Dinsdag 10/12/2019

Interview Sam Dillemans

Sam Dillemans laat zijn boksers weer op u los: ‘Misschien schilder ik ooit wel een jaar lang bananen’

Sam Dillemans in zijn Antwerpse expositieruimte waar hij nieuw werk tentoon stelt: ‘Ik volg geen trends, ik ben onomkoopbaar.’ Beeld Illias Teirlinck

In 2009 exposeerde Sam Dillemans (54) voor het eerst zijn woeste schilderijen van boksers. Tien jaar later stuurt hij ze opnieuw de ring in, dit keer vergezeld van verspringers, zwemmers en zelfs voetballers. ‘Ook als ik morgen sterf, zal mijn oeuvre in mijn ogen geslaagd zijn.’

Borgerhout, een late septembernamiddag. De nazomer houdt de herfst nog even op een veilige afstand. Maar in het parallelle universum genaamd ‘Tentoonstellingsruimte Sam Dillemans’ is er van l’été indien maar weinig te merken. De vertrekken zijn er zo ingericht dat ze er in alle jaargetijden precies hetzelfde uitzien. Hier hoort de kunst aan de muren je gemoed te kleuren. Niet de uitbundige zonnestraal of de melancholische lichtinval.

Ook Sam Dillemans zelf lijkt zich aan de seizoenen te onttrekken. Hij is voor zover ik kan constateren niet gebronzeerd, draagt sombrero noch teenslippers en is deze zomer voor de veertigste keer op rij niet op vakantie gegaan. “Mensen gaan op vakantie om aan zichzelf te ontsnappen”, zegt hij. “Maar ik ontsnap in mijn atelier wel aan mezelf. Op momenten van genade kom ik los van tijd en ruimte en word ik gewichtloos. Dat is een veel goedkopere manier van reizen dan het vliegtuig nemen naar Paaseiland.”

“Denk nu niet dat ik mijn leven romantiseer. Kunst maken is hard werken. Ik sluit mezelf dagelijks acht uur op in volstrekte eenzaamheid. En er is niemand die me komt vertellen of ik goed of slecht bezig ben. Zo evident is dat allemaal niet. Ik leg meer discipline aan de dag dan de gemiddelde militair.”

BIO

• geboren op 17 januari 1965 in Leuven

• einddiploma kunstacademie Tourcoing

• tot zijn oeuvre behoren o.m. interpretaties van werken van oude meesters, portretten van bekende auteurs en componisten, schilderijen over de bokssport en meer dan 150 werken over WO I

• heeft sinds 2016 zijn eigen expositieruimte

• zijn Hommage aan Rubens: de Kruisafneming hangt sinds vorig jaar naast het origineel van Rubens in de Antwerpse kathedraal

• woont en werkt in Borgerhout

Het meest recente resultaat van die dillemansiaanse toewijding heet Fighters, een expositie waarin Dillemans de iconische boksers die hij begin deze eeuw schilderde, laat duelleren met recent getekende vuistvechters. Het levert een wervelend plastisch spektakel op: penselen worden uitgedaagd door potloden, kleurenvegen door zwart-witlijnen, doeken door papier. ‘Float like a butterfly, sting like a bee, your hands can’t hit what your eyes can’t see’, zou Muhammad Ali zeggen.

Al blijft de vraag: waarom jaagt Sam Dillemans zijn boksers een decennium na hun geboorte opnieuw in het strijdperk? “Ten eerste omdat het mij gevraagd werd”, vertelt hij. “Veel mensen hebben me de afgelopen jaren gezegd dat ze ‘die fameuze boksers’ graag nog eens wilden zien. En ten tweede omdat ik mijn boksers weleens in mijn éígen tentoonstellingsruimte wilde tonen.

“Toen ik ze tien jaar geleden exposeerde in een oud pakhuis op het Eilandje hingen ze allemaal in één enkele zaal. Dat was wat ongelukkig, want mijn boksers verschillen onderling nogal qua vorm: er zijn de realistische boksers, de boksers opgebouwd uit dikke verflagen, de boksers op een zwarte achtergrond, noem maar op. Als je die allemaal in één ruimte hangt, knallen ze vormelijk tegen elkaar aan. Hier kan ik ze over verschillende vertrekken verdelen en vermijden dat ze elkaar voor de voeten lopen.”

