeding let.”

Over zijn toekomst hoeft Wout zich alvast geen zorgen te maken: Jumbo-Visma is ‘het Real Madrid van het wielrennen’, in de woorden van Dumoulin.

“Jumbo is een supermarktketen. Ik hoef er geen tekeningetje bij te maken: die doen het nu goed. De ploeg is bovendien flink uitgebouwd én de leiding heeft een visie. Wout hoeft niet bang te zijn.”

Hebben ze hem gevraagd loon in te leveren?

“Voor zover ik weet niet.”

Heeft hij al nieuwe doelen gesteld?

“Er is nu wel een nieuwe wielerkalender opgesteld, maar die is pas definitief als de overheden hun ‘go’ geven. De Tour, Parijs-Roubaix en de Ronde van Vlaanderen hebben voor Wout sowieso voorrang op de crossen. Maar als Pukkelpop afgelast is, vraag ik me af of er in augustus wel gekoerst kan worden. Enfin, we houden in het achterhoofd dat er altijd nog iets fout kan lopen, maar het gaat wel de goede richting uit.”

Kun je zeggen dat deze coronapauze Wout goed uitkomt, na zijn val tijdens de Tour vorige zomer en de lange revalidatie?

“Hij stond al ver: hij was bijzonder sterk uit de hoogtestage gekomen. Fysiek en qua kracht was hij top, beter zelfs dan vroeger. Hij was echt in vorm. De Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix zouden op het juiste moment gekomen zijn: het podium had er zeker in gezeten. Wat hij al allemaal opnieuw kon: verbazend! Het zegt veel over zijn karakter. Over hoe hij kan doorbijten als hij iets echt wil.”

‘Die handhygiëne is voor ons altijd al de normaalste zaak van de wereld geweest. Tijdens zijn revalidatie mocht Wout zeker niet ziek worden.’

DE PLATTE STREEP

Had jij je tien maanden geleden kunnen voorstellen dat hij nu al zo sterk zou zijn?

“Zeker niet. In het ziekenhuis in Herentals heb ik gezien hoe hij zijn been niet eens kon opheffen. Ik zag het gezicht van chirurg Toon Claes en wist: dit is niet oké. Ik hoor het hem nog zeggen: ‘Je zult opnieuw kunnen wandelen, maar of je ook nog kracht op dat been zult kunnen zetten...’ Ik ben heel blij dat Wout weer kan wat hij vroeger kon. Er zit wel nog een putje in zijn heup. Iets kleins, maar elke sportman is ijdel: hij heeft het er moeilijk mee. Hij zegt ook vaak dat het gevoel in die heup niet meer hetzelfde is. Zijn sportieve prestaties lijden er niet onder, maar als we gaan lopen, voelt hij altijd iets – geen pijn, maar... iets. Mentaal is dat lastig. Een sportman is zich erg bewust van zijn lichaam, van elke spier, elke pees, en voelt het sneller als iets niet meer is zoals vroeger.”

Praat hij erover?

“Weinig. Soms zie ik hem een hele dag piekeren en komt het er ineens uit. Dan antwoord ik hem wat ik nu tegen jou zeg: dat hij weer zijn kracht heeft en in supervorm verkeert, en dat hij zich dus nergens zorgen over hoeft te maken. Weet je wat het is? Door de coronacrisis kan hij zich niet met anderen meten. Dat is lastig. En hij heeft te veel tijd om na te denken.”

Ben je bang geweest dat het nooit meer goed zou komen?

“Héél bang. Niet in Frankrijk, daar gaven ze ons het gevoel dat alles in orde was. Maar wel toen we terug in België waren en hij in het ziekenhuis in Herentals lag. Wij kennen Toon al lang en ik zag de angst in zijn ogen. Wout mocht er niets van zien. Dat was niet makkelijk, want wij zijn het gewend om alles met elkaar te delen. Een maand na de val zijn we op vakantie gegaan naar Livorno. Hij had zijn krukken mee en toen ik hem daar zo zag strompelen, dacht ik: hij zal nooit meer normaal kunnen wandelen. Dus ja, het is een grote opluchting dat hij alles weer kan.”

