Maandag 22/07/2019

Sacré idole

Mark Coenen werkt voor de Hasseltse hogeschool PXL en is columnist van De Morgen.

Leve de Franse taal. Zeker in een doodsbericht.

Als wij doodgaan sterven we, in het Frans gaan we uit.

Als een kaars: Johnny Hallyday s'éteint à 74 ans.

Hij was al een tijdje ziek. Longkanker. Heel zijn leven aan de Gauloises. En de whisky en de drugs en het goede leven.

Hij was geen idool, maar een sacré idole: een tautologie die zijn status nauwelijks dekt, want Johnny was, samen met Serge Gainsbourg, de allergrootste. Hij had geen achternaam nodig.

Groter dan het leven, ook: men bekijke daarvoor het filmpje dat Le Monde op zijn homepage plaatste: Quand Johnny entrait en scène.

Hij hield niet van het halve werk. Zeker niet als hij een podium op moest.

Intro's à la Cecile B. DeMille, dramatische orgelklanken, jankende gitaren, rook en nog meer rook. Johnny die mensen in brand steekt, met een bulderende Harley Davidson opkomt of gracieus uit een hel kopter neerdaalt. Mister Super Cool.

Daarna aten ze uit zijn hand. Een messias in strak lederen pak.

Dat Johnny in Vlaanderen geen poot aan de grond kreeg, was de schuld van Guy Mortier. Die had in de late jaren 50 gekozen voor de kerk van Elvis en vond, wellicht met reden, geen zak aan de wat pompeuze Franse versie van de echte King.

Daarbij komt dat de man in het Frans zong: in de jaren 60 de taal van de bezetter, laat ons eerlijk zijn. Hier ons bloed, houd uw muziek! Eens voorbij de taalgrens dacht men daar anders over. Johnny was, met een Brusselse vader, een van hen.

In Frankrijk was hij een mythe, lang voor hij doodging.

Op 11 juni stond Johnny met Jacques Dutronc en Eddy Mitchell nog in Paleis 12 van de Heizel.

Les trois papys du rock français: bejaarde mannen in stemmig zwart, met nog steeds, ondanks die nieuwe heup, het vuur in de ogen.

Al kon je dat niet zien bij Dutronc, want die hield de hele tijd zijn zonnebril op.

Hij stierf, vechtend als een leeuw tegen zijn dodelijke ziekte, zeggen betraande tv-commentatoren. Hier gaan we weer.

Wat een gelul.

Hij stierf omdat de kanker zijn lichaam opvrat.

Daar valt niet tegen te vechten. "Ik ben verschrikkelijk triest, maar ook bevrijd", zei Michel Polnareff, "want ik weet dat hij veel pijn had."

Wat rest, is voor velen de herinnering aan hun jeugd, toen die baldadige nieuwe muziek een opwindende nieuwe tijd aankondigde. Hun tijd. Die nu ook stilaan uit is.

En gelukkig stierf hij niet aan constipatie, zoals de echte King, deze zomer 40 jaar geleden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden