Maandag 30/11/2020
Saïd Boumazoughe: ‘Ik moest altijd keuzes maken. Wilde ik met die jongen omgaan? Dan ging ik dealen. Mijn dilemma’s waren niet: eet ik een boterham met choco of met confituur?’

InterviewSaïd Boumazoughe

Saïd Boumazoughe: ‘Ik denk dat Marc Van Ranst een Marokkaan is’

Saïd Boumazoughe: ‘Ik moest altijd keuzes maken. Wilde ik met die jongen omgaan? Dan ging ik dealen. Mijn dilemma’s waren niet: eet ik een boterham met choco of met confituur?’Beeld Joris Casaer

Saïd Boumazoughe (33) heeft met GR5 eindelijk zijn televisie­hoofdrol beet. Maar de rapper en acteur is gretiger dan ooit. ‘We wachten niet meer tot witte schrijvers ons verhaal vertellen. We zijn hier, en we doen het zelf.’

Saïd Boumazoughe is wat vroeger op de afspraak, vertelt hij, om naar het water te kijken. We zitten op Linkeroever, voor een interview met zicht op de Schelde en de skyline van Antwerpen. Elk op ons eigen bankje, en zonder hapjes of aperitief, want het is dag vier van de ramadan – lockdowneditie.

“Ik ben naar hier gefietst, en overal zie ik mensen op pleinen en bankjes, en dat is allemaal geen probleem. Maar als op het Kiel, in Borgerhout of Deurne een paar jongeren op een straathoek staan, worden ze weggejaagd. Er zijn veel controles, al is de politie sinds het begin van de ramadan wat meer flex. Maar het is heel moeilijk op het Kiel. Gisteren stond er 150 man aan te schuiven aan de voedselbedeling.”

BIO • geboren in 1987 in Antwerpen • opgegroeid op het Kiel • richt in 2012 het hiphopcollectief NoMoBS (kort voor No More Bullshit) op • breekt in 2014 door met het theaterstuk Wachten op Gorro • speelt daarna met De Roovers, met producties van KVS en in de film Patser • met NoMoBS-collega Salahdine Ibnou Kacemi begint hij in 2017 de hiphopband SLM, maar hij maakt nu muziek onder zijn alter ego Eazy Lo • heeft met Drarrieville Entertainment en 2020 Studio’s zijn eigen platen­maatschappij en productiehuis • speelt nu een van de hoofdrollen in de serie GR5 op Eén

Boumazoughe hoort thuis in het rijtje bekende Kielenaars. Zijn vader, met Marokkaanse roots maar geboren in Algerije, kwam met niets naar hier en voedde er vijf kinderen op. Als puber was Boumazoughes idee van een geslaagde toekomst: niet in de gevangenis belanden voor zijn tweeëntwintigste. “Telkens als ik de deur uit stapte, moest ik keuzes maken. Als ik met die vriend omging, ging ik stelen. Als ik met die jongen afsprak, ging ik dealen. Mijn dilemma’s waren niet: eet ik een boterham met choco, of een met confituur?”

Het is anders gelopen. Boumazoughe is een gediplomeerd sociaal werker, maar vooral rapper en acteur. Met NoMoBS en later SLM haalde hij miljoenen streams. ‘Ewa ja’, de titel van zijn bekendste nummer met kompaan Salahdine Ibnou Kacemi, werd zelfs verkozen tot Kinderwoord van 2017. “Ik denk dat we met SLM niet ver verwijderd waren van het moment dat we als eerste drarries de Lotto Arena konden uitverkopen. Dat zou een kantelmoment geweest zijn in the culture.”

Voor de leken: drarrie is Marokkaanse straattaal voor gast, of vriend. En SLM zit voor onbepaalde duur in de ijskast na onenigheid met de platenmaatschappij, maar daarover hebben we het straks.

Als acteur wordt hij nog steeds aangesproken op zijn rol als Volt, de hyperactieve Marokkaan uit Patser (film van Adil El Arbi en Bilall Fallah uit 2018, red.). Boumazoughe is kind aan huis bij het Brusselse theater KVS en op zondagavond ziet u hem tegenwoordig op Eén als Asim, een voormalige Syrië-strijder, in GR5.

Een hoofdrol in een fictiereeks op zondagavond: kunnen we besluiten dat u het hebt gemaakt?