Wanneer begon je er vertrouwen in te krijgen?

“Toen hij in december thuiskwam van de ploegstage en zijn trainer – Marc, een heel emotionele man – me zei: ‘Sarah, hij haalt weer zijn oude wattages!’ Toen ik zag welk pak van zijn hart dat was, wist ik: het komt goed.”

Diezelfde maand reed hij zijn eerste cross, in Loenhout.

“Ik had hem vooraf gevraagd waar hij dacht te eindigen. ‘Bij de eerste vijftien’, antwoordde hij. Hij werd vijfde! ‘Wat voor clown ben jij nu’, zei ik hem na afloop. Maar hij deed alsof zijn neus bloedde: ‘Top vijftien? Dat heb ik niet gezegd.’ (lacht) Die reactie stelde me gerust: ik zag weer de oude Wout.”

Al die tijd hield jij je twijfels voor jezelf. Kon Wout zijn onzekerheid uiten bij jou?

“Ja. Hij heeft me weleens gevraagd: ‘Als ik nooit meer kan koersen, welke job moet ik dan gaan doen?’ Dat hij mee op ploegstage kon, maakte hem zo blij als een kind: ‘Ik voel me weer coureur!’ Al vroeg hij zich meteen ook af of hij zijn ploegmaats wel zou kunnen volgen. Maar dat ging keigoed. Na elke training stuurde hij me een bericht: ‘Ik kan mee. Ik ben blíj!’”

Wout staat niet bekend als iemand die met zijn emoties te koop loopt, wel als een binnenvetter.

(lacht) Dat is hij ook. Toch voor de buitenwereld. Tegen mij is hij redelijk open: ik heb hem wat losser gekregen. Maar ik ben de enige. En dan nog kan hij soms iets zeggen dat zelfs ik niet zag aankomen.

“Het trauma van zijn val was redelijk snel verwerkt, maar het herstel is een hobbelig parcours van ups en downs geweest. Nu eens maakte hij snelle vorderingen, dan weer trappelde hij ter plaatse. Dat waren de moeilijke momenten. Een topsporter wil zo snel mogelijk weer naar zijn topniveau. Hij wil maar één ding zien: een stijgende lijn, geen platte streep. Op zulke momenten heeft hij zich weleens afgevraagd: ‘Komt het wel in orde?’ Maar dan vond hij steun bij de mensen rond zich: zijn familie, maar ook Rudy Heylen, zijn mental coach. Als hij bij Rudy was langsgegaan, kwam hij altijd rustig terug.”

In november was er ook het proces over zijn contractbreuk met zijn voormalige werkgever Nick Nuyens. Hoe belastend was dat?

“Op zo’n juridisch dossier heb je geen vat. Maar goed, we wisten dat het eraan kwam en hoe de vork in de steel zat. We hadden er amper met elkaar over gepraat. Eigenlijk weet ik er niet meer zoveel over, het lijkt alsof ik het uit mijn geheugen heb gewist. Die periode was niet zwaarder dan de weken ervoor, waarin hij al zo hard afzag van zijn revalidatie. Het is misschien raar om te zeggen, maar het moment waarop hij zijn contract wegens dringende redenen moest verbreken, was zwaarder dan het proces zelf. De onzekerheid waarin hij toen terechtkwam, was enorm: hij had geen ploeg, niets. Terwijl hij wist dat hij in zijn recht was. Tijdens het proces waren we rustiger: de zaak was in handen van een advocaat in wie we alle vertrouwen hadden. Terecht, zo is ook gebleken: we hebben die gewonnen.”

‘De voorbije twee jaar waren niet de vrolijkste van mijn leven’, zei Wout in Humo. Zijn vriend en ploegmaat Michael Goolaerts was in 2018 in Parijs-Roubaix gestorven, er waren de contractbreuk, de val en het proces: het is niet niks.

