Dinsdag 07/07/2020

'Salonmilitairen' Colombia kunnen guerilla niet de baas

In de parlementsverkiezingen in Colombia van volgende zondag doet ook legerstafchef Harold Bedoya mee. Maar de opiniepeilers geven hem geen schijn van kans. Want na dertig jaar oorlog voeren ten koste van 30.000 doden per jaar, voorspelt Washington dat aan dit tempo héél Colombia straks in handen zal zijn van de guerrilla.

marjon van royen IN BOGOTÁ

Tandenknarsend plantte het hoofd van de Colombiaanse strijdkrachten Harold Bedoya zijn laarzen in de junglebodem. "Dit is een onvergeeflijk circus," siste hij zijn legerleider toe. Ook generaal Manuel José Bonett moest zwijgend toezien hoe de commandanten van de gehate guerrillagroep FARC de show stalen. Het was juli vorig jaar. De Amazone zat vol fotografen en cameraploegen. Na meer dan een jaar 'krijgsgevangenschap' gaf de guerrilla het leger 70 van zijn soldaten terug.

Dit circus van de guerrilla was al erg genoeg. Maar het meest vernederend was toch wel dat Bedoya en Bonett al een maand eerder 130.000 vierkante kilometer hadden moeten ontruimen. De voorwaarde tot vrijlating van de guerrilla was geweest dat het leger alle 8000 soldaten en drie commandoposten in het gebied zou ontruimen. Toen president Samper daarop ook nog eiste dat het leger mee zou werken aan vredesonderhandelingen, ontplofte Bedoya. "Niemand heeft mij ooit verteld dat een soldaat ook moet meewerken aan dialogen."

Inmiddels is Bedoya kandidaat voor de komende presidentsverkiezingen. Maar volgens de polls maakt de ex-generaal geen enkele kans. Aan Bonett nu de taak om de kritiek te pareren. "Ik bén geen salonmilitair," riep Bonett afgelopen donderdag uit. "Wij schénden geen mensenrechten. Onlangs heb ik nog in eigen persoon een boer leren dansen om de cultuur van vrede te verspreiden." De commandant moest zich weer eens in het parlement verantwoorden. Opnieuw zijn zestig soldaten in handen van de guerrilla gekomen. Helikopters worden afgeschoten en kazernes aangevallen. In acht welgemikte acties doodde de guerrilla meer dan 220 militairen.

Vorige maand trokken de Amerikanen aan de alarmbel. "Binnen vijf jaar is heel Colombia in handen van de rebellen," zei de commandant van de Amerikaanse troepen in Panama, generaal Charles Wilhelm. Hij baseerde zijn uitspraak op een rapport van het Pentagon. Veertig procent van Colombia zou nu al onder controle van de guerrilla zijn. "Colombia vormt een serieuze bedreiging voor het Amerikaanse continent," zei Wilhelm. De reden? "Een incapabel leger dat niet in staat is de guerrilla te bestrijden."

Onmiddellijk tuimelden alle Colombiaanse politici over elkaar heen in verontwaardiging. Ook de FARC kwam met een communiqué. Het Colombiaanse leger viel best mee, zei de guerrilla over zijn aartsvijand. Ze duldde in elk geval geen kritiek op de Colombiaanse strijdkrachten. Zeker niet van de Amerikanen.

In Colombia kwam een speculatiemachine op gang over een mogelijke Amerikaanse inval. Het bericht lekte uit dat Amerika had vergaderd met Argentinië en andere omliggende landen over een eventuele 'vredesmacht'. Nu is dat geen krankzinnig idee voor een land waar het al meer dan dertig jaar oorlog is, waar gemiddeld 30.000 doden per jaar vallen en waar een zevende van de totale bevolking voor het geweld op de vlucht is.