“Ik zal de laatste zijn om zoiets te zeggen. Nu heb ik succes, straks is het misschien gedaan. Je moet humble blijven, met beide voetjes op de grond. (denkt na) Ik heb onlangs een T-shirt en een briefje gestuurd naar een kleine jongen. Zijn moeder bedankte me op straat. Die jongen blijkt al jaren psychische moeilijkheden te hebben en mijn aanmoedigingen hebben hem echt geholpen. Dat vind ik belangrijker dan de views, een dikke bak of een lekkere bankrekening. Als ik echt geld wil verdienen, ga ik wel naar een andere branche. Beetje containers kraken in de haven.” (lacht)

“Maar ik ben regisseur Jan Matthys superdankbaar. Asim is een ingetogen personage en ik heb heel lang moeten wachten om op televisie die kant van mezelf te tonen. Veel regisseurs kiezen voor de veilige opties, Jan heeft een risico genomen met mij.”

Waarom bent u een risico?

“Tja. Als je Patser hebt gezien en je kent mij een beetje, dan weet je dat ik heel energiek ben. Producers zien mij als die drukke Marokkaan van het Kiel met zijn ongezouten meningen.”

U hebt eerder al gezegd dat u, om echt door te breken, een model-Marokkaan moet zijn.

“Ja, en wat betekent dat eigenlijk? De Marokkaan van Thuis, inderdaad. Bij ons in de buurt noemen we dat een Mohammed Janssens.” (lacht)

Vorig jaar viel de ramadan pal in de opnames van GR5. Toen bleek het toch dat het nog niet vanzelfsprekend is, een moslim op een filmset.

“Als je uit een grote stad komt, is iedereen mee. Ramadan is deel van de cultuur. Maar op zo’n filmset ontmoet je plots mensen die in hun eigen luchtbel zitten en die nog nooit met een moslim hebben gewerkt.

“Ik ben geen ramadanklager, verre van. Ik heb honger en hou mijn bakkes. Ik vroeg gewoon om een bordje opzij te zetten zodat ik ’s avonds even het vasten kon verbreken. Voor sommigen leek dat een onmogelijke vraag. ‘(Met een diepe zucht) Maar Saïd, kun je echt niet op voorhand iets eten? En móét je per se om half tien eten?’ Je vraagt een vegetariër toch ook niet om vlees te eten?

‘Onze generatie is aan het pionieren, maar ik ben ook bang. Ik pieker veel. Soms ben ik superonzeker en voel ik me eenzaam.’Beeld Joris Casaer

“De opnames van Patser vielen destijds ook in de ramadan, maar toen hebben ze de planning aangepast. Op den duur deden sommige crewleden zelfs mee. Dat was een leuke sfeer. Nu moest ik voortdurend verantwoorden waarom dat voor mij belangrijk is. En nee, ik mag ook geen water drinken overdag. Dat ik dat na vijftig jaar migratie nog altijd moet uitleggen.

“Als ik op zo’n set kom, heb ik het gevoel dat ik me moet bewijzen, als mens. Op het Suikerfeest heb ik voor iedereen een bakje noten meegebracht van De Noterij, de winkel van mijn broer. Waarom? In ons geloof is dat zo. En wie met mij geduld heeft, wordt beloond. Ik wil geen ambassadeur zijn van de islam, maar ik weet wel dat we nog veel bruggen moeten bouwen.”

Hakim Chatar, jullie dj bij SLM, omschrijft u als energiek, gepassioneerd en vredelievend, maar dat mensen die u niet kennen u intimiderend vinden.

“Mensen noemen me wild maar toegankelijk. (lacht) Ik denk dat Tom Waes of Stefaan Degand die hevigheid ook hebben. Bij hen wordt dat gedoogd, bij mij duurt het altijd wat langer. (denkt na) Ik kom van de sociale blokken. Wij hadden geen voorbeelden, behalve Karim Bachar, ooit de beste zaalvoetballer van België. De reden dat ik zo hevig ben, is omdat ik in al mijn projecten moet geloven. Op het Kiel was er niemand anders die dat deed.

“Mensen schrikken aanvankelijk wat van mijn energie en engagement, maar uiteindelijk ben ik de brandstof, de TNT die ze nodig hebben.”

Vindt u dat erg, dat wilde imago?