Uw nieuwe werk is uitsluitend grafisch. U kon uw boksers niet beter schilderen dan u tien jaar geleden al gedaan had?

“Met mijn penselen heb ik destijds alles uit het boksthema gehaald wat erin zit. Maar met mijn potloden en stiften kon ik nog wél nieuwe vormen vinden. Plus: ik had net een reeks tekeningen over de Eerste Wereldoorlog gemaakt en wilde op dat grafische elan verder gaan. De stijlbreuk die ik in mijn WO I-tekeningen introduceerde – ik gebruik in sommige werken niet meer dan een paar lijnen – wilde ik ook toepassen op het boksthema.”

Sam Dillemans: ‘Voor ‘Fighters’ wilde ik nagaan of ik het lichaam nog nieuwe plastische geheimen kon ontfutselen.’ Beeld Sam Dillemans

In uw nieuwe tekeningen portretteert u niet alleen boksers, maar ook andere atleten, zoals gymnaste Nadia Comaneci, zwemmer Michael Phelps en voetballer Lionel Messi.

“Ja, omdat ik ontzag heb voor álle sporters die buitenaardse prestaties leveren. (uit het hoofd) Eliud Kipchoge loopt de marathon in 2 uur, 1 minuut en 39 seconden. Usain Bolt wint de honderd meter in 9,58 seconden. Delphine Persoon heeft 43 van haar 44 kampen gewonnen, 17 keer met ko. Dat zijn prestaties die doen duizelen. Mirakels. En mirakels worden door mij getekend, punt.

“Je moet weten: ik ben een bewonderaar. Niet alleen van sporters, maar ook van wetenschappers, componisten, schrijvers en kunstenaars. Mocht Picasso nog leven en hier binnenwandelen, ik sloot mij op in het toilet. Uit pure adoratie. Ik kníél voor mensen met buitengewone talenten. Graag zelfs. Je ziet meer wanneer je naar mensen opkijkt dan wanneer je op hen neerkijkt.”

Toch is Fighters minder een ode aan de geportretteerde atleten dan een vormelijk avontuur. Het gaat u – zo lezen we – om het ‘goochelen met pezen en spieren’.

“Mijn bewondering voor de atleten die ik opvoer, is inderdaad bijkomstig. Er moet in de eerste plaats zo goed mogelijk getekend en geschilderd worden. Met Fighters doe ik wat velen in de kunstgeschiedenis mij hebben voorgedaan: het menselijke lichaam verkennen. Ik wilde nagaan of ik het lichaam nog nieuwe plastische geheimen kon ontfutselen. Het hielp dat ik daarbij kan terugvallen op een doorgedreven kennis van de menselijke anatomie. Ik doorgrond onze spier- en beenderstelsels tot in de kleinste details. Dat is onontbeerlijk als je het lichaam nog op een verrassende manier wilt weergeven.”

U focust op strakke atletenlichamen. Zou u ook plezier kunnen beleven aan het schilderen van uitgezakte blubberlijven?

“Ik kan plezier beleven aan het schilderen van om het even wat. Misschien schilder ik ooit nog een jaar lang niks anders dan bananen. Maar om op je vraag te antwoorden: ik heb zeker geen voorliefde voor perfecte lijven. Ik heb ook al weinig atletische clochards geportretteerd.

“Los daarvan: verkijk je niet op het lichaam van een bokser. Er zijn ook pafferige boksers – gasten wier spieren nauwelijks waarneembaar zijn – die vernietigend kunnen uithalen.”

‘Ik leg meer discipline aan de dag dan de gemiddelde militair.’ Beeld Illias Teirlinck

Bokst u zelf nog?

“Ja, maar niet meer in clubverband. Ik train in mijn atelier. Elke dag, een uur lang. Ik doe aan weerstandstraining: ik vecht tien ronden tegen de boksbal, non-stop, in een hoog tempo. Ik heb leren trainen bij Freddy De Kerpel (voormalig Belgisch bokskampioen, red.). Na een sessie bij Freddy ging ik altijd halfdood naar huis. Maar ik voelde mij wel herboren. En daarvoor doe ik het. Ik boks niet om een sixpack te kweken, maar om mentaal in balans te blijven.”

Hij neemt me mee naar een paar geschilderde boksers en steekt een betoog af dat de aanwezigheid van zowat elke spat verf verklaart: de rode veeg op een broek, het kloddertje geel op een knieschijf, de witte lijn onder een fors uithalende linker.