“Hij mag niet vergeten dat hij ook een Tourrit heeft gewonnen. En we zijn in die periode ook getrouwd. Dat we al zo snel stevig op de proef gesteld zouden worden – drie maanden later was er die contractbreuk – had ik uiteraard niet verwacht. Maar daar hebben we ons met glans doorgeslagen. (lachje)

“Nu, ik begrijp Wout wel. De mindere momenten waren zo zwaar dat ze soms ons leven leken te domineren. Neem nu die val. Het ging ons zo voor de wind dat we bijna het gevoel kregen: dit blijft niet duren, er moet wel iets gebeuren. Ik was die dag ook opgestaan met een erg slecht gevoel, zonder dat ik ergens de vinger op kon leggen. Nu, je hebt toch geen vat op wat je overkomt. Wel op hoe je daarna herstelt: het had ook níét in orde kunnen komen met zijn heup. Maar Wout heeft er alles aan gedaan om er bovenop te komen.

“Het zijn dus zeker geen slechte jaren geweest. Wel... speciale jaren.”

CORONABABY

Je hebt nooit een geheim gemaakt van je grote angst voor valpartijen. Dat is er sinds Wouts ongeval vast niet beter op geworden.

“Ik heb geprobeerd om het los te laten. Ik durf in alle eerlijkheid te zeggen dat het een trauma is geweest, dat ik zelf ook heb moeten verwerken. Iemand die je doodgraag ziet, daar met zoveel pijn zien liggen... Ik heb het er met mijn psychologe over gehad. Zo’n valpartij is iets waarover je geen controle hebt. Bovendien leef ik ook te veel mee: als Wout pijn heeft, zou ik willen dat ik die pijn kon overnemen. Dat gaat natuurlijk niet. Ook met mijn vriendinnen uit de koers heb ik erover gepraat – uiteindelijk zitten we allemaal in hetzelfde schuitje. We waren het erover eens: de koers is te mooi om onze angst de bovenhand te laten krijgen.

“Tijdens de Omloop is het goed meegevallen. Ik was zo blij dat de koers weer begon, dat de angst voor een valpartij het die dag niet van de blijdschap heeft gehaald.”

Mooi.

“Tja, ik kom van ver. Een paar maanden geleden was ik gaan joggen. Wout was met zijn vader in het bos gaan fietsen toen ik een ambulance hoorde. Ik was zó in paniek dat ik zo snel ik kon naar hen ben gelopen. De opluchting die ik voelde toen ik Wout nietsvermoedend toertjes zag fietsen, is niet te beschrijven. Tegelijk was dat het moment waarop ik besefte: dit moet ik beter onder controle krijgen. Door er met Wout en de psychologe over te praten, ben ik rustiger geworden. Maar het controleren, dat lukt nooit. Controleer wat je kunt controleren, zegt Rudy altijd. Zo’n valpartij hoort daar niet bij. Ik doe mijn best, maar het is moeilijk.”

Zul je erbij zijn als het peloton zich weer op gang trekt, of houdt de angst voor het virus je thuis?

“Ik zal erbij zijn! Ik ben wel sociaal, maar ik neem niet gauw mensen vast. Ik blijf ook niet snel ergens plakken. Ik let dus wel op.”

Baart de toekomst je zorgen?

“Deze crisis zal de samenleving hard veranderen, vermoed ik. Als ik iemand op tv een kus of een hand zie geven, betrap ik me erop dat ik verschrikt reageer: ‘Nee, niet doen!’ Van de ene op de andere dag zijn we ons helemaal anders gaan gedragen. Neem nu de handhygiëne: voor ons is die altijd al de normaalste zaak van de wereld geweest. Vóór de corona-uitbraak werd ik overal uitgelachen met mijn handgel. Maar Wout mocht zeker niet ziek worden tijdens zijn revalidatie. Ik ook niet, want dan kon ik hem besmetten. Ik zou er niet van opkijken als die betere handhygiëne ingeburgerd raakt.”

Volgens psychologen...

(lacht) «Ik weet al wat je gaat vragen.”

...komt er na de coronacrisis een scheidingsgolf of een babyboom op ons af. In welke statistiek zullen we jullie terugvinden?

“In geen van beide. (lacht) Een scheiding zit er zeker niet aan te komen. En die baby evenmin. Het is niet omdat we nu wat meer tijd hebben, dat we die er rap even tussen de soep en de patatten bij moeten nemen. Nee, met die kinderen wachten we nog even.”

© Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234