“Ja, het heeft me wel wat kansen gekost. Bij audities geraak ik vaak in de tweede, derde ronde, en dan hoor ik dat producers mij toch niet zien zitten. Tegenwoordig moeten acteurs ook zo lief zijn, en vriendelijk. Ik wil niet arrogant zijn, maar er mag ook daarin toch wat diversiteit zijn? Ik ben druk, en dan? Ik steel je zuurstof toch niet? Dus ja, dat is hatelijk, maar ik ga er op een positieve manier mee om. Heb je mijn energie nodig? Goed, ik laat je niet in de steek, I’ve got you for life.”

Het was een lerares in het laatste middelbaar die hem opmerkte in de lessen expressie en hem de weg wees naar het conservatorium. “Ik had, heel cliché, een vriend meegenomen. We stonden daar aan de deur en dachten ‘wat zijn dat voor figuren die hier rondlopen?’. Mijn vriend begreep niet wat ik daar deed, en ik durfde niet naar binnen te gaan. Ik miste dat duwtje in de rug. Ik ben toen maar begonnen met hiphop.”

Zijn groepje NoMoBS werd opgemerkt door acteur en regisseur Junior Mthombeni, die hun vroeg om mee te spelen in zijn stuk Troost. Boumazoughe schuimde allerlei theaterworkshops af, maakte zelf de goed onthaalde voorstelling Wachten op Gorro en werd weer opgevist door Mthombeni voor Reizen Jihad. Zijn acteurscarrière was vertrokken.

Ondertussen vervelde NoMoBS tot SLM, maar Boumazoughe concentreert zich nu op zijn solocarrière als Eazy Lo. “Top Notch, ons platenlabel, duwde ons in een richting die we niet wilden: we mochten niet te Marokkaans zijn, en niet te agressief. En toen kwam de censuur in onze teksten. Als we het hadden over racisme, zeiden ze: ‘dat kunnen we niet maken, we hebben de luisteraars nodig.’ Als het zo zit, houden we de eer aan onszelf. Er zijn mensen die op een podium kruipen en alles mogen zeggen, maar als wij het doen, zijn we een gevaar voor de maatschappij.”

Ondertussen hebt u samen met Salahdine een label opgericht, Drarrieville Entertainment. Jullie hebben ook een eigen productiehuis 2020 Studios.

“Wij zijn de eerste drarries met een officieel hip­hoplabel. (lacht) We hebben twee professionele studio’s, een videostudio en een coworkingspace. We begeleiden opkomende rappers met management en communicatie. Elke dag krijg ik tien, vijftien berichten: ‘hey Saïd, wil je eens naar mijn muziek luisteren?’ ‘Hoe heb je dat gefixt om in Patser te acteren?’ Dan zeg ik: je moet naar den interim bellen en zeggen dat je in een film wil spelen. (lacht) Ik ben een adviescentrum geworden. Geen zelfmoordlijn, maar een droomlijn.

“We zijn geen maatschappelijk project of jeugdhuis waar iedereen zijn ding mag doen. We zoeken echt talent dat nu niet wordt geholpen omdat ze de juiste bagage missen. Het zijn meestal jongeren met een moeilijke sociale achtergrond, zonder white privilege. Hun verhaal is moeilijker te verkopen.

“De toekomst ziet er echt top uit: er komt een leger talent aan. We dromen ervan om de Studio 100 voor drarries te worden, met eigen series, films, boeken, muziek. We hebben jonge gasten aan het werk gezet om scenario’s te schrijven, we stalken producers en regisseurs. Ik klink als een dromer, maar we zijn bezig. We willen the culture uitdragen. Ik ben nu zelf een roman aan het schrijven, over ons leven op het Kiel.”

U woont er nog altijd.

“Ik woon liever in een buurt waar klein mannekes blij zijn dat ze Saïd gezien hebben dan op het chique Zuid.”

Is het Kiel anders dan toen u er zelf rondhing als kind?

“De buurt is erg veranderd. De eerstegeneratie­migranten hebben de wijk overgenomen van de Kielenaars. De Marokkanen waren een kleine gemeenschap. Het was duidelijk wie wie was en er hing een dorpse sfeer. Nu is het Kiel een doorstroomwijk geworden, zoals Antwerpen-Noord. Mensen komen en gaan en het zijn de Marokkaanse moeders die nu alleen in hun te groot huis zitten. Ik heb het er soms met mijn vrouw over: we willen graag een kind en overwegen om te verhuizen, misschien wat bos op te zoeken. Ik wil niet dat mijn kind angst moet hebben om buiten te komen omdat hij niet weet wie hij gaat tegenkomen, zoals ik vroeger.”