Wanneer mijn privéles in de schilderkunst is afgelopen, vraag ik Sam Dillemans of hij ook tijdens het schilderen over elke penseeltrek nadenkt. “Nee, natuurlijk niet. Ik schilder voor 80 procent op instinct. Maar het is wel verworven instinct: gebaseerd op een grondige kennis van de schilder- en tekenkunst.”

We kijken naar The Final Round: een monumentaal werk dat door Dillemans omschreven wordt als ‘mijn Guernica van de bokssport’. De kwalificatie is niet eens overdreven: het werk maakt zowat alle emoties tastbaar die in een boksring ervaren kunnen worden. Heroïek, strijdlust, pijn, vernedering, uitputting, furiositeit, wanhoop en alles daartussenin. Te midden van het getekende boksersgeweld – de opgepompte spierbundels, de van pijn dan wel razernij vertrokken gezichten – valt me plots het markante hoofd van Donald Trump op, stoïcijns voor zich uit kijkend, alsof hij niet beseft in welk virulent gezelschap hij zich bevindt.

Ik vraag Dillemans waarom hij Donald Trump in zijn werk laat figureren. “Mag dat dan niet?”, vraagt hij. “Ik had nog een hoofd nodig en dacht: ik neem dat van Trump. Puur voor de vorm. Voorts heb ik over Donald Trump niks te melden. Ik ben apolitiek. Ook het hoofd van Velázquez (Spaanse kunstschilder, 1599-1660, red.) zit in The Final Round. Maar ook daarmee verkondig ik geen boodschap.”

Portret van gymnaste Nadia Comaneci. ‘Ik kníél voor mensen met buitengewone talenten.’ Beeld Sam Dillemans

En toch gaan mensen zich verbazen over de cameo van Trump in uw werk. Ze gaan u vragen of zijn aanwezigheid een politiek statement is.

“Dan zal ik die vraag beantwoorden met een vriendelijk, maar kordaat uitgesproken wedervraag: ‘Kunnen we het alsjeblieft over kunst hebben in plaats van over politiek?’ En daarmee zal de kous voor mij af zijn.”

Mocht u er nog aan twijfelen: voor Sam Dillemans primeert de vorm altijd op de inhoud. Tenzij iemand tijdens een vernissage ooit een kwak lsd in zijn pint mikt, zullen we hem nooit horen uitweiden over de diepere betekenislagen in zijn werk. Ook Fighters is géén lofzang op de strijdlust van topsporters, laat staan een kritiek op het gebrek aan doorzettingsvermogen in onze samenleving.

“Zoek in mijn werk nooit naar een boodschap”, zegt hij. “Een onderwerp is voor mij maar een aanleiding. In het geval van Fighters is het een aanleiding waar ik van hou, want ik ben gek op sport in het algemeen en op de bokssport in het bijzonder. Maar dat wil nog niet zeggen dat ik met deze reeks werken een inhoudelijke verklaring afleg. Ik doe niet aan maatschappijkritiek, ik doe aan schilderkunst. Als je maatschappijkritische werken maakt, ga je te veel op in je boodschap en te weinig in je schilderij.

“Het enige – maar dan ook het énige – wat een werk overeind houdt, is de vorm. De leerlingen van Degas vroegen hem soms: ‘Meester, wat moeten we schilderen?’ ‘Radijzen’, antwoordde Degas dan. ‘Schilder een honderdtal stillevens van radijzen en kom dan nog eens terug.’

“Dat klinkt als een boutade, maar hij meende het. En terecht. In de schilderkunst gaat het niet om het onderwerp, maar om de manier waarop het geschilderd wordt. Cézanne heeft met een schilderij van een paar appels – kan het qua thema nog banaler? - de kunstgeschiedenis veranderd. Dat zegt genoeg.

“Jonge mensen peper ik altijd in: leer van de groten, kopieer de oude meesters. Bach liep 150 kilometer te voet om de partituren van zijn voorgangers te kunnen bestuderen. En ook Stravinsky, Goethe en Hesse verkondigden dat vernieuwing geworteld moet zijn in traditie. Wie zijn wij, kleine garnalen, om die grootheden tegen te spreken?

