Dinsdag 15/06/2021

Sankt Anton in Tirol

Had Freud geskied, dan was hij ongetwijfeld gefascineerd door Sankt Anton, een Oostenrijks skioord met een gespleten persoonlijkheid. Ongerepte, dramatische natuur en beroemde, rijkelijk besneeuwde pistes hebben het stadje getransformeerd tot een waar skiwalhalla. Maar 's nachts lijdt Sankt Anton aan het Mooserwirt-syndroom. En dat kan hoogst besmettelijk zijn.

Door Eric Pfanner

Het Mooserwirt-syndroom, genoemd naar een bar op een bergflank, wordt gekenmerkt door overmatig verbruik van bier of schnaps, waarna met skischoenen en al op de houten picknicktafels wordt geklommen om te dansen op Oostenrijkse popmuziek. De symptomen ervan beginnen zich rond de namiddag op het terras van de Mooserwirt te manifesteren, en dat meestal op zonnige dagen wanneer de sneeuw smelt en moeilijk beskibaar is. Als in het centrum van het dorp de nacht valt, wordt het hedonistische hoogtepunt bereikt.

Ongeveer een uur ten westen van Innsbruck, aan de voet van de Arlberg-pas, prijst Sankt Anton zichzelf als een van de plaatsen waar de afdaling als skidiscipline ontstond. Die lange traditie werd bekroond in 2001, toen het wereldkampioenschap skiën er plaatshad. De Arlberg-pas is een van de grootste skiregio's in Oostenrijk en misschien ook een van de bekendste, met een handvol idyllische-dorpjes-die-skioorden-werden als Lech, Zurs, Stuben, Sankt Christoph en Sankt Anton.

Terwijl zijn buren een gegoede, meestal Teutoonse clientèle aantrekken dat voornamelijk geïnteresseerd is in rustig zigzaggen op de helling en comfort naast de helling heeft Sankt Anton altijd een beetje een stoutejongensimago gehad. Het trekt vooral een internationaal publiek aan dat uit is op een onvergetelijke kick. Zijn skipistes zijn hoger, steiler en langer en ook al oogt het stadje onschuldig Tirools, achter de deuren van de talrijke rumoerige kroegen leveren après-skiërs zich graag over aan de alomtegenwoordige hoempapa-mixen van uitzinnige dj's.

De Mooserwirt, op enkele honderden meters boven de stad en vlak bij de belangrijkste piste, is zo een van die bars en waarschijnlijk ook een van de bizarste etablissementen in de Alpen. Tot de middag ziet het er onschuldig uit: een traditionele berghut, met buiten een paar houten picknicktafels waar mensen van hun lunch genieten. In de namiddag, als wij er arriveren, heeft een totale metamorfose plaatsgehad. Honderden skiërs en snowboarders hebben zich buiten verzameld, glazen bier of schnaps achteroverslaand. Een dj staat te huppelen op een balkon, meebrullend met een speedversie van John Denvers 'Take Me Home Country Roads'.

"Verschrikkelijke muziek, niet", zegt een Britse vrouw die naast ons aan een volgestouwde tafel zit. Maar heel erg lijkt ze dat niet te vinden. Haar puberzoon klimt met zijn skischoenen nog aan op de tafel, om met zijn vader een dansje te beginnen. Terwijl de dj het joelende publiek voorbereidt op zijn favoriete Duitse hit, maken wij ons klaar voor de grootste uitdaging van de dag. We binden onze ski's weer aan voor de laatste afdaling naar Sankt Anton. Een makkie blijkt dat allerminst, want op onze terugweg ondervinden we behoorlijk wat hinder van skiërs en snowboarders die her en der uitgeteld (lees: straalbezopen) in de sneeuw liggen. Met de pulserende bas die nog altijd nabonkt in onze oren proberen we niet over het uitgestalde wild te struikelen. Uiteindelijk komen we heelhuids aan in het hotel.

Als we even later in een nabijgelegen restaurant uitpuffen, worden we plots afgeleid door een dispuut tussen de hotelhoudster en een late klant, volledig uitgedost in ski-uitrusting, skischoenen en al. Met zijn ene hand houdt hij zijn ski's vast, met zijn andere wijst hij naar de bar. "Bier", brult hij enkele malen na elkaar, terwijl de vrouw hem tot rede probeert te brengen. Als zijn ski's tussen twee tafels op de grond kletteren, luidt dat meteen het einde van de discussie in. Het verdict van de vrouw is onverbiddelijk. "Raus!" "Eruit!"

Het Mooserwirt-syndroom heeft alweer een slachtoffer geëist.

De volgende dag flaneren we door Sankt Antons belangrijkste straat, tussen de kerk met de uivormige koepel aan het ene eind en de skiliften aan het andere. De straat wordt vooral geflankeerd door bars, hotels en sportwinkels. Af en toe duikt er een boetiekje op, maar voor de bontjassen ga je beter naar Lech, op zo'n twintig minuten rijden, waar bijvoorbeeld de Nederlandse koninklijke familie vakantie viert.