Jullie zijn de Belgen van vroeger.

“Ja, en dat doet me wel iets, die vergankelijkheid. Hoe hard wij voor onze buurt opkwamen – het Kiel was van ons, we hadden ook niets anders – maar de buurt is helemaal niet van ons. Dat was maar een fase. Ik hoor nu de Marokkanen racistische praat verkopen: zie die illegalen, die zwarten, die Syriërs. Wat komen die hier doen, onze buurt afpakken? Dan zeg ik ook: wij zijn de Belgen geworden.”

Om terug te komen op uw boek: de moeilijke jeugd van een Marokkaan in een sociale buurt, is dat niet opnieuw kloppen op dezelfde nagel?

“Ja, maar ik probeer een scheefgeklopte nagel weer recht te krijgen. Ik begrijp je punt, maar ik probeer kracht te halen uit de clichés. Ik beschrijf liever zelf mijn wereld dan dat ik dat overlaat aan journalisten.

“Waarom smoren wij? Waarom haten wij den interim? Waarom fluiten we naar meisjes? Ik hoor zoveel verhalen, en ik voel de drang om ze te vertellen.

‘Overal zie ik mensen op pleinen en bankjes, en dat is allemaal geen probleem. Maar als op het Kiel een paar jongeren op een straathoek staan, worden ze weggejaagd.’Beeld Joris Casaer

“Daar gaat het nummer ‘Ewa ja’ ook over: dat kantelpunt. Adil en Bilall, Ish Ait Hamou, Fikry El Azzouzi, Nora Gharib die hun eigen films, boeken en projecten lanceren. Hakim Chatar die met zijn eigen podcast is begonnen, ‘Tajine Talks’. We wachten niet meer tot een witte schrijver ons verhaal wil vertellen. We zijn hier, en we maken onze eigen content.”

Is er een collectief zelfvertrouwen gegroeid?

“We hebben een soort arrogantie opgebouwd. We durven onze plek in te nemen. Opeisen die handel. (lacht) In Nederland staan ze daar veel verder in. Daar heeft acteur Achmed Akkabi de rechten op het boek Mocro Maffia gekocht en hij is dat gaan pushen bij de zender Videoland: ik wil die serie, ik fiks dat. Het eerste seizoen twijfelden ze nog, nu hebben ze geld voor drie seizoenen. Topreeks.”

Uw generatie is aan het pionieren. Spannend?

“Ja, maar ik ben ook bang. Ik ben een slechte slaper, ik pieker veel. Soms ben ik superonzeker en voel ik me eenzaam. Bij de meeste van mijn vrienden kan ik niet terecht met vragen over mijn werk. Ik weet waar ik naartoe wil, maar soms weet ik niet waarmee ik bezig ben. En misschien is het morgen voorbij.”

U hebt van frustratie wel een motor gemaakt.

“Ja, maar ik ben geen gefrustreerd manneke. Je gaat me nooit horen zagen. Ik durf de dingen wel te benoemen. Ik ben eerlijk, franche.

“Maar ja, die frustratie. Het is een clichéverhaal, maar wij zijn opgegroeid met een minderwaardigheidscomplex. Het is als een vaccin dat we hebben gekregen. En we compenseren dat met materiële dingen, je kent die psychologische en sociologische shit wel. Je hebt het gemaakt als je een Mercedes hebt. We zoeken de bevestiging die we niet krijgen.

“Als klein manneke moest ik altijd achteraan in de klas zitten. Ik ging met mijn vader en zijn vrienden mee naar de VDAB, het ACV of de RVA om hun problemen op te lossen. ‘(stottert) Bou.. Bou...Boumaz..., wà is da voor ne naam?’ Constant moest ik dat horen. Toen heb ik gezegd: ze gaan dat nooit meer vergeten, mijn naam. Ja, ik word daar emotioneel van. Mijn ouders en grootouders hebben keihard gewerkt, maar ze zijn niet altijd even eerlijk behandeld.”