“Ook ik kopieer nog af en toe werken van de oude meesters. Als ik voel dat mijn eigen werk te oppervlakkig wordt, of dat ik mezelf begin te herhalen, maak ik soms twee maanden lang tekeningen van Pontormo en Rafaël na. Bij wijze van herbronning.”

‘Het is schandalig wat er tegenwoordig op de kunstmarkt gebeurt. Mensen kijken niet meer naar de kwaliteit van een werk, maar naar de naam. Heel triest.’ Beeld Illias Teirlinck

Kan bewondering voor de groten ook omslaan in een gebrek aan daadkracht? Omdat het allemaal al eens eerder en misschien wel beter gedaan is?

“Eén enkele keer wel. Ik vind de klaprozen van Monet zo fenomenaal goed dat ik besloten heb om zelf nooit meer een klaproos te tekenen. Maar voor het overige hebben mijn voorgangers vooral een begeesterend effect op mij. Als ik me weer eens tijdje over de oude meesters heb gebogen, voel ik me scherp en vitaal.”

Eind vorig jaar schonk Sam Dillemans een van zijn topwerken aan de Antwerpse Onze-Lieve-Vrouwekathedraal. Zijn adembenemende Hommage aan Rubens: de Kruisafneming hangt nu voor eeuwig naast het origineel, de wereldberoemde Kruisafneming van Peter Paul Rubens. Dillemans’ versie van de Kruisafneming is een stuk rauwer dan de gepolijste uitvoering van Rubens. Het inspireerde Bart Paepen, pastoor van de kathedraal, tot de vraag: ‘Is de Kruisafneming van Rubens achteraf bekeken niet te mooi, te afgeborsteld? Doet het werk wel recht aan de inhoud van het beeld?’

Ik vraag Sam Dillemans of hij de vraag van Paepen even voor me wil beantwoorden.

“Dat de Kruisafneming van Rubens zo ‘schoon geschilderd’ is – zet die woorden alsjeblieft tussen aanhalingstekens – komt omdat het lijden in zijn tijd nog geïdealiseerd werd. Het werd voorgesteld als iets verhevens, iets sacraals. Dat is ondertussen veranderd: het lijden wordt vandaag in al zijn wreedheid getoond. Als mijn versie tragischer oogt dan die van Rubens, komt dat omdat ik de pijn die in het werk zit op een hedendaagse manier vertaald heb. Maar dat neemt niet weg dat het origineel van Rubens een plastisch wereldwonder is.”

Wat doet het u om naast een van uw geliefde oude meesters te hangen? Is uw tête-à-tête met Rubens een significante stap naar onsterfelijkheid?

“Nee, maar niettemin: quel honneur! Dat mijn werk in de magistrale setting van de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal naast een meesterwerk van Rubens mag hangen: een mooiere erkenning bestaat haast niet. Al zul je mij daarom nog niet zien zwelgen in blijdschap. Ik heb weinig talent voor nagenieten. Er moet niet teruggeblikt, maar verder gewerkt worden. Het genieten, zo heb ik ondertussen geleerd, zit in het schilderen zélf. In de momenten waarop ik me niet langer bewust ben van mezelf en in een staat van vervoering rond mijn doeken dans.”

‘The Punch.’ Beeld Sam Dillemans

Is de vernissage van een tentoonstelling voor u een bron van jolijt? Wordt u na al die eenzame nachten in uw atelier graag gefêteerd?

“Waar ik het meest van geniet, is van het ophangen van mijn werken. Als ze allemaal hun plaats hebben gekregen, zorg ik er altijd voor dat ik hier even helemaal alleen ben. Dan zet ik een pianoconcerto van Mozart op – of ‘Across the Universe’ van The Beatles – en laat ik de fierheid kortstondig toe.”

Gebeurt het dat u nog verder werkt aan een schilderij nadat u het al hebt opgehangen? Omdat u er plots nog een mankementje in ontwaart?

“Vroeger deed ik dat soms, ja. Maar ondertussen heb ik het afgeleerd om nog fouten te zien in werken die ik al heb opgehangen. Of beter gezegd: ik zíé de fouten nog wel, maar ik laat ze ongemoeid. Dat moet ook wel, want anders zou ik niet ophouden met retoucheren.