Geen enkele van de vier presidentskandidaten wil echter van buitenlandse interventie weten. "Wij Colombianen maken onze eigen vrede," zei de conservatieve kandidaat Luís Pastrana. Sinds Nobelprijswinnaar Gabriel García Marquéz hem is bijgevallen, staat hij bovenaan in de peilingen. Een idee wat hij met het leger aanwil heeft Pastrana echter niet. Laat staan een uitgewerkt vredesplan. Want in één ding heeft de legertop gelijk.

"Hoe kunnen we met de mannen en het materieel dat we nu hebben een heel land als Colombia beveiligen," klaagde generaal Bonett vorige week. En hij rekende voor. Van de 120.000 militairen die het dienstplichtige leger van Colombia heeft, zit dertig procent in opleiding. Nog eens veertig procent is bezig met het bewaken van oliepijpleidingen, bruggen en openbare gebouwen. Blijft over een leger van zo'n 20.000 man om tegen de guerrilla te vechten. "Ridicuul," zegt Bonett. En dat is het, zeker als men dit cijfer vergelijkt met de 100.000 militairen die Mexico naar de ene deelstaat Chiapas gestuurd heeft om een gepacificeerde guerrilla in bedwang te houden, die al vijf jaar geen schot meer gelost heeft.

Wat gaat er nu gebeuren in Colombia? Zullen de generaals overgaan tot een coup? Maken ze de chaos nog groter in een poging als "redders van het vaderland" weer krediet te krijgen? "Het leger heeft in de hele geschiedenis van Colombia nog nooit een geweldsmonopolie gehad," zegt de onafhankelijke Colombiaanse onderzoeker Ricardo Vargas. Sinds de onafhankelijkheid van Colombia in 1830 is het geweld altijd 'geprivatiseerd' geweest. In hun eindeloze burgeroorlogen, tot het Pact in 1957, steunden zowel de Liberalen als de Conservatieven altijd op de privélegers van landheren die hun strijders onder de arme boeren wierven. "Diezelfde traditie vindt nu haar voortzetting in de paramilitairen."

De 'koppensnellers' worden ze in Colombia genoemd. Vanwege hun voorkeur voor het afhakken van hoofden van ongewapende burgers. Gevechten met de guerrilla gaan ze niet aan. Hun strategische credo is: terroriseer de bevolking zodat niemand het nog in zijn hoofd haalt de guerrilla te steunen. Of, in de woorden van de paramilitaire leider, Carlos Castaña: "Alleen als we de hand lichten met de mensenrechten kunnen we de guerrilla verslaan." Het leger kan dat niet, zegt Castaña. "Anders staat er ook op hun hoofd binnen de kortste keren 10 miljoen dollar."

Nu staan er op de hoofden van generaals geen dollars. Maar door hun steun aan de paramilitairen hebben ze zichzelf wel in de nesten gewerkt. Sinds drie jaar hebben de Amerikanen hun bijdragen aan het Colombiaanse leger bevroren. Veertien legereenheden maken zich schuldig aan wreedheden tegen de bevolking, onthulde Washington. En de militaire inlichtingendienst besteedt haar tijd aan het aanleggen van namenlijsten waarmee de paramilitairen uit moorden gaan. Twee jaar lang weigerden de militairen echter een akkoord met Washington te sluiten, omdat de Amerikanen respect voor de mensenrechten eisten.

"Steeds meer geïsoleerd, en steeds zwakker," voorspelt onderzoeker Vargas de toekomst van het Colombiaanse leger. "Ze hebben niet door dat ze de steun van de bevolking hebben verpeeld." Sinds de paramilitaire moordaanslagen het afgelopen jaar op een lange reeks vooraanstaande mensenrechtenactivisten heeft ook de bourgeoisie en de stadsbevolking zich van het leger afgekeerd. "Weg met de guerrilla en weg met het leger!" riepen duizenden vredesdemonstranten vorige week in Bogotá.

"Ik hou er ook niet van om te moorden," luidde het antwoord van generaal Bonett. "Maar dat is nu eenmaal onze functie."

Dit is de eerste aflevering in een reeks over de parlementsverkiezingen in Colombia die op zondag 31 mei plaatsvinden.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234