Naast de duizelingwekkende pistes heeft Sankt Anton ook voor de beginners en de middelmatig goede skiërs genoeg in petto om ze een weekje zoet te houden. Dat er steeds genoeg en zeer vaste sneeuw ligt, is daar niet vreemd aan zijn. De Arlberg-pas is een waterscheiding tussen de westelijke en oostelijke Alpen, en zijn locatie langs de noordelijke rand van de bergketen betekent dat stormen in de pas en zelfs tot in het stadje soms lelijk huis kunnen houden. En ook al is de hoogte in het West-Tiroolse stadje behoorlijk bescheiden (Sankt Anton ligt op zo'n 1.300 meter en de hoogste lift gaat tot ongeveer 2.800 meter), toch gaat het er prat op dat er altijd sneeuw zat is.n

© The New York Times News Service

Met skischoenen en al wordt op de houten picknicktafels geklommen om flink aangeschoten te dansen op Oostenrijkse popmuziek

HET WK VERANDERDE ALLES

Sankt Antons favoriete zoon, de grote skiër Karl Schranz, is geen onbekende voor de meeste bezoekers. In 1972, toen hij wereldwijd de piste domineerde, werd Schranz weggestuurd van de Olympische Winterspelen in Sapporo, Japan, omdat hij reclame maakte voor een koffiemerk. In principe was dat in die tijd verboden, ook al wordt beweerd dat het verbod overal met voeten werd getreden.

Maar het WK in 2001 was voor Schranz en Sankt Anton de ideale kans om zich wit te wassen. Miljoenen dollars werden geïnvesteerd in nieuwe hotels en restaurants. Aan de rand van het stadje werd ook een nieuwsmediacentrum uit de grond gestampt, dat nu dienst doet als een recreatie- en entertainmentcomplex. De spoorweg die Sankt Anton vroeger in tweeën splitste, werd verlegd naar een tunnel, om zo van het treinlawaai verlost te zijn. Het gebied dat overbleef nadat de rails waren verwijderd, had echter meer weg van een braakliggend terrein dan van een aanlokkelijk park. Hotelhouders en hun gasten mogen dan wel een hekel hebben gehad aan het gehobbel van de treinen, ze verleenden Sankt Anton toch een beetje een ouderwets en authentiek Alpen-karakter, dat zijn buren bijvoorbeeld misten. Het nieuwe recreatiecomplex biedt niet-skiërs de keuze tussen schaatsen en spa-behandelingen, en in de restaurants kun je sinds het WK zowat alles eten: van Argentijnse biefstuk tot Italiaans of Aziatisch. De culinaire diversiteit beperkte zich vroeger vooral tot schnitzel en Tiroolse knoedels.

HOE ER te GERAKEN

De dichtstbijzijnde grote luchthaven is Zürich, op ongeveer twee uur sporen van Sankt Anton. De snelle intercitytrein stopt er. München is ongeveer drie uur met de trein.

SKIËN

83 liften doen ongeveer 450 kilometer skipistes aan in de Arlberg-regio. Sankt Anton staat door middel van een lift in verbinding met de dorpjes Sankt Christoph en Stuben. Ook al is Sankt Anton bekend voor zijn steile afdalingen en skiën naast de piste, de meeste gemarkeerde parcoursen zijn goed te doen voor beginners of middelmatig goede skiërs. Gevorderden kunnen een gids huren en de 'missing link' skiën in Arlberg, een riskant parcours dat begint aan de hoogste lift in Sankt Anton en naar Zurs loopt. Een skipas voor zes dagen kost 144 euro. Er zijn verzorgde langlaufparcoursen, een kunstijsbaan en indoorzwembaden. Tel. 0043-54/462.26.90, fax 0043-54/46.25.32, www.stantonamarlberg.com.

WAAR VERBLIJVEN

* Haus am Perg, 0043-54/46.28.10, fax 0043-54/462.810.20.

* Tot de hogere prijsklasse behoort Raffl's Sankt Antoner Hof, Arlbergstrasse, 69, 0043-54/46.29.10, fax 0043-54/46.35.51.

* Sankt Anton heeft een heel gamma van traditionele hotels. Een interessante, modernere keuze is het zestien kamers tellende Aparthotel Anton, 0043-54/46.24.08, fax 0043-54/462.408.19, www.anton-aparthotel.com.

WAAR ETEN

Het skimuseum van Sankt Anton, in een industrieel herenhuis van voor WO I en vlak bij het hoofdstation van de kabelwagens, herbergt een excellent restaurant in het elegant gerestaureerde salon en de bibliotheek (0043-54/46.24.75). In het weekend zakken yuppies uit München af naar Hazienda (0043-54/46.29.68) op Sankt Antons hoofdweg. Voor wie van traditioneel houdt, is er keuze genoeg. Een van mijn favorieten is de Fuhrmannstube (0043-54/46.29.21), vlakbij de kerk in het centrum. Na een dag skiën is kwantiteit soms zo belangrijk als kwaliteit, en veel krijg je hier inderdaad: gigantische schnitzels, wildgebraad en knoedels. Je kunt er bovendien de locals gadeslaan die op en leven dood zitten te kaarten.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234