Zijn grootouders zijn Berbers uit de buurt van de kuststad Nador, in het noorden van Marokko. Zijn grootvader aan vaderskant was een legionair die tijdens de Vietnamoorlog in Indochina als kanonnenvlees voor de Amerikaanse troepen werd uitgestuurd, en zichzelf in de voet schoot om niet op de islamitische vijand te moeten mikken.

Zijn andere grootvader kwam eind jaren 1950 naar België en werkte zich te pletter in de petrochemie. “Hij leeft nog, een schattige, grote, oude man. Ik ga hem nu soms boodschappen brengen. Hij lacht mij soms uit: Saïd, ik heb oorlogen meegemaakt.

“Mijn oma is een aïssawiyya, een soefistische verhalenverteller. Ze heeft tattoos in haar gezicht en is nogal spiritueel, een medicijnvrouw. Eigenlijk mag dat niet van de islam, dat is afgoderij, dus mijn grootouders hebben daar van die schattige discussies over.

‘Wat is een model-Marokkaan? De Marokkaan van ‘Thuis’, inderdaad. Bij ons in de buurt noemen we dat een Mohammed Janssens.’Beeld Joris Casaer

“Ik herinner me nog dat mijn oma vroeger grappige rare verhalen vertelde terwijl ze op een trommel sloeg. Je groeit daarmee op, je vertelt die verhalen op school en wordt zo zelf een verteller.”

U had de ramadan allicht graag met uw familie doorgebracht.

“Mijn moeder mis ik ook heel erg. Mijn vader is een paar jaar geleden gestorven, en de ramadan is een periode waarin ik met mijn moeder, broers en zus samenkom. Het is anders, ja. Maar ik weet ook: het is een privilege om zo’n familie te hebben. Veel mensen zijn alleen.

“Ik ben blij dat we net nu de ramadan meemaken. We gaan terug naar de essentie, zonder het commerciële gedoe eromheen. Oké, we kunnen niet naar de moskee, maar we hoeven ook niet meer te gaan shoppen en buffetten op tafel te toveren omdat mensen komen eten. Het vasten breken is nu een heel intiem moment, samen met mijn vrouw. We eten niet veel. Je denkt de hele dag na over wat je allemaal gaat eten, en na een paar lepels soep zit je vol.

“Ik hoop dat deze lockdown de resetknop is die we allemaal nodig hebben, en dat we niet zomaar teruggaan naar normaal.”

Hoezo?

“Ik hoop dat we de kleine dingen weer leren appreciëren. Dat we beseffen dat we elkaar nodig hebben. Ik heb nooit veel contact gehad met mijn buurvrouw; dankzij corona leren we elkaar nu kennen.”

Bent u als muzikant en acteur niet bang dat u de eerste maanden niet aan de bak zal komen?

“Alles is geschrapt: de opnames voor een nieuwe fictiereeks, een film en een theatertournee. Maar ik bekijk het heel nuchter. Ik was veel te snel aan het leven. Ik ben ongeduldig en gulzig: in mijn werk, in alles. Als ik honger heb eet ik niet één, maar twee pakken koeken. Nu besef ik: dat is niet nodig. En ik panikeer niet. Ik heb een artiestenstatuut, een vzw en een professionele muziekstudio die ik verhuur. En ik kom van niets, dus ik weet wat overleven is.

“Relativeren is mijn ding. Ik besef ook wel dat de situatie ernstig is, maar een artiest heeft de plicht om optimistisch te zijn, en niet te jammeren omdat er geen werk is. Het is aan ons om iets te doen, al stoort het mij dat sommige mensen wanhopig zijn om op tv te komen. De onlineconcerten, ik begrijp niet waarover dat gaat. Die mural van Matthias Schoenaerts, dat is pas een statement. Dat heeft impact op straat, niet op tv. Ik ken rappers die helpen met voedselbedeling. Daar gaat het om: weer mens worden.”

Uw vrouw is verpleegster. Hoe maakt ze het?

“Ze verzorgt Covid-19-patiënten die uit de IC komen en die nog even moeten herstellen. Ze ziet geen mensen sterven, nee. Ik heb wel een vriend wiens grootouders gestorven zijn in een rusthuis, alleen. En de vader van een vriend van mij, aan complicaties van zijn suikerziekte, ook alleen, zonder bezoek.