“Degas verbeterde zelfs nog werken die al bij verzamelaars thuis hingen. Af en toe werd hij door de kopers van zijn werk uitgenodigd om een hapje te komen eten. Nog voor de chateaubriand geserveerd was, vroeg hij dan: ‘Hebben jullie krijt in huis?’ Waarop hij met een stompje krijt zijn werk begon te retoucheren en het eten koud werd. Nodig zo iemand uit. (lacht) Máár: een genie, hoor, die Degas. De grootste tekenaar van de negentiende eeuw. Op het einde van zijn leven zei hij: ‘Had ik in het begin van mijn carrière geweten wat ik nu weet, ik had al mijn werken in zwart-wit gemaakt.’ Waarmee hij bedoelde: ‘Mijn vormen zijn zo rijk, ik heb die kleuren eigenlijk niet nodig.’ Hij had nog gelijk ook.”

In De waanzin van het detail, de bekroonde Woestijnvis-documentaire over Sam Dillemans die nog tot 18 oktober opnieuw te zien is op vrt.nu, vat hij zijn droom als volgt samen : ‘Ik wil schilderijen maken die overweldigen. Die alles met de grond gelijk maken.’

Zijn niet-geringe ambitie indachtig vraag ik hem wanneer hij zijn oeuvre als geslaagd zal beschouwen. “Ik vind het nu al geslaagd”, zegt hij. “Ik heb al ontelbaar veel werken gemaakt. En op de onvermijdelijke mislukkingen na zijn ze allemaal overeind gebleven. Ik denk dus dat ik mijn sporen wel verdiend heb. Wat niet wegneemt dat ik dat soms vergeet. Zeker als ik aan een schilderij werk dat maar niet wil lukken. Dan hangt mijn hele kunstenaarschap plots van dat ene, weerbarstige werk af. En moet ik mij verzetten tegen behoorlijk existentiële twijfels.”

‘Zoek in mijn werk nooit naar een boodschap. Ik doe aan schilder­kunst, niet aan maatschappijkritiek.’ Beeld Illias Teirlinck

Hoe gaat u uw twijfels op zo’n moment te lijf?

“Door te luisteren naar mijn vrienden, die mij erop wijzen dat mijn artistieke nalatenschap niet zal staan of vallen met één werk. Dat het geen ramp is als het eens een keertje níét lukt. Al kan ik het dan toch niet laten om te antwoorden: ‘Het is godverdomme omdat het niet lukt dat het moet lukken.’”

Waarom houden mensen van uw werk, denkt u?

“Omdat er geen afleiding in zit. Omdat het recht naar de essentie gaat. Mensen komen zich op allerlei manieren tegen in mijn werk. Ze worden erdoor geraakt.”

Ontroert u uzelf weleens terwijl u aan het werk bent?

“Nee, ik bewaar een afstand tussen mezelf en mijn doeken. Als je te emotioneel wordt tijdens het schilderen, word je te anekdotisch. Een kunstenaar moet zijn werk doen in plaats van zich te laten meeslepen door zijn gevoelens.”

Koopt u zelf kunst?

“Ik koop af en toe werken van bevriende kunstenaars. Artiesten die schitterende dingen maken, maar in het hedendaagse kunstwereldje nauwelijks aan de bak komen. (na een stilte) Het is schandalig wat er tegenwoordig op de kunstmarkt gebeurt. Je kunt voor ridicule bedragen meesterwerken kopen van onbekend gebleven kunstenaars. Mensen kijken niet meer naar de kwaliteit van een werk, maar naar de naam die erop staat. Heel triest. Soit, laten we het maar niet over de kunstwereld hebben. Het was nu net leuk.” (lacht)

David Van Reybrouck omschreef u ooit als ‘een tedere bruut, een nietsontziende kunstenaar met een nors gevoel voor humor’. Is dat een omschrijving waar u zich op uw 54ste nog altijd in kunt vinden?

“Ja. Zeker in het woord ‘nietsontziend’. Als het over kunst gaat, is er bij mij geen enkel compromis mogelijk. Ik zal nooit een trend volgen, ik ben onomkoopbaar. Ik denk dat mensen ook dáárom van mijn werk houden. Ze voelen: die Sam Dillemans, die is niet het slachtoffer van zijn tijd. Die staat bóven de tijd.”

Fighters, van 5 oktober tot 5 april, tentoonstellingsruimte Sam Dillemans, Eggestraat 2, Antwerpen, sam-dillemans.com

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234