“Het ding is: wij willen liefst in Marokko begraven worden, maar daar zeggen ze nu: we moeten jullie niet meer, blijf maar daar. Ook daar zie ik een resetknop: we moeten aanvaarden dat we hier leven.”

Joris Casaer, de fotograaf, heeft Bouzamoughe de laatste jaren al vaker gefotografeerd. Ze vertellen over een shoot waarvoor ze op het dak van een appartementsgebouw klommen. Een buurman maakte zich boos. Het was niet lang na de aanslagen in Parijs, en de buurman riep hen toe: ‘Is het niet erg genoeg wat jullie in Parijs hebben gedaan?’ Ze doen er wat lacherig over, maar na deze fotoshoot wordt Boumazoughe nog aangesproken door de politie omdat hij praat met wat kennissen die hij net tegenkomt.

Casaer: “Maar telkens als ik je zie, sta je weer een beetje verder in je carrière.”

Boumazoughe: “Ja, hoop doet leven. Ik doe steeds meer ervaringen op. Ik, de kleine straatrat, speelde vorig jaar een scène terwijl ik in de verte de Mont Blanc zag. Ik kreeg props van het stuntteam, Jan Mat­thys hemelde me op. Dan ben je geen Marokkaan meer, maar part of the team.”

Kon zo’n stadsmens als u eigenlijk de charme inzien van lange wandeltochten als de GR5?

“Als je met mij op citytrip gaat, vergeet de metro dan. Ik doe alles te voet, al moet ik drie uur stappen. Maar bergen, dat kennen wij niet. Als we vroeger met het jeugdhuis naar de Ardennen gingen, waren we al onder de indruk. (lacht) Maar ik snap de voldoening wel: als je twintig kilometer gewandeld hebt, je komt aan in de chalet en je ziet dat uitzicht... Ik begrijp dat mensen die ontsnapping nodig hebben.

“Tijdens de opnames kwamen we echte wandelaars tegen, hele gezinnen met een rugzak. Toen dacht ik: mijn vrouw, mijn kind en ik gaan hier later de eerste Marokkanen op trektocht zijn. Al heb je een grote wandelaarscultuur in Marokko. Wij urban boys wandelen naar de Meir en terug, maar mijn grootvader is als grensarbeider van Marokko naar Algerije, van Barcelona naar de Franse grens en van Parijs naar België gestapt.”

Hoe ontsnapt ú?

“Ik mediteer, ik bid. Ik lees en studeer veel. Vroeger vond ik dat niet belangrijk, nu weet ik: kennis maakt macht.”

Wat bent u nu aan het lezen?

“Boeken over scenario’s schrijven. En ik heb net Maktub van Paulo Coelho uit. Ik ben een grote Coelho-fan.”

U bent naar het schijnt nogal contemplatief.

“Ik denk veel na, ik filosofeer. Ik heb het leven gezien: ik heb mijn eigen vader moeten begraven, heb vrienden verloren. Je moet niet te veel belang hechten aan tegenslag en alles uit het leven halen. Maar als ik mij slecht voel, huil ik. Dan ga ik naar Marokko voor een paar dagen, zit ik bij het graf van mijn vader en praat ik met mijn grootouders. En dan weet ik: het leven is veel groter dan ons allemaal. Bij ons zeggen ze: God geeft je alleen wat je kunt dragen.”

Laatste vraag: is het waar dat Marc Van Ranst zo populair is bij de jongeren van Borgerhout en het Kiel?

“Marc Van Ranst is franche, ik hou van hem! Ik denk eigenlijk dat hij een Marokkaan is, een drarrie. Onlangs liep hij op de Turnhoutsebaan, en al die boys: ‘Marc! Strijder!’ Op sociale media zie ik story’s als ‘Marc Van Ranst, strijder!’. Zijn tweets zijn zalig: ‘N-VA is als een tennisbal. Geel vanbuiten, daaronder een zwart laagje, en verder enkel lucht vanbinnen.’ (lacht) Elke Marokkaan is blij dat hij dat durft te benoemen, zodat ze het zelf niet moeten zeggen. In een interview over de ramadan zei hij onlangs dat het een belangrijke periode is voor een groot deel van onze mensen. Niet ‘die mensen’, maar ‘onze mensen’. Twee woorden zijn dat, en zo simpel kan het zijn.”

GR5, zondag om 21u op Eén.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234